Koninklijk besluit tot afwijking van de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 december 2013 tot uitvoering van artikel 37vicies/1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de toekenning van het statuut van persoon met een chronische aandoening in 2021 en 2022 ten gevolge van de COVID-19-pandemie
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2021033822
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Artikel 1 In afwijking van artikel 4, eerste lid, van artikel 5, eerste lid en van artikel 8, eerste lid, 1) van het koninklijk besluit van 15 december 2013 tot uitvoering van art. 37vicies/1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994:
- wordt het statuut chronische aandoening beoogd in artikel 37vicies/1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 toegekend in 2021 aan de rechthebbende die een totaal aan uitgaven voor geneeskundige verzorging bereikt van ten minste 300 euro tijdens elk kwartaal van 2019;
- wordt het bovenbedoeld statuut toegekend in 2022 aan de rechthebbende die een totaal aan uitgaven voor geneeskundige verzorging bereikt van ten minste 300 euro tijdens elk kwartaal van 2021.
Artikel 2 In afwijking van artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het bovenbedoeld statuut verlengd in 2022 als de rechthebbende een totaal van uitgaven voor geneeskundige verzorging bereikt van ten minste 1200 euro in 2019.
Artikel 3 De bedragen zoals bedoeld in de artikels 1 en 2 worden geïndexeerd overeenkomstig de artikels 4, tweede lid, en 10, tweede lid, van het voormelde koninklijk besluit van 15 december 2013.
Artikel 4 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021 en treedt buiten werking op 31 december 2022.
Artikel 5 De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
- wordt het statuut chronische aandoening beoogd in artikel 37vicies/1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 toegekend in 2021 aan de rechthebbende die een totaal aan uitgaven voor geneeskundige verzorging bereikt van ten minste 300 euro tijdens elk kwartaal van 2019;
- wordt het bovenbedoeld statuut toegekend in 2022 aan de rechthebbende die een totaal aan uitgaven voor geneeskundige verzorging bereikt van ten minste 300 euro tijdens elk kwartaal van 2021.
Artikel 2 In afwijking van artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het bovenbedoeld statuut verlengd in 2022 als de rechthebbende een totaal van uitgaven voor geneeskundige verzorging bereikt van ten minste 1200 euro in 2019.
Artikel 3 De bedragen zoals bedoeld in de artikels 1 en 2 worden geïndexeerd overeenkomstig de artikels 4, tweede lid, en 10, tweede lid, van het voormelde koninklijk besluit van 15 december 2013.
Artikel 4 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2021 en treedt buiten werking op 31 december 2022.
Artikel 5 De minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.