We zijn erg blij om te zien dat u van ons platform houdt! Op hetzelfde moment, hebt u de limiet van gebruik bereikt... Schrijf u nu in om door te gaan.

Koninklijk besluit met betrekking tot institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 juli 2004 bedoelde categorie van toegelaten beleggingen.

Date :
07-12-2007
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
12 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2007003552

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Dit besluit regelt het statuut van de institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, bedoeld in artikel 97 van de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles en die als uitsluitend doel hebben de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 juli 2004 bedoelde categorie van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van Titel III van Boek II van deel II van de wet van 20 juli 2004.

Artikel 2 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen : de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
  2° de wet van 20 juli 2004 : de wet van 20 juli 2004 betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles
  3° institutionele instelling(en) voor collectieve belegging : de in artikel 97 van de wet van 20 juli 2004 bedoelde institutionele instelling(en) voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming waarvan dit koninklijk besluit het statuut regelt;
  4° institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds : een institutionele instelling voor collectieve belegging zoals gedefinieerd in artikel 11, § 1, alinea 1 en artikel 98, § 1, van de wet van 20 juli 2004;
  5° institutionele beleggingsvennootschap : een institutionele instelling voor collectieve belegging zoals gedefinieerd in artikel 14, alinea 1 en artikel 99, § 1 van de wet van 20 juli 2004;
  6° institutionele of professionele beleggers : institutionele of professionele beleggers in de zin van artikel 4, 1°, b) van de wet van 20 juli 2004;
  7° koninklijk besluit van 4 maart 2005 : het koninklijk besluit van 4 maart 2005 met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging;
  8° verhandeling van rechten van deelneming : het aanbod (zonder dat dit een openbaar karakter heeft) voor rekening van een institutionele instelling voor collectieve belegging, waaronder het in ontvangst nemen en doorgeven van orders voor rechten van deelneming van de betrokken institutionele instelling voor collectieve belegging. Eenieder die rechtstreeks of onrechtstreeks van de institutionele instelling voor collectieve belegging een vergoeding of voordeel ontvangt naar aanleiding van een aanbod of het in ontvangst nemen en doorgeven van orders voor rechten van deelneming van de betrokken institutionele instelling voor collectieve belegging, wordt geacht te handelen voor rekening van die institutionele instelling voor collectieve belegging;
  9° werkdag : elke dag waarop de FOD Financiën te Brussel open is.

Hoofdstuk 2. Inschrijving

Artikel 3 Een institutionele instelling voor collectieve belegging mag haar activiteiten slechts beginnen uitvoeren nadat zij een bevestiging heeft ontvangen van haar inschrijving, alsook van de inschrijving van elk van de door haar ingerichte compartimenten (indien zij is overgegaan tot compartimentering) op een daartoe door de FOD Financiën gehouden lijst. Zij mag haar activiteiten en de activiteiten van haar compartimenten slechts uitoefenen zolang zij en de betrokken compartimenten ingeschreven blijven op die lijst.
  De institutionele instelling voor collectieve belegging dient haar inschrijving en die van elk van de door haar ingerichte compartimenten op die lijst aan te vragen bij de FOD Financiën.
  De aanvraag dient naast een stuk waaruit de aanstelling van de bewaarder blijkt, vergezeld te zijn (i) (a) indien het een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds betreft van een afschrift van het beheerreglement alsmede een stuk waaruit de aanstelling van de beheervennootschap blijkt en (b) indien het een institutionele beleggingsvennootschap betreft van een afschrift van de statuten van de vennootschap alsmede van een afschrift van het uittreksel of van de mededeling in de bijlagen bij het Belgisch Staatsblad met de bekendmaking van de akten en gegevens waarvan de openbaarmaking is voorgeschreven door het Wetboek van vennootschappen en (ii) een verklaring van de institutionele instelling voor collectieve belegging dat aan de voorwaarden van dit koninklijk besluit is voldaan.
  Indien een ingeschreven institutionele instelling voor collectieve belegging overgaat tot inrichting van (een) bijkomend(e) compartiment(en), vraagt zij de inschrijving ervan aan de FOD Financiën. Zij deelt de in het derde lid bepaalde documenten mee die ingevolge de inrichting van de (een) bijkomend(e) compartiment(en) wijzigingen hebben ondergaan.

Artikel 4 De institutionele instelling voor collectieve belegging wordt pas ingeschreven op de lijst van de institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming als aan de voorwaarden van artikel 3 van dit koninklijk besluit is voldaan.
  Ten laatste de 15de werkdag volgend op de werkdag waarop de aanvraag tot inschrijving werd gedaan of waarop het dossier vervolledigd werd, bevestigt de FOD Financiën de inschrijving per brief aan de aanvrager.

Artikel 5 De FOD Financiën stelt elk jaar een lijst op van de institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en de compartimenten die krachtens artikel 3 zijn ingeschreven. Deze lijst en alle wijzigingen die er tijdens het jaar in worden aangebracht, worden ter inzage gelegd op de FOD Financiën desgevallend door terbeschikkingstelling ervan op de website van de FOD Financiën en worden jaarlijks onder de vorm van een samenvattend overzicht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De FOD Financiën verstrekt aan de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, op haar eenvoudig verzoek, inlichtingen en documenten ten behoeve van de uitoefening van haar opdrachten en omgekeerd voor zover bij dit laatste het beroepsgeheim van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen gerespecteerd wordt.
  Noch de inschrijving noch enige andere tussenkomst van de FOD Financiën bij toepassing van dit koninklijk besluit houdt een beoordeling in van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichtingen, evenmin als van de positie van de instelling voor collectieve belegging. De tussenkomst van de FOD Financiën beperkt zich tot het materieel bijhouden van de lijst zonder dat door de FOD Financiën terzake enige vorm van inhoudelijk toezicht wordt uitgeoefend. Op de FOD Financiën rust dan ook geen verantwoordelijkheid inzake de niet naleving door de institutionele instellingen voor collectieve belegging van de bepalingen van de wet van 20 juli 2004 of dit koninklijk besluit.
  Elk document dat ter bevestiging van de inschrijving wordt afgegeven door de Federale Overheidsdienst Financiën en elk document dat met het oog op de uitvoering van de verrichtingen van de instelling voor collectieve belegging naar deze inschrijving verwijst, maakt daarvan melding.

Artikel 6 § 1. De FOD Financiën schrapt de institutionele instelling voor collectieve belegging en/of de door haar ingerichte compartimenten van de lijst van de institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming :
  1° op verzoek van de institutionele instelling voor collectieve belegging zelf;
  2° op gemotiveerde vraag van de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen, indien deze laatste er kennis van krijgt dat een openbaar aanbod wordt verricht van de financiële instrumenten van de institutionele instelling voor collectieve belegging waardoor deze haar institutioneel karakter verliest en de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen de betrokken institutionele instelling voor collectieve belegging voorafgaandelijk in gebreke heeft gesteld.
  § 2. De FOD Financiën stelt de Commissie voor het Bank, Financie- en Assurantiewezen in kennis van elke wijziging aan de lijst die is gebeurd.

Hoofdstuk 3. De bewaarder

Artikel 7 De activa van een institutionele instelling voor collectieve belegging worden in bewaring gegeven bij een bewaarder.
  De personen die de bewaarder vertegenwoordigen of in feite het beleid van de bewaarder bepalen, dienen over voldoende ervaring te beschikken, in het bijzonder met betrekking tot het type van institutionele instelling voor collectieve belegging.

Artikel 8 Enkel de volgende personen kunnen aangeduid worden als bewaarder van een institutionele instelling voor collectieve belegging :
  1° de in België gevestigde kredietinstellingen die onder de wet van 22 maart 1993 op het statuut en het toezicht op kredietinstellingen vallen;
  2° de Nationale Bank van België;
  3° de in België gevestigde beursvennootschappen en buitenlandse beleggingsondernemingen die onder de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs vallen,
  mits de betrokken persoon binnen zijn reglementair statuut ter zake over de vereiste vergunning beschikt.

Artikel 9 § 1. De bewaarder staat in voor de volgende taken :
  1° de bewaring van de activa van de institutionele instelling voor collectieve belegging en komt hierbij de gebruikelijke verplichtingen na;
  2° het verrichten, in opdracht van de institutionele instelling voor collectieve belegging, van transacties met betrekking tot de activa van de institutionele instelling voor collectieve belegging evenals de inning van de dividenden en interesten uit de activa en de uitoefening van de inschrijvings- en toekenningsrechten die eraan zijn verbonden;
  3° de uitvoering van elke andere instructie van de institutionele instelling voor collectieve belegging, tenzij deze in strijd is met de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten, of het informatiedocument dat ter beschikking werd gesteld van de deelnemers.
  § 2. De bewaarder vergewist zich er persoonlijk (zonder mogelijkheid tot (sub)delegatie van deze taken) van dat :
  1° de transacties met betrekking tot de activa van de institutionele instelling voor collectieve belegging, tijdig worden vereffend;
  2° de activa in bewaring overeenstemmen met de activa vermeld in de boekhouding van de institutionele instelling voor collectieve belegging;
  3° het aantal rechten van deelneming in omloop vermeld in zijn boekhouding overeenstemt met het aantal rechten van deelneming in omloop zoals vermeld in de boekhouding van de institutionele instelling voor collectieve belegging;
  4° de verkoop, de uitgifte, de inkoop, de terugbetaling en de intrekking van rechten van deelneming voor rekening van de institutionele instelling voor collectieve belegging overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten,het beheerreglement of de statuten en het informatiedocument dat ter beschikking werd gesteld van de deelnemers geschieden;
  5° de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming wordt berekend overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten en het informatiedocument dat ter beschikking werd gesteld van de deelnemers;
  6° de beleggingsbeperkingen bepaald in de wet, de uitvoeringsbesluiten,het beheerreglement of de statuten en het informatiedocument dat ter beschikking werd gesteld van de deelnemers worden gerespecteerd;
  7° de regels inzake provisies en kosten bepaald in de wet, de uitvoeringsbesluiten,het beheerreglement of de statuten en het informatiedocument dat ter beschikking werd gesteld van de deelnemers worden gerespecteerd;
  8° de opbrengsten van de institutionele instelling voor collectieve belegging een bestemming krijgen en worden uitbetaald overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten,het beheerreglement of de statuten en het informatiedocument dat ter beschikking werd gesteld van de deelnemers.

Artikel 10 De opdracht van de bewaarder kan slechts worden beëindigd na kennisgeving aan de FOD Financiën van de identiteit van de nieuwe bewaarder of wanneer de institutionele instelling voor collectieve belegging niet langer op de lijst is ingeschreven overeenkomstig artikel 6 van dit koninklijk besluit.

Hoofdstuk 4. De beheervennootschap

Artikel 11 Onverminderd de mogelijkheid in hoofde van de institutionele beleggingsvennootschap om zelf het beheer van haar beleggingsportefeuille en/of haar administratie als bedoeld in artikel 3,9° van de wet van 20 juli 2004 waar te nemen, kunnen slechts de vennootschappen naar Belgisch recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatige collectieve beheer van portefeuilles van openbare instellingen voor collectieve belegging, alsook de ondernemingen naar buitenlands recht die dit bedrijf in België uitoefenen en de beleggingsondernemingen als bedoeld in Boek II, Titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs die over een vergunning beschikken om per cliënt op discretionaire basis beleggingsportefeuilles van één of meerdere financiële instrumenten te beheren op grond van een door de cliënten gegeven opdracht en kredietinstellingen als bedoeld in Titel II tot IV van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen optreden als beheervennootschap van een institutionele instelling voor collectieve belegging waarvan het statuut wordt geregeld door dit koninklijk besluit.
  Tot de benoeming van een beheervennootschap wordt wat de institutionele beleggingsvennootschappen betreft besloten door de raad van bestuur en wat de institutionele gemeenschappelijke beleggingsfondsen betreft door de algemene vergadering van deelnemers.

Artikel 12 De beheervennootschap staat ten aanzien van het institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds waarvoor zij als beheervennootschap optreedt in voor de vervulling van de beheertaken zoals omschreven in artikel 3, 9° van de wet van 20 juli 2004. De beheervennootschap die aldus instaat voor de aangeduide beheertaken kan deze taken onverminderd het bepaalde in artikel 26 van dit besluit delegeren over meerdere beheervennootschappen voor zover zij elk voldoen aan de overige voorwaarden bepaald in dit koninklijk besluit.

Hoofdstuk 5. Revisoraal toezicht

Artikel 13 De institutionele instellingen voor collectieve belegging moeten een commissaris aanstellen die de opdracht van commissaris uitoefent zoals bedoeld in het Wetboek van vennootschappen, zelfs indien zij daartoe krachtens dit laatste Wetboek, voorzover op hen van toepassing, niet verplicht zouden zijn.

Artikel 14 Slechts de overeenkomstig het reglement van 21 februari 2006 door de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen erkende revisoren en revisorenvennootschappen (ongeacht de rubriek waaronder ze zijn vermeld op de in uitvoering van dat reglement gepubliceerde lijst) kunnen worden aangesteld als commissaris van een institutionele instelling voor collectieve belegging. Voor het overige zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen met betrekking tot de benoeming, de bezoldiging, het ontslag, de herroeping en de bevoegdheden van de commissaris van rechtspersonen die worden beheerst door het Wetboek van vennootschappen, van toepassing op de commissaris die is aangesteld bij een institutioneel gemeenschappelijke beleggingsfonds. De algemene vergadering van deelnemers oefent in dat verband de bevoegdheden uit die door het Wetboek van vennootschappen worden toegekend aan de algemene vergadering van aandeelhouders.

Hoofdstuk 6. Financiële instrumenten uitgegeven door institutionele instellingen voor collectieve belegging

Artikel 15 Enig onderscheid tussen aandelenklassen in de zin van artikel 8, § 2, 2°, van de wet van 20 juli 2004 (indien het wordt gemaakt) beantwoordt aan :
  1° de munteenheid waarin de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming wordt uitgedrukt, waarin de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging worden uitgevoerd of waarin eventuele uitkeringen aan de aandeelhouders plaats vinden;
  2° de bijdrage tot de kosten voor het waarnemen van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 9°, a), of b), van de wet van 20 juli 2004 of tot de kosten die aan de deelnemers ten laste worden gelegd tot dekking van de verwerving en de realisatie van de activa naar aanleiding van de uitgifte, de inkoop en compartimentwijziging;
  3° het tarief van de verhandelingprovisie;
  4° het land waar de rechten van deelneming zullen worden aangeboden;
  5° de identiteit van de bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de rechten van deelneming;
  6° de dekking van het wisselkoersrisico;
  7° andere objectieve elementen die in de statuten of het beheerreglement worden verantwoord.
  In het geval bedoeld sub 1°, kan een bijkomend onderscheid worden gemaakt in functie van de dekking van het wisselkoersrisico.

Artikel 16 De inschrijving op, de inkoop van rechten van deelneming en de wijziging van compartiment (indien er bestaan) dienen minstens één maal per maand mogelijk te zijn en dienen, behoudens tijdens de initiële inschrijvingsperiode, te geschieden aan de toepasselijke netto-inventariswaarde.

Artikel 17 De financiële instrumenten uitgegeven door de institutionele instellingen voor collectieve belegging moeten voor de duur van de instelling op naam blijven.

Artikel 18 § 1. De financiële instrumenten die zijn uitgegeven door de institutionele instellingen voor collectieve belegging kunnen slechts worden verworven door institutionele of professionele beleggers
  § 2. Onverminderd de voorgaande alinea en bij toepassing van artikel 97 tweede lid van de wet van 20 juli 2004, doet (a) de toelating tot de verhandeling op een MTF zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 27 april 2007 tot omzetting van de Europese Richtlijn betreffende de markten voor financiële instrumenten of op een gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, van financiële instrumenten in een institutionele instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming, of (b) het feit dat financiële instrumenten in een dergelijke instelling voor collectieve belegging, door tussenkomst van derden, in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, geen afbreuk aan het institutionele karakter voor zover de institutionele instelling voor collectieve belegging passende maatregelen neemt om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van de houders van haar financiële instrumenten te waarborgen, en zij niet bijdraagt tot het bezit van haar financiële instrumenten door beleggers die geen institutionele of professionele beleggers zijn, dan wel een dergelijk bezit bevordert.
  § 3. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 97, eerste lid, 2° en tweede lid van de Wet van 20 juli 2004, wordt een institutionele instelling voor collectieve belegging geacht, voor de toepassing van artikel 97, derde lid van de wet van 20 juli 2004, de passende maatregelen te hebben genomen om de hoedanigheid van institutioneel of professioneel belegger van de houders van haar financiële instrumenten te waarborgen, wanneer zij aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° in de voorwaarden voor de uitgifte van financiële instrumenten van de institutionele instelling voor collectieve belegging, in haar beheerreglement of statuten, alsook in elk stuk dat betrekking heeft op de uitgifte van, de inschrijving op of de verwerving van door haar uitgegeven financiële instrumenten, is vermeld dat enkel institutionele of professionele beleggers, mogen inschrijven op door haar uitgegeven financiële instrumenten, deze financiële instrumenten mogen verwerven of in bezit houden;
  2° onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 463 en 465 van het Wetboek van vennootschappen is in het register van de financiële instrumenten op naam, op het certificaat van de inschrijving van de financiële instrumenten op naam in het register van de financiële instrumenten op naam, vermeld dat deze financiële instrumenten enkel mogen worden verworven of gehouden door institutionele of professionele beleggers;
  3° in elk bericht, in elke mededeling of in elk ander stuk met betrekking tot een verrichting met financiële instrumenten van de institutionele instelling voor collectieve belegging of waarin een dergelijke verrichting wordt aangekondigd of aanbevolen, dan wel met betrekking tot de toelating van dergelijke financiële instrumenten tot de verhandeling op een MTF zoals gedefinieerd in § 2 van dit artikel of op een gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, uitgaande van de institutionele instelling voor collectieve belegging of van een persoon die in haar naam of voor haar rekening handelt, moet zijn gepreciseerd dat enkel institutionele of professionele beleggers op deze financiële instrumenten mogen inschrijven, ze mogen verwerven of in bezit houden;
  4° indien er ingevolge de wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, een prospectus is vereist voor de toelating van financiële instrumenten uitgegeven door de institutionele instelling voor collectieve belegging, tot de verhandeling op een MTF zoals gedefinieerd in § 2 van dit artikel of op een gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, moet erin zijn vermeld dat deze financiële instrumenten enkel mogen worden gekocht of gehouden door institutionele of professionele beleggers;
  5° onverminderd de toepassing van artikel 17 van dit koninklijk besluit, zijn de financiële instrumenten die worden uitgegeven door de institutionele instelling voor collectieve belegging op naam, en elke belegger die inschrijft op financiële instrumenten van de institutionele instelling voor collectieve belegging of deze financiële instrumenten verwerft, bevestigt formeel en schriftelijk aan deze instelling dat hij een institutionele of professionele belegger is, en verbindt zich er ten aanzien van deze instelling toe om de betrokken financiële instrumenten enkel over te dragen aan een overnemer die op zijn beurt formeel en schriftelijk bevestigt aan de instelling dat hij een institutionele of professionele belegger is en dat hij zich ertoe verbindt om dezelfde bevestiging te vragen aan de volgende overnemer;
  6° bij uitgifte van financiële instrumenten op naam weigert de institutionele instelling voor collectieve belegging om in het register van de financiële instrumenten op naam een overdracht van financiële instrumenten aan een overnemer in te schrijven wanneer zij vaststelt dat deze overnemer geen institutionele of professionele belegger is;
  7° de institutionele instelling voor collectieve belegging schorst de betaling van de dividenden of interesten gekoppeld aan financiële instrumenten waarvan zij vaststelt dat zij in het bezit zijn van beleggers die geen institutionele of professionele belegger zijn;
  8° de in het 6° en 7° van deze alinea vastgestelde regeling wordt opgenomen in de uitgiftevoorwaarden, het beheerreglement of de statuten, in voorkomend geval in het prospectus voor de toelating tot de verhandeling op een MTF zoals gedefinieerd in § 2 van dit artikel of op een gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is, alsook in elk stuk met betrekking tot een verrichting met financiële instrumenten van een institutionele instelling voor collectieve belegging of waarin een dergelijke verrichting wordt aangekondigd of aanbevolen, dan wel met betrekking tot de toelating van dergelijke financiële instrumenten tot de verhandeling op een MTF zoals gedefinieerd in § 2 van dit artikel of op een gereglementeerde markt die voor het publiek toegankelijk is.

Artikel 19 Onverminderd artikel 23 van dit besluit en de eventuele toepassing van de Wet van 16 juni 2006 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, bepalen het beheerreglement of de statuten welke informatie voorafgaand aan de inschrijving op de door de institutionele instelling voor collectieve belegging uitgegeven financiële instrumenten door de institutionele instelling voor collectieve belegging ter kennis wordt gebracht van de inschrijver onder de vorm van een informatiedocument dat desgevallend onder elektronische vorm ter beschikking mag worden gesteld.

Artikel 20 Onverminderd respectievelijk de artikelen 11, § 5, en 15, § 4, van de wet van 20 juli 2004, kunnen inbrengen in natura in institutionele instellingen voor collectieve belegging gebeuren door andere institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming ingeschreven op de door artikel 3 van dit koninklijk besluit bedoelde lijst.

Hoofdstuk 7. Bedrijfsuitoefening

Sectie 1. Beleggingsbeleid

Artikel 21 Het beheerreglement of de statuten bepalen het beleggingsbeleid van de institutionele instelling voor collectieve belegging en duiden aan in welke financiële instrumenten en liquide middelen door de institutionele instelling voor collectieve belegging mag worden belegd.
  Tot de toegelaten financiële instrumenten bedoeld in artikel 7, eerste lid, 2° van de wet van 20 juli 2004 behoren de financiële instrumenten bedoeld in artikel 2 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten met inbegrip van elk dergelijk financieel instrument dat op één van de volgende manieren aan een bepaald financieel instrument gerelateerd is : (i) converteerbaar is in het betrokken financieel instrument of ertegen kan worden omgeruild; (ii) aan de titularis ervan het recht geeft het betrokken financieel instrument te verwerven of erop in te schrijven; (iii) door de emittent of een borg van het betrokken financieel instrument is uitgegeven of gewaarborgd, wanneer er een belangrijke correlatie tussen de koersen van beide instrumenten bestaat; (iv) een certificaat is dat het betrokken financieel instrument vertegenwoordigt of er de tegenwaarde van vormt; (v) een rendement geeft dat krachtens de uitgiftevoorwaarden specifiek gekoppeld is aan het koersverloop van het betrokken financieel instrument.

Artikel 22 Wanneer een institutionele beleggingsvennootschap verschillende compartimenten heeft, gelden de bepalingen van dit hoofdstuk voor ieder van deze compartimenten.

Artikel 23 De beleggingen van een institutionele instelling voor collectieve belegging dienen, volgens het beginsel van de risicospreiding, te stroken met haar doel en haar beleggingsbeleid, zoals nader te bepalen in het beheerreglement of de statuten en het informatiedocument dat ter beschikking werd gesteld van de deelnemers.
  De institutionele instelling voor collectieve belegging organiseert zich op dergelijke wijze dat zij op de tijdstippen bedoeld in artikel 16 en 27 van dit koninklijk besluit over voldoende liquide beleggingen beschikt om de aanvragen tot inkoop te kunnen honoreren.

Artikel 24 Het beheerreglement of de statuten bepalen de regelmaat en de wijze waarop aan de deelnemers zal worden gerapporteerd.

Artikel 25 Het beheerreglement of de statuten vermelden de maximum provisies en kosten die aan de institutionele instelling voor collectieve belegging worden aangerekend. In het beheerreglement of de statuten wordt inzonderheid gepreciseerd volgens welk maximum tarief en op welke wijze het beheer van de beleggingsportefeuille en de administratie van de institutionele instelling voor collectieve belegging, de verhandeling van haar rechten van deelneming en de bewaarneming van haar activa worden vergoed. Het beheerreglement of de statuten vermelden eveneens alle provisies en kosten die aan de deelnemers worden aangerekend, inzonderheid bij uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging. In het beheerreglement of de statuten wordt het maximum tarief gepreciseerd van die kosten en provisies en in welke mate hierover, eventueel, door de belegger onderhandeld kan worden.

Sectie 2. Voorkoming van belangenconflicten

Artikel 26 De institutionele instelling voor collectieve belegging en in voorkomend geval elk van haar compartimenten worden beheerd casu quo bestuurd op autonome wijze en in het uitsluitend belang van haar deelnemers.
  Indien de bewaarder en de beheervennootschap(pen) benoemd door een institutionele instelling voor collectieve belegging met elkaar verbonden rechtspersonen zijn, nemen zij maatregelen die voor een aangepaste scheiding zorgen tussen de activiteiten die onderling aanleiding kunnen geven tot belangenconflicten. Dit geldt eveneens bij elke verdere delegatie. Naar analogie met artikel 41, § 1, 8°, van de wet van 20 juli 2004, kan de uitoefening van de taken van de bewaarder en deze van de beheervennootschap(pen) evenwel niet in hoofde van een enkele rechtspersoon verenigd worden. De bewaarder kan evenmin deelnemen aan de effectieve leiding van een institutionele instelling voor collectieve belegging waarvoor hij optreedt als bewaarder of aan de effectieve leiding van de beheervennootschap aangesteld door een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds waarvoor hij optreedt als bewaarder.
  Een eventuele (sub)delegatie door een bewaarder of beheervennootschap van de haar door een institutionele instelling voor collectieve belegging opgedragen functie, kan geen afbreuk doen aan de eigen verantwoordelijkheid van de betrokken bewaarder of beheervennootschap, die voor de door die derde gestelde handelingen verantwoordelijk blijft alsof ze zelf zou hebben gesteld. Elke statutaire, reglementaire of contractuele bepaling die zou beogen die verantwoordelijkheid van de bewaarder of beheervennootschap te beperken zal voor niet geschreven worden gehouden.

Sectie 3. Berekening van de nettoinventariswaarde van rechten van deelneming en schorsing ervan; maatregelen bij foutieve berekening van de nettoinventariswaarde van rechten van deelneming

Artikel 27 Onverminderd artikel 16 bepalen het beheerreglement of de statuten wanneer de inschrijving op en inkoop van rechten van deelneming, alsook, in voorkomend geval, compartimentswijziging mogelijk is. Telkens wanneer de inschrijving op en inkoop van rechten van deelneming alsook, in voorkomend geval, compartimentswijziging mogelijk is, moet de institutionele instelling voor collectieve belegging de netto-inventariswaarde berekenen en meedelen aan de beleggers. Het beheerreglement of de statuten bepalen op welke wijze de institutionele instelling voor collectieve belegging deze netto-inventariswaarde berekent en meedeelt aan de beleggers.

Artikel 28 § 1. Het beheerreglement of de statuten bepalen op welke wijze de reële waarde van de activa en de passiva van de institutionele instelling voor collectieve belegging wordt bepaald.
  Het beheerreglement of de statuten bepalen de minimale mate waarin voor de bepaling van de netto-inventariswaarde een reële waarde in aanmerking wordt genomen die nog niet gekend was bij de afsluiting van de ontvangstperiode van de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentwijziging.
  § 2. Onverminderd de toepassing van andere bepalingen, worden de munteenheid voor de berekening van de netto-inventariswaarde en de regels voor de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming vastgesteld in het beheerreglement of de statuten van de institutionele instelling voor collectieve belegging.

Artikel 29 Indien categorieën van rechten van deelneming en/of aandelenklassen zijn gecreëerd en de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming per categorie en/of aandelenklasse kan verschillen, wordt de netto-inventariswaarde van deze rechten van deelneming, uitgedrukt in de betrokken munteenheid, per categorie en/of aandelenklasse meegedeeld volgens de modaliteiten bepaald overeenkomstig artikel 27.

Artikel 30 De bepaling van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming, evenals de uitvoering van de aanvragen tot uitgifte en inkoop van de rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging kunnen slechts worden geschorst in uitzonderlijke omstandigheden en voor zover de schorsing verantwoord is, rekening houdend met de belangen van de deelnemers. De nadere modaliteiten van deze mogelijkheid tot schorsing en de mededeling ervan worden omschreven in het beheerreglement of de statuten.
  In het in het eerste lid bedoelde geval moet de institutionele instelling voor collectieve belegging haar voornemen onverwijld volgens de in het beheerreglement of statuten bepaalde wijze meedelen aan de deelnemers.
  De schorsing bedoeld in het eerste lid kan, in voorkomend geval, beperkt worden tot één of meerdere categorieën van rechten van deelneming en dient beperkt te blijven tot een redelijke termijn, in acht genomen de omstandigheden.

Artikel 31 De persoon die de beheertaken voor institutionele instellingen voor collectieve belegging waarneemt bedoeld in artikel 3, 9°, b) van de wet van 20 juli 2004, brengt de bewaarder onmiddellijk op de hoogte bij de vaststelling van een significante fout bij de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming.
  Het beheerreglement of de statuten bepalen wat onder significante fout dient te worden verstaan en welke maatregelen de persoon die de beheertaken voor institutionele instelling voor collectieve belegging waarneemt dient te nemen teneinde aan de oorzaak van de fout te verhelpen, onverminderd het feit dat de institutionele instelling voor collectieve belegging de noodzakelijke verbeteringen dient aan te brengen aan de beheerstructuur en de procedures van interne controle indien een dergelijke significante fout zich voordoet.

Artikel 32 De persoon die de beheertaken voor de institutionele instelling voor collectieve belegging waarneemt bedoeld in artikel 3, 9°, b) van de wet van 20 juli 2004, herberekent de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming op basis van correcte gegevens voor de periode waarop de fout betrekking had. Hij bepaalt de schade die de institutionele instelling voor collectieve belegging en de beleggers hebben geleden. Het beheerreglement of de statuten bepalen de maatregelen die dienen te worden voorgesteld teneinde de schade te vergoeden die de institutionele instelling voor collectieve belegging of de beleggers hebben geleden en de wijze waarop zij daarvan op de hoogte worden gebracht.

Hoofdstuk 8. Boekhouding en Jaarrekening

Artikel 33 Wanneer een institutionele beleggingsvennootschap verschillende compartimenten heeft, gelden de bepalingen van dit hoofdstuk voor ieder van deze compartimenten en wordt een boekhouding gevoerd per compartiment.

Artikel 34 Elke institutionele instelling voor collectieve belegging stelt een jaarverslag op. Het door de institutionele instelling voor collectieve belegging op te stellen jaarverslag bevat een balans, een uitgesplitste rekening met de inkomsten en uitgaven van het boekjaar, een verslag over de werkzaamheden tijdens het voorbije boekjaar evenals elke betekenisvolle informatie waardoor de houders van rechten van deelneming zich met kennis van zaken een oordeel kunnen vormen over de evolutie van de werkzaamheden en de resultaten van de institutionele instelling voor collectieve belegging. Telkenmale het jaarverslag ter beschikking wordt gesteld van de deelnemers, wordt hen tevens en onder dezelfde vorm het verslag van de commissaris bij dat jaarverslag ter beschikking gesteld.

Artikel 35 De boekhouding van een institutionele instelling voor collectieve beleggingen wordt zodanig gevoerd dat de vermogensstaat en de rekening met de opbrengsten en kosten van de instelling evenals het aantal en de waarde van de rechten van deelneming kunnen worden bepaald.

Hoofdstuk 9. Vereffening

Artikel 36 § 1. Het beheerreglement of de statuten van een institutionele instelling voor collectieve belegging bepalen dat de beslissingen tot ontbinding van de institutionele instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van een beleggingsvennootschap worden genomen door de bevoegde algemene vergadering van deelnemers.
  In geval de beslissing tot ontbinding een compartiment van een institutionele beleggingsvennootschap betreft, bepalen de statuten van de beleggingsvennootschap dat de algemene vergadering van deelnemers van het betrokken compartiment bevoegd is om tot ontbinding van het compartiment te beslissen.
  Het beheerreglement of de statuten van een institutionele instelling voor collectieve belegging kunnen, desgevallend per compartiment van een beleggingsvennootschap, de modaliteiten van vereffening bepalen evenals één of meerdere vereffenaars aanduiden.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 kunnen het beheerreglement of de statuten van een institutionele instelling voor collectieve belegging voorzien in de ontbinding van rechtswege van de institutionele instelling voor collectieve belegging of een compartiment van een beleggingsvennootschap op de in het beheerreglement of de statuten bepaalde vervaldag.
  In dit geval vermelden het beheerreglement of de statuten de vereffeningswijze, de benoeming van één of meerdere vereffenaars en de wijze van afsluiting van de vereffening van de institutionele instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de institutionele beleggingsvennootschap. Indien de vereffening en de afsluiting van de vereffening betrekking hebben op een compartiment, bepalen de statuten van de betrokken institutionele beleggingsvennootschap op welke wijze de hieruit voortvloeiende statutenwijziging zal worden doorgevoerd.

Artikel 37 Van het besluit houdende vaststelling van de sluiting van de vereffening van de institutionele instelling voor collectieve belegging of van een compartiment van een institutionele beleggingsvennootschap wordt onverwijld door de vereffenaar bij een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs kennis gegeven aan de FOD Financiën, die overgaat tot schrapping van de institutionele instelling voor collectieve belegging of van het compartiment van de in artikel 3 bedoelde lijst.

Artikel 38 Het beheerreglement of de statuten van een institutionele instelling voor collectieve belegging bepalen dat de beslissingen tot fusie, splitsing of gelijkgestelde verrichtingen en tot inbreng van een algemeenheid of een bedrijfstak met betrekking tot de institutionele instelling voor collectieve belegging of een compartiment van de beleggingsvennootschap worden genomen door de bevoegde algemene vergadering van deelnemers.
  In geval de beslissingen bedoeld in het voorgaande lid een compartiment van een institutionele beleggingsvennootschap betreffen, bepalen de statuten van de beleggingsvennootschap dat de algemene vergadering van deelnemers van het betrokken compartiment bevoegd is om tot herstructurering van het compartiment te beslissen.

Artikel 39 De beslissing van het bevoegde orgaan waardoor de herstructurering voltrokken wordt, leidt, naar gelang het geval, tot de schrapping van de inschrijving van de (het) over te nemen, te splitsen of inbrengende institutionele instelling voor collectieve belegging of haar compartiment(en). Het bevoegde orgaan gaat daartoe over tot kennisgeving van de voltrekking van de herstructurering bij aangetekend schrijven tegen ontvangstbewijs aan de FOD Financiën, die overgaat tot schrapping van de institutionele instelling voor collectieve belegging en/of van de compartimenten van de beleggingsvennootschap van de in artikel 3 bedoelde lijst.
  Voor de toepassing van deze bepaling kan de oprichting van een institutionele instelling voor collectieve belegging of van een compartiment worden beschouwd als een beslissing van het bevoegde orgaan waardoor de herstructurering wordt voltrokken.

Hoofdstuk 10. Private privak

Artikel 40 In artikel 10, § 2, eerste lid, van het Koninklijk besluit van 23 mei 2007 met betrekking tot de private privak, worden de woorden " met toepassing van artikel 143, § 5, vierde lid, van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten " vervangen door de woorden " met toepassing van artikel 185bis, § 3, vierde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.

Hoofdstuk 11. Inwerkingtreding

Artikel 41 Dit besluit treedt in werking op de dag van de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 42 Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 7 december 2007.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën,
  D. REYNDERS.