- Arrêt du 4 octobre 2011

04/10/2011 - 2008AR2972

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Bij een gerechtelijke verdelin mag de boedelnotaris op de oplegsom niet ambtshalve het anatocisme op de intresten met betrekking tot deze oplegsom toepassen. De voorwaarden van artikel 1154 BW dienen vervuld te zijn voor de toepassing van het anatocisme.


Arrêt - Texte intégral

HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1e kamer,

A.R. Nr.: 2008/AR/2972

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2011/ na beraad, wijst volgend arrest:

A.R. NR.: 2008/AR/2972

INZAKE VAN:

Mevrouw L. V., wonende ...

appellante tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel 18 november 2008 ,

vertegenwoordigd door Meester Herwig HEMMERECHTS, advocaat te 1930 ZAVENTEM, Willem Lambertstraat 2b ;

TEGEN:

De heer P. D., wonende te ...

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Wim GERLO loco Meester Kristoff SIMONS, advocaat te 1800 VILVOORDE, Rooseveltlaan 70 ;

Gelet op de procedurestukken buiten deze reeds vermeld in de tussenarresten van 15 februari 2007, 18 oktober 2007 en 9 november 2010 :

• de conclusie van appellante neergelegd ter griffie op 27 juli 2011;

• de conclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 24 augustus 2011.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 5 september 2011 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Feitelijke precedenten en voorwerp van huidige betwisting:

1.1. De relevante feiten in deze zijn de volgende:

- Bij arrest uitgesproken op 9 november 2010 heeft het hof de homologatie van de aanvullende staat van vereffening en verdeling (van de ontbonden gemeenschap na echtscheiding tussen de partijen) van 23 april 2008 gehomologeerd en dit zonder enig voorbehoud ;

- Op pagina 7, littera C, tweede alinea van deze aanvullende staat van vereffening van 23 april 2008, schreef de boedelnotaris dat - overeenkomstig pagina 9, vijfde alinea van het arrest van 18 oktober 2007 - het door appellante verschuldigde saldo (van 35.700 euro ) dient vermeerderd te worden met de wettelijke intresten vanaf de ontbinding van het huwelijksstelsel, hetzij 30 juni 1994, voor een bedrag van 56.282,58 euro . Mevrouw V. zou aldus een totaal bedrag van 91.982,58 euro verschuldigd zijn aan de heer D.;

- De boedelnotaris maakte op 28 januari 2011 een geactualiseerde staat van vereffening op na het hier voren geciteerd arrest van 9 november 2010;

- Naar aanleiding van het opmaken van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden de dato 18 mei 2011 in verband met de voormelde geactualiseerde staat van vereffening van 28 januari 2011 formuleerde Mevrouw V. een zwarigheid m.b.t. deze geactualiseerde staat van de boedelnotaris. De notaris heeft nog op dezelfde dag zijn advies uitgebracht en heeft daarbij geoordeeld dat deze zwarigheid ongegrond was;

- Op 1 juni 2011 heeft de notaris - bij toepassing van artikel 1219 Ger. W. - zijn geactualiseerde staat van vereffening neergelegd samen met het proces - verbaal van beweringen en zwarigheden en zijn advies terzake.

Voor het overige wordt verwezen naar het arrest van 9 november 2010 en naar wat in dat arrest werd uiteengezet onder de hoofding "feitelijke voorgaanden".

1.2. Mevrouw V. is volgens de staat van vereffening een oplegsom van 35.700 euro verschuldigd aan de heer D. wat niet wordt betwist.

In de geactualiseerde staat van vereffening van 28 januari 2011 schrijft de boedelnotaris dat de verschuldigde intresten op de voormelde oplegsom, een som van 69.681,15 euro bedragen.

De boedelnotaris preciseerde terzake in een brief gericht aan de raadsman van appellante dat het door haar aangerekende bedrag aan intresten gekapitaliseerde intresten betroffen.

Mevrouw V. maakt bezwaar tegen deze kapitalisatie van de intresten, toegepast door de boedelnotaris, om de volgende redenen:

- Huidig artikel 1436, lid 2 B.W. inzake de interest op de vergoedingen bevat geen enkel voorschrift inzake de kapitalisatie van deze intresten.

- Er is in deze geen mogelijkheid van kapitalisatie op grond van de algemene bepaling van artikel 1154 B.W. omdat de voorwaarden van voornoemd artikel niet vervuld zijn.

II. Bespreking:

2.1. Het hof stelt terzake vast dat er geen aanmaning noch conclusie voorligt die duidelijk "de aandacht van de schuldenaar vestigt op de kapitalisatie van de interest" of waaruit duidelijk blijkt dat deze geldt als ingebrekestelling voor de intresten opgebracht sedert meer dan één jaar.

In de oorspronkelijke staat van vereffening van 15 oktober 2001 is er helemaal geen sprake van intresten. In de aangepaste staat van 23 april 2008 - volgend op het vonnis van 19 januari 2004 en het arrest van 18 oktober 2007 - is er sprake van wettelijke intresten maar niet van de kapitalisatie ervan noch van gekapitaliseerde (wettelijke) intresten.

In het voormeld proces - verbaal van 18 mei 2011 stelt mevrouw V. dat de door haar verschuldigde wettelijke intresten (zonder kapitalisatie) 40.297,80 euro bedragen. Zij weigert in te stemmen met het voormelde bedrag van 69.681,15 euro zoals opgenomen door de notaris in zijn bovenvermelde geactualiseerde staat van vereffening van 28 januari 2011 om reden dat de boedelnotaris - haar inziens ten onrechte - wel de kapitalisatie van de wettelijke intresten op de oplegsom toepaste.

De heer D. houdt op zijn beurt voor dat de boedelnotaris in zijn boven vermelde staat van 23 april 2008 feitelijk, reeds gekapitaliseerde intresten ten belope van 56.282,58 euro toepaste, dat hij vermeldde dat deze staat werd gehomologeerd en dat Mevrouw V. toen geen bezwaar maakte tegen dit bedrag aan intresten. Derhalve kan - nog steeds volgens geïntimeerde - appellante thans geen zwarigheid meer opwerpen tegen de kapitalisatie van de intresten toegepast door de boedelnotaris in diens geactualiseerde staat van vereffening van 28 januari 2011.

2.2. Het hof neemt akte van het feit dat de geïntimeerde geen enkele zwarigheid oppert tegen de aanvullende staat van vereffening de dato 28 januari 2011.

2.3. De voorwaarden voor de kapitalisatie van de intresten in de zin van artikel 1154 BW zijn in deze niet vervuld.

Bovendien is er in de akten van vereffening van de boedelnotaris nergens uitdrukkelijk en duidelijk sprake van gekapitaliseerde intresten.

Ook het arrest van het hof van 9 november 2010 maakt geen gewag van gekapitaliseerde intresten.

In de notariële akten en in voornoemd arrest is er bijgevolg nergens uitdrukkelijk of duidelijk sprake van kapitalisatie van intresten.

2.4. De boedelnotaris verwijst in zijn advies ten onrechte naar de aanvullende staat van 23 april 2008, naar de intresten die aldaar werden opgegeven en naar het feit dat er over het bedrag van de intresten toen geen bezwaar werd geformuleerd.

In deze staat berekende de notaris inderdaad het totaal bedrag aan intresten en paste hij impliciet of de facto de kapitalisatie van intresten toe.

Maar het probleem van de kapitalisatie van de intresten stelde zich uitdrukkelijk naar aanleiding van het opmaken van de geactualiseerde staat van vereffening de dato 28 januari 2011 en dit probleem had voordien nooit het voorwerp uitgemaakt van een tegensprekelijk debat tussen de deelgenoten.

De vraag of kapitalisatie van de intresten op de oplegsom al dan niet wettig was, is dus nooit uitdrukkelijk of duidelijk opgeworpen geweest tijdens de verrichtingen van vereffening - verdeling en heeft dus nooit het voorwerp uitgemaakt van een tegenspraak tussen de deelgenoten.

Uit de afwezigheid van deze discussie daaromtrent kan geïntimeerde nu niet afleiden dat deze problematiek van de kapitalisatie van de intresten impliciet gerechtelijk zou zijn beslecht door het hof, met name door het homologeren zonder voorbehoud van de staat van vereffening bij arrest van 9 november 2010.

Geïntimeerde kan uit dit arrest niet afleiden dat thans het gezag van gewijsde van dit arrest wordt geschonden door appellante bij het inroepen van haar zwarigheid inzake het anatocisme (art. 1154 B.W.) n.a.v. het proces - verbaal van beweringen en zwarigheden van 18 mei 2011 om de eenvoudige reden dat er tot dan toe geen tegensprekelijk debat gevoerd werd tussen de partijen over het punt van al of niet kapitaliseren van de intresten.

Bijgevolg kan appellante op rechtsgeldige wijze nog een bezwaar formuleren op de door de boedelnotaris opgemaakte geactualiseerde staat van vereffening op 28 januari 2011 zonder het gezag van gewijsde dat kleeft aan het voormelde beroepsarrest van 9 november 2010 (dat de staat van vereffening zonder voorbehoud homologeerde) te schenden.

2.5. Artikel 1154 B.W. is overigens van openbare orde. Er kan niet afgeweken worden van de erin vervatte regel.

Indien in het kader van een gerechtelijke verdeling een zwarigheid de openbare orde raakt, kan ze ook rechtstreeks bij de boedelrechter aanhangig worden gemaakt zelfs al werd ze niet geformuleerd bij de boedelnotaris n.a.v. het opmaken van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden.

2.6. De vordering van appellante is dan ook ontvankelijk en gegrond.

De boedelnotaris past in zijn geactualiseerde staat het anatocisme toe zonder dat de wettelijke voorwaarden ervan - opgesomd in artikel 1154 B.W. en hoger reeds geciteerd - vervuld zijn.

De boedelnotaris dient derhalve zijn geactualiseerde staat van 28 januari 2011 te wijzigen op het vlak van de berekening van de intresten.

Hij mag hierin het anatocisme of de kapitalisatie van de intresten niet toepassen. Pagina 3 van zijn voormelde geactualiseerde staat, rubriek" actualisatie van de wettelijke intresten op het verschuldigd saldo" dient dus in voormelde zin te worden aangepast (...).

OM DEZE REDENEN

HET HOF, (...)

Verklaart de vordering van appellante ontvankelijk en gegrond.

Verwijst de zaak opnieuw naar de boedelnotaris met de vermelding dat op de oplegsom van 35.700 euro vanaf 30 juni 1994 enkel wettige intresten verschuldigd zijn aan de wettelijke intrestvoet.(...)

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

4/10/2011

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Mots libres

  • Gerechtelijke vereffening-verdeling

  • Oplegsom

  • Anatocisme