Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 juni 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk, betreffende de toekenning van het halftijds brugpensioen op 57 jaar .

Date :
18-06-1999
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
1 page
Section :
Législation
Source :
Numac 2000A12237

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied

Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers die tewerkgesteld zijn in een voltijdse arbeidsregeling en op hun werkgevers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk.

Hoofdstuk 2. Algemene bepaling

Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen.

Hoofdstuk 3. Principe

Artikel 3 De voltijdse werknemers hebben de mogelijkheid op halftijds brugpensioen te gaan vanaf de leeftijd van 57 jaar.

Artikel 4 De betrokken werknemers moeten bovendien de werkloosheidsuitkering genieten waarin is voorzien voor deze categorie van werknemers door de reglementering betreffende de werkloosheidsverzekering.

Artikel 5 Het aantal arbeidsuren bepaald in de deeltijdse arbeidsregeling moet, na de vermindering, per arbeidscyclus gemiddeld gelijk zijn aan de helft van het aantal arbeidsuren in een normale voltijdse arbeidsregeling in de dienst.

Hoofdstuk 4. Bedrag van de aanvullende vergoeding

Artikel 6 Het bedrag van de aanvullende vergoeding is ten minste gelijk aan het bedrag bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55 van 13 juli 1993, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers in geval van halvering van de arbeidsprestaties, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 17 november 1993 (Belgisch Staatsblad van 4 december 1993).

Artikel 7 Het bedrag van de aanvullende vergoeding valt ten laste van de werkgever van de betrokken werknemer en wordt maandelijks betaald.

Hoofdstuk 5. Geldigheid

Artikel 8 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 april 2000.
  (Voor het KB, zie %%2000-04-18/36%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.