Collectieve arbeidsovereenkomst van 15 mei 1997 van het Paritair Comité voor het vervoer. - Risicogroepen in de subsector van de taxiondernemingen en van de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur .

Date :
15-05-1997
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Législation
Source :
Numac 1998A12299

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied

Artikel 1 § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en die behoren tot de subsector van de taxiondernemingen en van de diensten voor het verhuur van voertuigen met chauffeur alsook op hun werklieden.
  § 2. Onder "taxionderneming" wordt bedoeld de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en die zich inlaten met de uitbating van een taxidienst in de zin van de wetgeving van toepassing in het gewest van de zetel van de onderneming.
  Onder "diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur", wordt bedoeld de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het vervoer en die zich inlaten met de uitbating van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur in de zin van de wetgeving van toepassing in het gewest van de zetel van de onderneming.
  Worden niet beschouwd als taxidiensten noch als diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur de diensten die geregeld vervoer, bijzondere vormen van geregeld vervoer of ongeregeld vervoer zijn.
  Onder "werklieden", wordt bedoeld de werklieden en werksters.

Hoofdstuk 2. Begripsomschrijving

Artikel 2 Onder "risicogroepen" wordt verstaan de personen behorend tot één van de volgende categorieën :
  1° de laaggeschoolde of onvoldoend geschoolde jongeren;
  2° de werkzoekenden;
  3° de arbeiders van de sector tewerkgesteld door ondernemingen die van de tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen gebruik maken;
  4° de laaggeschoolde of onvoldoend geschoolde arbeiders van de sector;
  5° de arbeiders van de sector die minstens 50 jaar oud zijn;
  6° de arbeiders van de sector wiens beroepskwalificatie aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast is of die de risico lopen aan de technologische vooruitgang niet meer aangepast te zijn.

Hoofdstuk 3. Bijdrage

Artikel 3 Onder voorbehoud van toepassing van artikel 4 wordt de bijdrage bestemd voor de financiering van initiatieven ten gunste van de risicogroepen vastgesteld op 0,10 pct. van de lonen aangegeven aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid.

Artikel 4 Indien Mevrouw de Minister van Tewerkstelling en Arbeid de vrijstelling van tewerkstelling van stagiairs toekent aan de in artikel 1 bedoelde werkgevers wordt de bijdrage gebracht op 0,20 pct vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.

Hoofdstuk 4. Geldigheidsduur

Artikel 5 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking met ingang op 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 20 mei 1998.
  (Voor het KB, zie %%1998-05-20/49%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET