Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 2017 houdende uitvoering van de artikelen 32quater/1, § 1, en 32quater/2, §§ 1 en 6, van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de aanduiding van de niet-betekende authentieke akten van het centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
VERSLAG AAN DE KONING
Sire,
Het besluit dat wij de eer hebben ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, betreft de uitvoering van artikel 32quater/2, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij artikel 75 van de wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake de informatisering van Justitie, modernisering van het statuut van rechters in ondernemingszaken en inzake de notariële aktebank.
Krachtens artikel 509 van het Gerechtelijk Wetboek, verleent elke gerechtsdeurwaarder authenticiteit aan zijn akten, overeenkomstig artikel 1317 van het Burgerlijk Wetboek.
De akten van de gerechtsdeurwaarders zijn allemaal authentiek en kunnen in twee categorieën worden onderverdeeld: degene die worden betekend en degene die niet worden betekend door de gerechtsdeurwaarder.
Het Centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders (ofwel het Centraal Register van Elektronische Akten, hierna CREA) ingericht bij wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, was tot op heden beperkt tot de eerste categorie, zijnde de betekende akten (artikel 32quater/2, § 1, eerste lid, Ger. W.).
Artikel 75 van de wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen inzake de informatisering van Justitie wijzigt dit artikel 32quater/2 van het Gerechtelijk Wetboek zodat voortaan alle akten opgesteld door een gerechtsdeurwaarder worden gecentraliseerd in het CREA.
Op deze wijze wordt het CREA aangevuld met elke akte opgesteld door een gerechtsdeurwaarder in het kader van zijn wettelijke opdrachten, maar die niet aan de tegenpartij werd betekend (zoals het proces-verbaal van gerechtelijke, onderhandse of vrijwillige verkoop van roerende goederen, het proces-verbaal van vaststelling, het proces-verbaal van opheffing van de immobilisatie van een voertuig, het proces-verbaal van niet-betwisting, het proces-verbaal van kantonnement, het proces-verbaal van evenredige verdeling, de aanplakbrief, de protestakte, het proces-verbaal van sekwester, het proces-verbaal van verduistering van goederen en het proces-verbaal van verdeling). Teneinde te voldoen aan de opmerking geformuleerd door de Gegevensbeschermingsautoriteit in haar advies nr. 57/2020 van 23 juni 2020, bepaalt artikel 1 van dit besluit een exhaustieve lijst van de bedoelde akten.
In haar advies is de Gegevensbeschermingsautoriteit ook van mening dat het noodzakelijk is om artikel 32quater/2, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek te wijzigen om de doeleinden van de uitbreiding van de registratie in het CREA tot alle akten die door een gerechtsdeurwaarder zijn opgesteld, te specificeren.
De doelstellingen van deze uitbreiding worden duidelijk vermeld in de toelichting bij de wet tot uitbreiding van het CREA (artikel 75 van de wet van 5 mei 2019 ingevoegd bij amendement nr. 86 - Doc 54-3549/004). Desondanks werd er in navolging van het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit een wetsontwerp tot wijziging van het artikel 32quater/2, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek neergelegd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, waardoor de doeleinden van de uitbreiding van het CREA opgenomen worden in de wet. Het is de bedoeling om dit besluit in werking te laten treden op hetzelfde moment als de wetswijziging.
Zoals gespecificeerd in het amendement dat artikel 75 van de wet van 5 mei 2019 invoerde en aldus artikel 32 quater/2, § 1 van het Gerechtelijk Wetboek wijzigde, houdt het optimaliseren van een dergelijk register een aantal relevante voordelen in. Naast de garantie van vertrouwelijkheid, integriteit en leesbaarheid van akten, vergroot de centrale verzameling van al deze akten de transparantie van de activiteiten van elke gerechtsdeurwaarder en maakt het mogelijk deze te controleren. Het voorkomt ook het verlies van akten (overstroming, brand, diefstal, ...) door individuele gerechtsdeurwaarders. De bundeling en centralisatie van besluiten zal het ook mogelijk maken statistische gegevens te verzamelen en te verwerken.
Deze uitbreiding van de gegevens biedt een ander, niet te onderschatten voordeel, bij het opstellen van processenverbaal op het internet. De gerechtsdeurwaarder heeft, met inachtneming van de modaliteiten zoals opgenomen in artikel 1317 van het oud Burgerlijk Wetboek, het volste recht om een verslag in gedematerialiseerde vorm op te stellen en kan dit verslag digitaal ondertekenen, zodat het origineel van het document het gedematerialiseerde document is. De meeste bevindingen worden geïllustreerd aan de hand van foto's, die, eenmaal afgedrukt, snel hun kwaliteit verliezen. Zo kan de kleur worden gewijzigd, waar de bewaring van een gedematerialiseerde versie meer garanties biedt.
Artikel 2 van het besluit bepaalt de termijn binnen dewelke de gerechtsdeurwaarder zijn akte in het CREA moet opslaan, meer bepaald binnen de drie kalenderdagen volgend op de opmaak van de akte.
De centralisatie van de akten van gerechtsdeurwaarders in één enkel register opent veel perspectieven voor de informatisering van Justitie, of het nu gaat om de ontwikkeling van een digitaal repertorium (met het oog op de formaliteit van de registratie) of de ontwikkeling van een centraal register van gedinginleidende akten (informatisering van alle gerechtelijke procedures).
Ik heb de eer te zijn,
Sire,
Van Uwe Majesteit,
de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar,
De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
Advies 69.608/2/V van 19 juli 2021 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 2017 houdende uitvoering van de artikelen 32quater/1, § 1, en 32quater/2, §§ 1 en 6, van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de aanduiding van de niet betekende authentieke akten van het centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders'
Op 15 juni 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice eersteminister en Minister van Justitie en Noordzee verzocht binnen een termijn van dertig dagen van rechtswege (1) verlengd tot 30 juli 2021 een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 2017 houdende uitvoering van de artikelen 32quater/1, § 1, en 32quater/2, §§ 1 en 6, van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de aanduiding van de niet betekende authentieke akten van het centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders'.
Het ontwerp is door de tweede vakantiekamer onderzocht op 19 juli 2021. De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Luc CAMBIER en Patrick RONVAUX, staatsraden, en Esther CONTI, toegevoegd griffier.
Het verslag is uitgebracht door Pauline LAGASSE, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine BAGUET.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 19 juli 2021.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerking.
Artikel 4 van het voorliggende ontwerp bepaalt dat het besluit
"in werking [treedt] op dezelfde dag als de dag waarop artikel 28 van de wet van 28 november 2021 om justitie sneller, menselijker en straffer te maken in werking treedt."
Daarmee wordt verwezen naar artikel 20 van het voorontwerp van wet `om justitie sneller, menselijker en straffer te maken', waarover de afdeling Wetgeving op 28 juni 2021 advies 69.439/1 2 3 4 uitgebracht heeft.
Bij artikel 20 van het voorontwerp van wet, zoals dat aan de Raad van State voorgelegd is, wordt artikel 32quater/2, § 1, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek aangevuld met de volgende zin:
"De doeleinden van het register zijn tevens het vergemakkelijken van het vervullen van de wettelijke verplichtingen en van de opdrachten van gerechtsdeurwaarders, de controle van hun activiteiten en het verbeteren van hun dienstverlening, evenals het verzamelen en verwerken van statistische gegevens."
Artikel 20 van dat voorontwerp van wet geeft gevolg aan advies 57/2020 van de Gegevensbeschermingsautoriteit van 23 juni 2020 over het voorliggende ontwerpbesluit, waarin ze opgemerkt heeft dat artikel 32quater/2 van het Gerechtelijk Wetboek op de wijze zoals hierboven is aangegeven, moest worden aangevuld om het voorliggende ontwerp in overeenstemming te brengen met de vereisten die voortvloeien uit artikel 22 van de Grondwet, uit artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en uit artikel 6.3. van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 `betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)'.
Het betrokken voorontwerp van wet is tot op heden nog niet ingediend bij het bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers en is dus a fortiori nog niet aangenomen.
Aangezien de overeenstemming van het ontwerp met de hogere rechtsnormen inzake de bescherming van het privéleven afhangt van het aannemen van de betrokken bepaling die vervat is in het voorontwerp van wet waarover advies 69.439/1 2 3 4 uitgebracht is, spreekt het vanzelf dat het voorliggende ontwerp slechts aangenomen zal kunnen worden eens die bepaling zelf wet geworden zal zijn.
Artikel 4 van het voorliggende ontwerp zal trouwens pas dan aangevuld kunnen worden zodat daarin verwezen wordt naar de overeenstemmende bepaling van de definitief aangenomen tekst.
Hetzelfde geldt voor het eerste lid van de aanhef.
Onder dat voorbehoud geeft het voorliggende ontwerp geen aanleiding tot opmerkingen.
De griffier,
Esther Conti
De voorzitter,
Martine Baguet
_______
Nota
(1) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege verlengd wordt met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus.
28 NOVEMBER 2021. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 juni 2017 houdende uitvoering van de artikelen 32quater/1, § 1 en 32quater/2, §§ 1 en 6 van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op de aanduiding van de niet-betekende authentieke akten van het centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders
FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op het Gerechtelijk Wetboek, artikel 32quater/2, § 1, eerste lid, ingevoegd bij de wet van 4 mei 2016 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 2019 en 28 november 2021;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 4 juni 2020;
Gelet op het advies nr. 57/2020 van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 23 juni 2020;
Gelet op het advies nr 69.608/2/V van de Raad van State, gegeven op 19 juli 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 197;
Op de voordracht van de Minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Artikel 11 van het koninklijk besluit van 14 juni 2017 houdende uitvoering van de artikelen 32quater/1, § 1 en 32quater/2, §§ 1 en 6 van het Gerechtelijk Wetboek, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
" § 2. Alle niet-betekende akten opgemaakt door gerechtsdeurwaarders in het kader van hun wettelijke taken, worden bijgehouden in het Centraal register van gedematerialiseerde authentieke akten van gerechtsdeurwaarders, door toepassing van informaticatechnieken met een passend beveiligingsniveau.
De in het eerste lid bedoelde akten bestaan uit:
1° het proces-verbaal van gerechtelijke, onderhandse of vrijwillige verkoop van roerende goederen;
2° het proces-verbaal van vaststelling;
3° het proces-verbaal van opheffing van de immobilisatie van een voertuig;
4° het proces-verbaal van niet-betwisting;
5° het proces-verbaal van kantonnement;
6° het proces-verbaal van evenredige verdeling;
7° de aanplakbrief;
8° de protestakte;
9° het proces-verbaal van sekwester;
10° het proces-verbaal van verduistering van goederen;
11° het proces-verbaal van verdeling.".
Art. 2. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "opgemaakt of, in voorkomend geval," worden tussen de woorden "op niet-elektronische wijze heeft" en het woord "betekent" ingevoegd;
2° de woorden "opmaak of, in voorkomend geval," worden tussen de woorden "na de datum van" en het woord "betekening" ingevoegd.
Art. 3. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de woorden "betreffende betekende akten" ingevoegd tussen de woorden "volgende gegevens" en het woord "geregistreerd".
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op dezelfde dag als de dag waarop de wet van 28 november 2021 om justitie sneller, menselijker en straffer te maken in werking treedt.
Art. 4. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 28 november 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
V. VAN QUICKENBORNE