- Decision du 17 juillet 2012

17/07/2012 - M12-1-0046/8698

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

PV van verhoor dd. 05/02/2010

" Ik verkies de Nederlandstalige rechtspleging. Ik ben tewerkgesteld bij De Post, met hoofdzetel te 1000 BRUSSEL, Muntcentrum, met filiaal te ..., ....

Op heden 05/02/2010 verplaatste ik mij met het openbaar vervoer van ... waar ik opgestapt ben Kerkhofstraat naar ..., waar ik afgestapt ben in de Hoogstraat, ter hoogte van het postkantoor. Tijdens deze verplaatsing heb ik niet abnormaals opgemerkt. Gekomen aan het postkantoor, het was volgens mij ongeveer 08.40 à 08.45 uur, heb ik de toegangsdeur opengedaan die toegang verleend tot de ruimte van de selfbanking en ben binnengegaan. Deze deur is enkel op slot tussen 22.30 uur en 06.30 uur, waarop deze automatisch geopend wordt om toegang te verlenen aan het klienteel van de selfbanking. Ik heb vervolgens de sleutels uit mijn broekzak gehaald om de toegangsdeur tot de ruimte achter het bancontact te openen. Gezien ik in het verleden al slachtoffer ben geworden van een gewapende overval in een ander postkantoor, dit was ongeveer 4 à 5 jaar geleden, was ik voorzichtig en heb achterom gekeken. Ik zag dat er een persoon kwam afgestapt uit de richting van de bushalte met een kap over het hoofd en die bezig was met een sjaal voor zijn gezicht te trekken. Ik wilde nog naar buiten lopen doch deze persoon duwde mij terug naar binnen terwijl hij een pistool vertoonde. Ik noem hem verder dader 1. Ik moest van deze de deur van de werkruimte open doen onder bedreiging van het pistool dat hij gericht hield op mijn gezicht. Gezien bij het openen van de deur het alarm in werking komt moest ik van hem het alarm uitschakelen. Door de nervositeit lukte mij dit niet direkt waarop hij de haan van het pistool opspande, hetgeen ik duidelijk hoorde en volgens mij bedoeld was om mij schik aan te jagen. Hij riep in de franse taal hetgeen ik vertaal naar het nederlands "als ge een slechte of valse code intikt dood ik u".

Terwijl ik de code aan het intikken was zei hij verder "als ik 1 patrouille van de politie zie dood ik u". Ik hoorde vervolgens de toegangsdeur terug open en dichtgaan. Ik moest dan nog een deur diende openen om in de loketruimte te komen maar ik had mijn sleutels op de deur van de selfbanking laten steken. Op het ogenblik dat ik mij omdraaide om deze sleutels te gaan halen stelde ik vast dat er nog 02 personen waren binnengekomen, zij waren gewapend met een pistool, ik noem deze verder dader 2 en 3. Eén van deze heeft dan zelf de sleutels uit het slot getrokken en opende daarmee de deur van de loketruimte, dit nadat hij mij gevraagd had welke sleutels het was. Op het ogenblik dat wij de loketruimte wilden binnengaan vroeg dader 2 of 3 of er geen geld stak in de bancontact, op dat ogenblik nam dader 1 de linkermouw van mijn vest vast, trok mij tot bij het toestel van het bancontact en mij toeriep om deze te openen. Ik zei hem dat ik dit niet kon en anderzijds het geld zou vernietigd worden bij een verkeerde handeling. Ik moest dan naar de loketruimte stappen gevolgd door de 3 daders. Gekomen achter de loketten hebben ze mij gedwongen het beveiligde meubel, voorzien van een slot en toestel met lettercode. Ik moest deze openen waarop zij direkt konden zien dat er geen geld zichtbaar in deze kast lag. In deze kast staat wel een gietijzeren kist voorzien van een hangslot waarin pasgeld ligt, en liggen er verschillende witte omslagen met daarin sleutels allerhande. Het bedrag dat in de kist ligt is normaal ongeveer 500 euro . Gezien ik niet in het bezit was van de sleutel van het hangslot hebben de daders, ik kan niet zeggen welke gezien ik mij moest omdraaien, verschillende van deze omslagen kapot gescheurd en moeten daarbij de sleutel van het hangslot gevonden hebben. Terwijl zij daar mee bezig waren heeft een van de daders mij weggeleid naar de muur waar een luik, beveiligd met een elektronisch cijferslot, is waar het geld kan ingestoken worden die dan vervolgens terechtkomt in een beveiligde kluis waar wij niet aankunnen. Terwijl er nog een discussie met de daders was die geld eisten ging de bel buiten aan de toegangsdeur, het was mijn collega Petra Y. die toegekomen was. Ik werd dan gedwongen de deur te openen waarop zij Petra hebben binnengetrokken. Vervolgens moest ik in de loketruimte op mijn knieën gaan zitten en hoorde dat de daders nog aan Petra vroegen waar het geld was. Dader 2 of 3 is dan nog naar de toiletten gaan zien, kwam terug waarop hij Petra de handen op de rug vastbond en dader 1 met mij hetzelfde deed, beiden maakten gebruik om ons vast te binden van een witte colsonstrip. Vervolgens werden wij weggeleid naar het bureau van de postverantwoordelijke, moesten op de grond gaan zitten waarop Petra en ik met een snoer van de waterkoker werden vastgebonden aan het been. Zij hebben dan de plaats verlaten waarop ik een van de daders nog hoorde roepen "wij kunnen toch zo niet buitengaan", daarna waren zij verdwenen. Ik had de indruk dat dader 1 de leiding had van de hele operatie gezien hij meestal het woord voerde. Ik hoorde hen ook Arabisch onder elkaar praten. Ik heb een voornaam horen zeggen, welke weet ik niet meer, het eindigde op "Ouf". Ik kan u de daders en de gebruikte wapens omschrijven als volgt: "

II. Vervolging

Verzoeker legde op datum der feiten klacht neer tegen onbekenden.

Onderzoeksrechter J. B. leidde het onderzoek naar de feiten omschreven als ‘diefstal, met geweld of bedreiging, met andere verzwarende omstandigheden dan braak, inklimming of valse sleutels, waarbij wapens werden getoond of gebruikt'.

Aangezien de diverse onderzoeksverrichtingen niet tot de identificatie van één of meerdere daders leidde, seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier op 3 januari 2012.

III. Gevolgen van de feiten

Volgens medische attesten opgesteld in het kader van een ‘arbeidsongeval' was verzoeker 100% arbeidsongeschikt van 5 februari 2010 tot en met 30 april 2010.

Als letsels worden in een eerste periode ‘shock en psychische stress' vermeld, in een latere periode (maart - april 2010) ‘posttraumatisch stresssyndroom'.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De daders konden niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een niet gespecificeerd hulpbedrag voor twee schadeposten:

I) Verlies of vermindering aan inkomsten tbv euro 684,91

Verzoeker legt een attest van BPOST over volgens hetwelk hij als gevolg van 60 werkdagen werkonbekwaamheid aan 100% netto euro 684,91 aan maaltijdcheques en premies gederfd heeft.

II) Morele schade

" Ik,ondergetekende, X. Eric verklaar met deze nota de vraag om een eventuele morele schadevergoeding. Een juist bedrag kan ik er niet aan geven maar laat mij even de feiten opsommen.

Door de laatste overval waar ik slachtoffer van was, dat toch gewelddadig was, werd ik onbekwaam om mijn taken als loketbediende verder uit te voeren. Daar ik dit toch reeds 10 jaar heel graag heb gedaan en steeds in de nabijheid van mijn woonst werkte heb ik toch veel verloren van het leven dat ik had voor dit voorval. Nu heb ik een binnendienst gekregen, wat toch nooit meer hetzelfde zal zijn dan vroeger toen ik al mijn lokale klanten kende(in mijn eigen gemeente)en ben ik verplicht me dagelijks naar Brussel te verplaatsen wat voor mij ook een deel van mijn sociaal en gezinsleven wegneemt. Daarbij, ik ben alleenstaande vader en nu heb ik die nabijheid niet indien er wat is met mijn dochter waar ik vroeger, bij een probleem bijna direct ter plaatse kon zijn. "

[...]

" Het is uiteraard zo dat de gebeurtenissen van dien aard zijn dat ik dit de rest van mijn leven zal meedragen. Hoe het nu met me gaat? Eigenlijk wel redelijk buiten met momenten slaapstoornissen en therapie heb ik eigenlijk niet gevolgd en dit werd me ook niet opgedragen vanuit de verzekering. Het enige dat ik moest doen was me op bepaalde tijdstippen me aanmelden bij een controle arts en dit bleef maar duren tot op het moment dat men beslist heeft om het dossier te consolideren. Daar ik voor die controles me steeds naar Vilvoorde moest verplaatsen op steeds verschillende tijdstippen heb ik dit getekend om verdere controles te vermijden. Wel ben ik van plan het dossier te laten heropenen daar ik voel dat er toch psychologisch een blijvend probleem is wat die slaapstoornissen kan veroorzaken.

In bijlage vindt u alle document waar ik nog over beschik die aantonen dat ik arbeidsonbekwaam was van 05/02/2010 tot 30/04/2010.

Verder verklaar ik nogmaals dat door deze voorval(len) zowel mijn arbeids- als mijn gezinsleven overhoop werd gegooid. "

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De post ‘verlies aan maaltijdcheque of premies' komt niet voor in deze opsomming. De rechtspraak van de Commissie is in die zin gevestigd dat vergoedingen, welke afhangen van prestaties die niet werden verricht door een verzoeker, niet voor de toekenning van een financiële hulp in aanmerking komen.

Verzoeker vraagt een niet nader gespecificeerd bedrag voor de morele schade. Ter rechtszitting van 21 juni 2012 verklaart hij dienaangaande zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie.

Zo baseert de Commissie zich, onder meer, bij het toekennen van een hulp voor deze schadepost op de tarieven gehanteerd in analoge dossiers.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 2.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 17 januari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.