Besluit van de Regering betreffende de coronasubsidie voor verenigingsinfrastructuur ter uitvoering van artikel 5.11 van het crisisdecreet 2020 van 6 april 2020
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
Gelet op het crisisdecreet 2020 van 6 april 2020, artikel 5.1, ingevoegd bij decreet van 10 december 2020;
Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 17 december 2020;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 21 december 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid wordt gerechtvaardigd door het feit dat de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) tegen te gaan, tot gevolg hebben dat tal van activiteiten en evenementen niet konden plaatsvinden of tot op vandaag slechts in beperkte mate kunnen plaatsvinden; dat dit ook zeer nadelige gevolgen heeft voor de verenigingen die de infrastructuur beheren; dat ze daardoor veel inkomsten verliezen, terwijl de uitgaven voor het onderhoud van de infrastructuur blijven bestaan; dat de voortdurende beperkingen op evenementen en festiviteiten hebben geleid tot een sterke daling van de eigen inkomsten van deze verenigingen; dat deze infrastructuurlocaties daardoor in gevaar komen; dat deze locaties echter belangrijke contactpunten zijn voor de plaatselijke verenigingen en de bevolking; dat dus dringend maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat deze locaties, waar talrijke culturele of sportieve activiteiten plaatsvinden, behouden blijven; dat dit decreet dus zo snel mogelijk moet worden aangenomen;
Op de voordracht van de Minister van Cultuur,
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° coronasubsidie voor verenigingsinfrastructuur: de eenmalige subsidie voor verenigingsinfrastructuur voor de extra kosten en inkomstenverliezen die zijn ontstaan door de crisis en door de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus (COVID-19) in te dijken, vermeld in artikel 5.11 van het crisisdecreet;
2° crisisdecreet: het crisisdecreet 2020 van 6 april 2020;
3° administratie: het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap.
Art. 2. De volgende categorieën van kosten en inkomstenverliezen worden overeenkomstig artikel 5.11, derde lid, 1°, van het crisisdecreet als aanneembaar beschouwd voor de toekenning van de coronasubsidie voor verenigingsinfrastructuur:
1° Kosten:
a) elektriciteitskosten;
b) waterkosten;
c) verwarmingskosten;
d) verzekering van gebouwen;
e) terugbetalingen van kredieten die verband houden met de infrastructuur;
f) personeelskosten/honoraria;
g) huurkosten;
h) onderhoudskosten;
i) extra uitgaven die het rechtstreekse gevolg zijn van de coronacrisis;
2° Inkomsten:
a) lidmaatschapsbijdragen;
b) huurinkomsten;
c) inkomsten uit evenementen;
d) verkoop van dranken;
e) inkomsten uit sponsoring;
f) andere inkomsten.
De aanvragers delen de cijfers van 2019 en 2020 voor de categorieën vermeld in het eerste lid mee aan de administratie met het oog op de berekening van de coronasubsidie voor verenigingsinfrastructuur.
Art. 3. § 1 - Onverminderd het tweede lid wordt het bedrag van de coronasubsidie voor verenigingsinfrastructuur vastgesteld op basis van het verschil tussen de in 2020 gemaakte kosten en geboekte inkomsten in de categorieën vermeld in artikel 2, eerste lid, waarbij:
1° de subsidie gebaseerd wordt op 10/12 van het berekende verschil;
2° er in totaal een feitelijk tekort voor het jaar 2020 moet zijn.
Het tekort dat overeenkomstig het eerste lid wordt berekend, kan tot 100 % in aanmerking worden genomen voor de subsidie, met een maximumbedrag van 10.000 euro.
Art. 4. De aanvraag van de coronasubsidie voor verenigingsinfrastructuur, met inbegrip van de inlichtingen vermeld in artikel 2, tweede lid, wordt uiterlijk op 31 januari 2021 ingediend bij de administratie via het formulier vermeld in artikel 5.11, eerste lid, van het crisisdecreet.
Art. 5. De Regering kent de coronasubsidie voor verenigingsinfrastructuur toe als de overeenkomstig artikel 4 ingediende aanvraag voor die subsidie voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 5.11, derde lid, van het crisisdecreet en aan de voorwaarden vermeld in dit besluit.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het wordt aangenomen.
Art. 7. De minister bevoegd voor Cultuur is belast met de uitvoering van dit besluit.
Eupen, 23 december 2020
Voor de Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
De Minister-President,
Minister van Lokale Besturen en Financiën,
O. PAASCH
De Minister van Cultuur en Sport, Werkgelegenheid en Media,
I. WEYKMANS