- Decision du 30 octobre 2012

30/10/2012 - M11-5-0519/8178

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 3 februari 2010 werd verzoeker tijdens de uitoefening van zijn functie als stationschef bij de NMBS te ... door twee jongeren (Dylan W. en Bram Z.) in elkaar geslagen. Daarbij werden ook de dienst-gsm en het polshorloge van verzoeker beschadigd.

II. Vervolging

* Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 29 juni 2010 werd de heer Bram Z. (° 1992) wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (diefstal gepleegd d.m.v. geweld of bedreiging, met verzwarende omstandigheden) veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar (waarvan één jaar effectief).

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 315 meer intresten aan verzoeker ( euro 125 voor morele schade + euro 190 voor herstelling polshorloge).

* Bij vonnis van de Jeugdrechtbank te ... d.d. 27 oktober 2010 werden de sub I vermelde feiten bewezen verklaard lastens de heer Dylan W. (° 1994) en werd hij berispt.

Op burgerlijk gebied werden Dylan en zijn burgerrechtelijk aansprakelijke ouders in solidum veroordeeld tot betaling van de som van euro 225 meer intresten aan verzoeker ( euro 125 voor morele schade + euro 100 voor polshorloge).

III. Gevolgen van de feiten

Luidens het verzoekschrift was verzoeker enkele dagen arbeidsongeschikt.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In zijn schrijven d.d. 10 februari 2011 deelde de raadsman van Bram Z. mee dat zijn cliënt insolvabel is, zodat er geen recuperatiemogelijkheden zijn.

In haar schrijven d.d. 26 april 2011 deelde de NMBS-Holding mee geen tussenkomst te kunnen verlenen in de door verzoeker opgelopen materiële schade omdat de NMBS-Groep voor die schade niet aansprakelijk kon gesteld worden.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een financiële hulp van euro 593:

- morele schade: euro 225

- materiële kosten (herstelling horloge): euro 218

- rechtsplegingsvergoeding: euro 150

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van voornoemde wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Uit de overgemaakte stukken blijkt niet dat in hoofde van verzoeker aan één van de hierboven genoemde criteria is voldaan. Verzoeker was slechts enkele dagen arbeidsongeschikt.

Overigens kan worden opgemerkt dat de gevraagde hulp van euro 218 voor materiële kosten (herstelling horloge) niet voor de toekenning van een hulp in aanmerking komt. Volgens vaste rechtspraak van de Commissie worden als materiële kosten immers enkel die kosten beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

Wanneer het bedrag van euro 218 in mindering wordt gebracht van het gevraagd hulpbedrag van euro 593, bekomt men een bedrag dat lager ligt dan de wettelijke minimumdrempel van euro 500 (zie artikel 33, § 2, van de wet van 1 augustus 1985: "De hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62 000 euro.").

Gelet op het bovenstaande ziet de Commissie zich genoodzaakt om het hulpverzoek af te wijzen.

De Commissie wenst hierbij wel te benadrukken dat deze afwijzing geenszins een miskenning inhoudt van het leed dat aan verzoeker ongetwijfeld werd toegebracht.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 30 oktober 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 18 mei 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.