- Arrêt du 18 octobre 2012

18/10/2012 - M12-1-0004/8671

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Arrêt - Texte intégral

(...)

I. Feiten

Op 12-jarige leeftijd, toen Laura X., dochter van verzoekster, zich in het huis van de buurman bevond die op haar paste, werd zij gedwongen om naar pornografische beelden op de PC te kijken terwijl hij zich masturbeerde.

Hij vroeg Laura om zich uit te kleden en trachtte naar haar borsten te grijpen maar dat mislukte omdat het meisje zich verweerde. Toen zij de beelden op de PC wilde wegklikken, sloeg hij op haar handen.

"De omstandigheid dat beklaagde het meisje eerst opgesloten had in zijn woning, is bewezen aan de hand van de dienaangaande met elkaar overeenstemmende verklaringen van het meisje X. Laura en de getuige V. Martinus. De getuige stelde vast dat de toegang tot de woning via het poortje afgesloten was en dat de gordijnen dicht waren." (vonnis 24/10/2011, f° 4).

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 24 oktober 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Francis Z. (° 1952), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 1 jaar gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ..., op 11 juli 2009:

"Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud, met name op Laura X., geboren te ... op ../../1997, de daden een begin van uitvoering gekend hebbende met de omstandigheid dat de aanranding van de eerbaarheid werd voorafgegaan door of gepaard ging met opsluiting én met de omstandigheid dat de schuldige behoorde tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, te weten de persoon bij wie de minderjarige zonder haar ouders of ander gezagspersoon tijdelijk in huis verbleef. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster q.q. haar dochter Laura: euro 1.500 voor morele schade, meer de intresten en een RPV van euro 220.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. Uitvoering van het vonnis blijkt niet mogelijk te zijn. Reeds tijdens de rechtszitting van de correctionele rechtbank werd vastgesteld dat de dader, die niet verschenen is noch vertegenwoordigd werd, geen gekende woonstplaats meer had in het Rijk.

III-2. Verzoekster q.q. verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster q.q. Laura X. vraagt om de toekenning van de bedragen toegekend bij vonnis van 24/10/2011:

- morele schade euro 1.500,00

- RPV euro 220,00

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoekster vraagt namens haar dochter Laura een financiële hulp voor zowel de morele schade als voor de rechtsplegingsvergoeding.

Gelet op de minderjarigheid van het rechtstreeks slachtoffer dient de toegekende hulp voor ‘morele schade' te worden gestort op een geblokkeerde rekening tot de meerderjarigheid.

De Commissie gaat er evenwel van uit dat de procedurekosten niet door de minderjarige in persoon gedragen werden maar door haar vertegenwoordigster.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster q.q. in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 1.720.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster qualitate qua Laura X. een hulp toe van

euro 1.720.

Zegt dat het bedrag van euro 1.500 zal gestort worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan de meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Het resterend bedrag ( euro 220) dat de rechtsplegingsvergoeding vertegenwoordigt, wordt toegekend aan verzoekster.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Mots libres

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 4 januari 2012 waarbij verzoekster namens haar minderjarige dochter Laura om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.