We zijn erg blij om te zien dat u van ons platform houdt! Op hetzelfde moment, hebt u de limiet van gebruik bereikt... Schrijf u nu in om door te gaan.

Programmadecreet 2015

Date :
02-03-2015
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
10 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2015201470

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.
Hoofdstuk 1. Persoonsgebonden aangelegenheden
Sectie 1. Kinderopvang
Artikel 1 Artikel 2, eerste lid, van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang wordt aangevuld met de bepalingen onder 5°, 6° en 7°, luidende :
  " 5° GAK : Gemeentelijke Adviescommissie inzake Kinderopvang;
  6° departement : het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor Gezin;
  7° Minister : de minister van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap die bevoegd is voor het gezinsbeleid. "

Artikel 2 In hetzelfde decreet wordt een artikel 3.1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 3.1. Hoedanigheden
  Alle in dit decreet vermelde hoedanigheden gelden voor beide geslachten. "

Artikel 3 Artikel 7, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De veiligheid van de ruimten wordt in het bijzonder aangetoond met een gunstig advies van de bevoegde commandant van de brandweerdienst over de brandveiligheid. "

Artikel 4 In hetzelfde decreet wordt tussen hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 een hoofdstuk 5.1 ingevoegd dat de artikelen 16.1 tot 16.4 omvat :
  " HOOFDSTUK 5.1. - Gemeentelijke adviescommissie inzake kinderopvang
  Art. 16.1. Installatie van de GAK
  De gemeenteraad van elke gemeente van het Duitse taalgebied installeert een GAK en legt het huishoudelijk reglement van die commissie vast.
  Art. 16.2. Samenstelling
  § 1. De GAK bestaat uit :
  1° een vertegenwoordiger van het gemeentecollege;
  2° een vertegenwoordiger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente;
  3° telkens één vertegenwoordiger per school die op het grondgebied van de gemeente gevestigd is;
  4° telkens één vertegenwoordiger per ouderraad van de scholen vermeld in de bepaling onder 3°.
  Voor elk in het eerste lid vermeld werkend lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen.
  § 2. Tot de GAK behoren ook met raadgevende stem :
  1° een vertegenwoordiger van de Minister;
  2° een vertegenwoordiger van het departement;
  3° een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
  4° andere plaatselijke partners die belangrijk zijn voor de kinderopvang en die door de GAK bij de beraadslagingen betrokken worden.
  De Regering kan nog andere dienstverrichters aanwijzen die een raadgevende stem in de GAK hebben.
  Art. 16.3. Werkwijze
  De vertegenwoordiger van het gemeentecollege zit de vergaderingen van de GAK voor. De voorzitter organiseert die vergaderingen op eigen initiatief of op schriftelijk verzoek van een belangstellende en/of op schriftelijk verzoek van een potentiële dienstverrichter.
  Een personeelslid van de gemeentediensten woont de vergaderingen van de GAK bij en maakt onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter de notulen op.
  De Regering kan de verdere werkwijze nader bepalen.
  Art. 16.4. Opdrachten
  § 1. Op verzoek van de Minister en binnen de door hem gestelde termijn of op eigen initiatief verstrekt de GAK de Minister advies over de volgende punten :
  1° de berekening van de behoeften inzake kinderopvang in de gemeente op korte en middellange termijn;
  2° het doen van aanbevelingen om het aanbod inzake kinderopvang te verbeteren, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden en het vaststellen van de kwantitatieve en kwalitatieve voorwaarden die daarvoor vervuld moeten zijn.
  § 2. De GAK geeft advies over alle nieuwe lokale initiatieven voor kinderopvang en zendt haar advies toe aan de Minister. Daartoe bezorgt de potentiële dienstverrichter alle daartoe nodige stukken vooraf aan de GAK.
  In het advies worden ten minste de volgende punten behandeld :
  1° de behoefte aan het nieuwe initiatief voor kinderopvang, met inachtneming van de geografische, demografische en socio-economische omstandigheden;
  2° de geschiktheid en de ligging van de geplande ruimten;
  3° het opvangconcept;
  4° de geplande opvangcapaciteit;
  5° de kostenbijdrage van de personen belast met de opvoeding;
  6° indien het advies niet unaniem is : een uiteenzetting van de verschillende standpunten.
  De GAK bezorgt haar advies aan de Minister binnen 90 dagen na ontvangst van de stukken van de potentiële dienstverrichter.
  In afwijking van het eerste lid kan de Regering uitzonderingen bepalen waarin, op grond van de beperkte draagwijdte van de betrokken initiatieven, geen advies van de GAK vereist is.
  § 3. De Regering kan de GAK nog andere taken opdragen. "

Sectie 2. Personen met een handicap
Artikel 5 In artikel 4, § 1, 4bis, vierde streepje, van het decreet van 19 juni 1990 houdende oprichting van een "Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung" (Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap), ingevoegd bij het decreet van 16 december 2003 en gewijzigd bij het decreet van 20 februari 2006, worden de woorden "door de in artikel 20 vermelde evaluatiecommissie" vervangen door de woorden "door het in artikel 20 vermelde gespecialiseerd adviesorgaan".

Artikel 6 In artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 16 december 2003, 20 februari 2006 en 15 maart 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1 wordt vervangen als volgt :
  " § 1. Op de voordracht van de raad van bestuur richt de Regering een gespecialiseerd adviesorgaan op.
  Het gespecialiseerd adviesorgaan is onafhankelijk en multidisciplinair; overeenkomstig de taken vermeld in het derde lid treedt het gespecialiseerd adviesorgaan op als raadgever, adviesgever en bemiddelaar. Bij zijn werk volgt het adviesorgaan een holistische benadering.
  Het gespecialiseerd adviesorgaan heeft de volgende taken :
  1° op verzoek van de raad van bestuur of de directeur :
  a) advies geven over de aanvragen om inschrijving van personen met een handicap en over individuele hulp- en begeleidingsprogramma's van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de socio-professionele integratie van personen met een handicap;
  b) advies geven om te bepalen of de therapeutische behandelingen, technisch-therapeutische hulpverlening, buitengewone pedagogische hulpmiddelen of heelkundige ingrepen die een kind of een jongere met een handicap krijgt of ondergaat al dan niet noodzakelijk zijn voor de maatschappelijke integratie;
  c) advies geven over situaties waarin leemten in het dienstverleningsnetwerk voor personen met een handicap opduiken of nieuwe behoeften van specifieke doelgroepen worden vastgesteld;
  d) advies geven over voorgestelde nieuwe projecten en dienstverleningen voor personen met een handicap;
  e) advies geven over deontologische vragen in de gehandicaptenzorg;
  2° op verzoek van de raad van bestuur of de directeur optreden als bemiddelaar in het kader van het klachtenbeheer;
  3° op basis van het VN-Verdrag van 13 december 2006 inzake de rechten van personen met een handicap concepten voor de uitvoering van het gehandicaptenbeleid in de Duitstalige Gemeenschap toetsen en advies daarover geven;
  4° in het kader van de door de Regering bepaalde voorwaarden en procedureregels de in artikel 30 bedoelde inrichtingen en verenigingen controleren;
  5° op verzoek van de raad van bestuur buitengewone adviesactiviteiten uitoefenen.
  Het gespecialiseerd adviesorgaan bestaat uit :
  1° twee leden van de raad van bestuur;
  2° twee deskundigen inzake socio-professionele integratie van personen met een handicap;
  3° een tewerkstellingsdeskundige;
  4° een onderwijsdeskundige.
  De Regering wijst de volgende personen aan op de voordracht van de raad van bestuur :
  1° de leden van het gespecialiseerd adviesorgaan;
  2° onder die leden de voorzitter van het adviesorgaan.
  De directeur kan de vergaderingen van het gespecialiseerd adviesorgaan met raadgevende stem bijwonen."
  2° In de § § 2 tot en met 4 worden de woorden "de evaluatiecommissie" vervangen door de woorden "het gespecialiseerd adviesorgaan", de woorden "De evaluatiecommissie" door de woorden "Het gespecialiseerd adviesorgaan" en de woorden "de in § 1 bepaalde evaluatiecommissie" door de woorden "het in § 1 bepaalde gespecialiseerd adviesorgaan ".

Artikel 7 In artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 februari 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid worden de woorden "van de evaluatiecommissie" vervangen door de woorden "van het in artikel 20 vermelde gespecialiseerd adviesorgaan";
  2° in het tweede lid worden de woorden "van de in artikel 20 vermelde evaluatiecommissie" vervangen door de woorden "van het gespecialiseerd adviesorgaan".

Sectie 3. Jeugdbijstand
Artikel 8 Het opschrift van het decreet van 9 mei 1988 betreffende de opvang van kinderen tot twaalf jaar en het Fonds voor zwangere vrouwen in noodsituatie en voor kinderbescherming, vervangen bij de decreten van 7 januari 2002 en 19 april 2010, wordt vervangen als volgt :
  " Decreet betreffende het Fonds voor bijzondere hulp aan kinderen en jongeren "

Artikel 9 In artikel 6bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 januari 1991 en gewijzigd bij de decreten van 20 februari 2006, 25 juni 2007, 19 april 2010 en 31 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "Fonds voor zwangere vrouwen in noodsituatie en voor kinderbescherming" vervangen door de woorden "Fonds voor bijzondere hulp aan kinderen en jongeren, hierna Fonds,";
  2° in § 1, tweede lid, worden de woorden "voor zwangere vrouwen in noodsituatie en voor kinderbescherming" opgeheven;
  3° in § 2 worden de woorden "voor zwangere vrouwen in noodsituatie en voor kinderbescherming" opgeheven;
  4° in § 3, tweede lid, worden de woorden "1° tot 3°" vervangen door de woorden "2° en 3°".

Sectie 4. Bejaarden
Artikel 10 Artikel 12, § 3, van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden, de seniorenresidenties en de psychiatrische verzorgingstehuizen, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2012, wordt opgeheven.

Hoofdstuk 2. Culturele aangelegenheden
Sectie 1. Cultuur
Artikel 11 In artikel 37, § 2, van het decreet van 18 november 2013 betreffende de ondersteuning van cultuur in de Duitstalige Gemeenschap worden de woorden "uiterlijk op 31 maart van het jaar waarin het project begint," vervangen door de woorden "uiterlijk op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het project begint,".

Artikel 12 Artikel 69, tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet wordt opgeheven.

Artikel 13 Artikel 80, § 1, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met bepalingen onder 4° en 5°, luidende :
  " 4° de rechtspersonen vermeld in artikel 11 van het decreet van 18 maart 2002 betreffende de infrastructuur die overeenkomstig hetzelfde decreet subsidie voor bouw- en/of uitrustingsprojecten in de culturele sector kunnen krijgen van de Duitstalige Gemeenschap;
  5° creatieve ateliers die ondersteund worden overeenkomstig het decreet van 16 december 2003 betreffende de bevordering van creatieve ateliers. "

Sectie 2. Jeugd
Artikel 14 Artikel 14, eerste lid, 7°, van het decreet van 6 december 2011 ter ondersteuning van het jeugdwerk wordt opgeheven.

Artikel 15 In hetzelfde decreet wordt tussen hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 een hoofdstuk 5.1 ingevoegd dat de artikelen 55.1 tot 55.4 omvat :
  " HOOFDSTUK 5.1. - Uitrustingsvoorwerpen
  Art. 55.1. Ondersteuningsprincipes
  § 1. Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering subsidie toekennen voor de aankoop van uitrustingsvoorwerpen die bestemd zijn voor de uitoefening van jeugdwerk en die niet tot een infrastructuur behoren; die subsidie is bedoeld om een deel van de kosten voor de vernieuwing of uitbreiding van de basisuitrusting te dekken.
  § 2. Subsidies voor uitrustingsvoorwerpen worden alleen toegekend :
  1° wanneer de Regering voor elke bestelling of elke aankoop haar schriftelijke toestemming heeft gegeven;
  2° wanneer de aanvrager zich schriftelijk ertoe verplicht :
  a) geen afstand te doen van de gesubsidieerde voorwerpen gedurende een periode van vijf jaar die ingaat op de dag van de uitbetaling van de subsidies en dit noch gratis, noch tegen betaling;
  b) de Regering te allen tijde toe te staan de gegevens te controleren en alle daarop betrekking hebbende documenten in te zien;
  c) zijn ontbinding onmiddellijk mee te delen aan de Regering.
  In geval van ontbinding worden de gesubsidieerde voorwerpen, in overleg met de Regering, ter beschikking gesteld van een andere jeugdorganisatie.
  Art. 55.2. Aanvraag
  § 1. De aanvraag kan worden ingediend door ondersteunde jeugdorganisaties.
  § 2. Om de subsidie tijdens het lopende begrotingsjaar te kunnen ontvangen, moeten de aanvragers hun aanvraag voor 31 maart van het betreffende jaar bij de Regering indienen.
  § 3. Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden gevoegd :
  1° een verklaring waaruit blijkt waarom de uitrusting moet worden aangeschaft;
  2° een kostenstaat.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, dient de aanvrager drie kostenramingen in indien de uitrusting meer dan 5.500 euro zonder btw kost.
  Art. 55.3. Subsidie
  Nadat is nagegaan dat de ondersteuningsvoorwaarden vervuld zijn, kan de Regering een subsidie voor uitrustingsvoorwerpen toekennen van ten hoogste 50 % .
  Art. 55.4. Plichten
  De uitrustingsvoorwerpen die aangekocht werden met subsidies die op grond van dit hoofdstuk werden toegekend, moeten tegen brand worden verzekerd wanneer ze op een en dezelfde plaats worden opgeslagen."

Sectie 3. Sport
Artikel 16 In artikel 22, § 1, tweede lid, 2°, van het sportdecreet van 19 april 2014, vervangen bij het decreet van 24 februari 2014, worden tussen de woorden "voor zover" en de woorden "het hoofd van de school" de woorden "de minister bevoegd voor Onderwijs of" ingevoegd.

Artikel 17 In hetzelfde decreet wordt een artikel 22.2 ingevoegd, luidende :
  " Art. 22.2. Ondersteuning van oefenmeesters, trainers en leerkrachten lichamelijke opvoeding
  Op gunstig advies van de Sportcommissie kan de Regering oefenmeesters, trainers en leerkrachten lichamelijke opvoeding een tegemoetkoming ten belope van hoogstens 50 % van de reis- en verblijfskosten en van het inschrijvingsgeld toekennen om deel te nemen aan opleidingen en voortgezette opleidingen in het binnen- en buitenland. "

Artikel 18 Artikel 23 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 24 februari 2014, wordt aangevuld met een vijfde lid, luidende :
  " Aan hooggekwalificeerde sportverenigingen voor personen met een handicap kan bovendien een jaarlijkse tegemoetkoming van 1.750 euro worden toegekend waarover ze vrij kunnen beschikken. "

Artikel 19 In artikel 24, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2014, worden tussen het woord "verplegingskosten" en het woord "verkrijgen" de woorden "en van het inschrijvingsgeld" ingevoegd.

Artikel 20 In artikel 24.1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 24 februari 2014, worden de woorden "hooggekwalificeerde sportvereniging" vervangen door de woorden "hooggekwalificeerde ploeg".

Artikel 21 In artikel 26 van hetzelfde decreet wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " Indien de goedkeuring van een reeds gesubsidieerd project één of meer jaren wordt verlengd, bedraagt de toelage vermeld in het eerste lid hoogstens 250 euro. "

Artikel 22 In artikel 30 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 24 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin worden de woorden "De in de artikelen 24, 24.1, 28 en 29 vermelde reiskosten" vervangen door de woorden "De in de artikelen 22.2, 24, 24.1, 28 en 29 vermelde reiskosten";
  2° de bepaling onder het tweede streepje wordt vervangen als volgt : "- voor verplaatsingen met gemeenschappelijke verkeersmiddelen gelden de bedragen die de vervoersonderneming heeft aangerekend."

Artikel 23 In artikel 31 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 december 2008 en 24 februari 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " De in artikel 22.2 bedoelde subsidie kan te allen tijde bij de Regering aangevraagd worden. Elke betrokkene dient de aanvraag persoonlijk in. De voor de subsidiëring noodzakelijke documenten worden bij de aanvraag gevoegd. "

Artikel 24 In artikel 39 van hetzelfde decreet wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " De sportraad verstrekt de in artikel 34 vermelde adviezen binnen 30 dagen na ontvangst van de aanvraag. Indien binnen de gestelde termijn geen advies is uitgebracht, wordt dit als een gunstig advies beschouwd. "

Artikel 25 In artikel 48 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt :
  " De dopingbestrijding en de dopingcontroles geschieden overeenkomstig het decreet van 16 januari 2012 ter bestrijding van doping in de sport. "
  2° in het tweede lid wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
  " 2° de lijst van de verboden stoffen en de verboden methoden in de zin van het decreet vermeld in het eerste lid; "

Artikel 26 Artikel 2, 3°, van het decreet van 20 november 2006 over het statuut van de sportschutters wordt vervangen als volgt :
  " 3° actieve sportschutter : sportschutter die een regelmatige activiteit heeft, d.w.z. die bewijzen kan dat hij per kalenderjaar aan ten minste twaalf schietoefeningen, georganiseerd door een schietfederatie of -club, heeft deelgenomen; "

Sectie 4. Volwassenenvorming
Artikel 27 In artikel 11 van het decreet van 17 november 2008 ter ondersteuning van de instellingen voor volwassenenonderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden "De Regering kan" vervangen door de woorden "Binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering";
  2°het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
  " 4° toelagen voor de aankoop van uitrustingsvoorwerpen die bestemd zijn voor de uitoefening van een activiteit op het gebied van volwassenenvorming en die niet tot een infrastructuur behoren; die toelagen zijn bedoeld om een deel van de kosten voor de vernieuwing of uitbreiding van de basisuitrusting te dekken. "
  3° het vijfde en het zesde lid worden vervangen als volgt :
  " Een aanvullende subsidie in de zin van het eerste lid, 4°, bedraagt hoogstens 50 % van de uitgaven. Ze kan alleen gegeven worden :
  1° wanneer de Regering voor elke bestelling of elke aankoop haar schriftelijke toestemming heeft gegeven;
  2° wanneer de aanvrager zich schriftelijk ertoe verplicht :
  a) geen afstand te doen van de gesubsidieerde voorwerpen gedurende een periode van vijf jaar die ingaat op de dag van de uitbetaling van de subsidies en dit noch gratis, noch tegen betaling;
  b) de Regering te allen tijde toe te staan de gegevens te controleren en alle daarop betrekking hebbende documenten in te zien;
  c) zijn ontbinding onmiddellijk mee te delen aan de Regering;
  d) de met subsidie aangekochte uitrustingsvoorwerpen tegen brand te verzekeren, wanneer ze op een en dezelfde plaats opgeslagen worden.
  De aanvraag om subsidie in de zin van het eerste lid, 1°, 2° en 4°, wordt jaarlijks uiterlijk op 31 maart bij het Ministerie ingediend. De aanvraag om subsidie in de zin van het eerste lid, 3° en 4°, wordt ingediend vóór de organisatie of de deelneming aan een opleiding of voortgezette opleiding, resp. vóór de aankoop van het uitrustingsvoorwerp.
  Bij de aanvraag in de zin van het eerste lid, 1°, 2° en 3°, wordt een gedetailleerde staat van de ontvangsten en uitgaven en een beschrijving van de geplande activiteit gevoegd. Bij de aanvraag in de zin van het eerste lid, 4°, worden de volgende stukken gevoegd :
  1° een verklaring waaruit blijkt waarom de aankoop noodzakelijk wordt geacht;
  2° een kostenstaat. De aanvrager dient drie kostenramingen in wanneer de totale kostprijs van de aangevraagde uitrustingsvoorwerpen meer dan 5.500 euro zonder btw bedraagt. "

Artikel 28 In artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " In geval van ontbinding worden de overeenkomstig artikel 11 gesubsidieerde uitrustingsvoorwerpen, in overleg met de Regering, ter beschikking gesteld van een andere instelling voor volwassenenonderwijs. "

Sectie 5. Media
Artikel 29 In artikel 90, eerste lid, van het decreet van 27 juni 2005 over de audiovisuele mediadiensten en de filmvoorstellingen, gewijzigd bij het decreet van 13 februari 2012, wordt het woord "drie" vervangen door de woorden "minstens drie en hoogstens vier".

Artikel 30 In artikel 91, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "of deskundigen zijn op het gebied van de elektronische communicaties" vervangen door de woorden ", deskundigen zijn op het gebied van de elektronische communicatie of het ambt van magistraat van het openbaar ministerie, van gewoon rechter of van staatsraad uitoefenen resp. uitgeoefend hebben."

Hoofdstuk 3. Lokale besturen
Artikel 31 In artikel L1122-13 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, gewijzigd bij het decreet van het Waals Gewest van 31 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1. in § 1, vierde lid, worden de woorden "elk lid van de gemeenteraad" vervangen door de woorden "elk lid van de gemeenteraad dat daarom verzoekt";
  2. in § 1, vijfde lid, worden de woorden "huishoudelijk reglement" voor de eenvormigheid vervangen door de woorden "reglement van orde";
  3. in § 2, tweede lid, worden de woorden "huishoudelijk reglement" voor de eenvormigheid vervangen door de woorden "reglement van orde".

Artikel 32 In artikel L1122-18 van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij de decreten van het Waals Gewest van 8 december 2005 en 26 april 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde, vierde en vijfde lid worden de woorden "huishoudelijk reglement" voor de eenvormigheid vervangen door de woorden "reglement van orde";
  2° in het zesde lid worden de woorden "het welwillend gehoor en de informatie van de bewoner" vervangen door de woorden "de bereidheid om naar de burgers te luisteren en de informatieverstrekking aan de burgers".

Artikel 33 In artikel 1122-23, § 2, vijfde lid, van hetzelfde wetboek, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2014, worden de woorden "aan de plaatselijke overheid" opgeheven.

Artikel 34 Artikel L1122-33, § 2, eerste lid, 1°, van hetzelfde wetboek, wordt vervangen als volgt :
  " 1° de administratieve geldboete tot het wettelijk vastgestelde maximumbedrag; "

Artikel 35 Artikel L1124-19 van hetzelfde wetboek, vervangen bij het decreet van het Waals Gewest van 18 april 2013, wordt vervangen als volgt :
  " Art. L1124-19. Als de directeur-generaal afwezig is of de betrekking vacant is en er geen adjunct-directeur-generaal in de gemeente is, wijst het gemeentecollege een waarnemend directeur-generaal aan voor een verlengbare termijn van maximum drie maanden.
  Voor een doorlopende periode van hoogstens dertig dagen kan het gemeentecollege de directeur-generaal machtigen om zelf een vervanger aan te wijzen. "

Artikel 36 In artikel L1124-44, § 2, tweede lid, van hetzelfde wetboek, vervangen bij het decreet van het Waals Gewest van 18 april 2013, worden de woorden "elke week" vervangen door de woorden "elke maand".

Artikel 37 In artikel L1213-1 van hetzelfde wetboek wordt na het eerste lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " Het gemeentecollege is bevoegd voor tijdelijke aanstellingen van personeel. De tijdelijke aanstellingen door het gemeentecollege worden binnen een termijn van drie maanden door de gemeenteraad goedgekeurd. "

Artikel 38 In artikel L1222-3, tweede lid, van hetzelfde wetboek wordt het woord "gewone" opgeheven.

Artikel 39 In de Duitse tekst van artikel L1522-5, § 1, eerste lid, van hetzelfde wetboek, vervangen bij het decreet van het Waals Gewest van 19 juli 2006, wordt het woord "Verwaltungsrats" vervangen door de woorden "geschäftsführenden Ausschusses".

Artikel 40 In artikel 1 van het decreet van 20 december 2004 houdende organisatie van het gewone administratieve toezicht op de gemeenten van het Duitse taalgebied, gewijzigd bij het decreet van 15 maart 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt tussen het woord "politiezonen," en de woorden "autonome gemeentebedrijven" het woord "hulpverleningszones," ingevoegd;
  2° na het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " Voor zover de beslissing van een overheid van een hulpverleningszone met toepassing van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid onderworpen is aan een specifiek toezicht, kan tegen deze beslissing geen toezichtsmaatregel worden genomen wegens de overtreding van een bepaling genomen door of krachtens die wet. "

Artikel 41 In artikel 2, 2°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 19 mei 2008 en 15 maart 2010, worden tussen de woorden "het politiecollege," en de woorden "de kerkfabriekraad" de woorden "de raad van de hulpverleningszone, het college van de hulpverleningszone," ingevoegd.

Artikel 42 In artikel 4, tweede lid, van het decreet van 15 december 2008 betreffende de financiering van de gemeenten en van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn door de Duitstalige Gemeenschap wordt tussen de eerste en de tweede zin een zin ingevoegd, luidende :
  " De ontvangsten van de gemeenten op grond van de beslissing van het Comité van ministers van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie houdende wijziging van de beslissing van 24 oktober 1975 betreffende de toepassing van artikel 8 van de gecoördineerde Overeenkomst tot oprichting van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie", gedaan te Brussel op 14 december 2001, worden gelijkgesteld met de genoemde jaarlijkse ontvangsten uit de opcentiemen op het inkomen van natuurlijke personen. "

Hoofdstuk 4. Infrastructuur
Artikel 43 In artikel 11 van het decreet van 18 maart 2002 betreffende de infrastructuur, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 2007 en 27 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 3.1, luidende :
  " 3.1 de in artikel 2, eerste lid, 1°, en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijke ruimte voor een seniorenresidentie in de zin van artikel 1, 8°, van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden, de seniorenresidenties en de psychiatrische verzorgingstehuizen; "
  2° het tweede lid, 11°, wordt opgeheven.

Artikel 44 In artikel 21, § 2, vierde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2005, wordt de datum "15 september" vervangen door de datum "1 september".

Artikel 45 In artikel 24, § 2, derde lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 juni 2007, wordt de datum "15 september" vervangen door de datum "1 september".

Artikel 46 Artikel 39, § 3, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 23 juni 2008, wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Is de aanvrager een van de privaatrechtelijke personen bedoeld in artikel 11, eerste lid, dan :
  1° bedraagt de toelage, in afwijking van artikel 16, 40 % van het totale subsidieerbare bedrag van de aanneembare uitgaven, met een maximum van 100.000 euro per aanvraag voor een gerangschikt goed;
  2° kan een nieuwe aanvraag ten vroegste twee jaar na een vaste belofte voor een bepaald goed in aanmerking worden genomen, tenzij ingestemd wordt met de in artikel 22 vermelde spoed;
  3° is artikel 4 niet van toepassing. "

Artikel 47 In hetzelfde decreet wordt een artikel 42.1 ingevoegd, luidende :
  " Art. 42.1. Gemeenschappelijke ruimten voor seniorenresidenties
  De toelage voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijke ruimte voor een seniorenresidentie wordt slechts overeenkomstig artikel 18 uitbetaald, indien de betrokken seniorenresidentie beschikt over het kwaliteitslabel vermeld in artikel 10.2 van het decreet van 4 juni 2007 betreffende de woon-, begeleidings- en verzorgingsstructuren voor bejaarden, de seniorenresidenties en de psychiatrische verzorgingstehuizen. "

Hoofdstuk 5. Financiën en begroting
Artikel 48 Artikel 46, vierde lid, van het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap, ingevoegd bij het decreet van 13 februari 2012 en gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt aangevuld met een zesde streepje, luidende :
  " - de vzw-fracties vermeld in artikel 2 van het besluit van het Parlement van 3 november 2014 betreffende de financiële en materiële ondersteuning van de erkende fracties, de niet-erkende fracties en de fractielozen. "

Artikel 49 Artikel 68, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met de volgende zin :
  " Alleen binnen de organisatieafdeling voor de infrastructuuruitgaven kunnen de vastleggingskredieten over alle basisallocaties van die organisatieafdeling herverdeeld worden. "

Artikel 50 In artikel 84 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " Indien de rekenplichtige van de dienst met afzonderlijk beheer overeenkomstig artikel 83, tweede lid, correcties in de boekhouding verricht, zendt hij - in afwijking van het eerste lid - het gecorrigeerde jaarverslag zelf toe aan het Rekenhof. Tegelijk zendt hij de Regering ter informatie een kopie van de gecorrigeerde jaarrekening. "

Artikel 51 In artikel 99 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 februari 2013, wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " Indien de rekenplichtige van de instelling van openbaar nut overeenkomstig artikel 98, tweede lid, correcties in de boekhouding verricht, zendt hij - in afwijking van het eerste lid - het gecorrigeerde jaarverslag zelf toe aan het Rekenhof. Tegelijk zendt hij de Regering ter informatie een kopie van de gecorrigeerde jaarrekening. "

Artikel 52 In artikel 105 van hetzelfde decreet wordt na het tweede lid een nieuw lid ingevoegd, luidende :
  " De verplichting vervat in het tweede lid geldt niet voor wijzigingen van beheerscontracten met inrichtingen of diensten die overeenkomstig artikel 57, § 2, tweede lid, gesubsidieerd worden, wanneer die wijzigingen het bedrag van de subsidie via een addendum bij het beheerscontract aanpassen. De Regering zendt het Parlement dan ter informatie een kopie van het aangepaste beheerscontract. "

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 53 Dit decreet treedt in werking de dag waarop het wordt bekendgemaakt, met uitzondering van :
  1° de artikelen 15, 17, 22, 1°, 23, 27 en 28 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2014;
  2° de artikelen 1, 2, 3, 4, 10, 18, 19, 20, 21, 22, 2°, 24, 25, 29, 30, 40, 41, 43, 46 en 47, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2015;
  3° de artikelen 11 en 16, die op 1 september 2015 in werking treden.