- Decision du 17 avril 2012

17/04/2012 - M11-7-0860/8373

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoekster leerde op 13-14jarige leeftijd in de periode juli 1998 - augustus 1999 tijdens het cowboydansen de genaamde Geert Z. (° 1969) kennen. Deze misbruikte haar diverse malen in het bos, zijn wagen en woning.

Z. maakte meerdere jeugdige slachtoffers.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 25 oktober 2000 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van Geert Z. en waarvoor deze veroordeeld werd tot 5 jaar gevangenisstraf:

"Verdacht van:

A. [...]

B. De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard en met welk middel ook, gepleegd op een persoon die daar niet in toestemt, toestemming er met name niet zijnde wanneer de daad is opgedrongen door middel van geweld, dwang of list of mogelijk is gemaakt door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer, de misdaad gepleegd zijnde op de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van veertien jaar en beneden die van zestien jaar, ter zake:

1. [...]

2. X., geboren op ../../1984

te ... en/of elders in het Rijk, meermaals in de periode van ../../1998 tot ../../1999

C. [...]

D. Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud op het ogenblik van de feiten, de aanranding bestaande van zodra er een begin van uitvoering is, namelijk:

1. [...]

2. [...]

3. op de persoon van X., geboren op ../../1984

te ... en/of elders in het Rijk, meermaals in de periode van ../../1998 tot ../../1998

4. [...]

E. tot en met J. [...]

Op burgerlijk vlak werd Z. veroordeeld tot betaling aan de burgerlijke partij Marijke Y. van:

1. in eigen naam: 50.000 BEF ten definitieve titel, meer de intresten;

2. q.q. X.: een provisie van 50.000 BEF voor morele schade Tevens werd de aanstelling van een psychiater-deskundige bevolen.

Bij tussenvonnis van 18.10.2006 werd een nieuwe gerechtsdeskundige aangesteld in de persoon van dr. Myriam L. .

Bij vonnis dd. 2 juni 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd als volgt gestatueerd:

" Uit het deskundigenverslag van Dr. M. L. toegezonden op 21 november 2008 blijkt dat de gevolgen van de feiten thans nog niet kunnen worden geconsolideerd. In dit opzicht verzoekt de rechtstreeks dagende partij, gelet op de ernst van de reeds weerhouden schade, een bijkomende provisionele vergoeding van 50.000,00 EUR in afwachting van verdere begroting van de schade na consolidatie.

De deskundige weerhoudt een ernstige impact van de feiten op de rechtstreeks dagende partij X.. Er zou een belangrijke impact te weerhouden zijn op zowel de economische bedrijvigheid als op het algemeen welzijn en er wordt momenteel een invaliditeit van 82% weerhouden.

Gelet op het feit dat de evolutie in de verwerking thans nog niet definitief kan worden beoordeeld, komt het naar het oordeel van de rechtbank passend voor een bijkomende provisie toe te kennen van 20.000,00 EUR in afwachting van de definitieve conclusies na consolidatie. "

De verdere afhandeling op burgerrechtelijk gebied werd voor onbepaalde tijd uitgesteld.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster verwijst naar het zeer gedetailleerd en uitgebreid deskundigenverslag van dr. M.

L. waarvan de conclusies reeds waren opgenomen in het verslag van de verslaggeefster en waarvan de Commissie kennis heeft genomen zodat ze hier niet meer hoeven te worden hernomen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De veroordeelde werd toegelaten tot de collectieve schuldenregeling. Via de schuldbemiddelaar ontving verzoekster op 18/07/2011 een bedrag van euro 462,38 (minnelijke aanzuiveringsregeling).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 62.000.

Zij motiveert haar vraag om het wettelijk maximumbedrag toe te kennen als volgt:

" Het grootste onderdeel van de schade is een blijvende werkonbekwaamheid die door de gerechtsdeskundige voorlopig wordt begroot op 82% (volgens de OBSI). De gerechtsdeskundige voorziet een herziening een 5-tal jaar na het onderzoek. De vraag stelt zich of verzoekster een nieuw

onderzoek wel zal aankunnen en of dit nog veel zal veranderen. De gerechtsdeskundige voorziet ook een niet te verwaarlozen esthetische schade, want de symptomen beïnvloeden de gelaatsuitdrukking, de ‘uitstraling' van verzoekster en haar niet-verbale communicatie.

Wat procedurekosten betreft is er de kost van het deskundigenverslag van dr. L. voor een bedrag van euro 749,80.

Er zullen diverse materiële kosten zijn geweest (medicatie, verblijf in de Zandberg). Er is ook het verlies van een of meer schooljaren. De gerechtsdeskundige stelt duidelijk dat er een volledige arbeidsongeschiktheid was gedurende de twee jaar dat schoollopen niet meer mogelijk was (verslag pagina 23). Er is dus in ieder geval verlies van twee schooljaren. "

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdend met:

- de aard en de ernst van de feiten en de fequentie waarmee ze zich hebben voorgedaan;

- de jeugdige leeftijd van het slachtoffer op het ogenblik van de feiten;

- de nog steeds voortdurende emotionele en traumatiserende weerslag van de feiten op de actuele professionele, sociale en gezinssituatie van verzoekster;

- de omstandigheid, zoals ter rechtszitting blijkt, dat verzoekster enkel medicatie inneemt en geen therapie volgt;

- de gebruikelijke tarieven gehanteerd door de Commissie in analoge dossiers inzake morele schade;

- de tussenkomst via de schuldbemiddelaar van de rechtsbijstandverzekeraar,

meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 40.000.

In deze context wenst de Commissie nog te benadrukken dat, naar haar oordeel, moreel leed, zoals pijn of smart, niet louter door een geldelijke tegemoetkoming kan gelenigd worden. Hooguit is de financiële hulp een erkenning van dit leed, een vorm van troost, een middel om het leed draaglijker te maken. Dienvolgens kan het toegekende bedrag slechts een abstracte begroting zijn.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 40.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 11 augustus 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.