Ordonnantie houdende goedkeuring van de algemene rekening en eindregeling van de begroting van de Diensten van de Regering voor het jaar 2010
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2016031138
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Titel 1. Uitvoeringsrekening van de begroting
Hoofdstuk 1. Middelenbegroting
Artikel 1 De raming van de vastgestelde rechten van de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor het begrotingsjaar 2010 bedraagt, in overeenstemming met de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Middelenbegroting " : 2.534.952.000,00 €
Artikel 2 De ten voordele van de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering vastgestelde rechten voor het begrotingsjaar 2010 bedragen, in overeenstemming met de bijgevoegde tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Middelenbegroting " : 2.365.402.027,64 €
Hoofdstuk 2. Algemene uitgavenbegroting
Artikel 3 De raming van de vastleggingskredieten ten laste van de Diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor het begrotingsjaar 2010 bedraagt, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene uitgavenbegroting " : 3.314.930.000,00 €
waarvan :
- vastleggingskredieten exclusief variabele kredieten 3.120.834.000,00 €
- variabele vastleggingskredieten 194.096.000,00 €
Artikel 4 De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen ontstaan of aangegaan tijdens dit begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken, de tijdens het begrotingsjaar opeisbare bedragen, vertegenwoordigen in het totaal, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 3.105.976.39,49 €
waarvan :
- vastleggingskredieten exclusief variabele kredieten 3.090.216.576,22 €
- variabele vastleggingskredieten 15.759.815,27 €
Artikel 5 De vereffeningskredieten ten laste van de Diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor het begrotingsjaar 2010 bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 3.097.914.000,00 €
waarvan :
- vereffeningskredieten exclusief variabele kredieten 2.898.182.000,00 €
- variabele vereffeningskredieten 199.732.000,00 €
Artikel 6 De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vereffend uit hoofde van de vastgestelde rechten die voortvloeien uit voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde verbintenissen bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 2.866.439.252,89 €
waarvan :
- vereffeningskredieten exclusief variabele kredieten 2.850.014.430,95 €
- variabele vereffeningskredieten 16.424.821,94 €
Artikel 7 Conform artikel 62 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en de artikelen 3 en 4 van deze ordonnantie :
a) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 1 januari 2010 : 1.700.558.329,40 €
b) bedragen de kredieten vermeld krachtens artikel 3 : 3.314.930.000,00 €
c) bedragen de aangerekende vastleggingen : 3.105.976.391,49 €
d) bedraagt het verschil tussen de aangerekende vastleggingen vermeld in punt c) en de kredieten vermeld in punt b) : 208.953.608,51 €
e) bedragen de geannuleerde vastleggingen : 83.959.739,42 €
f) bedragen de geannuleerde kredieten op het einde van het begrotingsjaar : 208.953.608,51 €
g) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 31 december 2010 : 1.856.134.262,53 €
en dit in overeenstemming met de bijgaande tabellen " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBCC) betreffende de vastleggingskredieten (exclusief de variabele kredieten) " en " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBBC) betreffende de variabele vastleggingskredieten ".
Titel 2. Jaarrekening
Hoofdstuk 1. Balansop 31 december 2010
Artikel 8 De balans op 31 december 2010 is als volgt :
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-03-2016, p. 17356-17357)
Hoofdstuk 2. De resultatenrekening
Artikel 9 De resultatenrekening is als volgt :
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-03-2016, p. 17358)
Hoofdstuk 3. De samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen
Artikel 10 De samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen van het jaar, in ontvangsten en uitgaven, is als volgt :
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-03-2016, p. 1735917363)
Titel 3. Aanvullende kredieten
Hoofdstuk 1. Annuleringen van nietbegrote taksen
Artikel 11 In 2010 werden buiten begroting gewesttaksen geannuleerd die oorspronkelijk waren aangerekend als budgettaire ontvangsten van jaren voorafgaand aan 2010, voor een totaal bedrag van 8,45 miljoen €. Dat heeft de facto aanleiding gegeven tot een kunstmatige verbetering van het begrotingsresultaat met hetzelfde bedrag. Deze annuleringen van gewestaaksen werden evenwel correct afgetrokken van het resultaat in de algemene boekhouding (cf. gedetailleerd verslag van de certificeringsaudit van het Rekenhof, p. 31).
Om de begrotingssituatie te regulariseren, is het dus nodig om 8,45 miljoen € als uitgaven te budgetteren door goedkeuring van aanvullende kredieten voor zowel vastleggingen als ordonnanceringen.
Aangezien de stemming over de begroting per programma gebeurt, werden niet-gebruikte vastleggingskredieten vastgesteld voor de volgende opdrachten en programma's :
Aangezien de stemming over de begroting per programma gebeurt, werden eveneens niet-gebruikte vereffeningskredieten vastgesteld, meer bepaald voor de volgende opdracht en programma :
Artikel 12 Om te beschikken over een uitgavenbudget van 8,45 miljoen om de annulering van de niet-begrote taksen te regulariseren, werd volgende basisallocatie gecreëerd : 06 003 55.03.3690 ESR waarop de onderstaande aanvullende vastleggingskredieten afkomstig van de hieronder vermelde programma's en opdrachten worden overgeboekt :
Artikel 13 Om te beschikken over een budget van 8,45 miljoen € in uitgaven om de annulering van de niet-begrote taksen te regulariseren, werd volgende basisallocatie gecreeerd : 06 003 55.03.3690 ESR waarop de volgende aanvullende vastleggingskredieten afkomstig van de hieronder vermelde programma's en opdrachten worden overgedragen :
Artikel 14 Ingevolge de bepalingen van de artikelen 4, 6, 11, 12 en 13 :
1. De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen ontstaan of aangegaan tijdens dit begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken, de tijdens het begrotingsjaar opeisbare bedragen, vertegenwoordigen in het totaal : 3.114.426.391,49 €
waarvan :
- vastleggingskredieten exclusief variabele kredieten 3.098.666.576,22 €
- variabele vastleggingskredieten 15.759.815,27 €
2. De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vereffend uit hoofde van de vastgestelde rechten die voortvloeien uit voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde verbintenissen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 2.874.889.252,89 €
waarvan :
- vereffeningskredieten exclusief variabele kredieten 2.858.464.430,95 €
- variabele vereffeningskredieten 16.424.821,94 €
Artikel 15 Ingevolge de bepalingen van de artikelen 4, 5, 10, 11, 12 en 13 en in overeenstemming met artikel 62 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle :
a) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 1 januari 2010 : 1.700.558.329,40 €
b) bedragen de kredieten vermeld krachtens artikel 3 : 3.314.930.000,00 €
c) bedragen de aangerekende vastleggingen : 3.114.426.391,49 €
d) bedraagt het verschil tussen de aangerekende vastleggingen vermeld in bovenstaande punt c) en de kredieten vermeld in bovenstaand punt b) : 200.503.608,51 €
e) bedragen de geannuleerde vastleggingen : 83.959.739,42 €
f) bedragen de geannuleerde kredieten op het einde van het begrotingsjaar 2010 : 200.503.608,51 €
g) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 31 december 2010 : 1.856.134.262,53 €
en dit in overeenstemming met de bijgaande tabellen " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBBC) betreffende de vastleggingskredieten (exclusief de variabele kredieten) " en " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBBC) betreffende de variabele vastleggingskredieten ".
Titel 4. Geconsolideerde rekening De geconsolideerde rekening als bedoeld in artikel 59 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle wordt voor het begrotingsjaar 2010 vervangen door de algemene rekening van de Diensten van de Regering waarbij de waardering van de financiële deelnemingen van de diensten van de Regering en de autonome bestuursinstellingen is opgenomen in het actief van de balans.
Hoofdstuk 1. Middelenbegroting
Artikel 1 De raming van de vastgestelde rechten van de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor het begrotingsjaar 2010 bedraagt, in overeenstemming met de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Middelenbegroting " : 2.534.952.000,00 €
Artikel 2 De ten voordele van de diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering vastgestelde rechten voor het begrotingsjaar 2010 bedragen, in overeenstemming met de bijgevoegde tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Middelenbegroting " : 2.365.402.027,64 €
Hoofdstuk 2. Algemene uitgavenbegroting
Artikel 3 De raming van de vastleggingskredieten ten laste van de Diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor het begrotingsjaar 2010 bedraagt, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene uitgavenbegroting " : 3.314.930.000,00 €
waarvan :
- vastleggingskredieten exclusief variabele kredieten 3.120.834.000,00 €
- variabele vastleggingskredieten 194.096.000,00 €
Artikel 4 De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen ontstaan of aangegaan tijdens dit begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken, de tijdens het begrotingsjaar opeisbare bedragen, vertegenwoordigen in het totaal, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 3.105.976.39,49 €
waarvan :
- vastleggingskredieten exclusief variabele kredieten 3.090.216.576,22 €
- variabele vastleggingskredieten 15.759.815,27 €
Artikel 5 De vereffeningskredieten ten laste van de Diensten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering voor het begrotingsjaar 2010 bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 3.097.914.000,00 €
waarvan :
- vereffeningskredieten exclusief variabele kredieten 2.898.182.000,00 €
- variabele vereffeningskredieten 199.732.000,00 €
Artikel 6 De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vereffend uit hoofde van de vastgestelde rechten die voortvloeien uit voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde verbintenissen bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 2.866.439.252,89 €
waarvan :
- vereffeningskredieten exclusief variabele kredieten 2.850.014.430,95 €
- variabele vereffeningskredieten 16.424.821,94 €
Artikel 7 Conform artikel 62 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle en de artikelen 3 en 4 van deze ordonnantie :
a) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 1 januari 2010 : 1.700.558.329,40 €
b) bedragen de kredieten vermeld krachtens artikel 3 : 3.314.930.000,00 €
c) bedragen de aangerekende vastleggingen : 3.105.976.391,49 €
d) bedraagt het verschil tussen de aangerekende vastleggingen vermeld in punt c) en de kredieten vermeld in punt b) : 208.953.608,51 €
e) bedragen de geannuleerde vastleggingen : 83.959.739,42 €
f) bedragen de geannuleerde kredieten op het einde van het begrotingsjaar : 208.953.608,51 €
g) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 31 december 2010 : 1.856.134.262,53 €
en dit in overeenstemming met de bijgaande tabellen " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBCC) betreffende de vastleggingskredieten (exclusief de variabele kredieten) " en " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBBC) betreffende de variabele vastleggingskredieten ".
Titel 2. Jaarrekening
Hoofdstuk 1. Balansop 31 december 2010
Artikel 8 De balans op 31 december 2010 is als volgt :
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-03-2016, p. 17356-17357)
Hoofdstuk 2. De resultatenrekening
Artikel 9 De resultatenrekening is als volgt :
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-03-2016, p. 17358)
Hoofdstuk 3. De samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen
Artikel 10 De samenvattende rekening van de begrotingsverrichtingen van het jaar, in ontvangsten en uitgaven, is als volgt :
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 16-03-2016, p. 1735917363)
Titel 3. Aanvullende kredieten
Hoofdstuk 1. Annuleringen van nietbegrote taksen
Artikel 11 In 2010 werden buiten begroting gewesttaksen geannuleerd die oorspronkelijk waren aangerekend als budgettaire ontvangsten van jaren voorafgaand aan 2010, voor een totaal bedrag van 8,45 miljoen €. Dat heeft de facto aanleiding gegeven tot een kunstmatige verbetering van het begrotingsresultaat met hetzelfde bedrag. Deze annuleringen van gewestaaksen werden evenwel correct afgetrokken van het resultaat in de algemene boekhouding (cf. gedetailleerd verslag van de certificeringsaudit van het Rekenhof, p. 31).
Om de begrotingssituatie te regulariseren, is het dus nodig om 8,45 miljoen € als uitgaven te budgetteren door goedkeuring van aanvullende kredieten voor zowel vastleggingen als ordonnanceringen.
Aangezien de stemming over de begroting per programma gebeurt, werden niet-gebruikte vastleggingskredieten vastgesteld voor de volgende opdrachten en programma's :
| Opdracht | Programma | |
| 27 | 003 | 6.983.450,13 € |
| 4 | 002 | 1.865.371,41 € |
| Zijnde in het totaal 8.848.821,54 € | ||
Aangezien de stemming over de begroting per programma gebeurt, werden eveneens niet-gebruikte vereffeningskredieten vastgesteld, meer bepaald voor de volgende opdracht en programma :
| Opdracht | Programma | |
| 27 | 002 | 4.709.332,84 € |
| 8 | 002 | 3.768.339,27 € |
| Zijnde in het totaal 8.477.672,11 € | ||
Artikel 12 Om te beschikken over een uitgavenbudget van 8,45 miljoen om de annulering van de niet-begrote taksen te regulariseren, werd volgende basisallocatie gecreëerd : 06 003 55.03.3690 ESR waarop de onderstaande aanvullende vastleggingskredieten afkomstig van de hieronder vermelde programma's en opdrachten worden overgeboekt :
| Opdracht | Programma | |
| 27 | 003 | 6.983.450,13 € |
| 4 | 002 | 1.466.549,87 € |
| Zijnde in het totaal 8.450.000,00 € | ||
Artikel 13 Om te beschikken over een budget van 8,45 miljoen € in uitgaven om de annulering van de niet-begrote taksen te regulariseren, werd volgende basisallocatie gecreeerd : 06 003 55.03.3690 ESR waarop de volgende aanvullende vastleggingskredieten afkomstig van de hieronder vermelde programma's en opdrachten worden overgedragen :
| Opdracht | Programma | |
| 27 | 002 | 4.709.332,84 € |
| 8 | 002 | 3.740.667,16 € |
| Zijnde in het totaal 8.450.000,00 € | ||
Artikel 14 Ingevolge de bepalingen van de artikelen 4, 6, 11, 12 en 13 :
1. De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vastgelegd uit hoofde van verbintenissen ontstaan of aangegaan tijdens dit begrotingsjaar en, voor de recurrente verbintenissen waarvan de gevolgen zich over meerdere jaren uitstrekken, de tijdens het begrotingsjaar opeisbare bedragen, vertegenwoordigen in het totaal : 3.114.426.391,49 €
waarvan :
- vastleggingskredieten exclusief variabele kredieten 3.098.666.576,22 €
- variabele vastleggingskredieten 15.759.815,27 €
2. De bedragen die tijdens het begrotingsjaar 2010 werden vereffend uit hoofde van de vastgestelde rechten die voortvloeien uit voorafgaandelijk of gelijktijdig vastgelegde verbintenissen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel " Uitvoeringsrekening van de begroting - Algemene Uitgavenbegroting " : 2.874.889.252,89 €
waarvan :
- vereffeningskredieten exclusief variabele kredieten 2.858.464.430,95 €
- variabele vereffeningskredieten 16.424.821,94 €
Artikel 15 Ingevolge de bepalingen van de artikelen 4, 5, 10, 11, 12 en 13 en in overeenstemming met artikel 62 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle :
a) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 1 januari 2010 : 1.700.558.329,40 €
b) bedragen de kredieten vermeld krachtens artikel 3 : 3.314.930.000,00 €
c) bedragen de aangerekende vastleggingen : 3.114.426.391,49 €
d) bedraagt het verschil tussen de aangerekende vastleggingen vermeld in bovenstaande punt c) en de kredieten vermeld in bovenstaand punt b) : 200.503.608,51 €
e) bedragen de geannuleerde vastleggingen : 83.959.739,42 €
f) bedragen de geannuleerde kredieten op het einde van het begrotingsjaar 2010 : 200.503.608,51 €
g) beloopt het uitstaand bedrag van de vastleggingen op 31 december 2010 : 1.856.134.262,53 €
en dit in overeenstemming met de bijgaande tabellen " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBBC) betreffende de vastleggingskredieten (exclusief de variabele kredieten) " en " Bijlage bij de uitvoeringsrekening (artikel 62 OOBBC) betreffende de variabele vastleggingskredieten ".
Titel 4. Geconsolideerde rekening De geconsolideerde rekening als bedoeld in artikel 59 van de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle wordt voor het begrotingsjaar 2010 vervangen door de algemene rekening van de Diensten van de Regering waarbij de waardering van de financiële deelnemingen van de diensten van de Regering en de autonome bestuursinstellingen is opgenomen in het actief van de balans.