Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden onder welke kinderen van minder dan vijftien jaar arbeid aan boord van vissersvaartuigen mogen verrichten.
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 1964081804
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Artikel 1 Kinderen van tenminste veertien jaar oud, die aan een visserijschool studeren, mogen gedurende hun schoolvakanties bij gelegenheid deelnemen aan het werk aan boord van vissersvaartuigen, mits:1° het werk dat zij verrichten niet schadelijk is voor hun gezondheid of normale ontwikkeling, niet van die aard is dat hun schoolbezoek benadeeld wordt en geen zakelijk voordeel beoogt;2° (een meerderjarige bloed- of aanverwant) van het kind in de eerste, tweede of derde graad, in dienst is aan boord van het vaartuig, of dat vaartuig eigendom is van zijn vader of moeder. <KB 23-12-1975>(De daartoe aangeduide ambtenaren belast met de scheepvaartcontrole) waken voor het naleven van die voorwaarden. <KB 1999-05-03/88, Art. 11, 002; En vigueur : 01-04-1999>
Artikel 2 In afwijking van artikel 19, eerste lid, 2°, van de wet van 5 juni 1928, mogen kinderen die het certificaat van scheepsleerjongen of het diploma van aspirant-schipper ter visserij behaald hebben, tot de aanmonstering aan boord van vissersvaartuigen worden toegelaten en daartoe een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aangaan, op voorwaarde dat zij voldoen aan de eisen inzake gezondheid en lichamelijke gesteldheid om het beroep van visser uit te oefenen, en in het lopende kalenderjaar vijftien jaar oud worden.
Artikel 3 Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 2 In afwijking van artikel 19, eerste lid, 2°, van de wet van 5 juni 1928, mogen kinderen die het certificaat van scheepsleerjongen of het diploma van aspirant-schipper ter visserij behaald hebben, tot de aanmonstering aan boord van vissersvaartuigen worden toegelaten en daartoe een arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aangaan, op voorwaarde dat zij voldoen aan de eisen inzake gezondheid en lichamelijke gesteldheid om het beroep van visser uit te oefenen, en in het lopende kalenderjaar vijftien jaar oud worden.
Artikel 3 Onze Minister van Verkeerswezen is belast met de uitvoering van dit besluit.