- Arrêt du 19 décembre 2012

19/12/2012 -

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

TWO-inkomstenverlies

Hoewel slachtoffer uitgaat van het gegeven dat ze als zelfstandige variabele inkomsten heeft, kan het hof wegens ontbreken van andere referentieperioden ook geen inschatting maken van haar reële inkomsten per dag, in vergelijking met andere referentieperiodes

Doorgaans wordt bij zelfstandigen rekening gehouden met een referentieperiode gespreid over meerdere jaren, omdat dit een correct beeld geeft wat de weerslag van het ongeval op het inkomen betreft.

Het hof is van oordeel dat de voorgelegde stukken geenszins op afdoende wijze bewijzen dat de beroepskosten uitsluitend vaste kosten betreffen.

Verhoogde inspanning:

De verhoogde inspanningen maken een materiële schade uit, vermits deze zou leiden tot economische minderwaarde: het slachtoffer heeft inspanningen moeten leveren om hetzelfde hooggekwalificeerd werk te leveren als voorheen. Om als materiële schade in aanmerking te komen, is het niet nodig dat de schade uit een effectief loonverlies bestaat.

Het hof is van oordeel dat de bezoldiging op basis van haar netto-inkomen en niet op basis van een willekeurig forfait de inspanningen beloont die zij als zelfstandige bereid is te leveren om haar werk uit te voeren, en dat het inkomen aldus een waarde aan die inspanningen verleent.

TWO -huishoudschade:

Anders dan de verzekeraar, is het hof van oordeel dat de vergoeding voor

huishoudschade een vergoeding betreft "per huishouden" en niet "per individu", zodat de vergoeding wordt aangepast afhankelijk van de bijdrage die elke gezinspartner levert

BWO- materiële schade:

Het hof is vooreerst van oordeel, nu het inkomensverlies niet wordt aangetoond, er hoogstens een vergoeding voor het economisch waardeverlies op de arbeidsmarkt kan worden toegekend: deze schade bestaat uit het economisch middel om inkomen te verwerven, namelijk de arbeidsgeschiktheid die gereduceerd werd naar 85% (gelet op de BWO van 15%).

Het feit dat een slachtoffer zijn beroep blijft uitoefenen, houdt niet in dat deze persoon geen verlies aan economische waarde lijdt en dat dit verlies niet dient te worden vergoed.

Anders dan de eerste rechter, is het hof van oordeel dat de kapitalisatiemethode in casu een meer afdoende methode van vergoeding vormt.

Het hof is van oordeel dat een willekeurige, forfaitaire verhoging van het te kapitaliseren bedrag niet aangewezen is om de inflatie te neutraliseren. Het hof vermenigvuldigt het basisbedrag met een op basis van de reële rentevoet bepaalde coëfficiënt. Kapitalisatie tegen een reële rentevoet neutraliseert immers de inflatie. Nu het slachtoffer zelfstandige is en bovendien alleenstaand, wordt uitgegaan van de veronderstelling dat ze wel degelijk tot de leeftijd van 65 jaar zal werken, en vormt dit geen "gunstige veronderstelling" zoals de verzekeraar ten onrechte voorhoudt. Het hof is verder van oordeel dat voor een vaste duurtijd tot de pensioengerechtigde leeftijd moet worden gekapitaliseerd, zodat het voor een ‘zekere' annuïteit kiest vermits in deze hypothese de kans op vroegtijdig overlijden is te verwaarlozen.

BWO - economisch verlies huishouden:

Het hof is van oordeel dat de schadelijder door de besluitvorming van de medische experts concrete elementen aanbrengt die het bestaan van de schade aannemelijk maken.

Wel heeft deze schade voor en na de consolidatie niet dezelfde intensiteit, wat blijkt uit de evolutieverslagen, en kan bijgevolg niet levenslang als een statisch en terugkerend gegeven worden beschouwd. Een geschatte dagwaarde die geldt voor een tijdelijke ongeschiktheid in het huishouden kan bijgevolg niet als basisbedrag genomen worden voor de toekomstige huishoudelijke schade.

Rekening houdend met deze gegevens kent het hof, omwille van het niet lineair karakter van de schade, ex aequo et bono een bedrag toe


Arrêt - Texte intégral

Mots libres

  • Lichamelijke schade

  • zelfstandige

  • TWO inkomstenverlies

  • TWO verhoogde inspanning- BWO materiële schade

  • economisch waardeverlies op arbeidsmarkt

  • BWO economisch verlies huishouden