Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 17 Januari 2017 (België). RG M13-9-0624

Date :
17-01-2017
Language :
Dutch
Size :
5 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-20170117-1
Role number :
M13-9-0624

Summary :

De Commissie, Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 44.687.

Decision :

Add the document to a folder () to start annotating it.

(...)

I. Feiten

PV van verhoor PZ ... dd. 05/06/2007

Ik wens aangifte te doen van slagen lastens onbekenden.

Deze namiddag omstreeks 16.45uur, begaf ik mij naar de ...laan naar het instituut OLV P.. Ik ben tewerkgesteld als re...es in het instituut en wou nog papieren afhalen voor het opmaken van examens.

Ik begaf mij via de hoofdingang, langs de ...laan naar de school. Het grote hekken was reeds dicht en ik moest mij via het kleine poortje begeven naar de koer. Een aantal jongeren te voet en met de flets aan de hand, stonden thv het poortje opgesteld en ik kon niet passeren.

Het waren allen allochtone jongens tussen veertien jaar oud en jonger dan twintig. Ze lieten mij aanvankelijk niet door en ik vroeg hen of ze soms opzij wilden gaan zodat ik de speelplaats kon opgaan.

Eén van de jongeren riep mij plots "hoer" toe. Hij herhaalde dit ettelijke keren.

De jongeren lieten mij uiteindelijk doorgaan en ik begaf mij naar de leraarskamer. Op de speelplaats

Kwam ik Ann V. en Paul B. tegen en ik vertelde de feiten. Zijzelf hadden niets gehoord of

gezien van de feiten.

In de leraarskamer zaten Jan D. en Fernand R. en ik vertelde tegen hen tevens de feiten.

Nadien vertrok ik samen met Fernand R. naar buiten. Fernand ging naar de fletsstalling om zijn fiets te halen en ik begaf mij vervolgens alleen terug naar het poortje.

Nog altijd stond een groot aantal jongeren opgesteld aan de poort. Ze lieten mij de speelplaats niet verlaten en stonden gewoon stil voor de poort. Dezelfde jongen van de eerste keer, riep mij terug "hoer" toe en ik antwoordde hem hierop dat dit een vorm van racisme was.

Hij riep me opnieuw toe dat ik een hoer was en dat mijn moeder ook een hoer was. Ik antwoordde hem dat het feit dat hij zoiets zegt, dat dit ook iets zegt over hem en zijn moeder.

Ik vroeg kordaat aan de anderen om mij te laten passeren. Eén jongen verplaatste uiteindelijk zijn flets waardoor ik kon passeren. Ik begaf me vervolgens op de oversteekplaats om naar mijn wagen te gaan aan de overkant van de school.

Temidden op de oversteekplaats is hij mij achterna gekomen en kwam hij voor mij staan. Onverwacht gaf hij mij een vuistslag in het aangezicht thv de linkerwang. Ik zag dat hij een tweede maal wou uithalen en ik gaf hem een vuistslag terug in het aangezicht op zijn linkerwang.

Hierop kreeg ik terug een aantal slagen terug van hem met de vuist in mijn aangezicht. Gezien ik ook een vuistslag kreeg thv de rechtzijkant van mijn hoofd, viel ik deels op de grond. Hierop kreeg ik nog een aantal schoppen met zijn voet op mijn rug en bekken. Ik zag de hele bende weglopen en toen de agressor dit zag, dat hij daar alieen stond, zette hij het ook op een lopen richting Vrijheidsplein.

Van de feiten is een meisje en haar vriend getuige. Mogelijks is Fernand R. ook getuige van de

feiten. Het meisje kwam naar mij toe na de feiten alsook Fernand. Ik wou vertrekken met mijn wagen en Fernand kwam naar mij toe en maande mij aan om in deze omstandigheden toch niet te rijden met de wagen. Ik antwoordde hem dat ik toch wou vertrekken met mijn wagen.

Ik begaf me hierop onmiddellijk naar het commissariaat voor aangifte.

Ik werd gekwetst door de feiten. Mijn bovenlip is gescheurd en ik voel pijn aan de tanden. Verder voel ik overal pijn in het aangezicht, thv de rechterkant van het hoofd, en de halsstreek. Ook voel ik pijn aan de onderkant van de rug, zowel langs linker- als rechterkant. Ik heb mij laten verzorgen door dokter D., en ik ben voorlopig één week arbeidsongeschikt. Ik zal ook een tandarts raadplegen.

De agressor ken ik niet van identiteit doch ik kan een goede beschrijving geven. Hij was een jongeman tussen vijftien en twintig jaar oud, allochtoon mogelijks van Marokkaanse afkomst en was slank gebouwd. Hij was tamelijk groot van gestalte, ongeveer 1,78 meter groot, en had kort zwart haar. De zijkanten waren heel kort opgeschoren en op de bovenkant van zijn hoofd was zijn haar iets langer. Hij was drager van een wit t-shirt en een bleke broek, mogelijks wit van kleur. Verder droeg hij witte moccasins met stiksel op.

Vanuit het gezelschap bij de jongeman, heb ik drie jongeren herkend, zijnde Hans A., Poyraz E. en Tigra W.. Tigra W. is leerling in mijn klas, drie handel talen B.

De identiteit van de getuigen, het meisje en haar vriend, is mij niet gekend. Het meisje is leerling aan de OLV Presentatie.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 22 april 2008 van de jeugdrechtbank te ... werd de minderjarige Mohamed Z. berispt voor de volgende bewezen geachte tenlastelegging:

"Te ... op 05.06.2007:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Christine, slagen of verwondingen die een ziekte of een ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden".

Op burgerlijk gebied werden Z. en zijn ouders bij zelfde vonnis in solidum veroordeeld tot betaling aan verzoekster "de som van 3.600 euro als vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid en morele schadevergoeding, meer de vergoedende intresten vanaf 5 juni 2007 tot heden en vanaf heden meer de gerechtelijke intresten telkens aan de wettelijke intrestvoet".

Aan de heer Y. (echtgenoot van verzoekster): "Veroordeelt de eerste, tweede ne derde gedaagde in solidum om te betalen aan de burgerlijke partij de heer Y. Patrick een provisionele schadevergoeding van 1 euro meer de vergoedende intresten vanaf 5 juni 2007 tot heden en vanaf heden meer de gerechtelijke intresten telkens aan de wettelijke intrestvoet.

Wijst het meer of anders gevorderde af als zijnde ongegrond ".

Verzoekster en haar echtgenoot stelden hoger beroep in.

Bij tussenarrest dd. 22 februari 2010 duidde het Hof van Beroep te ... dr. M. L. aan als gerechtsgeneesheer.

Bij eindarrest 12 september 2012 deed het Hof van Beroep te ... het vonnis van de jeugdrechtbank teniet op burgerrechtelijk gebied en veroordeelde Mohamed Z. en zijn ouders tot betaling in solidum aan verzoekster de som van euro 162.431,46 meer de intresten, meer de expertisekosten ad euro 1.995,04 en een rechtsplegingsvergoeding van euro 1.100.

Tevens werd voorbehoud verleend voor de kosten van verdere psychiatrische behandeling van 3 jaren vanaf 5 juni 2010 a rato van 10 sessies per jaar (30 sessies in totaal).

(Aan de heer Y., echtgenoot van verzoekster, de som van euro 2.500 voor morele schade meer de intresten).

- tandheelkundige kosten euro 600,00

- TWO moreel euro 27.400,00

- BWO moreel (25% x euro 1.375 / 2) euro 17.187,50

- esthetische schade (0,25 / 7) euro 100,00

- verlies economische waarde huisvrouw euro 117.143,96

Tegen dit arrest werd geen rechtsmiddel aangewend.

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. M. L. in zijn verslag van 26/04/2011:

BESPREKING:

Mevrouw Christine X. (°1955, lerares middelbaar onderwijs) was op 05 juni 2007 in de namiddag het slachtoffer van agressie.

Betrokkene kreeg een vuistslag in het aangezicht, kwam ten val en werd toen geschopt.

Betrokkene heeft op een bepaald ogenblik gevreesd voor haar leven.

Betrokkene had reeds een voorafbestaande problematiek op locomotorisch gebied.

Betrokkene kreeg tandheelkundige behandeling.

De snijtand 2.1 werd ontzenuwd. Hierdoor wordt deze tand brozer, met een groter risico op

een breuk. Daarom dient er nog éénmalig (gezien de leeftijd) een kroon op deze tand te worden voorzien.

Zij werd opgevolgd voor haar rugklachten. Toen duidelijk werd dat conservatieve behandeling niet hielp, werd er heelkundig ingegrepen.

Op 17 januari 2008 werd er ingegrepen op de lendenwervel zuil, op het niveau L5-S1 rechts.

Deze ingreep zette druk op het bovenliggende niveau.

Op 09 oktober 2009 diende te worden ingegrepen op het niveau L4-L5 links.

Betrokkene volgt nog steeds rugschool.

Betrokkene ontwikkelde een posttraumatische stressstoornis (angsten, nachtmerries, vermijdingsgedrag). Hiervoor wordt zij nog steeds door een psychiater opgevolgd.

BESLUIT:

De deskundige geeft aan het Hof van Beroep het volgende advies met betrekking tot de gevolgen op medisch gebied ingevolge de aan het slachtoffer, mevrouw Christine X., op 05/06/2007 overkomen gebeurtenissen :

1. De tijdelijke arbeidsongeschiktheid bedraagt:

- 100 % vanaf 05/06/2007 tot en met 04/06/2010

2. De tijdelijke invaliditeit bedraagt:

- 100 % vanaf 05/06/2007 tot en met 04/06/2010

3. Morele schade :

- op 05/06/2007 : doodsangst doorstaan

4. Deze casus kan geconsolideerd worden op 05/06/2010

5. Met een bestendige arbeidsongeschiktheid van 25 % zowel agoraal als niet-agoraal (op de arbeidsmarkt, hobby, huishouden)

6. Met een blijvende invaliditeit van 25 %

7. Esthetische schade : littekens op de rug : 0,25 / 7

8. Reserves :

- éénmalig euro 600,00 op tandheelkundig gebied

- dertig sessies psychiatrische behandeling (a rato van 10 sessies per jaar gedurende drie jaar)

- rugschool : tweemaal twee uur per week gedurende vijftig weken

9. De feiten in casu hebben m.i. aanleiding gegeven tot een ongeneeslijk lijkende ziekte, en/of een blijvende ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Volgens het arrest dd. 12/09/2012, f° 10: "Sabah B. [moeder van de dader] is toegelaten tot de kosteloze rechtsbijstand. Haar zoon pleegde de feiten als minderjarige en de financiële toestand van Abdelmajid Z. [vader] is evenmin rooskleurig".

Met een ontwerp van minnelijke aanzuiveringsregeling waarbij verzoekster zou moeten verzaken aan de intresten en gerechtskosten en met een bijkomende opname van schuldvordering in de

aanzuiveringsregeling dat de schuldvordering minder dan 10% van de aanvaarde

schuldenlast zou belopen, kon zij zich niet akkoord verklaren.

IV-2. De feiten zijn gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 162.431,46 meer de intresten

- tandheelkundige kosten euro 600,00

- TWO moreel euro 27.400,00

- BWO moreel (25% x euro 1.375 / 2) euro 17.187,50

- esthetische schade (0,25 / 7) euro 100,00

- verlies economische waarde huisvrouw euro 117.143,96

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een financiële hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De post ‘verlies economische waarde huisvrouw' is evenmin opgenomen in deze limitatieve opsomming en komt bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van deze schadepost werd bevestigd bij arrest nr. 109/2015 (rolnr. 6028) van het Grondwettelijk Hof d.d. 16 juli 2015.

De feiten werden gekwalificeerd als ‘arbeidsongeval'. De vraag van de verslaggever om welke reden de tandheelkundige kosten niet ten laste werden genomen door de arbeidsongevallenverzekeraar, bleef onbeantwoord. Deze schadepost komt dus evenmin in aanmerking voor een financiële hulp.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 44.687.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 31 mei 2016;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 44.687.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 januari 2017.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET