Ministerieel besluit tot bepaling van de vergoeding voor beoordelaars ter uitvoering van artikel 58 en 107 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 mei 2014 betreffende de uitvoering van het decreet van 13 december 2013 houdende de ondersteuning van de professionele kunsten
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2015036072
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Artikel 1 Een lid van een erkenningscommissie voor een Kunstinstelling, als vermeld in artikel 69 van het Kunstendecreet van 13 december 2013, of van een beoordelingscommissie voor een kunstinstelling, als vermeld in artikel 85 van het voormelde decreet, kan aanspraak maken op een presentiegeld van 500 euro per dag en exclusief vervoersonkosten, voor de deelname aan vergaderingen en de uitvoering van werkbezoeken.
Een lid dat voor vergaderingen of werkbezoeken uit het buitenland moet overkomen, kan bijkomend aanspraak maken op een vergoeding voor het verblijf in België tijdens de periode van vergaderingen en werkbezoeken.
Artikel 2 Een lid van een beoordelingscommissie voor een ondersteunende organisatie, als vermeld in artikel 85 van het Kunstendecreet van 13 december 2013, van een commissie van experten voor de aankoop van kunstwerken, als vermeld in artikel 167 van het voormelde decreet, of van een beoordelingscommissie voor een organisatie, verantwoordelijk voor kunstspreiding, als vermeld in artikel 174 van het voormelde decreet kan aanspraak maken op de volgende vergoeding :
1° een presentiegeld van 90 euro per dagdeel, tot maximaal drie dagdelen per dag, voor de deelname aan vergaderingen en de uitvoering van werkbezoeken;
2° een forfaitaire vergoeding van 50 euro, voor de voorbereiding van een aanvraagdossier voor een werkingssubsidie;
3° een reisvergoeding voor vergaderingen en werkbezoeken, gebaseerd op de prijs van een treinrit eerste klas.
Een lid dat voor vergaderingen of werkbezoeken uit het buitenland moet overkomen kan bijkomend aanspraak maken op een vergoeding voor het verblijf in België tijdens de periode van vergaderingen en werkbezoeken.
Artikel 3 De vergoeding voor vergaderingen of werkbezoeken wordt uitbetaald aan de hand van de presentielijst die tijdens de vergadering of het werkbezoek is opgesteld. De vergoeding voor de voorbereiding van een aanvraagdossier wordt uitbetaald na de indiening van een verslag van de voorbereiding. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, kan daarvoor een model opleggen.
Artikel 4 De bedragen, vermeld in dit besluit, volgen de ontwikkeling van het gezondheidsindexcijfer zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast. De basisindex is de index die van toepassing is op 1 januari 2015.
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking op de tiende dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 1 en 3 van dit besluit hebben uitwerking met ingang van 18 februari 2015.
Een lid dat voor vergaderingen of werkbezoeken uit het buitenland moet overkomen, kan bijkomend aanspraak maken op een vergoeding voor het verblijf in België tijdens de periode van vergaderingen en werkbezoeken.
Artikel 2 Een lid van een beoordelingscommissie voor een ondersteunende organisatie, als vermeld in artikel 85 van het Kunstendecreet van 13 december 2013, van een commissie van experten voor de aankoop van kunstwerken, als vermeld in artikel 167 van het voormelde decreet, of van een beoordelingscommissie voor een organisatie, verantwoordelijk voor kunstspreiding, als vermeld in artikel 174 van het voormelde decreet kan aanspraak maken op de volgende vergoeding :
1° een presentiegeld van 90 euro per dagdeel, tot maximaal drie dagdelen per dag, voor de deelname aan vergaderingen en de uitvoering van werkbezoeken;
2° een forfaitaire vergoeding van 50 euro, voor de voorbereiding van een aanvraagdossier voor een werkingssubsidie;
3° een reisvergoeding voor vergaderingen en werkbezoeken, gebaseerd op de prijs van een treinrit eerste klas.
Een lid dat voor vergaderingen of werkbezoeken uit het buitenland moet overkomen kan bijkomend aanspraak maken op een vergoeding voor het verblijf in België tijdens de periode van vergaderingen en werkbezoeken.
Artikel 3 De vergoeding voor vergaderingen of werkbezoeken wordt uitbetaald aan de hand van de presentielijst die tijdens de vergadering of het werkbezoek is opgesteld. De vergoeding voor de voorbereiding van een aanvraagdossier wordt uitbetaald na de indiening van een verslag van de voorbereiding. De Vlaamse minister, bevoegd voor de culturele aangelegenheden, kan daarvoor een model opleggen.
Artikel 4 De bedragen, vermeld in dit besluit, volgen de ontwikkeling van het gezondheidsindexcijfer zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast. De basisindex is de index die van toepassing is op 1 januari 2015.
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking op de tiende dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 1 en 3 van dit besluit hebben uitwerking met ingang van 18 februari 2015.