Besluit van de Vlaamse Regering over de verdeling van de middelen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor het jaar 2020
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
Rechtsgrond
Dit besluit is gebaseerd op:
- het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, artikel 15, tweede lid.
Vormvereisten
De volgende vormvereisten zijn vervuld:
- De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 24 juni 2020.
- De Raad van State heeft geen advies gegeven met toepassing van artikel 3, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Het is dringend noodzakelijk dat duidelijkheid wordt geboden aan voorzieningen en personen met een handicap over de verdeling van de uitbreidingsmiddelen 2020. De verdeling van de middelen biedt personen met een handicap perspectief om hun ondersteuning uit te bouwen.
Motivering
Dit besluit is gebaseerd op volgende motieven:
De maatregelen die genomen worden hebben een belangrijke impact op de ondersteuning voor de persoon met een handicap. De middelen zorgen ervoor dat personen met een handicap die behoren tot de opgesomde doelgroep een persoonsvolgend budget of PAB krijgen toegewezen. Op deze manier kunnen zijn hun ondersteuning verder uitbouwen binnen eigen regie en op autonome wijze.
Initiatiefnemer
Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding.
Na beraadslaging,
DE VLAAMSE REGERING BESLUIT:
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° decreet van 7 mei 2004: het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° meerderjarige: elke natuurlijke persoon die achttien jaar of ouder is;
3° minderjarige: elke natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar of die meerderjarig is en die een voortzetting van de jeugdhulpverlening heeft gevraagd als vermeld in artikel 18, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
Art. 2. Om de bijkomende middelen te verdelen die voor 2020 in de begroting van het agentschap zijn ingeschreven voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van personen met een handicap, met uitzondering van een bedrag van 1.314.000 euro dat bestemd is voor de exploitatie van zestien plaatsen verblijf voor minderjarige personen met een handicap die zijn vergund conform artikel 2 tot en met artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, geldt een verhouding van 85% voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap en 15% voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van minderjarige personen met een handicap.
In het eerste lid wordt verstaan onder agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap dat is opgericht bij het decreet van 7 mei 2004.
Art. 3. In dit artikel wordt verstaan onder persoonlijke-assistentiebudget: een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/2 van het decreet van 7 mei 2004.
Het aandeel van de bijkomende middelen die conform artikel 2 bestemd zijn voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van minderjarige personen met een handicap, wordt integraal gebruikt voor de toekenning van persoonlijke-assistentiebudgetten.
Naast de bijkomende middelen die conform artikel 2 van dit besluit bestemd zijn voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van minderjarige personen met een handicap, komen er door de uitstroom van minderjarigen en jongvolwassenen uit de ondersteuningsvorm persoonlijke-assistentiebudget middelen vrij die integraal gebruikt worden voor de toekenning van persoonlijke-assistentiebudgetten, en komt er door de uitstroom van minderjarigen en jongvolwassenen uit de multifunctionele centra, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, capaciteit vrij voor minderjarigen.
Art. 4. Het aandeel van de bijkomende middelen dat conform artikel 2 bestemd is voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning van meerderjarige personen met een handicap, wordt aangevuld met de middelen die beschikbaar worden als gevolg van de uitstroom van meerderjarigen uit de persoonsvolgende financiering.
Art. 5. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2020.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 17 juli 2020.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
J. JAMBON
De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid, Gezin en Armoedebestrijding,
W. BEKE