- Arrêt du 10 juin 2011

10/06/2011 - 2010/AB/00446

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Zelfs indien de lasthebber buiten een voldoende vertegenwoordigingsmacht zou gehandeld hebben, kan een rechtshandeling toch rechtstreeks worden toegekend aan de lastgever, indien deze bekrachtigd wordt. Hoewel artikel 1998, 2° B.W. bij bekrachtiging enkel verwijst naar de lasthebbers, die buiten zijn vertegenwoordigingsmacht is opgetreden, aanvaart men dat de bekrachtiging ook mogelijk is, indien een persoon zonder of op grond van een nietig mandaat optreedt; ook een schijnmandaat kan bekrachtigd worden.


Arrêt - Texte intégral

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 JUNI 2011

3 e KAMER

ARBEIDSRECHT - arbeidsovereenkomst bediende

tegensprekelijk

overmaking aan arbeidsauditeur te Leuven en verzending naar de bijzondere rol

In de zaak:

VOLLEY SCHERPENHEUVEL-ZICHEM VZW, met zetel te

3274 SCHERPENHEUVEL-ZICHEM, Park ter Heide 57,

appellante,

vertegenwoordigd door mr. VAN DER FRAENEN J. loco mr. GYSEN Cies, advocaat te 2800 MECHELEN, Antwerpsesteenweg 18.

Tegen:

A.U. , wonende te [xxx],

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door mr. DE SAEDELEER Kristof loco mr. MAESCHALCK Johnny, advocaat te 1731 ZELLIK, Noorderlaan 30.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op tegenspraak op 25 maart 2010 door de arbeidsrechtbank te Leuven, 1e B kamer (A.R. 09/1243/A).

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 7 mei 2010;

- de conclusie en de aanvullende en hernemende conclusie voor de appellante neergelegd ter griffie, respectievelijk op 29 november 2010 en 25 februari 2011,

- de conclusie en de syntheseconclusie voor de geïntimeerde neergelegd ter griffie, respectievelijk op 16 juli 2010 en 16 december 2010;

- de voorgelegde stukken;

De partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 13 mei 2011, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer A.U. ondertekende een overeenkomst met de VZW Volley Scherpenheuvel-Zichem, waardoor hij als volleybaltrainer voor de volleybalclub Averbode werd aangeworven voor de periode van 15 augustus 2006 tot en met 30 april 2010.

Deze overeenkomst vermeldt geen datum; volgens de hoofding werd de VZW vertegenwoordigd door de beheerders Ivo Verheyden en Herman Camps, doch de overeenkomst werd voor de club enkel ondertekend door de heer Verheyden.

Er wordt geen melding gemaakt van een deeltijdse tewerkstelling.

Artikel 4 voorziet in een algemene vergoeding van netto euro 27.500 voor de periode van 15 augustus 2006 tot en met 14 augustus 2007.

Voor de periode van 15 augustus 2007 tot en met 14 augustus 2008 wordt een netto vergoeding van euro 28.000 bepaald.

Voor de periode van 15 augustus 2008 tot 30 april 2009 wordt een netto vergoeding van euro 28.500 bepaald.

Voor de periode van 15 augustus 2009 tot 30 april 2010 is de netto vergoeding euro 29.000.

2. Met verwijzing naar artikel 13 §5 van haar statuten houdt de VZW voor dat de overeenkomst van aanwerving van de heer A.U. slechts door één bestuurder was ondertekend, zodat de vereniging niet rechtsgeldig verbonden was, omdat overeenkomsten van meer dan euro 5.000 moeten worden ondertekend door een bestuurder en een afgevaardigd bestuurder.

De VZW beschouwt dit document dan ook als een werkdocument en houdt voor dat de heer A.U. tewerkgesteld was op basis van een mondelinge overeenkomst voor telkens één volleybalseizoen.

3. De VZW legt uittreksels voor van een C4 werkloosheidsbewijs, waarover betwisting ontstond met de uitbetalinginstelling ACV m.b.t. de begindatum van tewerkstelling.

De VZW verwijst naar een deeltijdse tewerkstelling van 6 oktober 2006 tot 15 april 2007 voor 28 uur, die op 15 april 2007 zou beëindigd zijn wegens einde contract bepaalde duur.

Uit een ander uittreksel zou moeten blijken dat de heer A.U. op 16 april 2007 werkloosheidsuitkeringen heeft aangevraagd met als reden

regularisatie: ik ben voltijds beschikbaar voor de arbeidsmarkt.

4. In een niet gedateerd schrijven werd de heer A.U. omwille van een incident op 13 augustus jl. in gebreke gesteld door de volleybalclub met verwijzing naar een ernstige inbreuk op onze overeenkomst om reden waarvan gedreigd werd met een sanctie. Ook deze brief werd enkel door de heer Ivo Verheyden als beheerder van de volleybalclub ondertekend.

Op 16 mei 2009 schrijft de VZW aan de heer A.U. dat het bestuur van VZW Volley Scherpenheuvel Zichem unaniem besloten heeft om het contract van de heer A.U. te ontbinden en dit om dwingende redenen; er wordt verwezen naar een resem feiten die verder samenwerken onmogelijk maken.

Na de opsomming van een reeks feiten besluit de brief:

Om al deze redenen - waarvoor we ook willen verwijzen naar de respectievelijke artikels van onze overeenkomst - zien we ons dan ook verplicht de bestaande overeenkomst te ontbinden en zullen we indien nodig hiertoe dan ook de nodige juridische stappen ondernemen.

Dit schrijven wordt opnieuw enkel ondertekend door de heer Ivo Verheyden voor VZW Volley Scherpenheuvel Zichem.

5. De incidenten tussen de partijen en het ontslag worden telkens geprotesteerd door de vakorganisatie van de heer A.U..

6. Op 10 juli 2009 dagvaardt de heer A.U. de VZW in betaling van:

- achterstallig loon van euro 21.113,35 netto

- een opzeggingsvergoeding van 11 maanden en 11 dagen of euro 43.829,97 netto

- vakantiegelden van euro 2057,37 en euro 1 provisioneel, later aangepast tot euro 6.109,85 meer de intresten en de gerechtskosten

- afgifte van de sociale en fiscale documenten onder verbeurte van een dwangsom

7. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Leuven van 25 maart 2010 wordt deze vordering ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond verklaard en wordt de VZW veroordeeld tot betaling van:

- een netto loonachterstal van euro 21.113,35

- netto vakantiegelden van euro 8.167,22

- een opzeggingsvergoeding van 6 maanden of euro 26.916,66

meer de wettelijke en gerechtelijke intresten

- afgifte van de sociale en fiscale documenten.

De heer A.U. vermeldt dat dit vonnis werd betekend op 23 april 2010.

8. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 7 mei 2010, tekent de VZW hoger beroep aan en ze vraagt dat de oorspronkelijke vordering zou worden afgewezen als ongegrond;

in ondergeschikte orde vraagt zij dat zou bevolen worden dat de RVA of de uitbetalinginstelling nadere inlichtingen zouden verschaffen over de aangevraagde werkloosheidsuitkeringen in de periode 2006-2009, minstens dat de heer A.U. zelf zou verplicht worden om de documenten hierover bij te brengen.

De heer A.U. tekent incidenteel beroep aan en hij herneemt zijn volledige vordering zoals hij ze voor de eerste rechter had gesteld.

II. BEOORDELING.

1. Gelet op de voorgehouden betekening van het bestreden vonnis op 23 april 2010, is het hoger beroep van 7 mei 2010 alleszins tijdig ingesteld.

Het is regelmatig naar vorm en ook aan de andere ontvankelijkheidvereisten is voldaan. Het is daardoor ontvankelijk. Hetzelfde geldt voor het incidenteel beroep.

2. De VZW houdt voor dat de ondertekende overeenkomst voor de periode van 15 augustus 2006 tot en met 30 april 2010 niet rechtsgeldig zou zijn en dat in de plaats ervan mondelinge arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd zouden afgesloten zijn voor de seizoenen 2006-2007, 2007-2008 en 2008-2009, die telkens eindigden op 30 april.

Niettemin blijkt uit de voorgelegde stukken dat de heer Ivo Verheyden mandaat had voor de personeelszaken, zoals blijkt uit de door hem ondertekende ingebrekestelling (stuk 3 van de heer A.U.) en de ontslagbrief van 16 mei 2009, eveneens enkel door hem ondertekend voor de VZW, waarin verwezen wordt enerzijds naar een unaniem besluit van het bestuur van de VZW en anderzijds naar de respectievelijke artikels van onze overeenkomst.

De VZW beroept zich op deze door de heer Verheyden ondertekende ontslagbrief om de vordering in betaling van een opzeggingsvergoeding te betwisten.

3. Zelfs indien de lasthebber buiten een voldoende vertegenwoordigingsmacht zou gehandeld hebben, kan een rechtshandeling toch rechtstreeks worden toegerekend aan de lastgever, indien deze bekrachtigd wordt. Hoewel artikel 1998, 2° BW bij bekrachtiging enkel verwijst naar de lasthebbers, die buiten zijn vertegen-woordigingsmacht is opgetreden, aanvaardt men dat de bekrachtiging ook mogelijk is, indien een persoon zonder of op grond van een nietig mandaat optreedt; ook een schijnmandaat kan bekrachtigd worden (B. Tilleman, Lastgeving, in APR, p. 203, nr 397-398 en de aldaar aangehaalde rechtsleer en rechtspraak; zie ook C. Paulus en R. Boes, Lastgeving, in APR, p. 139-140, nrs 246 -251).

De bekrachtiging is een eenzijdige, onherroepelijke, niet mededelingsplichtige, vormvrije rechtshandeling, waarbij retroactief de ontbrekende toestemming wordt verleend (B. Tilleman, aw, p. 204, nr. 399).

Het is duidelijk dat het mandaat van de heer Verheyen door de VZW werd bekrachtigd.

4. Niettegenstaande de ondertekende overeenkomst voor de periode van 15 augustus 2006 tot en met 30 april 2010 en de in art. 4 voorziene vergoedingsregeling, wil de VZW zich beroepen op diverse zgn. mondelinge arbeidsovereenkomsten van bepaalde tijd (per seizoen).

Bij toepassing van artikel 9 van de arbeidsovereenkomstenwet dienen dergelijke arbeidsovereenkomsten schriftelijk te worden vastgesteld.

5. Uit de door de VZW voorgelegde uittreksels van het C4-formulier kan verder afgeleid worden dat de werkgever verklaarde dat de heer A.U. werkloos was met ingang van 16 april 2007 omwille van het einde van zijn contract van bepaalde tijd.

In de geschreven overeenkomst werd een aansluitende tewerkstelling overeengekomen van 15 augustus 2006 tot en met 30 april 2010, waarbij in artikel 4 voor elk seizoen een algemene netto vergoeding wordt bedongen. De seizoenen 2006-2007 en 2007-2008 bestrijken een volledig kalenderjaar en lopen tot en met 14 augustus.

6. De VZW roept in haar besluiten in dat de seizoenscontracten eindigen op 30 april, terwijl ze op het C4- formulier het einde bepaalt op 16 april. Tevens vermeldt ze op dit formulier een deeltijdse tewerkstelling van 28/38 uren zonder dat ze een schriftelijke arbeidsovereenkomst voorbrengt met betrekking tot deze deeltijdse arbeid (artikel 11bis van de arbeidsovereenkomstenwet).

7. De afgifte van een C4-formulier met een bevestiging van einde tewerkstelling op 15 april 2007 en de mogelijke aanvraag van werkloosheidsuitkeringen op basis hiervan, gecombineerd met een overeenkomst, die voorziet in een aansluitende tewerkstelling van 15 augustus 2006 tot en met 30 april 2010 en in een jaarlijkse nettovergoeding, doet ernstige vragen rijzen over het oneigenlijk gebruik van werkloosheidsuitkeringen.

Er wordt aangegeven dat het aanvragen van werkloosheidsuitkeringen na elk volleybalseizoen een gangbare praktijk was in de club. In ondergeschikte orde, vraagt de VZW ook voorlegging van stukken voor de periode 2006-2009.

8. Artikel 175 van het KB van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering bepaalt:

Onverminderd de toepassing van andere strafbepalingen, inzonderheid de bepalingen van het KB van 31 mei 1933 betreffende de verklaringen af te leggen in verband met subsidies, vergoedingen en toelagen, van de artikelen 269 tot 274 van het strafwetboek, van de bepalingen van titel II van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel en van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie, worden gestraft:

1° met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 100 tot 1000 frank of met een van die straffen alleen :

a) ...

b) de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd die:

- ofwel aanleiding kunnen geven tot betaling van de uitkeringen waarop de werknemer geen aanspraak kan maken;

- ofwel het ontslag,.. of de deeltijdse tewerkstelling betreft

c)...

d)...

e) de werkloze bedoeld in de artikelen 153, 154 of 155 die gehandeld heeft met bedrieglijk inzicht

Uit wat vermeld werd in de randnummers 4 tot en met 7 rijzen vragen over de mogelijke overtreding van deze strafbepaling.

9. Artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering legt iedere gestelde overheid, openbaar officier of ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdaad of van een wanbedrijf, de plicht op daarvan dadelijk bericht te geven aan de Procureur des Konings bij de rechtbank binnen wier rechtsgebied die misdaad of dat wanbedrijf is gepleegd of de verdachte zou kunnen worden gevonden, en legt de plicht op aan die magistraat alle desbetreffende inlichtingen, processen-verbaal en akten te doen toekomen.

Naar aanleiding van hun betwistingen over de grond van de zaak, neemt het hof kennis van de hierboven vastgestelde feiten en het meent dat huidig arrest bijgevolg ter inlichting aan de arbeidsauditeur te Leuven moet worden overgemaakt.

De besluiten evenals kopie van de stukken van partijen dienen hierbij te worden gevoegd.

OM DEZE REDENEN

HET ARBEIDSHOF

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zoals tot op heden gewijzigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht sprekend op tegenspraak,

Alvorens verder recht te doen,

Maakt bij toepassing van artikel 29 van het wetboek van strafvordering dit arrest ter inlichting over aan de arbeidsauditeur te Leuven, samen met een kopie van de beroepsbesluiten en kopie van de stukken van partijen.

Houdt de betwisting aan in afwachting van het onderzoek door de arbeidsauditeur te Leuven en het gebeurlijk gevolg ervan.

Verzendt in afwachting hiervan de zaak naar de bijzondere rol.

Aldus gewezen en ondertekend door de derde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

Marcel VAN AKEN, raadsheer in sociale zaken, werkgever,

Koen DRIES, raadsheer in sociale zaken, werknemer-bediende,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER,

Marcel VAN AKEN, Koen DRIES.

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van vrijdag 10 juni 2011 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Mots libres

  • RECHTSWETENSCHAP

  • RECHT

  • WETGEVING

  • BURGERLIJK RECHT

  • Bekrachtiging onvoldoende vertegenwoordigingsmacht bij mandaat.