- Arrêt du 28 mai 2013

28/05/2013 - 2007AR3177

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De betekening van een bestreden vonnis waartegen hoger beroep wordt ingesteld, ten verzoeke evenwel van een overleden persoon, is nietig en dient als onbestaande te worden beschouwd. De nietigheid van dergelijke betekening van het bestreden vonnis heeft tot gevolg dat de termijn van hoger beroep ertegen niet is beginnen te lopen met als gevolg dat het hoger beroep wel degelijk ontvankelijk is. Geen enkele wetsbepaling vereist dat dit middel in limine litis wordt opgeworpen.


Arrêt - Texte intégral

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2013/

A.R. nr. 2007/AR/3177

INZAKE VAN :

1) Mevrouw C. V.,

2) De heer F. F., ,

3) Mevrouw C. F.,

4) Mevrouw W. F.,

5) Mevrouw E. F.,

1ste kamer

6) De heer R. F.,

handelende in hun hoedanigheid van wettige erfgenamen van wijlen de heer F. F., overleden op 13 oktober 1997,

eisers tot cassatie van een arrest gewezen op 3 december 1979 door het hof van beroep te Antwerpen, appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout op 26 juni 1967,

vertegenwoordigd door Meester August DESMEDT, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 122 bus 14,

TEGEN :

De heer D. D., wonende te 1180 UKKEL, F. Lyceumlaan 2, als rechtsopvolger van J. L., vertegenwoordigd door zijn voorlopige bewindvoerder Eric RIQUIER, advocaat te 1050 ELSENE, Louisalaan 32, aangewezen krachtens een beslissing van de Vrederechter te Molenbeek d.d. 23 mei 2003,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester V. MATTHYSSEN, advocaat te ANTWERPEN, loco Meester Alain GUILMOT, advocaat te 1180 BRUSSEL, Brugmannlaan 435,

IN AANWEZIGHEID VAN :

1) De heer M. V.,

2) Mevrouw V. V.,

beiden wonende te

eerste en tweede tussenkomende partijen, in persoon verschijnende, bijgestaan door Meester Jan COCQUYT, advocaat te 2100 DEURNE, Van Dornestraat 201,

3) De naamloze vennootschap FINCA, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 2328 M.; Schuivenoord 6, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0808.659.702,

tussenkomende partij, vertegenwoordigd door Meester Paul V., advocaat te 2018 ANTWERPEN, Stockmansstraat 3 bus 1,

Art. 1051 Ger. W. Voorwaarden voor de ontvankelijkheid van een hoger beroep tegen een bestreden vonnis. Aanvang van de termijn van het hoger beroep in de hypothese van een betekening van het bestreden vonnis op verzoek van een reeds overleden persoon. Geen aanvang van de beroepstermijn. Ontvankelijkheid van het hoger beroep.

De betekening van een bestreden vonnis waartegen hoger beroep wordt ingesteld, ten verzoeke evenwel van een overleden persoon, is nietig en dient als onbestaande te worden beschouwd. De nietigheid van dergelijke betekening van het bestreden vonnis heeft tot gevolg dat de termijn van hoger beroep ertegen niet is beginnen te lopen met als gevolg dat het hoger beroep wel degelijk ontvankelijk is.. Geen enkele wetsbepaling vereist dat dit middel in limine litis wordt opgeworpen.

Gelet op de procedurestukken

(...)

1.6. Appellanten vragen thans in hoofdorde, hun oorspronkelijke tegeneis gegrond te verklaren (= verlijden van de authentieke akte ...) zoals door hen verder omschreven in hun conclusie, zoniet het arrest te laten gelden als eigendomstitel, mits bijbetaling door hen van een bedrag van 5.593,96 euro.

(...)

Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het hoger beroep werpen zij op - voor het eerst in deze procedure - dat de betekening op verzoek van een overleden persoon nietig is en ingevolge deze nietigheid de termijn van hoger beroep niet is beginnen te lopen met als gevolg dat het hoger beroep wel degelijk ontvankelijk is.

(...)

III. Bespreking.

(...)

3.1. Wat de ontvankelijkheid betreft van het hoger beroep:

3.1.1. Op 5 augustus 1974 werd overgegaan tot het betekenen van het bestreden vonnis gewezen op 26 juni 1967 op verzoek van J. L., weduwe van de heer D., aan de heer F. F..

Mevrouw J. L. overleed op 20 mei 1969 en was dus al meer dan 5 jaar overleden op het ogenblik van de betekening.

3.1.2. De betekening ten verzoeke van een overleden persoon is nietig en dient als onbestaande te worden beschouwd .

De nietigheid van de betekening van het bestreden vonnis heeft tot gevolg dat de termijn van hoger beroep niet is beginnen te lopen.

De termijnen van hoger beroep - zoals vastgesteld in artikel 1051 Ger.W. - zijn derhalve niet overschreden.

Geen enkele wetsbepaling verplichtte de heer F. F. om dit middel in limine litis op te werpen.

(...)

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk.

Vooraleer verder uitspraak te doen, stelt aan als deskundige...

Houdt de beslissing over de gerechtskosten aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

28/05/2013

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Mots libres

  • Art 1051 Ger. W. Betekening van een bestreden vonnis op verzoek op een reeds overleden persoon. Rechtsgevolgen. De termijn van hoger beroep is niet beginnen te lopen. Deze exceptie dient niet noodzakelijk in limine litis opgeworpen te worden.