- Arrêt du 28 juin 2013

28/06/2013 - 2012/AR/61

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

1. Ofschoon een voetbalvereniging met een door haar gewezen voetbaltrainer opgerichte en bestuurde exploitatievennootschap een overeenkomst heeft gesloten met het oog op het vervullen van de functie van technisch directeur, kan tussen deze voetbalvereniging en de zaakvoerder van de vennootschap een arbeidsovereenkomst bestaan, die slaat op verloonde arbeid als voetbaltrainer.

2. Artikel 3 van de Arbeidsovereenkomstenwet Betaalde Spotbeoefenaars creëert een onweerlegbaar vermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst voor bedienden.

3. De regeling inzake berekening van de RSZ-bijdragen op een forfaitair loon in art. 6 en 31 KB 28 november 1969, die geldt voor betaalde sportbeoefenaars, is niet toepasselijk op een voetbaltrainer, ook niet wanneer hij aan de Arbeidsovereenkomstenwet Betaalde Sportbeoefenaars onderworpen is.


Arrêt - Texte intégral

Mots libres

  • 1. ARBEIDSOVEREENKOMST

  • EXPLOITATIEVENNOOTSCHAP

  • DOORBRAAK RECHTSPERSOONLIJKHEID

  • VOORWAARDEN 2. ARBEIDSOVEREENKOMST

  • BETAALDE SPORTBEOEFENAAR

  • WETTELIJK VERMOEDEN 3. SOCIALE ZEKERHEID WERKNEMERS

  • BIJDRAGEN

  • VOETBALTRAINER