Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, artikel 87, laatste lid, gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002 en 27 december 2006, artikel 93, vijfde, zevende en achtste lid en artikel 104, 1°;
Gelet op het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen, gegeven op 5 april 2011;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 26 april 2011;
Gelet op het advies van het Beheerscomité van de uitkeringsverzekering voor werknemers van de Dienst voor uitkeringen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, gegeven op 27 april 2011;
Gelet op de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 28 april 2011
Gelet op het advies nr. 49.708/2 van de Raad van State, gegeven op 14 juni 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Sociale Zaken en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. In artikel 214, § 1, eerste lid, 2°, b) van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 juni 2007 en 12 februari 2009, wordt het getal « 27,1850 » vervangen door het getal « 27,7287 ».
Art. 2. In artikel 215bis van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 29 januari 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, vervangen door het koninklijk besluit van 29 januari 2007, wordt het getal « 10,4466 » vervangen door het getal « 12,8122 »;
2° § 3, vervangen door het koninklijk besluit van 29 januari 2007, wordt vervangen als volgt :
« § 3. De invalide gerechtigde die op 31 december 2006 aanspraak kon maken op uitkeringen als gerechtigde met gezinslast op basis van de erkenning van de behoefte aan andermans hulp, behoudt deze hoedanigheid voor de periode tijdens dewelke de behoefte aan andermans hulp verder erkend wordt, indien het verschil tussen het bedrag van zijn uitkering als gerechtigde met gezinslast en het bedrag van zijn uitkering als gerechtigde zonder gezinslast hoger is dan 10,4466 euro en, vanaf 1 september 2011, 12,8122 euro. »
Art. 3. In artikel 225, § 3, van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 juni 2007, wordt het getal « 660,4241 » vervangen door het getal « 707,07 ».
Art. 4. In artikel 226bis, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 februari 2010, wordt het getal « 762,9204 » vervangen door het getal « 778,1788 ».
Art. 5. In artikel 230, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen door het koninklijk besluit van 2 februari 2006, wordt het derde lid vervangen als volgt :
« Het brutobedrag van het beroepsinkomen wordt verminderd met het bedrag van de sociale zekerheidsbijdragen ten laste van de gerechtigde. Het bedrag van het in werkdagen gewaardeerde beroepsinkomen wordt bovendien slechts in aanmerking genomen ten belope van het volgende percentage, bepaald per inkomensschijf :
- eerste schijf van 9,06 euro : 0 pct.
- tweede schijf van 9,06 euro : 25 pct.
derde schijf hoger dan het totaal van de vorige schijven :
- 25 pct. gedurende de eerste zes maanden van de in het eerste lid bedoelde toegelaten werkhervatting;
- 50 pct. na deze periode. »
Art. 6. De artikelen 1 tot en met 4 van dit besluit treden in werking op 1 september 2011. Artikel 5 treedt in werking op 1 januari 2012.
Art. 7. De Minister bevoegd voor Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 6 juli 2011.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. L. ONKELINX