Pas de titre
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2022207219
- Auteur :
- Federale Overheidsdienst Beleid En Ondersteuning
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Huishoudelijk reglement van de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning met betrekking tot de taalexamens voor doctors, licentiaten en masters in de rechten
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig artikel 5 en artikel 6 van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 19 december 2002
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43sexies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 12 oktober 2009
Voor zover de nadere regels eigen aan de aard van de taalexamens niet bepaald zijn door de wet of het voornoemd koninklijk besluit, heeft de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling besloten dat:
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Artikel 1. In dit reglement verstaat men onder :
1° voorzitter : de voorzitter van de taaljury;
2° directeur-generaal : de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning;
3° jury : de taaljury;
4° directoraat-generaal : het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling.
Art. 2. Het gebruik van de mannelijke vorm in dit reglement is gemeenslachtig.
Afdeling 2. - Deontologie en onpartijdigheid
Art. 3. § 1. De personeelsleden van het directoraat-generaal en de assessoren van de jury's die niet onderworpen zijn aan het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel :
1° geven blijk van respect, onpartijdigheid en non-discriminatie;
2° bewaren een verplichte professionele afstand ten opzicht van de kandidaten: ze maken het onderscheid tussen beroeps- en privéleven.
§ 2. De voorzitters moeten de directeur-generaal voor het begin van de proef op de hoogte brengen van elke band die zij met de kandidaat hebben en van elke situatie die op eender welke wijze de onpartijdigheid of onafhankelijkheid in het gedrang kan brengen.
De assessoren van de jury's moeten de voorzitter voor de aanvang van de proef op de hoogte brengen van elke band die ze hebben met de kandidaat en van elke situatie die hun onpartijdigheid of onafhankelijkheid op eender welke wijze in het gedrang kan brengen.
De directeur-generaal of de voorzitter beslist op gemotiveerde wijze of de voorzitter of de assessor al dan niet aanblijft binnen de jury.
§ 3. Tijdens het taalexamen gebeurt de evaluatie respectievelijk en uitsluitend op basis van de taalvaardigheden die de test vereist.
§ 4. Niemand mag in de hoedanigheid van lid van een jury deelnemen aan de proef waaraan een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad deelneemt.
Art. 4. § 1. De in artikel 3 bedoelde personeelsleden en de assessoren van de jury's zijn gebonden door vertrouwelijkheid en dit zelfs na het einde van hun opdracht.
§ 2. Behalve de professionele gegevens die nodig zijn om de verplichtingen van het directoraat-generaal uit te voeren mogen ze geen gegevens meedelen aan derden.
Ze mogen geen persoonsgegevens openbaar maken aan derden die geen toestemming hebben om van deze gegevens kennis te nemen.
Onverminderd de wet van 15 september 2013 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden en het koninklijk besluit van 9 oktober 2014 tot uitvoering van artikel 3, § 2 van de wet van 15 september 2013 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, mogen ze geen commentaar geven op de selecties of de dossiers waarvan ze kennis moeten nemen.
Art. 5. Onverminderd artikelen 3 en 4 moeten de assessoren zich ertoe verbinden de door hen ondertekende deontologische code in acht te nemen.
Art. 6. Het directoraat-generaal voorziet in redelijke aanpassingen voor kandidaten met een handicap die erkend is in overeenstemming met de reglementaire bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik van de inschrijving voor de taalproef.
Voor deze taaltests richt de kandidaat zich tot de dienst die instaat voor deze tests om redelijke aanpassingen aan te vragen.
Afdeling 3. - Fraudebestrijding
Art. 7. De kandidaat neemt enkel deel aan de proef waarvoor hij persoonlijk werd opgeroepen. Een valse identiteit opgeven kan aanleiding geven tot gerechtelijke vervolgingen.
Art. 8. De kandidaat heeft geen enkel contact met de jury over de proef, zowel ervoor als erna.
Art. 9. De kandidaat gaat respectvol om met het testmateriaal, dat het eigendom is van de FOD Beleid en Ondersteuning of van zijn klanten of zijn leveranciers. Diefstal, poging tot diefstal of beschadiging ervan kan aanleiding geven tot gerechtelijke vervolgingen.
De kandidaat gaat respectvol om met de online tools die hem ter beschikking zijn gesteld om de test af te leggen. Elke diefstal of poging tot diefstal, kopiëren, opslaan van gegevens, een virus introduceren of beschadiging kan aanleiding geven tot gerechtelijke vervolgingen.
Art. 10. § 1. Met uitzondering van de apparatuur die gebruikt wordt om het gesprek online te houden of elk ander hulpmiddel dat uitdrukkelijk wordt voorzien voor de test, is het gebruik van een woordenboek, persoonlijke aantekeningen, naslagwerken en boeken, internet, een mobiele telefoon, een fototoestel, een computer of enig ander communicatiemiddel of fysiek, elektronisch of online hulpmiddel verboden tijdens de testsessies en tijdens de voorbereiding ervan op straffe van onmiddellijke uitsluiting.
Niet toegestane telecommunicatieapparatuur wordt tijdens de proef uitgeschakeld zodra de kandidaat de examenzaal of voorbereidingszaal betreedt of zodra de kandidaat online is om de voorbereiding op afstand te maken of om de proef op afstand af te leggen.
§ 2. De kandidaat gebruikt enkel de documentatie die hem ter beschikking is gesteld en die uitdrukkelijk is toegelaten door het personeel van de FOD Beleid en Ondersteuning of een lid van de jury.
De kandidaat mag enkel gebruikmaken van het papier of het materiaal dat hem ter beschikking is gesteld door het directoraat-generaal met uitzondering van de apparatuur die gebruikt wordt om de test op afstand af te leggen.
De kandidaat mag niet communiceren met andere kandidaten of met derden tijdens de voorbereiding van de tests en tijdens de tests op straffe van onmiddellijke uitsluiting.
§ 3. Behalve bij tests die online georganiseerd worden mag de kandidaat de plaats van de test niet verlaten zonder dat hij alle hem ter beschikking gestelde documenten heeft overhandigd, met inbegrip van de kladbladen.
Art. 11. De kandidaat verspreidt geen enkele vragenlijst of vraag die door het directoraat-generaal wordt gebruikt.
Art. 12. De kandidaat die één van de artikelen van artikel 7 tot en met 11 overtreedt, wordt gedurende een jaar vanaf de datum van de vaststelling van de inbreuk uitgesloten van alle taalexamens georganiseerd overeenkomstig de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
De eventueel bekomen resultaten worden ongeldig verklaard. In voorkomend geval behoudt het directoraat-generaal zich het recht voor om gerechtelijke vervolgingen in te stellen.
Afdeling 4. - Afwezigheid
Art. 13. De kandidaat die afwezig is, wordt uitgesloten van het taalexamen.
In het kader van proeven op afstand logt de kandidaat in op het tijdstip dat in zijn oproeping vermeld staat via de aan hem gecommuniceerde link. Indien de kandidaat binnen een tijdspanne van tien minuten na dit voorziene tijdstip niet inlogt, contacteert de voorzitter hem telefonisch, via sms of e-mail met de vraag om zich in te loggen.
De kandidaat die niet binnen de twintig minuten op het bericht van de voorzitter reageert, wordt uitgesloten, behalve als hij een technisch incident ondervindt zoals gedefinieerd in artikel 53 en de kandidaat dit binnen deze tijdspanne van twintig minuten meedeelt volgens de richtlijnen gespecifieerd door het directoraat-generaal in zijn oproeping.
HOOFDSTUK 2. - Online account van de kandidaat bij werkenvoor.be
Art. 14. De kandidaat verstrekt het directoraat-generaal geen valse informatie op straffe van uitsluiting van het taalexamen.
Art. 15. De kandidaat is als enige verantwoordelijk voor de gegevens die hij in zijn online account opgeeft. De kandidaat met een handicap die erkend is in overeenstemming met de reglementaire bepalingen en die hetzij redelijke aanpassingen wil verkrijgen, hetzij zich wil aanmelden als persoon met een handicap om opgenomen te worden in de bijzondere lijst bedoeld in artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsselectie en met betrekking tot de stage, houdt zijn handicapdossier up-to-date in zijn account.
Art. 16. Door de website van het directoraat-generaal te raadplegen of te gebruiken of door zich voor een taalexamen in te schrijven, stemt de kandidaat in met de gegevensbeschermingsverklaring.
HOOFDSTUK 3. - Praktische organisatie van de proeven
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 17. De test bestaat uit twee delen: een schriftelijk en een mondeling deel. De kandidaten wordt gevraagd om zich via hun online account bij werkenvoor.be voor het taalexamen in te schrijven. De kandidaten kunnen enkel kiezen tussen de aangeboden testmomenten.
Art. 18. Als de testen manueel moeten worden verbeterd, worden de werken van de kandidaten anoniem gemaakt. Hierna worden ze genummerd en doorgestuurd naar elke assessor. Bij elk werk wordt er een fiche gevoegd waarop elke assessor zijn opmerkingen aanbrengt zonder een score te vermelden. Elke assessor noteert een score naast het volgnummer van het werk op een afzonderlijke lijst. De fiche en de puntenlijsten worden bezorgd aan de voorzitter die beslist of er al dan niet beraadslaagd moet worden. Er wordt een definitieve puntenlijst ondertekend door alle leden. Na beraadslaging wordt het proces-verbaal opgesteld.
Art. 19. De directeur-generaal kan beslissen om mondelinge proeven op afstand te organiseren via online tools.
Art. 20. De kandidaat die niet beschikt over aangepaste technische middelen kan in een door het Directoraat-generaal aangewezen lokaal aangepaste computerapparatuur gebruiken om de online tests af te leggen.
Art. 21. § 1. De kandidaat heeft recht op volgende feedback:
1. Een analyse van de woordenschatproef. Hierbij worden geen vragen of correcte antwoorden kenbaar gemaakt;
2. Een analyse van de schriftelijke productie indien deze werd doorgestuurd aan de jury na slagen voor het woordenschatgedeelte;
3. Een analyse van de mondelinge productie indien de kandidaat hieraan heeft deelgenomen na slagen voor het integrale schriftelijke gedeelte.
§ 2. De directeur-generaal stelt de modaliteiten voor het aanvragen en het versturen van de feedback vast op de website van Werkenvoor.be (http ://werkenvoor.be).
Art. 22. § 1. Er wordt geen enkele vrijstelling per onderdeel van de proef toegekend.
§ 2. De kandidaat die geslaagd is op het examen bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt vrijgesteld van het taalexamen georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43sexies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Afdeling 2. - Onthaal en toegang van de kandidaten tot de proeven
Art. 23. De kandidaat wordt op professionele wijze ontvangen.
Art. 24. De kandidaat die zich aanmeldt voor een test terwijl hij niet geldig is ingeschreven, kan er niet aan deelnemen.
Art. 25. De kandidaat moet aanwezig zijn op het precieze tijdstip dat in zijn oproeping vermeld staat.
Voor de online proeven logt de kandidaat in op het tijdstip dat in zijn oproeping vermeld staat. Indien de kandidaat binnen een tijdspanne van tien minuten na dit voorziene tijdstip niet inlogt, contacteert de voorzitter hem telefonisch, via sms of e-mail met de vraag om in te loggen conform artikel 13.
Art. 26. De kandidaat die redelijke aanpassingen heeft gekregen, meldt zich zodra hij is aangekomen bij de aanwezige medewerker van het directoraat-generaal of bij de voorzitter of bij een aanwezig lid van de jury.
Art. 27. De kandidaat verstoort de orde niet. Hij gaat respectvol om met de medewerkers van de FOD Beleid en Ondersteuning, de leden van de jury, de vakbondsafgevaardigden en de andere kandidaten.
HOOFDSTUK 4. - Richtlijnen met betrekking tot het schriftelijk gedeelte
Art. 28. De directeur-generaal stelt de testinhoud en de modaliteiten voor het afleggen en evalueren van de taaltests vast. Daarvoor kan hij de adviezen vragen die hij nuttig acht.
Art. 29. Alle onderdelen van de schriftelijke proef, zowel de woordenschattest als de commentaar en samenvatting op basis van een vonnis of arrest, zullen computergestuurd en op hetzelfde moment plaatsvinden.
Art. 30. De computergestuurde tests vinden plaats op een door de directeur-generaal vastgestelde locatie.
Art. 31. De kandidaat geeft de gevraagde identiteitsgegevens in.
Art. 32. Geen enkele kandidaat mag nog deelnemen aan de sessie nadat deze van start is gegaan, tenzij de voorzitter daar anders over beslist, in overeenstemming met het principe van gelijkheid tussen de kandidaten.
Art. 33. De kandidaat moet de toezichters of eventueel de voorzitter onmiddellijk op de hoogte brengen van elk technisch probleem dat hij ondervindt in het kader van een test op afstand of van een test die georganiseerd wordt in de lokalen van het directoraat-generaal.
Art. 34. De toezichthouders zorgen ervoor dat tijdens de computergestuurde tests de orde bewaard blijft. Ze mogen geen inhoudelijke uitleg geven aan de kandidaten.
Art. 35. Tenzij anders is bepaald, mag de kandidaat de zaal niet verlaten zonder dat hij alle documenten die hem ter beschikking zijn gesteld aan de toezichter heeft overhandigd, met inbegrip van de kladbladen.
Bij de verbetering wordt geen rekening gehouden met de kladbladen.
Art. 36. § 1. De proef over de passieve kennis van de juridische woordenschat, onderdeel van de schriftelijke proef georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 en het artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009, bestaat uit 70 woordenschatvragen.
§ 2. De kandidaat dient juist te antwoorden op minstens 60 vragen van een totaal van 70 om te slagen voor de woordenschatproef georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 december 2002.
§ 3. De kandidaat dient juist te antwoorden op minstens 42 vragen van een totaal van 70 om te slagen voor de woordenschatproef overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009.
Art. 37. Bij het examen actieve en passieve kennis van de juridische woordenschat, gebaseerd op artikel 6 van het koninklijk besluit van 19 december 2002, krijgen de kandidaten 140 woordenschatvragen, waarvan 70 in de eigen taal en 70 in de examentaal. De kandidaat dient juist te antwoorden op minstens 115 vragen van een totaal van 140 om te slagen.
Art. 38. Voor de oefeningen over de passieve kennis van de juridische woordenschat zullen de vragen bestaan uit een reeks termen in de taal van het examen. Deze termen worden al dan niet in een context geplaatst die er de juiste betekenis van preciseert. De kandidaat dient de vertaling te geven in de taal van zijn diploma.
Art. 39. Voor de oefeningen over de passieve en actieve kennis van de juridische woordenschat zullen de vragen respectievelijk bestaan uit een reeks termen in de taal van het examen en uit een reeks in de taal van het diploma van de kandidaat. Deze termen worden al dan niet in een context geplaatst die er de juiste betekenis van preciseert. De kandidaat dient de vertaling te geven in de taal van zijn diploma voor het gedeelte van de passieve kennis en de vertaling te geven in de taal van het examen voor het actieve gedeelte.
Art. 40. Wat betreft de actieve en passieve kennis van de juridische woordenschat, zal geen enkel andere vertaling als juist worden beschouwd dan deze die opgenomen is in de syllabus die in 2022 gepubliceerd is.
Art. 41. De schrijffouten die tijdens de proef over de actieve en/of passieve kennis van de juridische woordenschat worden gemaakt, worden als een fout gerekend. Bij substantieven hoeft het lidwoord niet te worden ingevuld. Indien een foutief lidwoord gegeven is, wordt de helft van de punten voor die vraag afgetrokken.
Art. 42. De kandidaat slaagt enkel voor de proef over de schriftelijke kennis indien hij geschikt wordt bevonden voor de twee delen van de proef : overeenkomstig het artikel de passieve en/of actieve kennis van de juridische woordenschat, enerzijds, en samenvatting en commentaar van een vonnis of arrest, anderzijds.
HOOFDSTUK 5. - Richtlijnen met betrekking tot het mondeling gedeelte
Afdeling 1. - Praktische organisatie
Art. 43. § 1. In het kader van mondelinge proeven in de gebouwen van FOD BOSA ontvangt de kandidaat een uitnodiging om aan de mondelinge proef deel te nemen. Deze uitnodiging bevat het tijdstip van de proef en de te respecteren richtlijnen.
§ 2. De kandidaat meldt zich bij het onthaal aan met zijn identiteitskaart, zodat een medewerker van FOD BOSA zijn identiteit kan controleren.
§ 3. De kandidaat volgt de richtlijnen van de onthaalmedewerker op.
Art. 44. § 1. In het kader van mondelinge proeven op afstand ontvangt de kandidaat een online uitnodiging om aan de mondelinge proef deel te nemen. Deze uitnodiging bevat het tijdstip van de proef en de link naar de videoconferentie.
De kandidaat logt online in via de link die hem op voorhand werd bezorgd. In geval van een technisch incident op het moment van het inloggen is artikel 13 van toepassing.
Ook moet hij uit de videoconferentie uitloggen zodra hij daartoe de instructie krijgt.
§ 2. De kandidaat toont zijn identiteitskaart via de camera nadat hij is ingelogd, zodat de jury zijn identiteit kan controleren.
Gedurende de volledige duur van de mondelinge proef laat de kandidaat de camera en de microfoon aan.
De kandidaat legt de mondelinge proef alleen af in een rustig en aangepast lokaal. Elke aanwezigheid van een derde in dit lokaal is verboden.
§ 3. De kandidaat gebruikt enkel de documentatie die hem op afstand ter beschikking is gesteld of die toegelaten is door de jury.
§ 4. Het is de kandidaat verboden om de mondelinge proef op eender welke wijze op te nemen.
Het is de kandidaat verboden om gebruik te maken van technieken om de omgeving waar hij zich bevindt onscherp te maken, te verduisteren of aan te passen.
Afdeling 2. - Afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties
Art. 45. De bepalingen van deze afdeling 2 van hoofdstuk 5 zijn niet van toepassing op de kandidaten van de taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en overeenkomstig artikel 5 en artikel 6 van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 19 december 2002.
Art. 46. De representatieve vakorganisaties hebben permanente toegang tot de planning van de tests.
Art. 47. De vakbondsafgevaardigden melden zich aan met het bewijs van hun syndicaal mandaat en hun identiteitskaart.
Art. 48. Aan het begin van de proef ontvangt de vakbondsafgevaardigde een syndicale fiche die hij tijdens de proef kan invullen. Hij maakt deze fiche over aan de voorzitter op het einde van de proef.
Art. 49. Tijdens de uitoefening van hun syndicale voorrechten geven de vakbondsafgevaardigden blijk van respect ten aanzien van de voorzitter, de juryleden en de kandidaat.
Afdeling 3. - Deliberaties
Art. 50. Voorafgaand aan de beraadslaging gaat de voorzitter na of alle juryleden over het dossier van elke kandidaat beschikken.
Art. 51. Onverminderd de toepasselijke statutaire bepalingen worden beslissingen bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 52. De directeur-generaal kan de beraadslagingen van de jury's op afstand organiseren via de online tools.
Art. 53. In het kader van de beraadslagingen op afstand stelt de directeur-generaal de modaliteiten vast die :
1° een echte collegiale bespreking en de stemming waarborgen;
2° de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de beraadslagingen op afstand, in het kader van het gebruik van online tools, waarborgen.
Afdeling 4. - Technische incidenten
Art. 54. Onder technisch incident moet worden verstaan elk probleem dat het optimale verloop van de proef of van de beraadslaging belemmert.
Art. 55. De directeur-generaal zorgt voor technische ondersteuning die toelaat om technische incidenten op te lossen.
Art. 56. Elk technisch incident of ander probleem dat zich tijdens de proef voordoet en impact heeft op een goed verloop wordt gerapporteerd en bewaard in een register.
Art. 57. Als de technische ondersteuning het incident niet kan oplossen, zodanig dat dit de voortzetting van de proef op afstand in optimale omstandigheden belemmert, wordt de kandidaat :
1° ofwel op een latere datum opgeroepen om de online proef af te leggen;
2° ofwel op een latere datum opgeroepen in een door het directoraat-generaal aangewezen lokaal om de online proef af te leggen met de tools die hem ter beschikking worden gesteld door het directoraat-generaal.
In afwijking van het eerste lid, bepaling onder 1°, na twee mislukte pogingen om een proef op afstand af te leggen wegens een technisch incident, wordt de kandidaat verplicht opgeroepen op een latere datum in een lokaal aangewezen door het directoraat-generaal zodat hij de online proef aflegt met de tools die hem ter beschikking worden gesteld door het directoraat-generaal.
HOOFDSTUK 6. - Klachten en verplaatsingskosten
Art. 58. De kandidaat die niet tevreden is over een prestatie verricht door het directoraat-generaal kan een klacht indienen.
Art. 59. Het directoraat-generaal zorgt voor de opvolging van de klachten in overeenstemming met de goede praktijken van het federaal netwerk voor klachtenbeheer.
Art. 60. Het directoraat-generaal, door middel van een professioneel klachtenmanagement :
1° stelt de verbeterpunten vast;
2° neemt de vereiste preventieve en correctieve maatregelen.
Art. 61. Het directoraat-generaal licht de kandidaat in over de aanvullende oplossingen die hem worden aangeboden in het geval hij niet tevreden is over de reactie op de klacht.
Art. 62. § 1. De kandidaat van een taalexamen krijgt op zijn verzoek de terugbetaling van zijn verplaatsingskosten in de volgende gevallen :
1. de proef waarvoor hij is opgeroepen en waarvoor hij zich aan het onthaal heeft gemeld, is door het directoraat-generaal geannuleerd;
2. als de kandidaat in toepassing van artikel 20 gebruik maakt van aangepaste computerapparatuur in een door het directoraat-generaal aangewezen lokaal;
3. als de kandidaat in toepassing van artikel 57, 2°, op een latere datum wordt opgeroepen in een door het directoraat-generaal aangewezen lokaal om de online proef af te leggen.
§ 2. Indien de kandidaat heeft gebruikgemaakt van Belgisch gemeenschappelijk openbaar vervoer, worden de verplaatsingskosten, die hij werkelijk heeft gedragen, terugbetaald ten belope van maximaal de prijs voor een reis heen en terug in tweede klasse, wanneer het vervoermiddel meerdere klassen omvat.
Indien de kandidaat een eigen vervoermiddel heeft gebruikt, krijgt hij een terugbetaling die gelijk is aan de prijs van een NMBS-retourbiljet in tweede klasse.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Art. 63. Het besluit van de afgevaardigd bestuurder van SELOR, Selectiebureau van de Federale Overheid, van 10 april 2009 tot regeling van de taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt opgeheven.
Art. 64. Het besluit van de afgevaardigd bestuurder van SELOR, Selectiebureau van de Federale Overheid, van 20 november 2009 tot regeling van de taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43sexies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt opgeheven.
Art. 65. Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 12 december 2022.
B. SMEETS
De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig artikel 5 en artikel 6 van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 19 december 2002
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43sexies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken
Taalexamens georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 12 oktober 2009
Voor zover de nadere regels eigen aan de aard van de taalexamens niet bepaald zijn door de wet of het voornoemd koninklijk besluit, heeft de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling besloten dat:
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Definities
Artikel 1. In dit reglement verstaat men onder :
1° voorzitter : de voorzitter van de taaljury;
2° directeur-generaal : de directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning;
3° jury : de taaljury;
4° directoraat-generaal : het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling.
Art. 2. Het gebruik van de mannelijke vorm in dit reglement is gemeenslachtig.
Afdeling 2. - Deontologie en onpartijdigheid
Art. 3. § 1. De personeelsleden van het directoraat-generaal en de assessoren van de jury's die niet onderworpen zijn aan het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel :
1° geven blijk van respect, onpartijdigheid en non-discriminatie;
2° bewaren een verplichte professionele afstand ten opzicht van de kandidaten: ze maken het onderscheid tussen beroeps- en privéleven.
§ 2. De voorzitters moeten de directeur-generaal voor het begin van de proef op de hoogte brengen van elke band die zij met de kandidaat hebben en van elke situatie die op eender welke wijze de onpartijdigheid of onafhankelijkheid in het gedrang kan brengen.
De assessoren van de jury's moeten de voorzitter voor de aanvang van de proef op de hoogte brengen van elke band die ze hebben met de kandidaat en van elke situatie die hun onpartijdigheid of onafhankelijkheid op eender welke wijze in het gedrang kan brengen.
De directeur-generaal of de voorzitter beslist op gemotiveerde wijze of de voorzitter of de assessor al dan niet aanblijft binnen de jury.
§ 3. Tijdens het taalexamen gebeurt de evaluatie respectievelijk en uitsluitend op basis van de taalvaardigheden die de test vereist.
§ 4. Niemand mag in de hoedanigheid van lid van een jury deelnemen aan de proef waaraan een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad deelneemt.
Art. 4. § 1. De in artikel 3 bedoelde personeelsleden en de assessoren van de jury's zijn gebonden door vertrouwelijkheid en dit zelfs na het einde van hun opdracht.
§ 2. Behalve de professionele gegevens die nodig zijn om de verplichtingen van het directoraat-generaal uit te voeren mogen ze geen gegevens meedelen aan derden.
Ze mogen geen persoonsgegevens openbaar maken aan derden die geen toestemming hebben om van deze gegevens kennis te nemen.
Onverminderd de wet van 15 september 2013 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden en het koninklijk besluit van 9 oktober 2014 tot uitvoering van artikel 3, § 2 van de wet van 15 september 2013 betreffende de melding van een veronderstelde integriteitsschending in de federale administratieve overheden door haar personeelsleden, mogen ze geen commentaar geven op de selecties of de dossiers waarvan ze kennis moeten nemen.
Art. 5. Onverminderd artikelen 3 en 4 moeten de assessoren zich ertoe verbinden de door hen ondertekende deontologische code in acht te nemen.
Art. 6. Het directoraat-generaal voorziet in redelijke aanpassingen voor kandidaten met een handicap die erkend is in overeenstemming met de reglementaire bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik van de inschrijving voor de taalproef.
Voor deze taaltests richt de kandidaat zich tot de dienst die instaat voor deze tests om redelijke aanpassingen aan te vragen.
Afdeling 3. - Fraudebestrijding
Art. 7. De kandidaat neemt enkel deel aan de proef waarvoor hij persoonlijk werd opgeroepen. Een valse identiteit opgeven kan aanleiding geven tot gerechtelijke vervolgingen.
Art. 8. De kandidaat heeft geen enkel contact met de jury over de proef, zowel ervoor als erna.
Art. 9. De kandidaat gaat respectvol om met het testmateriaal, dat het eigendom is van de FOD Beleid en Ondersteuning of van zijn klanten of zijn leveranciers. Diefstal, poging tot diefstal of beschadiging ervan kan aanleiding geven tot gerechtelijke vervolgingen.
De kandidaat gaat respectvol om met de online tools die hem ter beschikking zijn gesteld om de test af te leggen. Elke diefstal of poging tot diefstal, kopiëren, opslaan van gegevens, een virus introduceren of beschadiging kan aanleiding geven tot gerechtelijke vervolgingen.
Art. 10. § 1. Met uitzondering van de apparatuur die gebruikt wordt om het gesprek online te houden of elk ander hulpmiddel dat uitdrukkelijk wordt voorzien voor de test, is het gebruik van een woordenboek, persoonlijke aantekeningen, naslagwerken en boeken, internet, een mobiele telefoon, een fototoestel, een computer of enig ander communicatiemiddel of fysiek, elektronisch of online hulpmiddel verboden tijdens de testsessies en tijdens de voorbereiding ervan op straffe van onmiddellijke uitsluiting.
Niet toegestane telecommunicatieapparatuur wordt tijdens de proef uitgeschakeld zodra de kandidaat de examenzaal of voorbereidingszaal betreedt of zodra de kandidaat online is om de voorbereiding op afstand te maken of om de proef op afstand af te leggen.
§ 2. De kandidaat gebruikt enkel de documentatie die hem ter beschikking is gesteld en die uitdrukkelijk is toegelaten door het personeel van de FOD Beleid en Ondersteuning of een lid van de jury.
De kandidaat mag enkel gebruikmaken van het papier of het materiaal dat hem ter beschikking is gesteld door het directoraat-generaal met uitzondering van de apparatuur die gebruikt wordt om de test op afstand af te leggen.
De kandidaat mag niet communiceren met andere kandidaten of met derden tijdens de voorbereiding van de tests en tijdens de tests op straffe van onmiddellijke uitsluiting.
§ 3. Behalve bij tests die online georganiseerd worden mag de kandidaat de plaats van de test niet verlaten zonder dat hij alle hem ter beschikking gestelde documenten heeft overhandigd, met inbegrip van de kladbladen.
Art. 11. De kandidaat verspreidt geen enkele vragenlijst of vraag die door het directoraat-generaal wordt gebruikt.
Art. 12. De kandidaat die één van de artikelen van artikel 7 tot en met 11 overtreedt, wordt gedurende een jaar vanaf de datum van de vaststelling van de inbreuk uitgesloten van alle taalexamens georganiseerd overeenkomstig de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
De eventueel bekomen resultaten worden ongeldig verklaard. In voorkomend geval behoudt het directoraat-generaal zich het recht voor om gerechtelijke vervolgingen in te stellen.
Afdeling 4. - Afwezigheid
Art. 13. De kandidaat die afwezig is, wordt uitgesloten van het taalexamen.
In het kader van proeven op afstand logt de kandidaat in op het tijdstip dat in zijn oproeping vermeld staat via de aan hem gecommuniceerde link. Indien de kandidaat binnen een tijdspanne van tien minuten na dit voorziene tijdstip niet inlogt, contacteert de voorzitter hem telefonisch, via sms of e-mail met de vraag om zich in te loggen.
De kandidaat die niet binnen de twintig minuten op het bericht van de voorzitter reageert, wordt uitgesloten, behalve als hij een technisch incident ondervindt zoals gedefinieerd in artikel 53 en de kandidaat dit binnen deze tijdspanne van twintig minuten meedeelt volgens de richtlijnen gespecifieerd door het directoraat-generaal in zijn oproeping.
HOOFDSTUK 2. - Online account van de kandidaat bij werkenvoor.be
Art. 14. De kandidaat verstrekt het directoraat-generaal geen valse informatie op straffe van uitsluiting van het taalexamen.
Art. 15. De kandidaat is als enige verantwoordelijk voor de gegevens die hij in zijn online account opgeeft. De kandidaat met een handicap die erkend is in overeenstemming met de reglementaire bepalingen en die hetzij redelijke aanpassingen wil verkrijgen, hetzij zich wil aanmelden als persoon met een handicap om opgenomen te worden in de bijzondere lijst bedoeld in artikel 2, § 2 van het koninklijk besluit van 6 oktober 2005 houdende diverse maatregelen met betrekking tot de vergelijkende aanwervingsselectie en met betrekking tot de stage, houdt zijn handicapdossier up-to-date in zijn account.
Art. 16. Door de website van het directoraat-generaal te raadplegen of te gebruiken of door zich voor een taalexamen in te schrijven, stemt de kandidaat in met de gegevensbeschermingsverklaring.
HOOFDSTUK 3. - Praktische organisatie van de proeven
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Art. 17. De test bestaat uit twee delen: een schriftelijk en een mondeling deel. De kandidaten wordt gevraagd om zich via hun online account bij werkenvoor.be voor het taalexamen in te schrijven. De kandidaten kunnen enkel kiezen tussen de aangeboden testmomenten.
Art. 18. Als de testen manueel moeten worden verbeterd, worden de werken van de kandidaten anoniem gemaakt. Hierna worden ze genummerd en doorgestuurd naar elke assessor. Bij elk werk wordt er een fiche gevoegd waarop elke assessor zijn opmerkingen aanbrengt zonder een score te vermelden. Elke assessor noteert een score naast het volgnummer van het werk op een afzonderlijke lijst. De fiche en de puntenlijsten worden bezorgd aan de voorzitter die beslist of er al dan niet beraadslaagd moet worden. Er wordt een definitieve puntenlijst ondertekend door alle leden. Na beraadslaging wordt het proces-verbaal opgesteld.
Art. 19. De directeur-generaal kan beslissen om mondelinge proeven op afstand te organiseren via online tools.
Art. 20. De kandidaat die niet beschikt over aangepaste technische middelen kan in een door het Directoraat-generaal aangewezen lokaal aangepaste computerapparatuur gebruiken om de online tests af te leggen.
Art. 21. § 1. De kandidaat heeft recht op volgende feedback:
1. Een analyse van de woordenschatproef. Hierbij worden geen vragen of correcte antwoorden kenbaar gemaakt;
2. Een analyse van de schriftelijke productie indien deze werd doorgestuurd aan de jury na slagen voor het woordenschatgedeelte;
3. Een analyse van de mondelinge productie indien de kandidaat hieraan heeft deelgenomen na slagen voor het integrale schriftelijke gedeelte.
§ 2. De directeur-generaal stelt de modaliteiten voor het aanvragen en het versturen van de feedback vast op de website van Werkenvoor.be (http ://werkenvoor.be).
Art. 22. § 1. Er wordt geen enkele vrijstelling per onderdeel van de proef toegekend.
§ 2. De kandidaat die geslaagd is op het examen bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt vrijgesteld van het taalexamen georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43sexies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Afdeling 2. - Onthaal en toegang van de kandidaten tot de proeven
Art. 23. De kandidaat wordt op professionele wijze ontvangen.
Art. 24. De kandidaat die zich aanmeldt voor een test terwijl hij niet geldig is ingeschreven, kan er niet aan deelnemen.
Art. 25. De kandidaat moet aanwezig zijn op het precieze tijdstip dat in zijn oproeping vermeld staat.
Voor de online proeven logt de kandidaat in op het tijdstip dat in zijn oproeping vermeld staat. Indien de kandidaat binnen een tijdspanne van tien minuten na dit voorziene tijdstip niet inlogt, contacteert de voorzitter hem telefonisch, via sms of e-mail met de vraag om in te loggen conform artikel 13.
Art. 26. De kandidaat die redelijke aanpassingen heeft gekregen, meldt zich zodra hij is aangekomen bij de aanwezige medewerker van het directoraat-generaal of bij de voorzitter of bij een aanwezig lid van de jury.
Art. 27. De kandidaat verstoort de orde niet. Hij gaat respectvol om met de medewerkers van de FOD Beleid en Ondersteuning, de leden van de jury, de vakbondsafgevaardigden en de andere kandidaten.
HOOFDSTUK 4. - Richtlijnen met betrekking tot het schriftelijk gedeelte
Art. 28. De directeur-generaal stelt de testinhoud en de modaliteiten voor het afleggen en evalueren van de taaltests vast. Daarvoor kan hij de adviezen vragen die hij nuttig acht.
Art. 29. Alle onderdelen van de schriftelijke proef, zowel de woordenschattest als de commentaar en samenvatting op basis van een vonnis of arrest, zullen computergestuurd en op hetzelfde moment plaatsvinden.
Art. 30. De computergestuurde tests vinden plaats op een door de directeur-generaal vastgestelde locatie.
Art. 31. De kandidaat geeft de gevraagde identiteitsgegevens in.
Art. 32. Geen enkele kandidaat mag nog deelnemen aan de sessie nadat deze van start is gegaan, tenzij de voorzitter daar anders over beslist, in overeenstemming met het principe van gelijkheid tussen de kandidaten.
Art. 33. De kandidaat moet de toezichters of eventueel de voorzitter onmiddellijk op de hoogte brengen van elk technisch probleem dat hij ondervindt in het kader van een test op afstand of van een test die georganiseerd wordt in de lokalen van het directoraat-generaal.
Art. 34. De toezichthouders zorgen ervoor dat tijdens de computergestuurde tests de orde bewaard blijft. Ze mogen geen inhoudelijke uitleg geven aan de kandidaten.
Art. 35. Tenzij anders is bepaald, mag de kandidaat de zaal niet verlaten zonder dat hij alle documenten die hem ter beschikking zijn gesteld aan de toezichter heeft overhandigd, met inbegrip van de kladbladen.
Bij de verbetering wordt geen rekening gehouden met de kladbladen.
Art. 36. § 1. De proef over de passieve kennis van de juridische woordenschat, onderdeel van de schriftelijke proef georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 december 2002 en het artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009, bestaat uit 70 woordenschatvragen.
§ 2. De kandidaat dient juist te antwoorden op minstens 60 vragen van een totaal van 70 om te slagen voor de woordenschatproef georganiseerd overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 19 december 2002.
§ 3. De kandidaat dient juist te antwoorden op minstens 42 vragen van een totaal van 70 om te slagen voor de woordenschatproef overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009.
Art. 37. Bij het examen actieve en passieve kennis van de juridische woordenschat, gebaseerd op artikel 6 van het koninklijk besluit van 19 december 2002, krijgen de kandidaten 140 woordenschatvragen, waarvan 70 in de eigen taal en 70 in de examentaal. De kandidaat dient juist te antwoorden op minstens 115 vragen van een totaal van 140 om te slagen.
Art. 38. Voor de oefeningen over de passieve kennis van de juridische woordenschat zullen de vragen bestaan uit een reeks termen in de taal van het examen. Deze termen worden al dan niet in een context geplaatst die er de juiste betekenis van preciseert. De kandidaat dient de vertaling te geven in de taal van zijn diploma.
Art. 39. Voor de oefeningen over de passieve en actieve kennis van de juridische woordenschat zullen de vragen respectievelijk bestaan uit een reeks termen in de taal van het examen en uit een reeks in de taal van het diploma van de kandidaat. Deze termen worden al dan niet in een context geplaatst die er de juiste betekenis van preciseert. De kandidaat dient de vertaling te geven in de taal van zijn diploma voor het gedeelte van de passieve kennis en de vertaling te geven in de taal van het examen voor het actieve gedeelte.
Art. 40. Wat betreft de actieve en passieve kennis van de juridische woordenschat, zal geen enkel andere vertaling als juist worden beschouwd dan deze die opgenomen is in de syllabus die in 2022 gepubliceerd is.
Art. 41. De schrijffouten die tijdens de proef over de actieve en/of passieve kennis van de juridische woordenschat worden gemaakt, worden als een fout gerekend. Bij substantieven hoeft het lidwoord niet te worden ingevuld. Indien een foutief lidwoord gegeven is, wordt de helft van de punten voor die vraag afgetrokken.
Art. 42. De kandidaat slaagt enkel voor de proef over de schriftelijke kennis indien hij geschikt wordt bevonden voor de twee delen van de proef : overeenkomstig het artikel de passieve en/of actieve kennis van de juridische woordenschat, enerzijds, en samenvatting en commentaar van een vonnis of arrest, anderzijds.
HOOFDSTUK 5. - Richtlijnen met betrekking tot het mondeling gedeelte
Afdeling 1. - Praktische organisatie
Art. 43. § 1. In het kader van mondelinge proeven in de gebouwen van FOD BOSA ontvangt de kandidaat een uitnodiging om aan de mondelinge proef deel te nemen. Deze uitnodiging bevat het tijdstip van de proef en de te respecteren richtlijnen.
§ 2. De kandidaat meldt zich bij het onthaal aan met zijn identiteitskaart, zodat een medewerker van FOD BOSA zijn identiteit kan controleren.
§ 3. De kandidaat volgt de richtlijnen van de onthaalmedewerker op.
Art. 44. § 1. In het kader van mondelinge proeven op afstand ontvangt de kandidaat een online uitnodiging om aan de mondelinge proef deel te nemen. Deze uitnodiging bevat het tijdstip van de proef en de link naar de videoconferentie.
De kandidaat logt online in via de link die hem op voorhand werd bezorgd. In geval van een technisch incident op het moment van het inloggen is artikel 13 van toepassing.
Ook moet hij uit de videoconferentie uitloggen zodra hij daartoe de instructie krijgt.
§ 2. De kandidaat toont zijn identiteitskaart via de camera nadat hij is ingelogd, zodat de jury zijn identiteit kan controleren.
Gedurende de volledige duur van de mondelinge proef laat de kandidaat de camera en de microfoon aan.
De kandidaat legt de mondelinge proef alleen af in een rustig en aangepast lokaal. Elke aanwezigheid van een derde in dit lokaal is verboden.
§ 3. De kandidaat gebruikt enkel de documentatie die hem op afstand ter beschikking is gesteld of die toegelaten is door de jury.
§ 4. Het is de kandidaat verboden om de mondelinge proef op eender welke wijze op te nemen.
Het is de kandidaat verboden om gebruik te maken van technieken om de omgeving waar hij zich bevindt onscherp te maken, te verduisteren of aan te passen.
Afdeling 2. - Afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties
Art. 45. De bepalingen van deze afdeling 2 van hoofdstuk 5 zijn niet van toepassing op de kandidaten van de taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en overeenkomstig artikel 5 en artikel 6 van het hierboven vermelde koninklijk besluit van 19 december 2002.
Art. 46. De representatieve vakorganisaties hebben permanente toegang tot de planning van de tests.
Art. 47. De vakbondsafgevaardigden melden zich aan met het bewijs van hun syndicaal mandaat en hun identiteitskaart.
Art. 48. Aan het begin van de proef ontvangt de vakbondsafgevaardigde een syndicale fiche die hij tijdens de proef kan invullen. Hij maakt deze fiche over aan de voorzitter op het einde van de proef.
Art. 49. Tijdens de uitoefening van hun syndicale voorrechten geven de vakbondsafgevaardigden blijk van respect ten aanzien van de voorzitter, de juryleden en de kandidaat.
Afdeling 3. - Deliberaties
Art. 50. Voorafgaand aan de beraadslaging gaat de voorzitter na of alle juryleden over het dossier van elke kandidaat beschikken.
Art. 51. Onverminderd de toepasselijke statutaire bepalingen worden beslissingen bij meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Art. 52. De directeur-generaal kan de beraadslagingen van de jury's op afstand organiseren via de online tools.
Art. 53. In het kader van de beraadslagingen op afstand stelt de directeur-generaal de modaliteiten vast die :
1° een echte collegiale bespreking en de stemming waarborgen;
2° de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de beraadslagingen op afstand, in het kader van het gebruik van online tools, waarborgen.
Afdeling 4. - Technische incidenten
Art. 54. Onder technisch incident moet worden verstaan elk probleem dat het optimale verloop van de proef of van de beraadslaging belemmert.
Art. 55. De directeur-generaal zorgt voor technische ondersteuning die toelaat om technische incidenten op te lossen.
Art. 56. Elk technisch incident of ander probleem dat zich tijdens de proef voordoet en impact heeft op een goed verloop wordt gerapporteerd en bewaard in een register.
Art. 57. Als de technische ondersteuning het incident niet kan oplossen, zodanig dat dit de voortzetting van de proef op afstand in optimale omstandigheden belemmert, wordt de kandidaat :
1° ofwel op een latere datum opgeroepen om de online proef af te leggen;
2° ofwel op een latere datum opgeroepen in een door het directoraat-generaal aangewezen lokaal om de online proef af te leggen met de tools die hem ter beschikking worden gesteld door het directoraat-generaal.
In afwijking van het eerste lid, bepaling onder 1°, na twee mislukte pogingen om een proef op afstand af te leggen wegens een technisch incident, wordt de kandidaat verplicht opgeroepen op een latere datum in een lokaal aangewezen door het directoraat-generaal zodat hij de online proef aflegt met de tools die hem ter beschikking worden gesteld door het directoraat-generaal.
HOOFDSTUK 6. - Klachten en verplaatsingskosten
Art. 58. De kandidaat die niet tevreden is over een prestatie verricht door het directoraat-generaal kan een klacht indienen.
Art. 59. Het directoraat-generaal zorgt voor de opvolging van de klachten in overeenstemming met de goede praktijken van het federaal netwerk voor klachtenbeheer.
Art. 60. Het directoraat-generaal, door middel van een professioneel klachtenmanagement :
1° stelt de verbeterpunten vast;
2° neemt de vereiste preventieve en correctieve maatregelen.
Art. 61. Het directoraat-generaal licht de kandidaat in over de aanvullende oplossingen die hem worden aangeboden in het geval hij niet tevreden is over de reactie op de klacht.
Art. 62. § 1. De kandidaat van een taalexamen krijgt op zijn verzoek de terugbetaling van zijn verplaatsingskosten in de volgende gevallen :
1. de proef waarvoor hij is opgeroepen en waarvoor hij zich aan het onthaal heeft gemeld, is door het directoraat-generaal geannuleerd;
2. als de kandidaat in toepassing van artikel 20 gebruik maakt van aangepaste computerapparatuur in een door het directoraat-generaal aangewezen lokaal;
3. als de kandidaat in toepassing van artikel 57, 2°, op een latere datum wordt opgeroepen in een door het directoraat-generaal aangewezen lokaal om de online proef af te leggen.
§ 2. Indien de kandidaat heeft gebruikgemaakt van Belgisch gemeenschappelijk openbaar vervoer, worden de verplaatsingskosten, die hij werkelijk heeft gedragen, terugbetaald ten belope van maximaal de prijs voor een reis heen en terug in tweede klasse, wanneer het vervoermiddel meerdere klassen omvat.
Indien de kandidaat een eigen vervoermiddel heeft gebruikt, krijgt hij een terugbetaling die gelijk is aan de prijs van een NMBS-retourbiljet in tweede klasse.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Art. 63. Het besluit van de afgevaardigd bestuurder van SELOR, Selectiebureau van de Federale Overheid, van 10 april 2009 tot regeling van de taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 december 2002 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt opgeheven.
Art. 64. Het besluit van de afgevaardigd bestuurder van SELOR, Selectiebureau van de Federale Overheid, van 20 november 2009 tot regeling van de taalexamens georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 12 oktober 2009 tot regeling van de examens waarbij de doctors en licentiaten in de rechten in de gelegenheid worden gesteld te voldoen aan het voorschrift van artikel 43sexies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, wordt opgeheven.
Art. 65. Dit reglement treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 12 december 2022.
B. SMEETS
De directeur-generaal van het directoraat-generaal Rekrutering en Ontwikkeling