Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2016, gesloten in het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, betreffende de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2015 (1)

Date :
02-05-2017
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
3 pages
Section :
Législation
Source :
Numac 2017201020
Auteur :
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid En Sociaal Overleg

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2016, gesloten in het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, betreffende de sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2015.
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 2 mei 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector
Collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2016
Sectorale pensioentoezegging voor het jaar 2015
(Overeenkomst geregistreerd op 10 augustus 2016 onder het nummer 134518/CO/331)
HOOFDSTUK I. - Voorwerp van de overeenkomst
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten :
- in uitvoering van artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer 103526/CO/331), afgesloten in het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, en zoals gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2012 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 331 (registratienummer 111901/CO/331), bij collectieve arbeidsovereenkomst van 10 maart 2014 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 331 (registratienummer 121138/CO/331) en bij collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer 125644/CO/331);
- in toepassing van punt 4 van het pensioenreglement dat als bijlage is opgenomen bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot invoering van een sectoraal aanvullend pensioenstelsel (registratienummer 103526/CO/331), afgesloten in het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, en zoals gewijzigd bij collectieve arbeidsovereenkomst van 1 oktober 2012 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 331 (registratienummer 111901/CO/331) en bij collectieve arbeidsovereenkomst van 10 maart 2014 tot wijziging van het pensioenreglement van het sectoraal aanvullend pensioenstelsel 331 (registratienummer 121138/CO/331).
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op alle werkgevers en alle werknemers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, met uitzondering van :
- de categorieën voorzien in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst;
- de in het buitenland gevestigde werkgevers en hun in België gedetacheerde werknemers in de zin van de toepasselijke EEG-verordening inzake de sociale zekerheid.
Onder "werknemers" wordt verstaan : het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendepersoneel.
Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op :
- werknemers met een contract van interimarbeid;
- werknemers met een vakantie-, studenten- of IBO-contract (individuele beroepsopleiding);
- leerlingen waarvoor geen sociale zekerheidsbijdragen worden betaald (erkende leerling van de middenstand, leerling met industrieel leercontract, leerling in opleiding tot ondernemingshoofd, leerling met een overeenkomst voor socioprofessionele inpassing, erkend door de gemeenschappen en gewesten, stagiair met een beroepsinlevingsovereenkomst);
- arbeidszorgmedewerkers en personen tewerkgesteld in het kader van artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 op de inrichting van de OCMW's of tewerkgesteld in het kader van artikel 78 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, tenzij er sprake is van een arbeidsovereenkomst;
- werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al een wettelijk rustpensioen genieten;
- erkende beroepsjournalisten gedurende de periode die in aanmerking komt voor het wettelijk aanvullend pensioen voor erkende beroepsjournalisten, geregeld door het koninklijk besluit van 27 juli 1971 (Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1971);
- coöperanten van Belgische niet-gouvernementele organisaties, die werken in het buitenland en voor wie een aansluiting bestaat bij de Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid;
- niet aan RSZ onderworpen werknemers die occasioneel sociaal-cultureel werk verrichten.
HOOFDSTUK III. - Pensioentoezegging
Art. 4. § 1. Op 31 december 2015 wordt een éénmalige toelage op de individuele pensioenrekening gestort voor het jaar 2015.
§ 2. De valutadatum vanaf wanneer het rendement toegekend wordt is 1 januari 2016.
Art. 5. § 1. De toelage voor het jaar 2015 bedraagt maximaal 30 EUR per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015 voor zover :
- de aangeslotene in het jaar 2015 door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en in de periode tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015 gedurende minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en deze organisatie voor het jaar 2015 bijdragen betaalde in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 331 tot aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer 103527/CO/331) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het jaar 2015 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 331 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2015 (registratienummer 125647/CO/331).
§ 2. De toelage voor het jaar 2015 bedraagt maximaal 12 EUR per rechtgevend trimester in de periode tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015 voor zover :
- de aangeslotene in het jaar 2015 door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en in de periode tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015 gedurende minstens twee opeenvolgende trimesters door een arbeidsovereenkomst verbonden was met een organisatie waarop het pensioenreglement van toepassing is;
- en deze organisatie voor het jaar 2015 een vrijstelling van bijdragen had in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst van 7 februari 2011 tot wijziging van de statuten en de benaming van het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 331 tot aanvullende financiering tweede pensioenpijler" (registratienummer 103527/CO/331) en de collectieve arbeidsovereenkomst van 22 december 2014 tot vaststelling van het percentage van de bijdragen voor het jaar 2015 voor het fonds voor bestaanszekerheid genaamd "Sociaal Fonds 331 tot financiering tweede pensioenpijler" en tot bepaling van de datum van aanvraag tot vrijstelling van bijdragen voor het jaar 2015 (registratienummer 125647/CO/331).
Art. 6. § 1. De toelage wordt toegekend in verhouding tot de "contractuele arbeidstijd", zijnde [het gemiddeld aantal uren per week van de werknemer] gedeeld door [het gemiddeld aantal uren per week van de maatpersoon].
Als de werknemer geen volledig trimester gewerkt heeft of in de loop van een trimester van contractuele arbeidstijd is veranderd, wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal kalenderdagen van de arbeidsduur ten opzichte van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester.
§ 2. Als de werknemer in de loop van het trimester met wettelijk pensioen is gegaan, wordt de contractuele arbeidstijd geproratiseerd in functie van het aantal kalenderdagen tot de pensioendatum ten opzichte van het aantal kalenderdagen in het betrokken trimester.
§ 3. In geval van opzeggingsvergoeding wordt de toelage, bepaald in deze collectieve arbeidsovereenkomst, toegekend voor de volledige periode waarmee deze opzeggingsvergoeding overeenkomt, voor zover deze periode een aanvang neemt in het jaar 2015 en de betrokken werknemer voorafgaand aan deze periode aan de voorwaarden van deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft voldaan.
§ 4. De berekening van de toelage wordt vastgesteld op basis van de gegevens die meegedeeld werden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding, geldigheidsduur en opzegging van de collectieve arbeidsovereenkomst
Art. 7. § 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2016 en is gesloten voor onbepaalde tijd.
§ 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst kan door elk van de partijen worden opgezegd vóór 30 juni van ieder kalenderjaar, met uitwerking op 1 januari van het daaropvolgend kalenderjaar. De opzegging moet betekend worden bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector, die een kopie van de opzegging stuurt aan elke ondertekenende partij.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 mei 2017.
De Minister van Werk,
K. PEETERS