- Decision du 8 mars 2012

08/03/2012 - M10-3-0690/7467

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

- Verzoekster werd in 2004 te ... door Willy Z., de vriend van de moeder (M. Y.) van een vriendinnetje (Eline Z.), bij wie Roxette logeerde, misbruikt. Verzoekster was toen 12 jaar.

- Uit het PV van verhoor d.d. 20 juli 2005: "Hij is bij mij op het bed komen zitten. Ik lag op mijn buik en droeg mijn pyjama. Willy is mij dan beginnen masseren op mijn rug, op mijn kleding. Willy heeft me dan gevraagd om mij om te draaien. Ik heb dat dan gedaan. Hij is dan met zijn handen naar beneden gegaan, ik bedoel hiermee naar mijn vagina. Eerst aaide hij gewoon, daarna is hij beginnen zuigen. Ik bedoel dat hij met zijn mond aan mijn vagina is beginnen zuigen. Ik heb hem wel tot 3 of 4 keer moeten zeggen om te stoppen. Ik heb me boos moeten maken. Willy had mijn onderbroekje naar beneden gedaan. Eline was de hele tijd naast mij op het bed. Eline zegde niet veel, behalve dat dat toch goed deed. Ze probeerde me te overtuigen om mee te werken. Willy is gestopt omdat ik tegenstribbelde."

- Kwalificatie t.a.v. W. Z.: "aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud, tussen 1 augustus en 31 augustus 2004, op een niet nader te bepalen datum, X. Roxette, de schuldige behorend tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, nl. de vriend van de moeder van Vereecke Naomi."

II. Vervolging

- Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 27 november 2008 werd Willy Z. voor deze feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar met uitstel.

Op burgerlijk gebied werd m.b.t. Roxette X. de heropening der debatten bevolen.

- Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 15 oktober 2009 werd Willy Z. op burgerlijk gebied veroordeeld om aan verzoekster euro 2.000 te betalen ex aequo et bono.

Dit arrest is in kracht van gewijsde getreden.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- In een brief van de gerechtsdeurwaarder S. W. staat: "Ik heb het genoegen u te melden dat mijn confrater overging tot betekening arrest met bevel tot betaling d.d. 25/06/2010. Ter plaatse kon mijn confrater vaststellen dat het om een sociaal appartement gaat en dat de inboedel op het eerste zicht geen waarde heeft".

- Verzoekster overhandigt enkel de bijzondere voorwaarden van AXA. De polis voorziet rechtsbijstand privé-leven doch werd afgesloten nà de feiten.

- De advocaat werd pro-deo aangesteld.

IV. Gevolgen van de feiten

- Uit een attest van het Instituut St.-M. te ..., blijkt dat verzoekster in de school-jaren 2004 - 2005 tot en met 2007 - 2008 telkens geslaagd was. In het schooljaar 2008 - 2009 was zij echter niet geslaagd. In een brief van de heer G., leerlingenbegeleider en vertrouwenspersoon verbonden aan het Instituut St.-Maria te ..., d.d. 27 april 2010 staat: "In de loop van vorig schooljaar 2008 - 2009 zijn er door de school heel wat tussenkomsten geweest om X.'s slaagkansen te optimaliseren. Toch hebben wij redenen om aan te nemen dat haar slaagkansen ernstig gehypothekeerd zijn omwille van haar persoonlijke problematiek. In eerste instantie is onze schoolarts op vraag van Roxette moeten tussenkomen ivm het risico op HIV-besmetting.

Daarna werd zij opgeroepen om te getuigen bij het Hof van beroep te ... op 04/09/2008 en 02/10/2008. Voor die getuigenissen is een tante van haar, haar op school komen ophalen en heeft op haar ingepraat om te getuigen voor de rechtbank. Er is ons op dat ogenblik enkel verteld dat Roxette getuige was in een rechtszaak met een familielid.

Enige tijd daarna ben ik - en op vraag van Roxette - meegegaan naar het JAC. Ik was aanwezig bij het gesprek met de begeleider. Daarin deed Roxette voornamelijk relaas van de voorgeschiedenis in Congo en de thuissituatie op dat moment. Op zeker ogenblik heeft Roxette te kennen gegeven dat ze misbruikt is geweest. Daarna heeft ze een vertrouwelijk gesprek gehad met de begeleider. De begeleider in kwestie daar heeft te kennen gegeven dat hetgeen vertrouwelijk werd verteld, ernstig genoeg was.

Enige tijd daarna kwam Roxette ‘kaalgeschoren' op school. Bij navraag bleek dat de papa, in samenspraak met de stiefmoeder, dit beschouwden als een pedagogische maatregel om duidelijk te maken aan hun gemeenschap dat Roxette zich gedroeg als ‘een meisje van losse zeden'. Roxette had een vriendje die niet in goede aarde viel bij de ouders en zij wilden ook elke vorm van contact verbieden. Bij een oudercontact heb ik de stiefmama te kennen gegeven dat ik een dergelijke opvoedingsmaatregel zeer bedenkelijk vond, maar de stiefmama vond dat ze - conform de culturele traditie - had gehandeld. Zeker gezien het aantal en in het bijzonder de aard van bovenvermelde feiten, heb ik meer dan sterke vermoedens om aan te nemen dat Roxette al langer, maar in het jaar 2008 - 2009 in het bijzonder, te maken had met uitzonderlijke en ernstige psychosociale belastingen."

- In de nota burgerlijke partijstelling staat:

"Met betrekking tot het begroten van de definitieve schade stelt concluante vast dat de minderjarige Roxette X. momenteel de gebeurde feiten uit haar leven bant en deze volstrekt negeert. Vroeg of laat zal evenwel de nodige zorg en aandacht hieraan moeten besteed worden en zal de juiste omvang van de schade zichtbaar worden.

Indien het Hof evenwel aandringt op het ramen en begroten van de definitieve schade, moreel en materieel vermengd, dan dringt concluante aan op het bekomen van een identieke vergoeding als de andere slachtoffers (verkrachting) in deze procedure, nl.

euro 10.000."

- Het arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 15 oktober 2009 vermeldt:

"Het is evident dat het slachtoffer ten gevolge ven de feiten schade heeft geleden. Het is niet omdat zij ‘momenteel de gebeurde feiten uit haar leven bant en deze volstrekt negeert... . ‘dat zij destijds geen schade zou geleden hebben. Het Hof kan deze schade - bij gebrek aan andere gegevens - niet anders dan ex aequo et bono begroten. De periode gedurende dewelke de feiten werden gepleegd was wel veel korter dan de periodes gedurende dewelke de andere slachtoffers verkracht of aangerand werden. Te dezen wordt de schadevergoeding bepaald op euro 2.000."

V. Begroting van de gevraagde hulp

- morele schade euro 8.000

- schade ten gevolge van verlies schooljaar euro 2.000

euro 10.000

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Verzoekster vraagt bovenvermeld bedrag zoals gevraagd in de nota burgerlijke partijstelling: nl.

euro 10.000 voor morele schade. Het arrest heeft lagere bedragen toegekend.

2. Verzoekster werd ter zitting uitgebreid gehoord. Zij verklaart dat zij zelf elk initiatief diende te nemen teneinde de dader te doen veroordelen voor de laakbare feiten. Haar ouders hebben haar daarbij niet geholpen en zij diende haar tante hiervoor in vertrouwen te nemen. Zij moet zelf haar studies bekostigen (wil gezinswetenschappen volgen) en werkt om voor deze studies zelf in te staan. Ten gevolge van de feiten is er een breuk ontstaan met haar familie (haar ouders en zussen).

3. Bovenvermelde opmerkingen in acht nemend is de Commissie van oordeel aan verzoekster ex aequo et bono een hulp toe te kennen van euro 4.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006;

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 4.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 14 juni 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van seksueel misbruik.