Overeenkomst betreffende het verzet tegen effecten aan toonder in internationaal verkeer.

Date :
28-05-1970
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
8 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 1970052850

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Artikel 1 Tegen de effecten aan toonder in internationaal verkeer waarvan een persoon het bezit verliest hetzij door verlies, hetzij door diefstal, verduistering, oplichting of elke andere ongeoorloofde handeling, kan internationaal verzet worden gedaan onder de voorwaarden bepaald in deze Overeenkomst.

Artikel 2 Onder effecten aan toonder in de zin bedoeld bij deze Overeenkomst wordt verstaan :
  a) de effecten die wegens hun aard tot verhandeling ter beurze kunnen worden aanvaard, met uitsluiting van de bankbiljetten, voor zover het gaat om eigenlijke effecten aan toonder of om effecten die, volgens de regels van hun overdracht, als effecten aan toonder circuleren;
  b) de couponbladen en de coupons van die effecten, behalve indien het coupons betreft die slechts recht geven op een bedrag in geld.

Artikel 3 1. Alleen de effecten die voorkomen op een lijst die door de Secretaris-generaal van de Raad van Europa wordt opgemaakt en bijgewerkt na overleg met het "Internationaal Verbond van Effectenbeurzen" worden, in de zin bedoeld bij deze Overeenkomst, geacht in internationaal verkeer te zijn.
  2. Op de lijst worden de effecten aan toonder vermeld die in ten minste twee Lid-Staten van de Raad van Europa of Staten die tot deze Overeenkomst zijn toegetreden officieel ter beurze worden genoteerd, of een markt hebben waarvan de koersen geregeld worden bekendgemaakt.

Artikel 4 Het verzet dat krachtens deze Overeenkomst wordt gedaan, wordt internationaal bekendgemaakt.

Artikel 5 1. De modaliteiten inzake openbaarmaking en verspreiding van de in artikel 3 vermelde lijst, alsmede die inzake de internationale bekendmaking van het in artikel 4 bepaalde verzet, worden vastgesteld in het bij deze Overeenkomst gevoegde Reglement. Dat Reglement mag voorzien in de oprichting van een Centraal Bureau dat door het Comité van Ministers van de Raad van Europa zal worden aangewezen.
  2. Dat reglement kan te allen tijde worden gewijzigd door het Comité van Ministers van de Raad van Europa, in een vergadering, beperkt tot de vertegenwoordigers van de Lid-Staten die de Overeenkomst hebben bekrachtigd of aanvaard, na overleg met de Staten die overeenkomstig artikel 23, zijn toegetreden, en bij een beslissing die wordt genomen met een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen.

Artikel 6 1. De kosten, verbonden aan de bij artikel 3 voorgeschreven lijst, zijn ten laste van de Raad van Europa.
  2. De kosten, verbonden aan de oprichting en voor de werking van de bij artikel 7 bepaalde nationale instellingen, zijn ten laste van de Overeenkomstsluitende Partijen waarvan ze afhangen.
  3. Aan andere kosten, gemaakt ter uitvoering van deze Overeenkomst en van het Reglement zijn ten laste van de Overeenkomstsluitende Partijen en worden onder hen verdeeld volgens de bepalingen van paragraaf (b) van artikel 38 van het Statuut van de Raad van Europa.

Artikel 7 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen stelt de Secretaris-generaal van de raad van Europa in kennis van de naam en het adres van de nationale instelling die op haar grondgebied bevoegd is om de taken die haar bij deze Overeenkomst worden opgedragen, te vervullen.

Artikel 8 1. Elk verzoek om internationale bekendmaking van een verzet kan worden gericht tot een van de bij artikel 7 bedoelde instellingen.
  Dat verzoek omvat :
  a) de beschrijving van de effecten, met inbegrip van hun aard en gebeurlijk hun reeks en nominale waarde en, wat betreft de effecten van iedere categorie, hun nummers in opklimmende volgorde en alle andere inlichtingen die voor hun identificatie nodig zijn;
  b) de naam van de persoon die verzet doet en het adres waaraan hem elke kennisgeving die bij toepassing van deze Overeenkomst wordt gedaan, kan worden toegezonden;
  c) de hoedanigheid waarin hij die verzet doet, dat effect in zijn bezit had of de rechten die hij daarop laat gelden;
  d) de omstandigheden waarin hij die verzet doet, het bezit van het effect heeft verloren en de datum, althans bij benadering, van het verlies of van de ongeoorloofde handeling;
  e) indien bekend, de naam en het adres van de huidige houder van het effect.
  2. Het verzoek wordt door de nationale instelling afgewezen wanneer duidelijk blijkt :
  a) dat het niet voldoet aan de vereisten van deze Overeenkomst; of
  b) dat het nauwkeurige gegevens bevat.
  3. Het verzoek kan worden afgewezen indien de internationale bekendmaking van het verzet afhankelijk is van voorafgaande betaling van rechten en hij die verzet heeft gedaan, deze niet heeft betaald.

Artikel 9 Een verzet, gedaan door een nieuwe persoon ten aanzien van een effect dat reeds het voorwerp van een internationale bekendmaking vormt, wordt als onafhankelijk van het vroegere verzet beschouwd en wordt internationaal bekendgemaakt op de wijze, bepaald in het Reglement.

Artikel 10 Het door de nationale instelling ingediende verzoek tot internationale bekendmaking van het verzet, bevat alle in paragraaf 1 (a) van artikel 8 bedoelde gegevens.

Artikel 11 1. Zo spoedig mogelijk wordt overgegaan tot de internationale bekendmaking van de door de nationale instellingen verstrekte gegevens.
  2. De internationale bekendmaking vermeldt de nationale instelling waarvan het verzoek tot bekendmaking uitgaat. Eenieder mag aan die instelling mededeling vragen van de naam en van het adres van hem die verzet doet.
  3. Indien de instelling waarvan het verzoek tot bekendmaking uitgaat, een nieuw verzet tegen hetzelfde effect aanneemt, deelt zij ambtshalve de naam en het adres van de nieuwe persoon die verzet doet, mede aan de personen die inlichtingen hebben gevraagd over het vroegere verzet.
  4. Het ophouden van een internationaal verzet wordt eveneens zo spoedig mogelijk bekendgemaakt volgens de in het Reglement vastgestelde modaliteiten.

Artikel 12 1. De nationale instelling die de internationale bekendmaking van het verzet gevraagd heeft, is ertoe gehouden het ophouden ervan te vorderen :
  a) wanneer hij die verzet doet, verklaart de internationale bekendmaking van verzet niet wenst te handhaven ;
  b) wanneer de huidige houder van het effect de instelling heeft opgedragen zijn naam en adres aan hem, die verzet doet, mede te delen en hij die verzet doet, niet bewijst binnen een termijn van twee maanden, met ingang van die mededeling, een rechtsvordering tegen die houder te hebben ingesteld;
  c) wanneer die instelling vaststelt dat de handhaving van de internationale bekendmaking klaarblijkelijk ongegrond is.
  2. De nationale instelling van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan zich de markt bevindt waar de huidige houder het effect verkregen heeft, is ertoe gehouden het ophouden van de internationale bekendmaking van het verzet te vorderen, wanneer die instelling vaststelt dat het duidelijk is dat de huidige houder het effect op geldige wijze en te goeder trouw verkregen heeft vóór die bekendmaking.
  3. Wat de bepalingen van voorgaande paragraaf betreft, wordt met de verkrijging op een markt gelijkgesteld, het deponeren van een effect bij instellingen die door overschrijving van rekening op rekening de circulatie van de effecten verzekeren en gelijkaardige effecten mogen teruggeven zonder overeenstemming van nummers. De naam en het adres van die instellingen zullen vooraf aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa ter kennis gebracht worden door de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze zich bevinden.
  4. In de paragraaf 1 (c) en bij paragrafen 2 en 3 bepaalde gevallen, kan iedere Overeenkomstsluitende Partij in haar wetgeving bepalen dat de beslissing van haar nationale instelling moet berusten op een rechterlijke beslissing die, op aanvraag van de houder, wordt genomen volgens de procedure op verzoekschrift of volgens iedere andere eenvoudige en snelle procedure.
  5. Onder voorbehoud van voorgaande bepalingen, kunnen de voorwaarden waaronder de nationale instelling die de internationale bekendmaking van het verzet gevraagd heeft, het ophouden ervan kan of moet vorderen, worden bepaald door de wet van Overeenkomstsluitende Partij waarvan bedoelde instelling afhangt.
  6. De nationale instelling die het ophouden van de internationale bekendmaking van een verzet vordert, geeft hem die verzet doet, hiervan kennis. Die kennisgeving vermeldt de feiten waarop de beslissing gegrond is. In de bij paragraaf 2 en 3 bepaalde gevallen geschiedt de kennisgeving door bemiddeling van de nationale instelling die de internationale bekendmaking van het verzet gevraagd heeft.

Artikel 13 1. De rechtbanken van de Overeenkomstsluitende Partijen in het rechtsgebied waarvan :
  a) de nationale instelling die de internationale bekendmaking gevorderd heeft, gelegen is;
  b) de huidige houder zijn gewone verblijfplaats heeft;
  c) hij die verzet doet, zijn gewone verblijfplaats heeft;
  d) de instelling die het effect heeft uitgegeven haar zetel heeft;
  e) de markt waar de huidige houder het effect verkregen heeft, gelegen is,zijn bevoegd te beslissen over het ophouden van de internationale bekendmaking van het verzet, waarbij de huidige houder van het effect de keuze heeft onder die rechtbanken.
  2. De nationale instelling van de Overeenkomstsluitende Partij waarvan de rechtbank waarbij de zaak aanhangig gemaakt is, afhangt, zal het ophouden van de internationale bekendmaking van het verzet vragen, indien deze wordt bevolen bij een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.3.
  De in paragraaf 1 bedoelde rechtbanken kunnen de handhaving of het ophouden van de internationale bekendmaking van het verzet afhankelijk maken van voorwaarden die hetzij door hem die verzet doet, hetzij door de huidige houder dienen te worden vervuld.

Artikel 14 De beroepstussenpersonen kunnen weigeren op te treden bij de aankoop of de verkoop van een effect dat voorkomt in de internationale bekendmaking van met verzet bezwaarde effecten.

Artikel 15 1. De beroepstussenpersoon die, bij de uitvoering van een verkoop van naar de soort aangeduide effecten, een effect geleverd heeft dat, de dag van de levering het voorwerp uitmaakt van een internationale bekendmaking, is ertoe gehouden aan de al dan niet beroepstussenpersoon-koper een ander effect van dezelfde aard te leveren in ruil voor het met het verzet bezwaarde effect. Die bepaling is van toepassing iedere keer dat de beroepstussenpersoon in zijn eigen naam handelt, hetzij voor zijn rekening, hetzij voor andermans rekening.
  2. De bepalingen van voorgaande paragraaf doen geen afbreuk aan de andere rechten die de koper, overeenkomstig de toepasselijke wet kan doen gelden.

Artikel 16.1 Wanneer een effect, dat het voorwerp uitmaakt van een internationale bekendmaking van verzet, aangeboden wordt aan een beroepstussenpersoon of -bewaarnemer, aan hem zelf of aan zijn bedienden, na de dag waarop de internationale bekendmaking hem heeft bereikt, of hem had kunnen bereiken moet hij, indien hij het effect aanvaardt, de naam en het adres van de persoon die het hem heeft aangeboden, mededelen aan de nationale instelling die de internationale bekendmaking heeft gevraagd; hij stuurt deze mededeling toe hetzij rechtstreeks hetzij door bemiddeling van de nationale instelling van zijn land.
  Die bepaling betreft slechts effecten die aangeboden worden aan een beroepstussenpersoon of aan een bewaarnemer :
  a) tengevolge van aankoop, of
  b) met het oog op verkoop, of
  c) als onderpand ofd) in deposito, behoudens indien dat deposito bestaat in de enkele bewaring van het effect.
  2. De beroepstussenpersoon of beroepsbewaarnemer die zich niet schikt naar de bepalingen van voorgaande paragraaf, staat in voor het nadeel dat eruit voortvloeit.
  3. Iedere Overeenkomstsluitende Partij mag uit de toepassing van paragraaf 1, het geval uitsluiten waarin een beroepstussenpersoon of -bewaarnemer een effect ontvangt van een ander beroepstussenpersoon of -bewaarnemer van zijn land, mits de beroepstussenpersoon of -bewaarnemer die het effect ontvangt, gehouden blijft de schade te herstellen die voortvloeit uit het feit dat de bij paragraaf 1 bepaalde mededeling niet werd gedaan.4.
  Iedere Overeenkomstsluitende Partij mag in haar wetgeving bepalen dat de bij paragraaf 1 bedoelde mededeling afhankelijk is van het akkoord van de persoon die dat effect aangeboden heeft, en dat bij ontstentenis van zo 'n akkoord, de beroepstussenpersoon of -bewaarnemer de inontvangstneming van het effect moet weigeren.

Artikel 17 Indien, volgens de toepasselijke wet, de rechten op het met verzet bezwaarde effect afhangen van de goede trouw van een beroepstussenpersoon die het effect verkregen heeft van een persoon die het recht niet heeft erover te beschikken, is de goede trouw uitgesloten wanneer het ogenblik waarop genoemde tussenpersoon te goeder trouw had moeten zijn, valt na de dag waarop de internationale bekendmaking van het verzet hem heeft bereikt of hem had kunnen bereiken.

Artikel 18 1. De beroepstussenpersoon of de beroepswaarnemer die een effect in ontvangst heeft genomen dat hem werd aangeboden onder de bij paragraaf 1 van artikel 16 bepaalde voorwaarden en die een daad stelt die de terugverkrijging van het effect, door hem die verzet doet, onmogelijk of moeilijker maakt, staat in voor de schade die er voor deze laatste uit voortvloeit.
  2. De bij voorgaande paragraaf bedoelde aansprakelijkheid van de beroepstussenpersoon of van de beroepswaarnemer staat niet op het spel :
  a) door de teruggave van het effect aan de persoon die het hem had overhandigd;
  b) door de daden van louter beheer.

Artikel 19 De bepalingen van artikelen 16 en 18 beletten de Overeenkomstsluitende Partijen niet in hun wetgeving bijkomende verplichtingen of aansprakelijkheid ten laste van de beroepstussenpersonen of -bewaarnemers in te voeren of te handhaven.

Artikel 20 1. Deze Overeenkomst belet de Overeenkomstsluitende Partijen niet in hun wetgeving andere procedure, inzonderheid van nationaal verzet of van waardeloosverklaring, in te voeren of te handhaven om de personen te beschermen die het bezit verloren hebben van bij deze Overeenkomst bedoelde effecten.
  2. Elke nationale instelling vraagt voor die effecten internationale bekendmaking, onder de bij artikel 11 en bij het Reglement bepaalde voorwaarden, van nationaal verzet, waardeloosverklaringen en maatregelen strekkend tot waardeloosverklaring, reeds bekendgemaakt overeenkomstig het recht van de Overeenkomstsluitende Partij waarvan die instelling afhangt. Die internationale bekendmaking geschiedt als louter mededeling en brengt de bij deze Overeenkomst bedoelde juridische gevolgen niet met zich. Nochtans kan elke Overeenkomstsluitende Partij aan de procedures of maatregelen, ingesteld of genomen door een andere Partij, of aan de bekendmaking ervan de juridische gevolgen hechten die zij geschikt oordeelt.
  3. Het Reglement bepaalt indien, er onder welke voorwaarden, de nationale bekendmakingen die de inwerkingtreding van de Overeenkomst voorafgaan, het voorwerp van een internationale bekendmaking uitmaken.

Artikel 21 1. Indien het Reglement bepaalt dat de internationale bekendmaking door de nationale instellingen wordt gedaan, heeft elke Overeenkomstsluitende Partij de mogelijkheid haar uitgave van de internationale bekendmaking te beperken tot de effecten die officieel ter Beurze van haar land genoteerd zijn of die er een markt hebben, waarvan de koersen gewoonlijk bekendgemaakt worden.
  2. Wanneer effecten, waartegen verzet is gedaan, niet voorkomen in de uitgave van een nationale instelling, dan is de dag, waarop de erop betrekking hebbende internationale bekendmaking de tussenpersoon of de beroepswaarnemer zou kunnen bereikt hebben, in de zin van artikel 16 en 17, die waarop die instelling van de mededeling heeft kennis genomen.
  3. De beperking van een uitgave van de internationale bekendmaking in de zin van paragraaf 1 van dit artikel, wordt eveneens toegepast op de mededelingen die krachtens de paragrafen 2 en 3, van artikel 20 bekendgemaakt worden.

Artikel 22 1. Deze Overeenkomst staat ter ondertekening open voor de Lid-Staten die vertegenwoordigd zijn in het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Zij dient te worden bekrachtigd of aanvaard. De bekrachtigings- of aanvaardingsoorkonden zullen bij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa neergelegd worden.
  2. De Overeenkomst zal zes maanden na de datum van de nederlegging van de vierde bekrachtigings- of aanvaardingsoorkonde in werking treden.
  3. Ten opzichte van elke ondertekenende Staat die ze later zal bekrachtigen of aanvaarden zal zij drie maanden na de datum van de nederlegging van zijn bekrachtigings- of aanvaardingsoorkonde in werking treden.

Artikel 23 1. Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zal het Comité van Ministers van de Raad van Europa, volgens de door dat Comité gepast geachte modaliteiten, elke Staat die geen lid is van de Raad mogen uitnodigen tot deze Overeenkomst toe te treden.
  2. De toetreding zal geschieden door het nederleggen, bij de Secretaris-generaal van de Raad van Europa, van een toetredingsoorkonde die drie maanden na de datum van nederlegging er van van kracht zal worden.

Artikel 24 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij mag, op het ogenblik van de ondertekening of op het ogenblik van de nederlegging van haar bekrachtigings-, aanvaardings- of toetredingsoorkonde, het grondgebied of de grondgebieden waarop deze Overeenkomst zal toegepast worden, aanwijzen.
  2. Elke Overeenkomstsluitende Partij mag, op het ogenblik van de nederlegging van haar bekrachtigings-, aanvaardings- of toetredingsoorkonde, of op elk later ogenblik, de toepassing van deze Overeenkomst door middel van een aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring uitbreiden tot elk ander grondgebied dat in de verklaring is aangewezen en waarvan zij de internationale betrekkingen onderhoudt of waarvoor zij de bevoegdheid heeft te bedingen.
  3. Elke krachtens voorgaande paragraaf gedane verklaring kan, wat elk in die verklaring aangewezen grondgebied betreft, onder de bij artikel 26 van deze Overeenkomst bepaalde voorwaarden worden ingetrokken.

Artikel 25 Er wordt geen enkel voorbehoud toegestaan voor de bepalingen van deze Overeenkomst en van het Reglement.

Artikel 26 1. Deze overeenkomst blijft van kracht voor onbeperkte tijd.
  2. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan, wat haar betreft, deze Overeenkomst opzeggen door een kennisgeving te sturen aan de Secretaris-generaal van de Raad van Europa.
  3. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van de ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-generaal.

Artikel 27 De Secretaris-generaal van de Raad van Europa :1. Zal de bij artikel 7 van deze Overeenkomst geoogde Overeenkomstsluitende Partijen en nationale instellingen kennis geven van de overeenkomstig de bepalingen van bedoeld artikel bekomen inlichtingen.
  2. Zal de Lid-Staten die vertegenwoordigd zijn in het Comité van Ministers van de Raad van Europa en elke Staat die tot deze Overeenkomst is toegetreden, kennis geven van :
  a) elke ondertekening;
  b) de nederlegging van elke bekrachtigings-, aanvaardings- of toetredingsoorkonde;
  c) elke datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, overeenkomstig artikel 22;
  d) elke wijziging aangebracht aan het bij artikel 5 bepaalde Reglement;
  e) elke overeenkomstig paragraaf 3 van artikel 12 ontvangen kennisgeving;
  f) elke overeenkomstig de bepalingen van artikel 24 ontvangen verklaring;
  g) elke overeenkomstig de bepalingen van artikel 26 ontvangen kennisgeving en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
  Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Artikel N Bijlage. Reglement. <Zie ART N1 en ART N2>

Artikel N1 HOOFDSTUK I. 1. Binnen een termijn van maanden, te tekenen van de datum van nederlegging van de vierde bekrachtigingsoorkonde, wordt de in artikel 3 van de Overeenkomst vermelde lijst van de waarden in internationaal verkeer door de Secretaris-generaal van de Raad van Europa opgesteld en aan de in artikel 7 van voormelde Overeenkomst bepaalde instellingen alsook aan het in artikel 5 van de Overeenkomst bedoelde Centraal Bureau medegedeeld.
  2. De wijzigingen aan die, volgens artikel 3 van de Overeenkomst opgestelde lijst, worden door de Secretaris-generaal medegedeeld aan de nationale instellingen hebben gevolgd van en op de door de Secretaris-generaal bepaalde dag. Tenzij anders wordt vastgesteld, is die dag de eerste werkdag van de maand die volgt op de maand tijdens welke de wijziging aan de nationale instellingen werd medegedeeld.
  3. Om de zes maanden stelt de Secretaris-generaal een overzicht op van de wijzigingen en deelt die aan de nationale instellingen mede.
  4. De nationale instellingen zorgen voor de verspreiding van de lijst, van de wijzigingen en van het overzicht.

Artikel N2 HOOFDSTUK II.Afdeling I. _ Internationaal verzet en opheffing ervan.
  5. Met het oog op de uitwisseling van de inlichtingen tussen de nationale instellingen wordt onmiddellijk na het nederleggen van de vierde bekrachtigingsoorkonde een Centraal Bureau opgericht waarvan de naam en adres door de Secretaris-generaal aan de nationale instellingen worden meegedeeld.
  6. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de nationale instellingen en het Centraal Bureau op het telexnet aangesloten.
  De nationale instellingen en het Centraal Bureau kunnen, met de toestemming van de Secretaris-generaal, overeenkomen een ander telecommunicatiemiddel te gebruiken.
  7. Een nationale instelling die de bekendmaking van een internationaal verzet of de bekendmaking van een opheffing van het verzet vraagt, richt zich tot het Centraal Bureau.
  8. De nationale instelling geeft aan het Centraal Bureau de volgende inlichtingen door :
  a) de naam van het land waarvan de verzoekende instelling afhangt;
  b) het nummer van de aanvraag;
  c) de vermelding : verzet of opheffing van het verzet;
  d) de identificatie van het effect of de effecten overeenkomstig paragraaf 1 (a) van artikel 8 van de Overeenkomst, met inachtneming van de benaming waaronder het effect op de lijst van de waarden in internationaal verkeer voorkomt;
  e) de nummers van de effecten in opklimmende volgorde;
  f) in voorkomend geval, de vermelding, overeenkomstig artikel 9, van de Overeenkomst : "tweede, derde, enz., verzet";
  g) de vermelding "einde".In overeenstemming met het Centraal Bureau en met de nationale instellingen, mag voor het doorgeven van die inlichtingen gebruik worden gemaakt van afkortingen.
  9. In de gevallen van paragraaf 7 van dit Reglement, moet de nationale instelling de inlichtingen aan het Centraal Bureau doorgeven volgens een met dat Bureau overeengekomen rooster.
  10. Het Centraal Bureau deelt, volgens een tussen het Centraal Bureau en iedere nationale instelling overeengekomen rooster, aan alle nationale instellingen de inlichtingen mede die het van de verzoekende instellingen heeft gekregen.
  Het overeengekomen rooster moet derwijze worden opgesteld dat de in paragraaf 11 van dit Reglement bepaalde bekendmaking mogelijk is.
  11. Met inachtneming van de bepalingen van paragraaf 17 van dit Reglement, nemen de aangezochte instellingen de vereiste maatregelen om de inlichtingen die hen door het Centraal Bureau worden verstrekt, zo spoedig mogelijk en uiterlijk op de tweede werkdag na de ontvangst ervan, in het nieuwsblad, verzameling of inlichtingenblad naar hun keuze te kunnen publiceren.
  12. De bekendmaking geschiedt als volgt :
  a) "Overeenkomst van betreffende het verzet tegen effecten aan toonder in internationaal verkeer";
  b) één van de volgende vermeldingen; verzet of opheffing van het verzet;
  c) de door de verzoekende instelling gegeven inlichtingen onder paragraaf 8, leden (a), (d), (e) en (f).
  Afdeling II. _ Bekendmaking als loutere mededeling.
  13. De inlichtingen betreffende de in paragraaf 1 van artikel 20, van de Overeenkomst bedoelde procedures worden, tussen de nationale instellingen uitgewisseld overeenkomstig de bepalingen van afdeling I van dit hoofdstuk.
  14. De nationale instelling van de Staat waar die procedures hebben plaatsgehad wordt, in ieder geval, geacht daarvan kennis te hebben indien ze op het grondgebied van die Staat zijn bekendgemaakt in een nieuwsblad, verzameling of inlichtingenblad, speciaal tot voorlichting van beroepstussenpersonen bestemd.
  De nationale instelling moet de internationale bekendmaking vragen van het verzet, de waardeloosverklaringen en van de maatregelen tot waardeloosverklaring die vanaf de dag waarop de Overeenkomst van kracht is, op haar grondgebied worden bekendgemaakt.
  De nationale instelling mag, indien ze zulks wenselijk acht, de internationale bekendmaking vragen van verzet, waardeloosverklaringen en maatregelen tot waardeloosverklaringen die vóór die dag in het land werden bekendgemaakt en oordeelt over de wenselijkheid om het ophouden van de internationale bekendmaking aan te vragen.
  15. De nationale instelling geeft de inlichtingen onder de leden (a), (b), (d), (e) en (g) van paragraaf 8, van dit Reglement door aan het Centraal Bureau.
  De vermelding onder lid (c) van voormelde paragraaf 8, wordt door volgende woorden vervangen :
  "bekendmaking als louter mededeling", gevolgd, naar gelang van het geval, door de vermeldingen "verzet", "opheffing van het verzet", "maatregelen tot waardeloosverklaring", "waardeloosverklaring", "doorhaling" of door om het even welke andere passende vermelding.
  16. De inlichtingen worden door andere nationale instellingen dan die van het land waar de procedures hebben plaatsgehad, bekendgemaakt in het nieuwsblad, de verzameling of het inlichtingenblad, gekozen overeenkomstig paragraaf 11 van dit Reglement.
  Afdeling III. _ Bekendmaking in de Staten die gebruik hebben gemaakt van het recht bepaald in artikel 21 van de Overeenkomst.
  17. In een Staat die gebruik maakt van het in artikel 21 van de Overeenkomst bepaalde recht, neemt de instelling, die van de Staat afhangt, de volgende maatregelen :
  a) ze stelt een uittreksel op van de lijst der internationale bekendmakingen waarop althans de effecten voorkomen die in dat land officieel ter beurze worden genoteerd of er een markt hebben waarvan de koersen geregeld worden gepubliceerd, en zorgt voor de verspreiding ervan;
  b) ze publiceert, overeenkomstig de bepalingen van paragraaf 11, van onderhavig Reglement, de inlichtingen die haar door het Centraal Bureau worden verstrekt met betrekking tot de onder (a) bedoelde effecten;
  c) ze geeft aan alle personen die er om verzoeken de inlichtingen door die haar door het Centraal Bureau worden verstrekt, met betrekking tot andere effecten dan die welke onder (a) zijn bedoeld en op de lijst van de effecten in internationaal verkeer voorkomen.
  18. In een Staat die gebruik maakt van het in artikel 21 van de Overeenkomst bepaalde recht, moet in de bekendmaking met betrekking tot de andere effecten in internationaal verkeer dan die welke in het in paragraaf 17 (a) van dit Reglement bedoeld uittreksel voorkomen, vermeld staan dat de beroepstussenpersonen en beroepswaarnemers bij de nationale instelling dienen te informeren of er tegen die effecten verzet is gedaan.
  Afdeling IV. _ Talen en kosten.19. In elke Staat geschiedt de bekendmaking in de door de nationale instelling van die Staat bepaalde taal of talen.20. De kosten van de bekendmaking komen ten laste van de instelling die tot bekendmaking overgaat.