- Decision du 4 octobre 2012

04/10/2012 - M12-1-0237/8803

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

I-1. Voorgeschiedenis (feiten van 10 maart 2009, het voorwerp uitmakend van de procedure met algemeen rolnummer M 10-7-0869):

"Ik ging op 10 maart 2009 naar het zonnebankcenter en wanneer ik na een 20 tal minuten het zonnebankhokje wilde verlaten, stond een jonge man (later gebleken Mike Z. geboren op ../../1991 te ...) voor het hokje.

Hij duwde mij met geweld terug en deed de deur van het hokje op slot.

Hij gebood mij mijn klederen uit te doen en wou dat ik orale seks had met hem. Hij liet zijn broek zakken en had een erectie. Hij sloeg mij tegen de zonnebank en probeerde mij ook nog te zoenen op de mond. Omdat ik zo schreeuwde heeft hij het hierna op een lopen gezet.

Vermeld dient te worden dat Mike Z., na zijn (vervroegde) vrijlating uit de gesloten instelling te ... (zie arrest Hof van Beroep dd. 12.08.2009), meerder malen verzoekster opnieuw lastig is gevallen, zodat er sprake is van stalking.

Verzoekster heeft voor deze feiten klacht met burgerlijke partijstelling neergelegd op 23.03.2010."

I-2. Feiten van 15 februari 2010 tot en met 31 mei 2010, het voorwerp uitmakend van de voorliggende procedure tot aanvraag van een aanvullende hulp

Sedert de veroordeelde vervroegd vrijgelaten was, kwam hij om de haverklap, al dan niet samen met zijn vriendin naar het werk van verzoekster (zij is loketbediende bij de burgerlijke stand op het stadhuis van ...) om haar lastig te vallen onder het mom van een administratieve vraag. Ook hadden de twee haar via e-mail reeds gecontacteerd en uitgenodigd op sociale netwerksites.

II. Vervolging

II-1. Voorgeschiedenis (feiten van 10 maart 2009, het voorwerp uitmakend van de hoofdhulpprocedure met algemeen rolnummer M 10-7-0869):

Bij vonnis dd. 22 juli 2009 van de jeugdrechtbank te ... werd de op dat ogenblik minderjarige Mike Z. (° 1991) omwille van de volgende bewezen verklaarde tenlastelegging toevertrouwd aan de open gemeenschapsinstelling De Kempen te ..., in afwachting van het vrijkomen van een plaats in de gesloten gemeenschapsinstelling De H... te ....

" A.te ... op 10/03/2009,

aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van het mannelijk of vrouwelijk geslacht, namelijk op de persoon van Vanessa X., de aanranding bestaande van zodra er een begin van uitvoering is."

Op burgerlijk gebied werden bij zelfde vonnis Mike Z. en zijn ouders Marc Z. en Ginette W. hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan verzoekster de hoofdsom van euro 2.563,14 ( euro 2.500 moreel ex aequo et bono + euro 63,14 medische kosten) meer de intresten. Tevens verleende de rechtbank voorbehoud aan verzoekster voor de medische kosten die het gevolg zouden zijn van de feiten (ambtshalve aanhouden van de burgerlijke belangen).

" De medische kosten zijn bewezen. Aan Vanessa X. wordt voorbehoud verleend voor deze post voor eventuele behandelingen die zij nog zou dienen te ondergaan als gevolg van de feiten.

De burgerlijke partij legt een aantal medische attesten voor waaruit blijkt dat zij getraumatiseerd is als gevolg van de door Mike gepleegde feiten.

Dit is bijzonder aannemelijk gezien de feiten bijzonder driest waren.

De rechtbank acht het evenwel niet opportuun een deskundige aan te stellen omdat de hoegrootheid van een trauma en/of de psychologische schade die het slachtoffer geleden heeft moeilijk meetbaar en vergoedbaar zijn."

Alle partijen stelden hoger beroep in tegen dit vonnis. Bij arrest dd. 12 augustus 2009 van het Hof van Beroep te ... werd het bestreden vonnis bevestigd in al zijn beschikkingen.

Het arrest verwierf strafrechtelijk kracht van gewijsde.

II-2. Feiten van 15 februari 2010 tot en met 31 mei 2010, het voorwerp uitmakend van de voorliggende procedure tot aanvraag van een aanvullende hulp

Bij vonnis dd. 27 april 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd Mike Z.

(° 1991), verstekmakend, omwille van de volgende bewezen verklaarde tenlastelegging veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 6 maanden:

" te ..., herhaaldelijk in de periode van 15 februari 2010 tot en met 31 mei 2010:

Een persoon, nl. X. Vanessa die klacht doet, te hebben belaagd terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren,

nl. door zich verschillende keren aan te bieden aan het stadhuis te ... alwaar X. Vanessa werkzaam is met aanvraag van een nieuwe identiteitskaart, een tweede maal met een foto voor de nieuwe identiteitskaart, een andere keer met een vraag of het kasticketje inzake de nieuwe identiteitskaart dient bewaard, nogmaals met mededeling dat de nieuw verkregen identiteitskaart werd verloren,...

alsook

door X. Vanessa uit te nodigen als ‘vriend' via Netlog. "

Op burgerlijk gebied werd Z. veroordeeld tot betaling van ex aequo et bono euro 2.000 voor morele schade.

De veroordeelde tekende verzet aan tegen dit vonnis.

Bij vonnis van 29 juni 2011 van dezelfde rechtbank werd enkel het verzet op penaal gebied aanvaard. De uitvoering van de gevangenisstraf van 6 maanden werd uitgesteld voor de duur van 3 jaar, behalve 3 maanden die effectief zijn.

III. Gevolgen van de feiten

Annick D., psychologe, attesteert dat verzoekster het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg L. f. op volgende data: 26 maart, 9 april, 30 april, 4 juni, 2 juli, 16 juli, 17 september en 22 oktober 2010.

" Ze betaalde hiervoor euro 5 per sessie. Verdere begeleiding is mijns inziens noodzakelijk. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Voorgeschiedenis (feiten van 10 maart 2009, het voorwerp uitmakend van de hoofdhulpprocedure met algemeen rolnummer M 10-7-0869):

- Bij vonnis dd. 20 juni 2007 van het vredegerecht te ... werd de vader van de veroordeelde niet in staat geacht om zelf zijn goederen te beheren. Via zijn voorlopige bewindvoerder ontving verzoekster euro 600.

- De moeder van de veroordeelde verkeert in budgetbeheer bij het OCMW van .... Op 4 mei 2010 deelt het OCMW mee dat, gelet op de ernstige financiële moeilijkheden, er voorlopig geen concreet afbetalingsvoorstel kan gedaan worden. Haar zoon wordt ondersteund met het leefloon.

- Verzoekster verklaart over geen andere mogelijkheden te beschikken ter vergoeding van de opgelopen schade dan middels afbetalingen door de dader.

IV-2. Bij beslissing dd. 25 januari 2011 kende de Commissie aan verzoekster in billijkheid een financiële (hoofd)hulp toe van euro 4.463.

IV-3. Feiten van 15 februari 2010 tot en met 31 mei 2010, het voorwerp uitmakend van de voorliggende procedure tot aanvraag van een aanvullende hulp

- De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 10/12/2011 weten dat uitvoering van het vonnis van 27/04/2011 niet mogelijk is. De veroordeelde is ambtshalve geschrapt.

V. Begroting van de gevraagde aanvullende hulp

Verzoekster vraagt thans om de toekenning van een aanvullende hulp van euro 2.000 voor morele schade.

Tevens verklaart zij zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie met betrekking tot het gevraagde bedrag.

VI. Beoordeling door de Commissie

Bij beslissing dd. 25 januari 2011 kende de Commissie aan verzoekster in billijkheid een (hoofd)hulp van euro 4.463 toe voor schade resulterend uit de feiten van 10 maart 2009.

Artikel 37 van de wet van 1 augustus 1985 bepaalt:

" De commissie kan een aanvullende hulp toekennen wanneer na de toekenning van de hulp, het nadeel kennelijk is toegenomen, onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1.

De aanvullende hulp wordt per schadegeval en per verzoekster toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62 000 euro verminderd met de reeds toegekende hulp en de eventuele noodhulp.

Het verzoek tot toekenning van een aanvullende hulp wordt, op straffe van verval, binnen tien jaar te rekenen van de dag waarop de hulp uitbetaald is, ingediend. "

De (afgevaardigde van) de Minister van Justitie merkt in het advies van 23 april 2012 op dat de financiële hulp die verzoekster thans vraagt, betrekking heeft op nieuwe en andere feiten - er is dus geen sprake van eenzelfde misdadig opzet - waarvoor de dader een afzonderlijke rechterlijke veroordeling opliep dan deze die het voorwerp uitmaakte van het eerdere verzoekschriftdossier

M 10-7-0869 neergelegd op 27 juli 2010.

De Minister adviseert derhalve dat verzoekster een nieuwe aanvraag voor financiële hoofdhulp zou opstarten.

De Commissie volgt het standpunt van de Minister in die zin dat een aanvraag tot het bekomen van een aanvullende hulp in voorliggend dossier (M12-1-0237) wegens het niet beantwoorden aan de door artikel 37 voorziene voorwaarden zonder voorwerp is.

Zij merkt wel onmiddellijk op dat uit voorliggende aanvraag duidelijk en ondubbelzinnig afgeleid kan worden dat verzoekster een hulp wenste te bekomen voor de feiten gepleegd tussen 15 februari en 31 mei 2010 en dat het geenszins haar bedoeling was om een extra of aanvullende hulp te bekomen voor de feiten gepleegd op 10 maart 2009. Men mag er immers van uitgaan dat verzoekster schadeloosstelling nastreeft en het voor haar weinig uitmaakt onder welke formele administratieve handeling zij deze verwerft.

Steunend op de zienswijze van de Raad van State, zoals die volgt uit het arrest nr. 49.504 dd. 7 oktober 1994 (Fr.), en op de bedoelingen van verzoekster zoals die blijken uit het voorliggend dossier, meent de Commissie dan ook dat waar verzoekster de bewoording ‘aanvullende hulp' hanteerde, zulks moet gelezen worden als ‘hulp' en dat het indienen van een nieuw verzoekschrift in die optiek overbodig is.

In die omstandigheden kan het verzoekschrift aan de Commissie als regelmatig naar de vorm worden beschouwd. Het werd tevens tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie, naar billijkheid oordelend, het gevraagde hulpbedrag van euro 2.000 aan verzoekster te kunnen toekennen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 2.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 4 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 maart 2012 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.