Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de inhouding van de bijdrage in die kosten door de besturen.
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 1999A00608
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Artikel L De verschillende partijen komen overeen dat de federale overheid voor de recuperatie van alle uitgaven en bijdragen ten behoeve van de gewestelijke ontvangers de bij dit akkoord vastgestelde verdeling van de kosten dient te hanteren.
Artikel 2 De uitgaven en bijdragen van de gewestelijke ontvangers worden/ per provincie en per kalenderjaar op volgende wijze omgeslagen:
1° Per kalenderjaar wordt het bedrag van de om te slagen kosten vastgesteld.
Dit bedrag wordt bekomen door de som van de kosten van de gewestelijke ontvangers te verminderen met de investeringskosten gedaan voor een bepaald bestuur. Die investeringskosten worden aangerekend aan het bestuur voor hetwelk die uitgaven verricht werden.
2° De gemiddelde kostprijs van een gewestelijke ontvanger wordt berekend door het bedrag bekomen op de in 1° bepaalde wijze te delen door het totaal aantal gewestelijke ontvangers voor wie de om te slagen kosten werden verricht.
Het totaal aantal gewestelijke ontvangers wordt pro rata per maand berekend.
3° Van de gemiddelde kostprijs van een gewestelijke ontvanger bekomen op de in 2° bepaalde wijze wordt per bestuur, bediend door een gewestelijke ontvanger, een bepaald procent berekend.
Voor de gemeentebesturen is dit procent afhankelijk van het aantal inwoners en wordt er eveneens rekening gehouden met de klasseverheffing in toepassing van artikel 29 van de nieuwe gemeentewet.
Voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn is dit procent afhankelijk van het aantal inwoners en wordt er eveneens rekening gehouden met de belangrijkheid van de ontplooide activiteiten of het beschikken over een instelling van een zekere omvang. De gouverneur van de provincie bepaalt de categorie tot dewelke elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn behoort. Hij onderwerpt dit voorstel aan het advies van de respectieve minister die bevoegd is voor het toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, in geval van een gunstig advies of bij het ontbreken van een advies binnen een termijn van 45 dagen, waarbij de postdatum als bewijs van verzending geldt, wordt het voorstel van de gouverneur definitief. In geval van een ongunstig advies en indien de gouverneur zich niet bij dit advies kan neerleggen, zendt hij het dossier voor beslissing naar de minister van Binnenlandse Zaken.
De procenten zijn de volgende:
Bevolkingscijfer Bij te dragen Bij te dragen percentage
gemeenten percentage O.C.M.W.'s
gemeenten Categorie A Categorie B
zonder met
instellingen instellingen of
belangrijke
activiteit
1. < 501 5 % 3 % 4 %
2. 501 - 1 500 15 % 6 % 9 %
3. 1 501 - 3 000 20 % 9 % 12 %
4. 3 001 - 4 000 27 % 12 % 16 %
5. 4 001 - 5 000 33 % 14 % 19 %
6. 5 001 - 6 000 40 % 17 % 27 %
7. 6 001 - 8 000 55 % 24 % 34 %
8. 8 001 - 10 000 70 % 30 % 40 %
9. 10 001 - 15 000 90 % 39 % 51 %
10. 15 001 - 20 000 100 % 43 % 57 %
11. 20 001 - 25 000 100 % 90 % 90 %
12. 25 001 100 % 100 % 100 %
4° Het verschil wordt berekend tussen de som van de bijdragen berekend overeenkomstig 3° en de som der om te slagen kosten berekend overeenkomstig 1°. Dit verschil wordt op evenredige wijze, gebruik makend van dezelfde verdeelsleutel als vastgesteld in 3° van dit artikel, verdeeld over de besturen.
Artikel 3 De recuperatie van de kosten bedoeld in artikel 2 kan gebeuren bij wijze van maandelijkse voorschotten die aangerekend worden aan de besturen die bediend worden door een gewestelijke ontvanger. Dit maandelijkse voorschotten worden berekend op basis van de mathematisch gemiddelde wedde van de gewestelijke ontvanger, de bijdragen inbegrepen.
Die gemiddelde wedde wordt omgeslagen over de besturen bediend door een gewestelijke ontvanger op dezelfde wijze als bepaald bij artikel 2, 3°.
Artikel 4 Het artikel l van het koninklijk besluit van 21 februari 1955 houdende de vaststelling van de grondslagen voor de omslag van de uitgaven met betrekking tot de gewestelijke gemeenteontvangers en wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 1935 tot instelling van een waarborgfonds voor het het beheer van de gewestelijke gemeenteontvangers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van l december 1976, 15 december 1978 en 2 juli 1980, wordt opgeheven.
Artikel 5 In het artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 maart 1977 betreffende de aanduiding van gewestelijke ontvangers voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, worden de woorden "met uitzondering van de beschikkingen van artikel 122bis van voornoemde wet" geschrapt.
Het artikel 4 van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.
Artikel 6 Dit akkoord treedt in werking op l januari 1997 en is, wat de omslag van kosten betreft, voor de eerste maal van toepassing op de uitgaven van het kalenderjaar 1996.
(Voor de wet houdende instemming met dit samenwerkingsakkoord, zie %%1999-06-23/43%%.)
(Voor het decreet houdende instemming met dit samenwerkingsakkoord, zie %%2000-06-23/41%%.)
(Voor het decreet houdende de goedkeuring van dit samenwerkingsakkoord, zie %%1999-03-02/53%%.)
Opgemaakt te Brussel op 9 december 1997.
In evenveel originele exemplaren als er partijen zijn bij dit akkoord.
Voor de Staat:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
Voor de Vlaamse Gemeenschap:
De Vlaamse Minister van Cultuur,
Gezin en Welzijn,
L. MARTENS
Voor het Waalse Gewest:
De Waalse Minister van Sociale Actie,
Huisvesting en Gezondheid,
W. TAMINIAUX
Voor de Duitstalige Gemeenschap:
De Minister van Jeugd, Vorming, Media en Sociale Zaken van de Duitstalige Gemeenschapsregering,
K.-H. LAMBERTZ
Artikel 2 De uitgaven en bijdragen van de gewestelijke ontvangers worden/ per provincie en per kalenderjaar op volgende wijze omgeslagen:
1° Per kalenderjaar wordt het bedrag van de om te slagen kosten vastgesteld.
Dit bedrag wordt bekomen door de som van de kosten van de gewestelijke ontvangers te verminderen met de investeringskosten gedaan voor een bepaald bestuur. Die investeringskosten worden aangerekend aan het bestuur voor hetwelk die uitgaven verricht werden.
2° De gemiddelde kostprijs van een gewestelijke ontvanger wordt berekend door het bedrag bekomen op de in 1° bepaalde wijze te delen door het totaal aantal gewestelijke ontvangers voor wie de om te slagen kosten werden verricht.
Het totaal aantal gewestelijke ontvangers wordt pro rata per maand berekend.
3° Van de gemiddelde kostprijs van een gewestelijke ontvanger bekomen op de in 2° bepaalde wijze wordt per bestuur, bediend door een gewestelijke ontvanger, een bepaald procent berekend.
Voor de gemeentebesturen is dit procent afhankelijk van het aantal inwoners en wordt er eveneens rekening gehouden met de klasseverheffing in toepassing van artikel 29 van de nieuwe gemeentewet.
Voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn is dit procent afhankelijk van het aantal inwoners en wordt er eveneens rekening gehouden met de belangrijkheid van de ontplooide activiteiten of het beschikken over een instelling van een zekere omvang. De gouverneur van de provincie bepaalt de categorie tot dewelke elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn behoort. Hij onderwerpt dit voorstel aan het advies van de respectieve minister die bevoegd is voor het toezicht op de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, in geval van een gunstig advies of bij het ontbreken van een advies binnen een termijn van 45 dagen, waarbij de postdatum als bewijs van verzending geldt, wordt het voorstel van de gouverneur definitief. In geval van een ongunstig advies en indien de gouverneur zich niet bij dit advies kan neerleggen, zendt hij het dossier voor beslissing naar de minister van Binnenlandse Zaken.
De procenten zijn de volgende:
Bevolkingscijfer Bij te dragen Bij te dragen percentage
gemeenten percentage O.C.M.W.'s
gemeenten Categorie A Categorie B
zonder met
instellingen instellingen of
belangrijke
activiteit
1. < 501 5 % 3 % 4 %
2. 501 - 1 500 15 % 6 % 9 %
3. 1 501 - 3 000 20 % 9 % 12 %
4. 3 001 - 4 000 27 % 12 % 16 %
5. 4 001 - 5 000 33 % 14 % 19 %
6. 5 001 - 6 000 40 % 17 % 27 %
7. 6 001 - 8 000 55 % 24 % 34 %
8. 8 001 - 10 000 70 % 30 % 40 %
9. 10 001 - 15 000 90 % 39 % 51 %
10. 15 001 - 20 000 100 % 43 % 57 %
11. 20 001 - 25 000 100 % 90 % 90 %
12. 25 001 100 % 100 % 100 %
4° Het verschil wordt berekend tussen de som van de bijdragen berekend overeenkomstig 3° en de som der om te slagen kosten berekend overeenkomstig 1°. Dit verschil wordt op evenredige wijze, gebruik makend van dezelfde verdeelsleutel als vastgesteld in 3° van dit artikel, verdeeld over de besturen.
Artikel 3 De recuperatie van de kosten bedoeld in artikel 2 kan gebeuren bij wijze van maandelijkse voorschotten die aangerekend worden aan de besturen die bediend worden door een gewestelijke ontvanger. Dit maandelijkse voorschotten worden berekend op basis van de mathematisch gemiddelde wedde van de gewestelijke ontvanger, de bijdragen inbegrepen.
Die gemiddelde wedde wordt omgeslagen over de besturen bediend door een gewestelijke ontvanger op dezelfde wijze als bepaald bij artikel 2, 3°.
Artikel 4 Het artikel l van het koninklijk besluit van 21 februari 1955 houdende de vaststelling van de grondslagen voor de omslag van de uitgaven met betrekking tot de gewestelijke gemeenteontvangers en wijziging van het koninklijk besluit van 16 maart 1935 tot instelling van een waarborgfonds voor het het beheer van de gewestelijke gemeenteontvangers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van l december 1976, 15 december 1978 en 2 juli 1980, wordt opgeheven.
Artikel 5 In het artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 maart 1977 betreffende de aanduiding van gewestelijke ontvangers voor de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, worden de woorden "met uitzondering van de beschikkingen van artikel 122bis van voornoemde wet" geschrapt.
Het artikel 4 van hetzelfde besluit, wordt opgeheven.
Artikel 6 Dit akkoord treedt in werking op l januari 1997 en is, wat de omslag van kosten betreft, voor de eerste maal van toepassing op de uitgaven van het kalenderjaar 1996.
(Voor de wet houdende instemming met dit samenwerkingsakkoord, zie %%1999-06-23/43%%.)
(Voor het decreet houdende instemming met dit samenwerkingsakkoord, zie %%2000-06-23/41%%.)
(Voor het decreet houdende de goedkeuring van dit samenwerkingsakkoord, zie %%1999-03-02/53%%.)
Opgemaakt te Brussel op 9 december 1997.
In evenveel originele exemplaren als er partijen zijn bij dit akkoord.
Voor de Staat:
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
Voor de Vlaamse Gemeenschap:
De Vlaamse Minister van Cultuur,
Gezin en Welzijn,
L. MARTENS
Voor het Waalse Gewest:
De Waalse Minister van Sociale Actie,
Huisvesting en Gezondheid,
W. TAMINIAUX
Voor de Duitstalige Gemeenschap:
De Minister van Jeugd, Vorming, Media en Sociale Zaken van de Duitstalige Gemeenschapsregering,
K.-H. LAMBERTZ