- Decision du 8 mars 2012

08/03/2012 - 98556

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 20 november 1997 werd Joshua, zoontje van verzoekster, te ... slachtoffer van een moord-poging uitgevoerd door zijn vader, de heer Z. Yannick. Beide armen van het kind werden open gekerfd met een scheermesje. Ondanks hevig bloedverlies slaagden de medische diensten er toch in het leven van het jongetje te redden. De feiten deden zich voor nadat de vader het kindje op een brutale wijze bij de moeder had weggenomen (het kindje verbleef bij de moeder nadat de ouders na echtelijke moeilijkheden uit elkaar waren gegaan).

II. Vervolging

- Kwalificatie ten aanzien van Yannick Z. uit hierna vernoemd arrest: "gepoogd te hebben zich schuldig te maken aan moord door opzettelijk, met het oogmerk om te doden en met voorbedachten rade, Z. Joshua te doden, waarbij het voornemen om de misdaad te plegen zich heeft geopenbaard door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen ten gevolge van omstandigheden van de wil van de dader onafhankelijk, zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist."

- Bij arrest van het Hof van Assisen van de Provincie ... te ... d.d. 30 september 1999 werd Yannick Z. wegens poging tot moord veroordeeld tot 5 jaar opsluiting met uitstel gedurende 5 jaar en onder voorwaarden; o.m. "de burgerlijke partijen integraal vergoeden onder de voorwaarden met de probatie-assistent te bespreken.

- Bij arrest van het Hof van Assisen van de Provincie ... te ... van dezelfde datum werd hij veroordeeld om ten titel van schadevergoeding een provisie van 1 frank te betalen en dit zowel aan Sandra Y. in eigen naam, als aan Sandra Y. q.q. Joshua Z., aan Marguerite Behaeghe en Urbain Pieters.

- Bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 29 januari 2007 werd Yannick Z. veroordeeld tot betaling aan Sandra Y. in eigen naam van:

- kledijschade euro 100

- provisioneel: medische kosten en administratiekosten euro 1.700

- genegenheidsschade euro 2.000

Hij werd veroordeeld om aan aan Sandra Y. q.q. Joshua te betalen:

- provisioneel: voor tijdelijke en blijvende arbeidsongeschiktheid euro 2.000

Er werd tevens een gerechtsdeskundige aangesteld.

De dader tekende tegen dit vonnis hoger beroep aan.

- Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 24 april 2008 werd enkel de vordering ten aanzien van Sandra Y. q.q. haar minderjarige zoon behouden. nl. euro 2.000 provisioneel zoals voormeld.

- De heer Z. bevond zich sinds de datum van de feiten in de gevangenis. Hij beschikt(e) niet over voldoende inkomsten om bij te dragen in het onderhoud en de opvoeding van zijn zoon Joshua. Bijgevolg dient verzoekster alleen in te staan voor het onderhoud en de opvoeding van haar zoon.

III. Gevolgen van de feiten voor Joshua

- Uit het medisch verslag van Dr. L. W. d.d. 20 september 1999:

1. "Uitwendige letsels: 4 grote mutilerende littekens, die altijd goed zichtbaar zullen blijven, dit ten gevolge van de feiten. Consolidatie van deze letsels: 20 mei 1999. Esthetische schade: 3 op de schaal van 1 tot 7. Ingevolge zijn psychische problemen diende Joshua in 1999 reeds tweemaal te worden opgenomen in de kinderpsychiatrie. Ook heeft hij gespecialiseerde opvang nodig wanneer verzoekster uit werken gaat.

2. "Inwendige letsels: minieme tot matige zenuwletsels met een lichte beperking van de beweeglijkheid van de rechterpink en een mindere gevoeligheid van de rugzijde van de rechterhand. De evolutie van de beweeglijkheidsbeperking (huidige restletsels) kan gunstig beïnvloed worden door aangepaste fysiotherapie: Deze restletsels zullen een kleine belemmering zijn bij bewegingen van fijne handmotoriek. De evolutie van de gevoelsstoornissen aan de dorsale zijde van de linkerhand is minder gunstig en dit zal niet meer kunnen gecorrigeerd worden. Deze restletsels zullen bij Joshua mogelijks een verminderd warmte- en koudegevoel tot gevolg hebben.

3. Alhoewel de andere verwondingen (de sectie van de slagaders en de aders) bij niet adequate behandeling de dood tot gevolg zouden gehad hebben, hebben deze letsels geen klinische restletsels - die een belemmering van het doen en laten zijn - tot gevolg.

- Ingevolge zijn psychische problemen diende Joshua in 1999 reeds tweemaal te worden opgenomen in de kinderpsychiatrie. Op zeker ogenblik had hij gespecialiseerde opvang nodig (wanneer verzoekster uit werken ging).

- Verzoekster verklaarde op 3 februari 1999 met haar zoontje nog steeds in behandeling te zijn bij een kinderpsychiater. Het kind kon door zijn agressief gedrag niet naar een gewone school, maar diende voortdurend opgevolgd en regelmatig onderzocht te worden. Zij heeft hiervan stukken bijgevoegd.

- Volgens Dr. Johanna Wieme, kinderpsychiater, (cfr. deskundig verslag d.d. 19 september 1999 en 20 mei 2003) is er bij Joshua sprake van een complexe gedragsproblematiek en mogelijks ADHD-stoornis. Hij vertoonde kort na de feiten een duidelijke vorm van acute post-traumatische stressstoornis. Er bestaat groot voorbehoud naar de toekomst. Dit soort ernstige traumatische ervaringen zal zeker gevolgen hebben op het gedrag van Joshua en zal in iedere ontwikkelingsfase van het kind opnieuw moeten verwerkt worden: als lagere schoolkind, als puber en als volwassene.

- Op vraag van verzoekster werd de Gerechtelijk geneeskundige Dienst aangesteld teneinde Joshua te onderzoeken. Uit het verslag van de GGD d.d. 16 februari 2010:

"Eén en ander kadert, en dit wordt bevestigd door collega Wieme, in een andere vorm van posttraumatisch stresssyndroom met ernstige gedragsstoornissen, nachtelijke aanvallen en nachtmerries. Patiënt werd gedurende 2 jaar begeleid in functie van zijn ADHD. Ik zie een wat zenuwachtige jongen moeilijk antwoordend op de vragen, sterk bijgestaan door moeder en stiefvader. De feiten van november 1997 hebben ongetwijfeld een negatieve invloed gehad op zijn ontwikkeling en zijn reeds aanwezige ADHD. Tot op heden zijn er ernstige verwerkingsproblemen en posttraumatische gevolgen van de feiten naast het acuut posttraumatisch stresssyndroom kort na de feiten. Dit trauma zal opnieuw moeten verwerkt worden in elke levensfase. In die zin is er duidelijk een gevolg in verband met de feiten. Jarenlange begeleiding en psycho- en farmacotherapie door gespecialiseerde hulpverleners zal zeker verder noodzakelijk zijn. Over de gevolgen op volwassen leeftijd kan nu nog geen uitspraak gedaan worden."

- Bij onderzoek d.d. 5 november 2009 door Dr. Van O., gevoegd aan het onderzoek door de Gerechtelijk geneeskundige Dienst, is er sprake van een reactief depressief beeld. De geneesheer besluit:

- dat de feiten en de ADHD een invloed gehad hebben op de ontwikkeling van het kind;

- dat op heden ernstige verwerkingsproblemen en posttraumatische gevolgen van de feiten naast de acute PTSD kort na de feiten te zien is. Jarenlange begeleiding is noodzakelijk.

- Hij weerhoudt een TI van 100 % van 20/11/1997 tot en met 19/05/1999 met consolidatie op 20/05/1999 en een BI van 30 %. De esthetische schade wordt geraamd op 3 op de schaal van 1 tot 7.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Yannick Z. werd bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 27 februari 2007 toegelaten tot de collectieve schuldenregeling. Mr. R. D. werd aangesteld als schuldbemiddelaar.

- In bovenvermeld arrest staat: "De bestreden beschikking wijst het verzoek van appellant af, overwegende dat, ingevolge de diverse strafrechtelijke veroordelingen, niet anders kan worden besloten dat appellant kennelijk zijn onvermogen heeft bewerkt. Uit de voorliggende stukkenbundel blijkt inderdaad dat de schuldenlast van appellant in grote mate is ontstaan ingevolge diverse zware strafrechtelijke veroordelingen van appellant, o.m. bij arrest van het Hof van Assisen d.d. 30/09/1999, bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 01/08/2002, bij arrest van het Hof ven beroep te ... d.d. 05/12/2005, bij vonnis van de correctionele rechtbank te Ieper d.d. 25/09/2003 en bij arrest van het Hof ven beroep te ... d.d. 24/12/2003, waardoor appellant thans voor niet geringe tijd in de gevangenis opgesloten is. Meestal betreffen het veroordelingen binnen de familiale sfeer."

- Verzoekster verklaart dat de dader haar persoonlijke bezittingen, meubelen e.d. verbrand, weggegooid of verkocht heeft, zodat zij zich om financiële redenen genoodzaakt ziet bij haar ouders in te wonen. Ook de bewijzen voor deze materiële schade zouden door de dader zijn vernietigd.

- Zolang de heer Yannick Z. in de gevangenis verbleef ontving verzoekster geen onderhoudsgeld voor haar zoontje. Hij heeft nog steeds niets betaald.

- Er werd tevens opgemerkt dat verzoekster het ereloon van haar advocaat gedurende het assisenproces heeft moeten dragen, nadat haar familiale verzekering haar heeft laten weten niet te kunnen tussenkomen in rechtsbijstand.

- Aangezien de feiten bij Joshua blijvende psychische letsels hebben nagelaten, is verzoekster noodgedwongen overgeschakeld van een voltijdse naar een deeltijdse betrekking. Verzoekster had op dat ogenblik een inkomen van ca. 32.000 frank.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster is in haar schriftelijke reactie d.d. 17 januari 2012 overgegaan tot de schadebegroting:

- morele schade qualitate qua euro 14.071,00

- BI euro 33.000,00

- esthetische schade euro 4.850,00

- verlies 2 schooljaren euro 7.500,00

- materiële schade: medische kosten en verblijfskosten euro 3.432,07

- administratiekosten euro 100,00

- procedurekosten ex aequo et bono euro 4.000,00

- verplaatsingskosten euro 3.403,20

- morele schade in eigen naam euro 388,00

euro 70.744,27

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Verzoekster legt alle bewijzen voor van verpleegnota's en opnamen.

2. De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan slechts een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985. ‘Intresten' werden daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding.

Er kan op gewezen worden dat de zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten bevestigd werd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State, afdeling administratie, d.d. 12 december 2006 (G. Bijnens t./ Belgische Staat).

3. De Commissie houdt enkel rekening met het verlies van 1 schooljaar, rekening houdend met het oud artikel 32 § 1.

4. De administratiekosten, procedurekosten, verplaatsingskosten en de morele schade in eigen naam komen niet in aanmerking omdat het verzoekschrift enkel werd ingediend qualitate qua.

5. De medische kosten dienen onderscheiden te worden van de verblijfskosten. Deze laatste zijn materiële kosten en bedragen in totaal euro 1.414,88, als volgt:

- verblijf CKG opvangtehuis Don Bosco euro 53,55

- tiptoe = kleuterwerking euro 1.047,20

- speelbootje euro 314,13

Na herberekening bedragen de medische kosten:

euro 3.432,07

- euro 1.414,88

euro 2.017,19

Conform artikel 2 van het KB van 18 december 1986 worden de materiële kosten beperkt tot

euro 1.250.

6. Rekening houdend met bovenvermelde opmerkingen komt de Commissie tot volgende bere-kening:

- morele schade qualitate qua euro 14.071,00

- BI à 30 % euro 33.000,00

- esthetische schade euro 4.850,00

- verlies 1 schooljaar euro 3.750,00

- medische kosten euro 2.017,19

- materiële kosten euro 1.250,00

euro 58.938,19

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster qualitate qua Joshua X. een hulp toe van euro 58.938.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op naam van de minderjarige en dat de hoofdsom en de intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan zijn meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 augustus 1998, waarbij verzoekster q.q. Joshua X. om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.