- Arrêt du 18 avril 2012

18/04/2012 - 2010/AR/264

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De opdrachtgever die beroep doet op een aannemer die eerlang geregistreerd was, maar nadien niet meer, kan zich niet beroepen op de goede trouw om aan de hoofdelijke aansprakelijkheid van artikel 30bis van de R.S.Z.-wet te ontsnappen. De R.S.Z. kan in casu niet verweten worden niet eerder te hebben gedagvaard in faillissement, maar de R.S.Z. moet wel het regresrecht van de opdrachtgever mogelijk maken door de beschikbare informatie over te maken zodat de opdrachtgever in de plaats van de R.S.Z. de overige hoofdelijke aansprakelijke schuldenaars kan aanspreken voor hun bijdragend deel.


Arrêt - Texte intégral

Mots libres

  • SOCIALE ZEKERHEID DER WERKNEMERS

  • ALGEMENE REGELING

  • NIET-GEREGISTREERDE AANNEMER

  • HOOFDELIJKE AANSPRAKELIJKHEID

  • GOEDE TROUW

  • SUBROGATIE EN REGRESRECHT