Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 april 2018, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2017 (1)

Date :
17-08-2018
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2018203561
Auteur :
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid En Sociaal Overleg

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 26 april 2018, gesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, betreffende de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2017.
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 17 augustus 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap
Collectieve arbeidsovereenkomst van 26 april 2018
Sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2017
(Overeenkomst geregistreerd op 9 mei 2018 onder het nummer 146021/CO/319.01)
HOOFDSTUK I. - Voorwerp van de overeenkomst
Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten :
- in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer 103513/CO/319.01), afgesloten in het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, en zoals gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 22 oktober 2012 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 319.01 (registratienummer 112309/CO/319.01), bij collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 319.01 (registratienummer 122570/CO/319.01), bij collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2016 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 319.01 (registratienummer 134530/CO/319.01) en bij collectieve arbeidsovereenkomst van 10 december 2014 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer 125707/CO/319.01);
- in toepassing van artikel 4 van het pensioenreglement dat als bijlage is opgenomen bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer 103513/CO/319.01) en zoals gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 22 oktober 2012 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 319.01 (registratienummer 112309/CO/319.01), bij collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 2014 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 319.01 (registratienummer 122570/CO/319.01) en bij collectieve arbeidsovereenkomst van 27 juni 2016 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 319.01 (registratienummer 134530/CO/319.01).
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied
Art. 4. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle werkgevers en alle werknemers die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, met uitzondering van :
- de categorieën voorzien in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
- de in het buitenland gevestigde werkgevers en hun in België gedetacheerde werknemers in de zin van de toepasselijke EEG-verordening inzake de sociale zekerheid.
Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel.
Art. 5. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op :
- werknemers met een contract van interimarbeid;
- werknemers met een vakantie-, studenten- of IBO-contract (individuele beroepsopleiding);
- leerlingen waarvoor geen sociale zekerheidsbijdragen worden betaald (erkende leerling van de middenstand, leerling met industrieel leercontract, leerling in opleiding tot ondernemingshoofd, leerling met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing, erkend door de gemeenschappen en gewesten, stagiair met een beroepsinlevingsovereenkomst);
- arbeidszorgmedewerkers en personen tewerkgesteld in het kader van artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de inrichting van de OCMW's en een tewerkstelling in het kader van artikel 78 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, tenzij er sprake is van een arbeidsovereenkomst;
- werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al een wettelijk rustpensioen genieten;
- erkende beroepsjournalisten gedurende de periode die in aanmerking komt voor het wettelijk aanvullend pensioen voor erkende beroepsjournalisten, geregeld door het koninklijk besluit van 27 juli 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971);
- coöperanten van Belgische niet-gouvernementele organisaties, die werken in het buitenland en voor wie een aansluiting bestaat bij de Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid;
- niet aan RSZ onderworpen werknemers die occasioneel sociaal-cultureel werk verrichten.
HOOFDSTUK III. - Pensioentoezegging
Art. 6. § 1. Op 31 december 2017 wordt een éénmalige toelage op de individuele pensioenrekening gestort voor het jaar 2017.
§ 2. De valutadatum vanaf wanneer het rendement toegekend wordt is 1 januari 2018.
Art. 7. § 1. De toelage voor het jaar 2017 bedraagt maximaal 30 EUR per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 voor zover :
- de aangeslotene in het jaar 2017 door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 gedurende minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en deze organisatie voor het jaar 2017 bijdragen betaalde in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 319.01 tot aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer 103830/CO/319.01) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 februari 2017 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het jaar 2017 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 319.01 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2017 (registratienummer 138199/CO/319.01).
§ 2. De toelage voor het jaar 2017 bedraagt maximaal 13,76 EUR per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 voor zover :
- de aangeslotene in het jaar 2017 door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en in de periode tussen 1 januari 2017 en 31 december 2017 gedurende minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en deze organisatie voor het jaar 2017 een vrijstelling van bijdragen had in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 319.01 tot aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer 103830/CO/319.01) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 8 februari 2017 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het jaar 2017 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 319.01 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2017 (registratienummer 138199/CO/319.01).
Art. 8. § 1. De toelage wordt toegekend in verhouding tot de "contractuele arbeidstijd", zijnde [het gemiddeld aantal uren per week van de werknemer] gedeeld door [het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon].
Als de werknemer geen volledig trimester gewerkt heeft of in de loop van een trimester van contractuele arbeidstijd is veranderd, wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal kalenderdagen van de arbeidsduur ten opzichte van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester.
§ 2. Als de werknemer in de loop van het trimester met wettelijk pensioen is gegaan, wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal kalenderdagen tot de pensioendatum ten opzichte van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester.
§ 3. In geval van opzeggingsvergoeding wordt de toelage, bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst, toegekend voor de volledige periode waarmee deze opzeggingsvergoeding overeenkomt, voor zover deze periode een aanvang neemt in het jaar 2017 en de betrokken werknemer voorafgaand aan deze periode aan de voorwaarden van deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft voldaan.
§ 4. De berekening van de toelage wordt vastgesteld op basis van de gegevens die meegedeeld werden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding, geldigheidsduur en opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst
Art. 9. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2018 en is gesloten voor onbepaalde tijd.
§ 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de partijen worden opgezegd vóór 30 juni van ieder kalenderjaar, met uitwerking op 1 januari van het daaropvolgend kalenderjaar. De opzegging moet betekend worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen en -diensten van de Vlaamse Gemeenschap, die een kopie van de opzegging stuurt aan elke ondertekenende partij.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2018.
De Minister van Werk,
K. PEETERS