- Arrêt du 10 juillet 2013

10/07/2013 - 2013/AB/263

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

Op grond van art. 1675/4 §1, 10° Ger. W. dienen bij de aanvraag collectieve schuldenregeling ook de betwiste schulden en de gronden van betwisting te worden vermeld. Het niet opgeven van dergelijke schulden bij de aanvraag kan een valse verklaring inhouden. Dergelijke verklaringen duiden immers niet op een strafrechtelijke valsheid, maar wel op onjuiste en zelfs ook op onvolledige verklaringen, met name onvolledig op het vlak waar het nu net van het grootste belang was om de betrokken verklaring of inlichting wel te geven.


Arrêt - Texte intégral

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

BUITENGEWONE OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 JULI 2013

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

tegensprekelijk tav de heer A. en mevrouw M. en de schuldbemiddelaar en op verstek tav de schuldeisers

definitief

In de zaak:

1. A. , wonende te

xxx,

appellant verschijnt in persoon

2. M. , wonende te xxx,

appellanten,

vertegenwoordigd door mr. BOLLEN Katrien, advocaat te

1000 BRUSSEL, Havenlaan 86C - bus 419.

Tegen:

BILLIET Johan, advocaat, met kantoor te

1050 BRUSSEL, Louizalaan 146 bus 9,

verschijnt in zijn hoedanigheid van schuldbemiddelaar;

In aanwezigheid van:

1. ELECTRABEL CUSTOMER SOLUTIONS, gevestigd te 1000 BRUSSEL, Simon Bolivarlaan 34,

2. HOPITAUX IRIS SUD, gevestigd te 1040 BRUSSEL, Baron Lambertstraat 38,

3. J. V., c/o GDW DE MEUTER, xxx,

4. HYDROBRU, gevestigd te 1000 BRUSSEL, Keizerinlaan 17-19,

5. C., wonende te xxx,

6. BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, gevestigd te 1030 BRUSSEL, Vooruitgangstraat 80 bus1,

7. FOD FIN 10de REGISTRATIEKANTOOR ANTWERPEN, gevestigd te 2000 ANTWERPEN, Italielei 4 bus 3,

8. H.A.S., wonende te xxx,

9. NMBS, gevestigd te 1060 BRUSSEL, Hallepoortlaan 40,

schuldeisers, ter zitting niet verschijnend en niet vertegenwoordigd.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken op 31 januari 2013 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 32e kamer (A.R. 10/499/B),

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 4 maart 2013,

- de conclusie voor de appellanten, neergelegd ter griffie op 7 mei 2013,

- de conclusie voor de schuldbemiddelaar, neergelegd ter griffie op 25 april 2013,

- de voorgelegde stukken.

***

*

De aanwezige partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 17 juni 2013, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer A. en mevrouw M. werden op 10 september 2010 door de arbeidsrechtbank te Brussel toegelaten tot de collectieve schuldenregeling; advocaat Johan Billiet werd aangesteld als schuldbemiddelaar.

2. Op 19 oktober 2012 legde de schuldbemiddelaar een verzoekschrift tot herroeping neer op grond van art. 1675/15 §1 Ger. W. wegens het niet respecteren van een beschikking van de arbeidsrechtbank te Brussel van 31 juli 2012 betreffende een maximum huurprijs, het niet melden van een veroordeling tot betaling van een schuld van euro 16.000 in hoofdsom.

Bijkomend verwijt de schuldbemiddelaar aan mevrouw dat ze hem haar interim-werk bij Manpower niet meedeelde en dat de inkomsten niet op de rubriekrekening werden gestort.

3. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 31 januari 2013 werd de beschikking van toelaatbaarheid herroepen ten aanzien van betrokkenen op grond van art. 1675/15 §1 2°, 3° en 5° Ger. W.

4. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 4 maart 2013, tekenden de heer A. en mevrouw M. hoger beroep aan en zij vroegen de vernietiging van het vonnis van herroeping.

II. BEOORDELING

1. Het hoger beroep van de heer A. en mevrouw M. werd tijdig ingesteld en voldoet aan de ontvankelijkheidvereisten, wat overigens niet wordt betwist, zodat het hoger beroep ontvankelijk kan worden verklaard.

2. Artikel 1675/15 §1 Ger. W. bepaalt dat de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke aanzuiveringregeling kan worden uitgesproken, wanneer de schuldenaars:

1° ...

2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen;

3° hetzij onrechtmatig zijn lasten heeft verhoogd of zijn baten heeft verminderd

4° ...

5° hetzij bewust valse verklaringen heeft afgelegd

...

3. In de parlementaire voorbereiding van de wetgeving betreffende de collectieve schuldenregeling werd benadrukt dat de gronden tot herroeping in essentie neerkomen op het niet nakomen van de procedurele goede trouw (Gedr. St. Kamer, 1996-97, 1073/11, 87-88; 1073/1, 17 en 1073/11, 23).

Deze veronderstelt een loyale en actieve medewerking van de schuldenaar bij de uitvoering van de aanzuiveringregeling.

Het niet nakomen door de schuldenaar van zijn verplichtingen (artikel 1675/15 §1, 2° Ger. W.) is een herroepinggrond waarvoor geen intentioneel element vereist is, wel moet het niet nakomen een zekere zwaarwichtigheid hebben, wat kan blijken uit het herhaald niet nakomen van de verplichtingen (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger.W., nr. 19).

Hierbij komen alle relevante verplichtingen in aanmerking, waaronder in de eerste plaats de schending van de verplichtingen die voortvloeien uit de wet (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger. W., nr. 21).

In verband met de herroepinggrond van art. 1675/15 §1, 3° is geen intentioneel element vereist; het volstaat dat de verhoging van de lasten "onrechtmatig" gebeurde. De onrechtmatigheid kan er in bestaan dat de schuldenaar een beschikking in de zin van art. 1675/7 §3 Ger. W. niet nakomt (vgl. De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger. W., nr. 23).

De valse verklaringen in de zin van art. 1675/15 §1, 5° duiden niet op een strafrechtelijke valsheid, maar wel op onjuiste en zelfs ook op onvolledige verklaringen, met name onvolledig op het vlak waar het nu net van het grootste belang was om de betrokken verklaring of inlichting wel te geven, zoals het niet vermelden van een veroordeling m.b.t. een niet aangegeven schuld (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. o.c., nr. 27).

4. De arbeidsrechtbank had aan verzoekers slechts toelating gegeven om een nieuwe woonst te huren voor een maximumbedrag van euro 650; ze gingen een huurcontract aan van euro 750.

Weliswaar roepen appellanten in dat deze beschikking dateert van 31 juli 2012, terwijl hun huurovereenkomst voor 1 jaar daarvoor inging, met name op 1 juli 2012. In die zin dient de herroeping niet gesteund op art. 1675/15 §1, 3°.

Toch hebben ze tot op heden geen reëel resultaat geboekt om een goedkopere huurwoning te vinden in overeenstemming met de beschikking, zodat ze de te dure huur niet per 30 juni 2013 kunnen beëindigen.

Dit gebrek aan inspanningen om te voldoen aan de verplichtingen ingevolgde collectieve schuldenregeling verantwoordt wel een herroeping op grond van art. 1675/15 §1, 2° Ger. W.

5. Hier komt nog bij dat mevrouw sinds november 2012 interim-werk langs Manpower verricht, maar dat deze inkomsten niet op de rubriekrekening werden gestort. Ze ontvangt het loon zelf en verhoogt daarmee eigenhandig het leefgeld.

Dit is uiteraard een ernstige tekortkoming die de herroeping op grond van art. 1675/15 §1, 2° ten volle verantwoordt.

6. Terecht wijst de schuldbemiddelaar erop dat de opgave van de schulden bij het inleidend verzoek helemaal niet correct was.

Immers een belangrijke schuld van euro 16.000 in hoofdsom werd verzwegen, wat valt onder valse verklaringen in de zin van art. 1675/15 §1, 5° Ger. W.

Dit betreft een belangrijk bedrag wat een directe weerslag heeft op de voorstellen van aanzuivering.

Ook hier willen appellanten heil zoeken in het feit dat het arrest van het Hof van Beroep in verband met deze lening dateert van 2 september 2010 en dat dit slechts betekend werd op 29 oktober 2010 (De beschikking van toelaatbaarheid dateert van 10 september 2010 en vooraf had de rechter nog bijkomende inlichtingen gevraagd, zodat ze ruim de tijd hadden om de substantiële vergetelheid recht te zetten).

Uiteraard was het bestaan van de lening, waarvoor ze reeds in eerste aanleg op 6 februari 2009 veroordeeld waren, hen bekend bij het indienen van hun verzoekschrift collectieve schuldenregeling.

Op grond van art. 1675/4 §1, 10° Ger. W. dienen bij de aanvraag collectieve schuldenregeling ook de betwiste schulden en de gronden van betwisting te worden vermeld.

Terecht werpt de schuldbemiddelaar op dat, ongeacht het feit dat de schuld inmiddels door familieleden werd voldaan, er omwille van de gerechtelijke betwisting ook nog een schuld wegens registratierechten blijft.

Tevens blijkt de opgave van de schulden ook nog op andere punten hiaten te vertonen.

7. Het hoger beroep is dus enkel gegrond in zoverre de herroeping gesteund was op art. 1675/15 §1, 3° Ger. W. Voor het overige is het hoger beroep ongegrond.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij¬zigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak ten aanzien van de heer A. en mevrouw M. en de schuldbemiddelaar en op verstek ten aanzien van de schuldeisers;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch slechts gedeeltelijk gegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis, met dien verstande dat de herroeping niet gesteund is op art. 1675/15 §1, 3°, maar wel op de andere gronden - art. 1675/15 §1, 2° en 5° Ger. W..

Aldus gewezen en ondertekend door de elfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

en uitgesproken op de buitengewone openbare terechtzitting van woensdag 10 juli 2013 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Mots libres

  • SCHULDOVERLAST

  • Niet opgeven betwiste schuldvorderingen en valse verklaringen.