Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 juli 2017 tot benoeming van de gewone en plaatsvervangende leden van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk

Date :
23-12-2021
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
2 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2021205863
Auteur :
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid En Sociaal Overleg

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, artikel 45, § 1 en artikel 44 gewijzigd bij de wet van 13 februari 1998 en de wet van 30 december 2009;
Gelet op de artikelen II.9-3 tot II.9-7 en II.9-12 van de codex over het welzijn op het werk;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 juli 2017 tot benoeming van de gewone en plaatsvervangende leden van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 januari 2018, 3 juni 2018, 11 oktober 2018, 22 april 2019, 28 juni 2019, 13 oktober 2019, 17 januari 2020, 6 mei 2020, 27 september 2020, 9 maart 2021, 11 mei 2021 en 5 oktober 2021;
Gelet op de aanvraag tot vervanging en de voordrachten gedaan door de betrokken instanties, overeenkomstig de artikelen II.9-6 en II.9-7 van de codex over het welzijn op het werk;
Gelet op de meegedeelde ontslagen van leden;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Eervol ontslag wordt verleend aan het volgend effectief lid van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, afgevaardigde van de meest representatieve werknemersorganisaties:
- Mevrouw Caroline Hielegems.
Art. 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 juli 2017 tot benoeming van de gewone en plaatsvervangende leden van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 januari 2018, 3 juni 2018, 11 oktober 2018, 13 oktober 2019, 6 mei 2020, 27 september 2020, 9 maart 2021 en 11 mei 2021 worden de woorden "Mevrouw Caroline Hielegems" opgeheven.
Art. 3. Eervol ontslag wordt verleend aan de volgende plaatsvervangende leden van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, afgevaardigden van de meest representatieve werknemersorganisaties:
- De heer Luc De Valck;
- Mevrouw Sabine Slegers.
Art. 4. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 oktober 2018, 6 mei 2020, 9 maart 2021, 11 mei 2021 en 5 oktober 2021 worden de woorden "De heer Luc De Valck", "Mevrouw Sabine Slegers" opgeheven.
Art. 5. Eervol ontslag wordt verleend aan het volgend effectief lid van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, afgevaardigde van de meest representatieve werkgeversorganisaties:
- Mevrouw Marie-Pierre Dawance.
Art. 6. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 18 januari 2018, 3 juni 2018, 22 april 2019, 28 juni 2019, 27 september 2020 en 9 maart 2021 worden de woorden "Mevrouw Marie-Pierre Dawance" opgeheven.
Art. 7. Eervol ontslag wordt verleend aan het volgend plaatsvervangend lid van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk, afgevaardigde van de meest representatieve werkgeversorganisaties:
- De heer Patrice Dresse.
Art. 8. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 3 juni 2018, 11 oktober 2018, 28 juni 2019, 13 oktober 2019, 17 januari 2020, 27 september 2020, 9 maart 2021 en 11 mei 2021 worden de woorden "De heer Patrice Dresse" opgeheven.
Art. 9. Wordt benoemd tot effectief lid van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk als afgevaardigde van de meest representatieve werknemersorganisaties:
- De heer Maarten Hermans, ter vervanging van mevrouw Caroline Hielegems.
Art. 10. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de woorden "De heer Maarten Hermans" op alfabetische wijze ingevoegd.
Art. 11. Worden benoemd tot plaatsvervangende leden van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk als afgevaardigden van de meest representatieve werknemersorganisaties:
- De heer Bart Theys, ter vervanging van de heer Luc De Valck;
- Mevrouw Sylvia Logist, ter vervanging van mevrouw Sabine Slegers.
Art. 12. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "Mevrouw Sylvia Logist", "De heer Bart Theys", op alfabetische wijze ingevoegd.
Art. 13. Wordt benoemd tot effectief lid van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk als afgevaardigde van de meest representatieve werkgeversorganisaties:
- De heer Samuël Jaupart, ter vervanging van mevrouw Marie-Pierre Dawance.
Art. 14. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden "De heer Samuël Jaupart" op alfabetische wijze ingevoegd.
Art. 15. Wordt benoemd tot plaatsvervangend lid van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk als afgevaardigde van de meest representatieve werkgeversorganisaties:
- Mevrouw Marie-Pierre Dawance, ter vervanging van de heer Patrice Dresse.
Art. 16. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "Mevrouw Marie-Pierre Dawance" op alfabetische wijze ingevoegd.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 18. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 december 2021.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
P.-Y. DERMAGNE
_______
Nota
Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad:
Wet van 4 augustus 1996,
Belgisch Staatsblad van 18 september 1996;
Wet van 13 februari 1998,
Belgisch Staatsblad van 19 februari 1998;
Wet van 30 december 2009,
Belgisch Staatsblad van 31 december 2009;
Codex over het welzijn op het werk,
Belgisch Staatsblad van 2 juni 2017;
Koninklijk besluit van 21 juli 2017,
Belgisch Staatsblad van 4 oktober 2017;
Koninklijk besluit van 18 januari 2018,
Belgisch Staatsblad van 6 februari 2018;
Koninklijk besluit van 3 juni 2018,
Belgisch Staatsblad van 15 juni 2018;
Koninklijk besluit van 11 oktober 2018,
Belgisch Staatsblad van 26 oktober 2018;
Koninklijk besluit van 22 april 2019,
Belgisch Staatsblad van 8 mei 2019;
Koninklijk besluit van 28 juni 2019,
Belgisch Staatsblad van 24 juli 2019;
Koninklijk besluit van 13 oktober 2019,
Belgisch Staatsblad van 23 oktober 2019;
Koninklijk besluit van 17 januari 2020,
Belgisch Staatsblad van 10 februari 2020;
Koninklijk besluit van 6 mei 2020,
Belgisch Staatsblad van 8 juni 2020;
Koninklijk besluit van 27 september 2020,
Belgisch Staatsblad van 21 oktober 2020;
Koninklijk besluit van 9 maart 2021,
Belgisch Staatsblad van 15 april 2021;
Koninklijk besluit van 11 mei 2021,
Belgisch Staatsblad van 14 juni 2021;
Koninklijk besluit van 5 oktober 2021,
Belgisch Staatsblad van 18 oktober 2021.