- Arrêt du 2 février 2012

02/02/2012 - 2011/AB/283

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Wanneer partijen in onderling akkoord een einde stellen aan de arbeidsovereenkomst op basis van medische overmacht en vastgesteld wordt dat deze medische overmacht niet bewezen is, dan kan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening aan de werkloze het recht op werkloosheidsuitkeringen niet ontzeggen voor de periode die overeenstemt met een normale opzeggingstermijn.

De rechter is in dat geval wel gerechtigd, in functie van de concrete omstandigheden van de zaak, om vast te stellen dat de werkloze het recht op uitkeringen voor een bepaalde periode dient ontzegd te worden op grond van art. 51 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 omdat hij niet werkloos is om redenen onafhankelijk van zijn wil en vrijwillig een passende dienstbetrekking heeft verlaten. De uitsluiting op grond van art. 51 van het Koninklijk Besluit van 25 november 1991 is geen sanctie, maar een beslissing over de toekenningsvoorwaarden voor het recht op werkloosheidsuitkeringen.


Arrêt - Texte intégral

Mots libres

  • arbeidsovoorziening

  • werkloosheid -