- Decision du 5 février 2014

05/02/2014 - M13-5-0115

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Decision - Texte intégral

(...)

I. Feiten

In de periode van 1 juli 2009 tot 1 augustus 2009 werd Stacy X. (° ../../1995), de dochter van verzoeker, te ... meermaals seksueel misbruikt door de heer Hendrik Z..

In het verzoekschrift worden de feiten als volgt weergegeven:

"Stacy is een vriendin van de stiefdochter van dhr. Z. en zij kwam dus geregeld bij hem over de vloer.

Dhr. Z. is professioneel actief in het zetten van tatoeages. Hij deelde aan Stacy mee dat zij "enorm goed kon tekenen en dat zij haar capaciteiten verder diende uit te breiden."

Stacy wilde graag leren tatoeëren en dhr. Z. heeft dan voorgesteld dat ze zijn "leermeisje" werd. Echter, Stacy moest dan met allerlei soorten "zaken" kunnen werken.

Dhr. Z. stelde vervolgens voor aan Stacy om zijn penis in haar hand te nemen. Ze moest immers met "alles" kunnen werken. Ze heeft zijn penis dan moeten aanraken. Stacy heeft gepoogd om haar handen terug te trekken, maar dat is haar niet gelukt. Dhr. Z. reageerde daarop door te stellen dat ze niet zo verlegen hoefde te zijn. Hij heeft haar ook op verschillende plaatsen betast.

Op het moment van de feiten waren de kinderen van dhr. Z. niet aanwezig in de kamer waar hij professioneel actief was en waar de feiten steeds gebeurden.

Stacy diende eveneens haar kleren uit te trekken. Uiteindelijk deed ze haar kleren maar zelf uit zodat hij dit niet zou doen. Dhr. Z. heeft op dat moment niet alleen gevraagd dat Stacy zijn penis in haar hand zou nemen, zoals de voorgaande keer, maar hij is ook met zijn penis in haar vagina gegaan.

Ze probeerde steeds haar benen toe te houden, maar dat lukte haar niet. Hij maakte bewegingen naar voor en naar achter.

Hij heeft ook gevraagd zijn penis in haar mond te houden, maar dat heeft ze geweigerd. Ook bij deze handelingen heeft ze geprobeerd om zich weg te duwen, maar dit lukte haar niet. Hij kwam steeds terug naar haar toe.

Stacy verklaart pijn te hebben geleden bij die handelingen. Zelf heeft ze geen bewegingen hoeven te maken met zijn penis. Ze heeft meerdere malen gezegd dat zij het niet wou, hij antwoordde daarop dat ze niet zo verlegen hoefde te doen.

De feiten zijn gebeurd tijdens verscheidene afzonderlijke bezoeken.

Stacy is telkens teruggegaan omdat haar vriendin en tevens de stiefdochter van dhr. Z. dat vroeg. Ze waren destijds immers goede vriendinnen.

Al die handelingen hebben zich voorgedaan in de "tatoozetel" van dhr. Z.. Deze stoel gebruikte hij professioneel om tatoeages te zetten.

De feiten zijn in juli 2009 twee tot driemaal gebeurd. Reeds voordat hoger genoemde feiten plaatsvonden, heeft dhr. Z. op een ander moment gevraagd aan Stacy om haar kleren uit te trekken. Hij vroeg steeds om over de feiten te zwijgen.

Pas drie weken later heeft Stacy gedurfd om er met iemand over te praten, namelijk met haar buurvrouw. Deze mevrouw heeft onmiddellijk mevr. Y., zijnde de moeder van Stacy, gecontacteerd.

Dhr. Z. bleef gedurende het volledige onderzoek zijn betrokkenheid inzake ontkennen. Tijdens de diverse verhoren vond hij telkenmale maar een minieme uitleg."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 20 oktober 2011 werd de heer Hendrik Z. wegens het plegen van onder meer de hoger vermelde feiten (éénmalige verkrachting + herhaaldelijke aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging tussen 1 juli 2009 en 1 augustus 2009) veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van zeven jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een definitieve morele schadevergoeding van euro 1.000 meer intresten aan verzoeker, alsook van een definitieve materiële schadevergoeding van euro 1.000 meer intresten aan het echtpaar Thierry X. - Nathalie Y..

Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde, alsook door het Openbaar Ministerie.

Bij arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 21 maart 2012 werd het bestreden vonnis bevestigd op strafgebied, terwijl aan verzoeker een bedrag van euro 1.500 werd toegekend voor morele en materiële schade vermengd (bij gebrek aan stavingsstukken ter nauwkeurige bepaling van de materiële schade).

Tegen dit arrest werd nog cassatieberoep aangetekend door de beklaagde, maar dit werd verworpen bij arrest d.d. ../../2012.

III. Gevolgen van de feiten

Tussen december 2007 en mei 2008 hadden de ouders van Stacy een drietal gesprekken met mevrouw Anne B. (Vertrouwenscentrum Kindermishandeling ...). Tijdens de gesprekken met Stacy zelf (vijf gesprekken in voornoemde periode) werd ook vaak kort met de ouders gepraat.

Wat de gevolgen van de feiten voor Stacy zelf betreft wordt verwezen naar het verslag inzake het dossier met algemeen rolnummer M13-5-0117 (hulpverzoek van de heer en mevrouw X. - Y. q.q. Stacy X.).

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Gerechtsdeurwaarder L. D. ging over tot betekening van het sub II vermeld arrest d.d. 21 maart 2012, maar in zijn brief d.d. 10 januari 2013 deelde hij mee dat er geen uitvoeringsmogelijkheden zijn lastens de heer Z.. Betrokkene is sedert 30 maart 2012 ambtshalve geschrapt.

Het gezin van verzoeker beschikt over een rechtsbijstandsverzekering (AXA), maar luidens de algemene polisvoorwaarden is er geen tussenkomst in het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' indien de lichamelijke schade voortvloeit uit "een agressie, een zedenfeit, terrorisme of een gewelddaad."

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.500, overeenstemmend met de gemengde materiële en morele schadevergoeding die hem bij arrest d.d. 21 maart 2012 werd toegekend.

Dit bedrag is te vermeerderen met de procedurekosten t.b.v. euro 357,93:

- deurwaarderskosten euro 282,18

- griffiekosten euro 6,75

- expeditie arrest Hof van Beroep euro 69,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Voor de procedurekosten meent de Commissie geen hulp te kunnen toekennen, nu deze kosten principieel ten laste zijn van de rechtsbijstandsverzekeraar.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting verstrekt ter zitting, meent de Commissie dat de gevraagde hulp van euro 1.500 zonder meer kan worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 1.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 januari 2013, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van opzettelijke gewelddaden.