- Decision du 19 janvier 2012

19/01/2012 - M11-7-0257/8042

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoekster liep op 8 juli 2010 omstreeks 12u 30 op straat te ..., toen een fietser uit tegengestelde richting op het voetpad opdook. Bij het voorbijrijden rukte deze hardhandig aan haar halsketting. Door de snok geraakte de halsketting los en viel in haar blouse.

De man had twee hangertjes mee gegrist.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 13 januari 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de zichzelf noemende Richard Z. alias Richard Z. (° 1992), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 30 maanden gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ...:

A. Door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van de hierna vermelde personen die hierna vermelde goederen die hen niet toebehoorden, bedrieglijk weggenomen te hebben,

de diefstal gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk:

- de diefstal gepleegd zijnde door twee of meer personen

- de schuldigen om de diefstal te vergemakkelijken of hun vlucht te verzekeren, gebruik gemaakt hebbende van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig;

I. de eerste,

a) op 8 juli 2010

ten nadele van X. Gabrielle, twee gouden hangertjes (Egyptisch ankh-teken en één met een inscriptie van een Mayakalender) van onbepaalde waarde. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis definitief veroordeeld tot betaling van de som van

euro 1.050 meer de intresten en een RPV van euro 400 aan verzoekster.

- morele schade euro 500,00

- materiële schade (2 hangertjes) euro 550,00

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. Uit een schrijven dd. 21 februari 2011 van de raadsman van de veroordeelde blijkt dat zijn cliënt onvermogend is en zodoende niet in de mogelijkheid verkeerd om het gevraagde te betalen.

III-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen. Zij had geen familiale verzekering afgesloten.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.450 (civiel toegekende hoofdsom + RPV).

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985.

De ‘materiële kosten' dienen verband te houden met het opgelopen letsel. De Commissie kan alleen die kosten in aanmerking nemen die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet.

Gestolen goederen (i.c. de twee hangertjes) vallen hier niet onder.

Rekening houdende enerzijds met de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 900.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 900.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 19 januari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 maart 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.