Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 juni 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende het brugpensioen ploegenarbeid .
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2000A12048
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de metaalhandel.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder werklieden verstaan : de werklieden of werksters.
Hoofdstuk 2. Toepassingsmodaliteiten
Artikel 2 Conform de criteria vastgelegd in het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 maart 1997 tot uitvoering van de artikelen 23 en 24 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, wordt voor de werklieden :
- vanaf 1 januari 1997 tot 31 december 1997 de brugpensioenleeftijd op 55 jaar gebracht op voorwaarde dat zij een beroepsloopbaan van 33 jaar kunnen rechtvaardigen;
- vanaf 1 januari 1998 tot 31 december 1998 de brugpensioenleeftijd op 56 jaar gebracht op voorwaarde dat zij een beroepsloopbaan van 33 jaar kunnen rechtvaardigen.
Bovendien conform aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 3 juni 1997 houdende uitvoering van artikel 2ter van het koninklijk besluit van 7 december 1992, moeten deze werklieden kunnen aantonen, dat zij op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, minimaal 20 jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1990.
Artikel 3 De leeftijd bedoeld bij artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst moet bereikt zijn bij het effectief verstrijken van de opzegtermijn.
Hoofdstuk 3. Betaling van de aanvullende vergoeding en van de hoofdelijke bijdrage
Artikel 4 Het "Sociaal fonds voor de metaalhandel" neemt de betaling van de aanvullende vergoeding, alsmede het geheel van de hoofdelijke bijdragen met inbegrip van de bijzondere compenserende maandelijkse werkgeversbijdrage, zoals opgenomen in artikel 11 van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling, op zich.
Het "Sociaal fonds voor de metaalhandel" werkt hiertoe de nodige modaliteiten uit.
Hoofdstuk 4. Geldigheid
Artikel 5 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 januari 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-01-25/42%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers, werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de metaalhandel.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt onder werklieden verstaan : de werklieden of werksters.
Hoofdstuk 2. Toepassingsmodaliteiten
Artikel 2 Conform de criteria vastgelegd in het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen ingeval van conventioneel brugpensioen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 21 maart 1997 tot uitvoering van de artikelen 23 en 24 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, wordt voor de werklieden :
- vanaf 1 januari 1997 tot 31 december 1997 de brugpensioenleeftijd op 55 jaar gebracht op voorwaarde dat zij een beroepsloopbaan van 33 jaar kunnen rechtvaardigen;
- vanaf 1 januari 1998 tot 31 december 1998 de brugpensioenleeftijd op 56 jaar gebracht op voorwaarde dat zij een beroepsloopbaan van 33 jaar kunnen rechtvaardigen.
Bovendien conform aan de bepalingen van het ministerieel besluit van 3 juni 1997 houdende uitvoering van artikel 2ter van het koninklijk besluit van 7 december 1992, moeten deze werklieden kunnen aantonen, dat zij op het ogenblik van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, minimaal 20 jaar gewerkt hebben in een arbeidsregime zoals bedoeld in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 van 23 maart 1990, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1990.
Artikel 3 De leeftijd bedoeld bij artikel 2 van deze collectieve arbeidsovereenkomst moet bereikt zijn bij het effectief verstrijken van de opzegtermijn.
Hoofdstuk 3. Betaling van de aanvullende vergoeding en van de hoofdelijke bijdrage
Artikel 4 Het "Sociaal fonds voor de metaalhandel" neemt de betaling van de aanvullende vergoeding, alsmede het geheel van de hoofdelijke bijdragen met inbegrip van de bijzondere compenserende maandelijkse werkgeversbijdrage, zoals opgenomen in artikel 11 van de wet van 3 april 1995 houdende maatregelen ter bevordering van de tewerkstelling, op zich.
Het "Sociaal fonds voor de metaalhandel" werkt hiertoe de nodige modaliteiten uit.
Hoofdstuk 4. Geldigheid
Artikel 5 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 januari 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-01-25/42%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX