- Decision du 28 novembre 2012

28/11/2012 - M90421

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Verzoeker, lid van motorclub MC Compadres, was op 22 april 2003 omstreeks 23 uur met 4 andere leden aanwezig in hun clubhuis toen een 15-tal personen van de rivaliserende motorbende Hell's Angels binnenvielen. Zij waren gewapend met baseballknuppels, boksijzers, e.d. en sloegen de boel kort en klein.

Verzoeker incasseerde daarbij zware klappen, onder meer op zijn hoofd waarna hij op de grond viel. Toen hij terug trachtte op te staan kreeg hij opnieuw slagen te verduren. Hij kan zich vaag voor de geest halen dat hij naar de andere kant van het clubhuis gesleurd is door zijn aanvallers.

Hij werd met de ziekenwagen naar het hospitaal overgebracht waar hij 7 dagen verbleef.

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 13 maart 2007 van de correctionele rechtbank te ... werden de genaamde Mario S., Yvan V., Pieter C., Chris Z., Marc T., Alain C., Hein D., Francis Van N., Kurt W. en Marc R. veroordeeld tot ieder 3 jaar gevangenisstraf wegens:

" Beklaagd te:

1. [...]

2. Te ... op 22.04.2003 omstreeks 23 uur

De eerste, de tweede, de derde, de vierde, de vijfde, de zesde, de zevende, de achtste, de negende, de tiende, de elfde, de twaalfde, de dertiende, de veertiende en de vijftiende

Als dader of mededader zoals voorzien door art. 66 van het Strafwetboek

A. Door middel van geweld of bedreiging, ten nadele van R. Yves, X. Christiaan, Y. Pascal, N. Marc, D. Ronny en de MC Compadres ... 4 GSM's, lederen vesten met de kentekens van MC COMP ADRES, een bomberjack, documenten van de MC Compadres, colours, een clubfoto en een ledenboek die hen niet toebehoorde bedrieglijk weggenomen te hebben met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd onder twee van de in artikel 471 SWB vermelde omstandigheden, namelijk:

- bij nacht

- het misdrijf gepleegd werd door twee of meer personen

- de schuldige om het misdrijf te vergemakkelijken of zijn vlucht te verzekeren gebruik

maakte van een voertuig of enig ander al dan niet met een motor aangedreven tuig

en wapens of op wapens gelijkende voorwerpen werden gebruikt of getoond, of de schuldige deed geloven dat hij gewapend was en het geweld of de bedreigingen een blijvende fysische of

psychische ongeschiktheid te gevolge gehad hebbend voor X. Christiaan, M. Patrick en Y. Pascal.

B. Met voorbedachten rade opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Christiaan, M. Patrick en Y. Pascal, die voor deze een ongeneeslijk lijkende ziekte, hetzij een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid, hetzij het volledig verlies van het gebruik van een orgaan, hetzij een zware verminking ten gevolge gehad

C. [...]

3. [...] "

II-2. Bij zelfde vonnis werden Mario S., Yvan V., Pieter C., Chris Z., Marc T., Alain C., Hein D., Francis Van N., Kurt W. en Marc R. solidair en in solidum veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van euro 37.546,40 aan verzoeker, meer de intresten.

Tevens werd voorbehoud verleend "voor de kosten van medicatie, de kosten voor een gehoorapparaat/implantaat alsook de vervanging en het onderhoud ervan, het inkomensverlies als gevolg van de tijdelijke werkonbekwaamheid en de schade als gevolg van de blijvende arbeidsongeschiktheid."

- kledijschade (gestolen lederen vest) euro 400,00

- gestolen GSM euro 143,90

- verplaatsingskosten euro 215,00

- B.I. moreel (40% x euro 1.750) euro 35.000,00

- TWO moreel euro 1.787,50

II-3. Het O.M. tekende hoger beroep aan tegen het vonnis. Bij het strafrechtelijk in kracht van gewijsde getreden arrest dd. 1 juni 2010 van het Hof van Beroep te ... werden bepaalde tenlasteleggingen in hoofde van bepaalde beklaagden heromschreven.

II-4. Op burgerlijk gebied werd vastgesteld dat de burgerlijke partijen niet verschenen waren teneinde hun vorderingen gestand te doen. De burgerlijke belangen blijven aangehouden.

III. Medische en/of psychische gevolgen

Dr. A. H., orthopedisch chirurg stelde op 29/04/2003 volgende letsels vast:

- een zware hersenschudding met vermoeden van rotsbeenfractuur

- twee gebroken ribben

- een kneuzing van het rechteroor en van beide armen en benen

- onverplaatste fractuur t.h.v. de laterale condyl van het rechterdijbeen

- blijvend ernstig gehoorverlies aan het rechteroor (o.a. geattesteerd door dr. E. A.)

Na zijn ontslag uit het hospitaal moest verzoeker met krukken lopen en droeg een steunverband over zijn ribben. Hij was gedurende 2 maanden werkonbekwaam en diende een neus- keel- en oorspecialist te raadplegen voor zijn gehoorprobleem.

Naast een ernstig gehoorverlies heeft verzoeker last van oorsuizingen en duizeligheid. Als gevolg van de oorsuizingen lijdt hij aan hoofdpijn en slapeloosheid.

Verzoeker is gehuwd, heeft twee jonge kinderen en werkt als beenhouwer bij Carrefour.

Sedert de feiten is hij geen lid meer van de motorclub. Hij tracht zijn angsten onder controle te houden door zijn herinneringen te onderdrukken.

IV. Begroting van de schade door verzoeker

Verzoeker vraagt de Commissie een hulp van euro 49.223,20, zijnde de civielrechtelijk toegekende hoofdsom (rubriek II-2), vermeerderd met de intresten + voorbehoud makend voor kosten van medicatie en gehoorapparaat/implantaat, inkomensverlies als gevolg van de tijdelijke werkonbekwaamheid en de schade als gevolg van de blijvende arbeidsongeschiktheid.

V. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

V-1. Uit de diverse solvabiliteitsverslagen, uitgevoerd door de instrumenterend gerechtsdeurwaarder hetzij in zijn opdracht, blijkt dat de solvabiliteit van de veroordeelden "uiterst beperkt is en zou het betrachten van de gedwongen verdere uitvoering dan ook meer dan waarschijnlijk leiden tot niet-recupereerbare kosten."

V-2. Rechtsbijstandverzekeraar LAR neemt het ereloon van de raadsman van verzoeker ten laste. In de polis wordt op grond van de clausule ‘onvermogen van derden' enkel tussenkomst voorzien van de lichamelijke schade

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De materiële kosten dienen verband te houden met het opgelopen letsel. De Commissie neemt alleen die kosten in aanmerking nemen die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet.

Gestolen goederen (in casu een lederen vest + GSM) vallen hier niet onder.

Uit artikel 31bis, 5° van de wet van 1 augustus 1985 (" De schade kan niet afdoende worden hersteld door de dader of de burgerlijk aansprakelijke partij, op grond van een stelsel van sociale zekerheid of een private verzekering, noch op enige andere manier.") blijkt manifest dat de wetgever het subsidiariteitsbeginsel huldigt en dat het slachtoffer dus eerst beroep dient te doen op de traditionele middelen om schadeloosstelling te bekomen, zoals bv. via de private verzekeringsmaatschappij, alvorens zich te richten tot de Commissie.

In de polis wordt op grond van de clausule ‘onvermogen van derden' enkel tussenkomst voorzien in de lichamelijke schade.

Op rechtszitting dd. 24 oktober 2012 bevestigde verzoeker, bij monde van zijn raadsman, dat hij nog geen vergoeding ontving voor zijn morele schadecomponenten.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie derhalve aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 36.787,50.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 36.787,50.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 28 november 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 8 mei 2009 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.