Ministerieel besluit tot vaststelling van de veiligheidsinrichtingen van de overweg nr. 26 op de spoorlijn nr. 75, baanvak De Pinte - Deinze, gelegen te Deinze ter hoogte van de kilometerpaal 13.186
- Section :
- Législation
- Source :
- Numac 2016014222
- Auteur :
- Federale Overheidsdienst Mobiliteit En Vervoer
Texte original :
Ajoutez le document à un dossier
()
pour commencer à l'annoter.
De Minister van Mobiliteit,
Gelet op de wet van 12 april 1835 betreffende het tolgeld en de reglementen van de spoorwegpolitie, artikel 2, geïnterpreteerd bij de wet van 11 maart 1866;
Gelet op de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen, artikel 17, vervangen bij de wet van 1 augustus 1960 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 oktober 2004;
Gelet op de wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd op 16 maart 1968, artikel 1, eerste lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 11 juli 2011 betreffende de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen, artikel 11, § 1
Gelet op het ministerieel besluit nr. A/647/75 van 3 december 2002;
Overwegende dat bovengenoemd ministerieel besluit de veiligheidsinrichtingen vaststelt van, onder andere, de overweg nr. 26 op de spoorlijn nr. 75, baanvak De Pinte - Deinze, gelegen te Deinze ter hoogte van de kilometerpaal 13.186;
Overwegende dat het noodzakelijk is deze veiligheidsinrichtingen in overeenstemming te brengen met het bovengenoemde koninklijk besluit van 11 juli 2011, rekening houdend met de kenmerkende eigenschappen van het weg- en spoorverkeer en met de zichtbaarheid van bedoelde overweg,
Besluit :
Artikel 1. De overweg nr. 26 op de spoorlijn nr. 75, baanvak De Pinte - Deinze, gelegen te Deinze ter hoogte van de kilometerpaal 13.186, wordt uitgerust met de veiligheidsinrichtingen bedoeld in artikel 3, 1°, het verkeersbord A47, en 2° a) van het koninklijk besluit van 11 juli 2011 betreffende de veiligheidsinrichtingen aan overwegen op de spoorwegen.
Art. 2. Dezelfde overweg wordt bijkomend uitgerust met de veiligheidsinrichtingen bedoeld in artikel 4, 1° b), 3°, 4°, 5° en 6° van hetzelfde koninklijk besluit :
1)het systeem met gedeeltelijke afsluiting, aan weerszijden van de overweg;
2) een geluidssein, aan weerszijden van de overweg;
3) een verkeersbord A47 links van de weg, aan weerszijden van de overweg en een verkeersbord A47 rechts van de weg, kant Astene en georiënteerd naar de Vrouwenstraat;
4) op elk bijkomend verkeersbord A47, een verkeerslicht dat de overgang verbiedt;
5) op elk verkeersbord A47, een verkeerslicht dat de overgang toestaat.
Art. 3. Het ministerieel besluit nr. A/647/75 van 3 december 2002 wordt opgeheven voor wat betreft de bepalingen aangaande overweg nr. 26.
Brussel, 14 juli 2016.
F. BELLOT