- Arrêt du 18 septembre 2013

18/09/2013 - 2013PGA1619

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Artikel 10, lid 9 en artikel 14, §2, lid 2 Probatiewet zijn in samenhang te begrijpen. Indien derhalve de probant niet in het Rijk verblijft en een laatst gekend verblijfadres in het buitenland heeft, moet in de zin van artikel 14, §2, lid 2 Probatiewet bevoegd worden geacht de rechtbank van eerste aanleg die de veroordeling houdende probatievoorwaarden uitsprak.


Arrêt - Texte intégral

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 18 september 2013

te Antwerpen, 9e kamer

(...)

3. Beoordeling

-

3.1. Ontvankelijkheid van het rechtsmiddel

Het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de schikkingen op strafgebied van het bestreden vonnis is ontvankelijk.

3.2. Voorafgaande beoordeling: bevoegde rechtbank

a) Gedaagde werd voor de correctionele rechtbank te Turnhout gedagvaard in herroeping van het probatie-uitstel hem verleend bij definitief vonnis van die rechtbank van 23 maart 2012.

b) De eerste rechter stelde terecht vast dat gedaagde volgens de beschikbare dossiergegevens geen gekende woon- of verblijfplaats in het Rijk heeft.

Uit voormelde vaststelling leidt de eerste rechter af dat hij, vermits niet bewezen is dat gedaagde een woonplaats heeft in het arrondissement Turnhout, te dezen territoriaal onbevoegd is. Hij refereert daartoe naar artikel 13, §4 Probatiewet, wat in casu evenwel gecorrigeerd moet worden naar artikel 14, §2 Probatiewet.

c) De stelling van de eerste rechter faalt naar recht. Weliswaar bepaalt artikel 14, §2, lid 2 Probatiewet dat de dagvaarding in herroeping moet plaatsgrijpen voor de rechtbank van eerste aanleg van de verblijfplaats van de probant, maar zulks kan uiteraard onmogelijk tot een rechterlijke beoordeling leiden indien deze op dat ogenblik niet over een Belgisch verblijfadres beschikt.

d) Het openbaar ministerie kan slechts tot dagvaarding overgaan op verslag van de bevoegde probatiecommissie dat strekt tot herroeping. Luidens artikel 10, lid 9 Probatiewet is territoriaal bevoegd de commissie van de verblijfplaats van de veroordeelde op het ogenblik van het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijk beslissing of, indien de betrokkene zijn verblijfplaats heeft buiten het Belgisch grondgebied, de commissie van de plaats waar de veroordeling in eerste aanleg werd uitgesproken.

Op het ogenblik van het in kracht van gewijsde treden van het voormelde vonnis van 23 maart 2012 was gedaagde, blijkens de voorliggende dossiergegevens, in hechtenis in de gevangenis te Turnhout en was zijn adres te situeren te Baarle-Nassau (Nederland). Derhalve kan er geen discussie over bestaan dat de probatiecommissie te Turnhout te dezen de bevoegde commissie betreft, wat overigens nooit in twijfel werd getrokken.

e) Het hof is van oordeel dat artikel 10, lid 9 en artikel 14, §2, lid 2 Probatiewet in samenhang te begrijpen zijn. Indien derhalve de probant niet in het Rijk verblijft en een laatst gekend verblijfadres in het buitenland heeft, wat in casu nog steeds het geval is, moet in de zin van artikel 14, §2, lid 2 Probatiewet bevoegd worden geacht de rechtbank van eerste aanleg die de veroordeling houdende probatievoorwaarden uitsprak. Bijgevolg was in casu de eerste rechter regelmatig geadieerd om uitspraak te doen over de vordering van het openbaar ministerie tot herroeping van het probatie-uitstel.

f) Het hof dient bijgevolg vast te stellen dat de eerste rechter zich ten onrechte onbevoegd verklaarde. Om die reden wordt het bestreden vonnis vernietigd en trekt het hof de zaak aan zich op grond van artikel 215 van het Wetboek van Strafvordering.

g) De bevoegdheid van de eerste rechter maakt ook het hof bevoegd voor de procedure in hoger beroep (zie artikel 14, §2, lid 3 Probatiewet).

3.3. Beoordeling ten gronde

a) Bij vonnis van de correctionele rechtbank te Turnhout van 23 maart 2012 werd aan gedaagde voor de opgelegde gevangenisstraf en geldboete probatie-uitstel verleend. Hij diende onder meer samen te werken met de justitieassistent(e) en aan deze elke adres- en/of verblijfplaatswijziging binnen de acht dagen spontaan te melden.

b) Uit het verslag van de probatiecommissie te Turnhout van 18 september 2012 blijkt dat iedere briefwisseling aan gedaagde, zowel uitgaande van de justitieassistente als van de procureur des Konings, onbesteld terugkwam met de mededeling ‘onbekende woonst'. Alle mogelijke stappen werden gezet om gedaagde op het spoor te komen, maar deze blijft onvindbaar.

c) Uit deze vaststellingen blijkt dat gedaagde verzuimd heeft minstens de voormelde probatievoorwaarden, die als minimumvoorwaarden en eerste vereisten in functie van een succesvol probatietraject moeten worden beschouwd, na te leven. De opgelegde probatievoorwaarden moeten collectief worden vervuld. Om die reden acht het hof het noodzakelijk het verleende probatie-uitstel te herroepen.

(...)

Mots libres

  • Strafrecht

  • Probatiewet

  • Herroeping

  • Probatie-uitstel

  • Territoriaal bevoegde rechtbank

  • Geen gekende woon- of verblijfplaats

  • Rechtbank die de veroordeling houdende probatievoorwaarden uitsprak