- Jugement du 22 mars 2012

22/03/2012 - 11/486/A

Jurisprudence

Résumé

Samenvatting 1

De Belgische wetgeving in het kader van het Generatiepact en om de tewerkstelling van laaggeschoolde jongeren te bevorderen, voorziet dat de werkgevers van de niet-commerciële sector kunnen genieten van een bepaald aantal banen, waarvan de loonkost ten laste is van de sociale zekerheid voor werknemers. Dit is een gebruik door de Belgische wetgever van de in de richtlijn 2000/78 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (overigens omgezet in de Belgische Wetgeving) voorzien rechtvaardigingsmogelijkheid voor directe discriminatie op grond van leeftijd, met name de bevordering van tewerkstelling van laaggeschoolde jongeren.

Het ontslag van de werknemer is geen discriminatie op grond van leeftijd, aangezien hij niet ongustiger werd behandeld in vergelijking met andere "vergelijkbare" werknemers, in casu de jongeren die aangeworven werden in het kader van het jongerenbanenplan.

Zelfs als men van oordeel zou zijn dat de vergelijkbaarheidstoets in een ruimer kader moet gebeuren, dan nog kan er geen sprake zijn van discriminatie, vermits er een afdoende rechtvaardiging voorhanden is voor de ongelijke behandeling, met name op basis van artikel 6 van de richtlijn 2000/78 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep. Het betreft hier een legitieme doelstelling die een algemeen belang van sociaal beleid vertegenwoordigt.


Jugement - Texte intégral

Mots libres

  • Antidiscriminatie

  • non-discriminatie

  • sociaal recht

  • discriminatie op grond van leeftijd

  • maatregelen ten gunste van de tewerkstelling van jongeren

  • aanwerving van laaggeschoolde jongeren

  • ontslag bij afloop van subsidies