Grondwettelijk Hof (Arbitragehof): Arrest van 29 Juli 2010 (België). RG 95/2010
Summary :
Het Hof - schorst, in het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 « houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 », in zoverre zij van toepassing zijn op de Franstalige scholen en de afdelingen ervan in de zes randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken : a) artikel 2, eerste lid, in zoverre het verwijst naar artikel 62, § 1, 7°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, alsmede artikel 2, tweede lid, 2°; b) artikel 2, eerste lid, in zoverre het verwijst naar de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 9°, van het voormelde decreet van 25 februari 1997, alsmede artikel 2, tweede lid, 1° en 3°, doch enkel in zoverre die bepalingen niet voorzien in een overgangsperiode tijdens welke de schoolbesturen van de Franstalige scholen in de randgemeenten een afwijking van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en de goedkeuring van hun leerplannen kunnen verkrijgen; - verwerpt de vorderingen tot schorsing voor het overige, onder voorbehoud van de interpretaties vermeld in B.43 en B.44.
Arrêt :
Het Grondwettelijk Hof,
samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en M. Bossuyt, en de rechters R. Henneuse, E. De Groot, L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, J. Spreutels en T. Merckx-Van Goey, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter P. Martens, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter P. Martens,
wijst na beraad het volgende arrest :
I. Onderwerp van de vorderingen en rechtspleging
a. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 19 februari 2010 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 22 februari 2010, is een vordering tot schorsing ingesteld van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 november 2009) door :
1 Aad John Glycienenlaan 32 1950 Kraainem
2 Aasen Jean A. Frans Cloetensstraat 19 1950 Kraainem
3 Aasen-Huget Diane Frans Cloetensstraat 19 1950 Kraainem
4 Abdelkebir Abdelaziz Romeinse Steenweg 794 1780 Wemmel
5 Abdelouahab Laila Koning Albert I-laan 33 1780 Wemmel
6 Achtib Zohra Steenweg naar Merchtem 247 1780 Wemmel
7 Acimi Mourad Diepestraat 104 1780 Wemmel
8 Aegten Christophe Steenweg naar Brussel 114 1780 Wemmel
9 Agnieszka Jaworowska Koning Leopold III-laan 54 1780 Wemmel
10 Ahmadian Mohammad P. Curielaan 1 1780 Wemmel
11 Ahmadian Faramilb P. Curielaan 1 1780 Wemmel
12 Ahmed Aaros Vanderzijpenstraat 31 1780 Wemmel
13 Ahmed Nassima Fleurbeekstraat 24 1620 Drogenbos
14 Ahn Sabine Nerviërslaan 107 1780 Wemmel
15 Alcdelhacker Mohammad A. Burvenichlaan 27 1780 Wemmel
16 Alongi Claudia Grote Baan 168 1620 Drogenbos
17 Alongi Claudia Grote Baan 168 1620 Drogenbos
18 Altomare Gianna Sint-Pancratiuslaan 18 1950 Kraainem
19 Alvarez Alvarez Margarita F. Robbrechtsstraat 181 1780 Wemmel
20 Amal Nordine Steenweg naar Brussel 79 1780 Wemmel
21 Amezian Hanane Grote Baan 46 1620 Drogenbos
22 Angelis Luna Dr. H. Folletlaan 195 1780 Wemmel
23 Anthonis Joelle Kouter 3 1780 Wemmel
24 Anthonis Jean-Luc Dr. H. Folletlaan 208 1780 Wemmel
25 Apaydin Yasar Rassel 79 1780 Wemmel
26 Arvanitis Zoe Vijverslaan 159 1780 Wemmel
27 Askaj Mentor E. Van Elewijckstraat 49 1780 Wemmel
28 Askaj Arjeta E. Van Elewijckstraat 49 1780 Wemmel
29 Aslyah Merzouk Rassel 19 1780 Wemmel
30 Astudillo Elsa Sterstraat 63 1620 Drogenbos
31 Azzaoui Wafak J. Bogemansstraat 187 1780 Wemmel
32 Baaroun Assia Romeinse Steenweg 794 1780 Wemmel
33 Baeckens Maud Charles De Costerlaan 8 1780 Wemmel
34 Baftijari Merita Maalbeeklaan 10A 1780 Wemmel
35 Bafumba Vanessa rue Haut-Douy 160 4430 Ans
36 Bah Aissanton Is. Meyskensstraat 146 1780 Wemmel
37 Bahatid Wolfs Jules Adantstraat 143 1950 Kraainem
38 Bahrollatifi Khadija Sterstraat 127 1620 Drogenbos
39 Bailly Nathalie Is. Meyskensstraat 40 1780 Wemmel
40 Balam Ioana Maria Eburonenlaan 9 1780 Wemmel
41 Balcaen Patrick L. Braillelaan 2 1780 Wemmel
42 Balis Jacqueline Vijverslaan 201 1780 Wemmel
43 Banota Luc Tramlaan 17 1950 Kraainem
44 Barbe Fabrice J. Bogemansstraat 149 1780 Wemmel
45 Barbe Michael Boomgaardstraat 32 1780 Wemmel
46 Barbier Denis Drie Koningenstraat 81 1620 Drogenbos
47 Barrena Redondo Maria Pilar Zalighedenlaan 9 1780 Wemmel
48 Bastin Kathy Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel
49 Baudewyns Véronique Lange Eikhoekje 100 1970 Wezembeek-Oppem
50 Bauduin Sylvie Kasteelstraat 52 1620 Drogenbos
51 Bauffe Sophie Louis Marcelisstraat 90 1970 Wezembeek-Oppem
52 Bauwin Nathalie Capucienenlaan 63 1950 Kraainem
53 Bdiri Ouizin Koning Leopold III-laan 31 1780 Wemmel
54 Beelaerts Claudi E. Van Elewijckstraat 84 1780 Wemmel
55 Beguin Frederique Is. Meyskensstraat 29 1780 Wemmel
56 Belchior Gaelle Koningin Astridlaan 478 1950 Kraainem
57 Belenger Marc Vijverhof 6 1950 Kraainem
58 Ben Hassan Abdelkhaled Bempstraat 6 1620 Drogenbos
59 Benyachou Mohammed Steenweg naar Merchtem 239 1780 Wemmel
60 Berishce Voldet Lt. J. Graffplein 9 1780 Wemmel
61 Berrada Asmae Marie Collartstraat 18 1620 Drogenbos
62 Berrada Rachid Eburonenlaan 15 1780 Wemmel
63 Biotokorievier Violeta J. Bogemansstraat 227 1780 Wemmel
64 Biquet Mireille Steenweg naar Merchtem 4 1780 Wemmel
65 Blaise Sandrine P. De Waetstraat 9 1780 Wemmel
66 Blakaj Denisa Steenweg naar Merchtem 39 1780 Wemmel
67 Blanchez Jean-Robert E. Van Elewijckstraat 52 1780 Wemmel
68 Bockstal Geneviève Korenveldlaan 3 1780 Wemmel
69 Bontea Carmen Dr. H. Folletlaan 177 1780 Wemmel
70 Borbolla Avin Luis Ramon Rassel 18 1780 Wemmel
71 Bottu Jean-Etienne Lindenhoekje 11 1970 Wezembeek-Oppem
72 Bottu Brigitte Lindenhoekje 11 1970 Wezembeek-Oppem
73 Bouchnafa Nora E. Van Elewijckstraat 76 1780 Wemmel
74 Boufrahi Nora Sterstraat 55 1620 Drogenbos
75 Boultame Mohammed Is. Meyskensstraat 44 1780 Wemmel
76 Bouslama Ahmed Elyes Sint-Pancratiuslaan 21 1950 Kraainem
77 Bouyhanem Sadi Tassadit G. Van Campenhoutstraat 23 1780 Wemmel
78 Bouzakhsi Hayat Eburonenlaan 15 1780 Wemmel
79 Bouzerda Samira Steenweg naar Brussel 195 1780 Wemmel
80 Bouzerda Mohamed Steenweg naar Brussel 195 1780 Wemmel
81 Braeckman Françoise Elst 11 1620 Drogenbos
82 Brasseur Marc Is. Meyskensstraat 48 1780 Wemmel
83 Brouhier Sandrine Vijverslaan 125 1780 Wemmel
84 Burton Catherine Kraaienweg 5 1950 Kraainem
85 Buyck Christine Alboom 33 1780 Wemmel
86 Cansoy Seda de Limburg Stirumlaan 164 1780 Wemmel
87 Cansoy Faruk de Limburg Stirumlaan 164 1780 Wemmel
88 Capla Magali Kerkeveldweg 11 1640 Sint-Genesius-Rode
89 Caramazza Rosaria Panoramastraat 36 1780 Wemmel
90 Cario Gaelle Wauterbos 25 1640 Sint-Genesius-Rode
91 Carton Nathalie Zoniënwoudlaan 214 1640 Sint-Genesius-Rode
92 Castan Fabian P. Vertongenstraat 13 1780 Wemmel
93 Castan Michaud Amelie P. Vertongenstraat 13 1780 Wemmel
94 Cendrowka Katarryna Zalighedenlaan 44 1780 Wemmel
95 Ceysens Xavier Korenveldlaan 3 1780 Wemmel
96 Chafi Noureddine Koning Albert I-laan 33 1780 Wemmel
97 Chahbouni Mohamed Grote Baan 46 1620 Drogenbos
98 Charlier Serge Fleurbeekstraat 34 1620 Drogenbos
99 Chico Martinez Tomas Kuikenstraat 25 1620 Drogenbos
100 Chioua Kamal E. Van Elewijckstraat 45 1780 Wemmel
101 Christiaens Xavier P. De Waetstraat 9 1780 Wemmel
102 Christophe Gladys E. Van Elewijckstraat 74 1780 Wemmel
103 Cimen Zeki Rassel 20 1780 Wemmel
104 Ciudad Mora Vijverslaan 148 1780 Wemmel
105 Claes Joel Charles De Costerlaan 4 1780 Wemmel
106 Cluts Murielle de Limburg Stirumlaan 242 1780 Wemmel
107 Cnop Pierre Maalbeeklaan 36 1780 Wemmel
108 Cochet Jean-Pascal Kasteelstraat 12 1620 Drogenbos
109 Coenen Natacha Winkel 22 1780 Wemmel
110 Colin Valerie Nerviërslaan 31 1780 Wemmel
111 Cornacchia Graziella Winkel 20 1780 Wemmel
112 Cornet Pierre St. Rochusplein 10 1780 Wemmel
113 Coteur Geoffroy E. Van Elewijckstraat 77 1780 Wemmel
114 Couillard Isabelle Kam 80 1780 Wemmel
115 Courtois Nadia H. Verrieststraat 15 1780 Wemmel
116 Crispi Michel Emile Bricoutlaan 8 1950 Kraainem
117 Crombez Pascale Steenweg naar Brussel 139 1780 Wemmel
118 Cruz Markt 42 1780 Wemmel
119 Csanadi Suzy A. De Boecklaan 9 1780 Wemmel
120 Culaj Esmeralda P. Vertongenstraat 105 1780 Wemmel
121 Da Silva Deborah Kerkstraat 67 1620 Drogenbos
122 Dadi Jamila Is. Meyskensstraat 44 1780 Wemmel
123 Daillion Hélène J. Bruyndonckxstraat 180 1780 Wemmel
124 Damoiseaux Véronique Rassel 3 1780 Wemmel
125 Danze Véronique Is. Meyskensstraat 12 1780 Wemmel
126 Daoudi Hamid Amédé Brackestraat 71 1950 Kraainem
127 Daoust Thierry Langestraat 109 1620 Drogenbos
128 Dauby Jean J. Bogemansstraat 160 1780 Wemmel
129 Daumer Corinne A. Rodenbachstraat 18 1780 Wemmel
130 Dazy Sylvain Vijverslaan 125 1780 Wemmel
131 De Baeremaeker Julie Maalbeeklaan 36 1780 Wemmel
132 De Bisschop Anthony de Limburg Stirumlaan 137 1780 Wemmel
133 De Bloos Michel Stationsstraat 43 1630 Linkebeek
134 De Buyst-Kabeya Célestine Heymansdries 26A 1640 Sint-Genesius-Rode
135 De Cat Evelyne Drie Koningenstraat 81 1620 Drogenbos
136 De Gieter Dannielle Boomgaardstraat 42 1780 Wemmel
137 De Greef Christine Haagdoornlaan 21 1780 Wemmel
138 De Groote Catherine de Limburg Stirumlaan 137 1780 Wemmel
129 De Kerpel Ophelie Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel
140 de Maere d'Aertrycke Françoise Molenweg 12 1780 Wemmel
141 De Naeyer Barbara Eburonenlaan 28 1780 Wemmel
142 De Nayer Michael Steenweg naar Brussel 178 1780 Wemmel
143 De Siena Antonella Schoon Dal 35 1780 Wemmel
144 De Sousa Lopez Graca c/o rue de Clairvaux 40 1348 Louvain-la-Neuve
145 De Vuyst Valerie Markt 42 1780 Wemmel
146 De Wagheneire Corinne Boomgaardstraat 31 1780 Wemmel
147 De Weerdt Christian Ronkel 100 1780 Wemmel
148 De Weerdt Diame de Limburg Stirumlaan 158 1780 Wemmel
149 De Welque Thibaud Bloemenhof 8 1640 Sint-Genesius-Rode
150 De Wilde David Nieuwstraat 30 1620 Drogenbos
151 De Winter Johnny de Limburg Stirumlaan 4 1780 Wemmel
152 Debondt Michel Elst 13 1620 Drogenbos
153 Decarpentrie Lucie Langestraat 109 1620 Drogenbos
154 Defer Virginie Lt. J. Graffplein 20 1780 Wemmel
155 Defraigne Alexandra Korenbloemstraat 20 1950 Kraainem
156 Delahay Nathalie Verhasseltstraat 26 1780 Wemmel
157 Delatte Marie J. Deschuyffeleerdreef 75 1780 Wemmel
158 Delcave Isabelle Koninkjeslaan 15 1950 Kraainem
159 Dembele Rokia Koning Leopold III-laan 62 1780 Wemmel
160 Demets Marc De Ghelderodelaan 10 1780 Wemmel
161 Denis Vincent Priorijlaan 79 1640 Sint-Genesius-Rode
162 Depauw Geoffrey Vijverslaan 148 1780 Wemmel
163 Depotter Christophe Acaciasstraat 21 1950 Kraainem
164 Derard Philippe Steenweg naar Merchtem 199 1780 Wemmel
165 Descamps Caroline Zikkelstraat 25 1970 Wezembeek-Oppem
166 Descamps Kristel J. Bogemansstraat 7 1780 Wemmel
167 Desimpel Marie Jan-Baptist De Keyzerstraat 53 1970 Wezembeek-Oppem
168 Desmedt Melissa Steenweg naar Brussel 78 1780 Wemmel
169 Desutter Anne Is. Meyskensstraat 48 1780 Wemmel
170 Dethier Pascal A. Verhasseltstraat 26 1780 Wemmel
171 Dettwiller Emmanuel Zwaluwenlaan 12 1950 Kraainem
172 Devalck Patrick J. Bruyndonckxstraat 188 1780 Wemmel
173 Devalkeneer Sandrine Vrijheidsstraat 31 1620 Drogenbos
174 Devoegelaer Nathalie Steenweg naar Brussel 95 1780 Wemmel
175 Dewez Laurent Kasteelstraat 23 1620 Drogenbos
176 Dewit Sylvie Nieuwstraat 30 1620 Drogenbos
177 D'hondt Jacky Obberg 9 1780 Wemmel
178 Di Lorenzo Iolanda Panoramastraat 32 1780 Wemmel
179 Diaz Francisco Steenweg naar Brussel 68 1780 Wemmel
180 Diederich Raphael Bergenblokstraat 26 1970 Wezembeek-Oppem
181 Dierick Regine K. Vande Woestijnlaan 2 1780 Wemmel
182 Divrikli Guclu Nursel Koningin Astridlaan 11 1780 Wemmel
183 Djeff Manuy Yolande Charles De Costerlaan 4 1780 Wemmel
184 Domingues Véronique E. Verhaerenlaan 7 1780 Wemmel
185 Domsen Brigitte Zwanenlaan 39 1640 Sint-Genesius-Rode
186 Dooms Jérome Steenweg naar Brussel 45 1780 Wemmel
187 Dricot Alain P. Vertongenstraat 60 1780 Wemmel
188 Droulez Bertrand Kapellelaan 278 1950 Kraainem
189 Druhen Renaud Schoolstraat 21 1640 Sint-Genesius-Rode
190 Dubois Dominique J. Bausstraat 61 1970 Wezembeek-Oppem
191 Duchateau Sévérine Zavelberg 11 1780 Wemmel
192 Dumont Françoise Zalighedenlaan 11 1780 Wemmel
193 Dupont Nathalie Steenweg naar Brussel 105 1780 Wemmel
194 Duque Magali Haldorp 25 1630 Linkebeek
195 Duterne Véronique E. Van Elewijckstraat 82 1780 Wemmel
196 Duwe Dimitri de Limburg Stirumlaan 190 1780 Wemmel
197 Ebeni Alexandrei Stokkelstraat 3 1950 Kraainem
198 El Aouni Jamal Koningin Astridlaan 172 1780 Wemmel
199 El Banna Nada Lindestraat 13 1640 Sint-Genesius-Rode
200 El Hassuni Ouafa Winkel 12 1780 Wemmel
201 El Kalkha Chakib Prins Boudewijnlaan 10 1780 Wemmel
202 Elamrawi Samira Steenweg naar Brussel 195 1780 Wemmel
203 Elfassi Mostafa J. Bruyndonckxstraat 10 1780 Wemmel
204 Engelis Katia H. De Keersmaekerlaan 37 1780 Wemmel
205 Errabah Najib P. Remekerstraat 25 1780 Wemmel
206 Espinoza Mendez Yavana J. De Ridderlaan 2 1780 Wemmel
207 Esposito Dominico Panoramastraat 32 1780 Wemmel
208 Ezaty Madhira Faustin Steenweg naar Brussel 259 1780 Wemmel
209 Fabien Lucas E. Van Elewijckstraat 32 1780 Wemmel
210 Fataki Andjelani Véronique Winkel 8 1780 Wemmel
211 Fatmire Balakaj F. Robbrechtsstraat 23 1780 Wemmel
212 Femet Angie Kasteelstraat 12 1620 Drogenbos
213 Femet Angie Kasteelstraat 12 1620 Drogenbos
214 Fernandez Gomez Maria del Carmen Koningin Astridlaan 168 1780 Wemmel
215 Ferreira Vitorino Gustavo Kerkstraat 67 1620 Drogenbos
216 Ferreira Vitorino Gustavo Kerkstraat 67 1620 Drogenbos
217 Ferriere Bénédicte Klein Normandië 1950 Kraainem
218 Fettouma Khalfi Steenweg naar Merchtem 95 1780 Wemmel
219 Feyfer Florence J. Deschuyffeleerdreef 20 1780 Wemmel
220 Fida Milozim Maalbeeklaan 10A 1780 Wemmel
221 Fisset Roger Vijverslaan 188 1780 Wemmel
222 Fistick Jack c/o rue de Clairvaux 40 1348 Louvain-la-Neuve
223 Florenten Christophe J. Bogemansstraat 147 1780 Wemmel
224 Folens Bénédicte De Ghelderodelaan 10 1780 Wemmel
225 Fonseca Martino Maria Steenweg naar Merchtem 315 1780 Wemmel
226 Fourmarier Cécile Marie Collartstraat 20 1620 Drogenbos
227 François Ludovic L. Guyotstraat 60 1780 Wemmel
228 François Manuel J. Deschuyffeleerdreef 73 1780 Wemmel
229 Furnemont Frédéric Hertogenlaan 109 1970 Wezembeek-Oppem
230 Fyfe Florence J. Deschuyffeleerdreef 20 1780 Wemmel
231 Gabriel Bruno Koning Leopold III-laan 62 1780 Wemmel
232 Gabriels Catherine P. Remekerstraat 15 1780 Wemmel
233 Galos Treneusz J. Bogemansstraat 229 1780 Wemmel
234 Galos Dorota J. Bogemansstraat 229 1780 Wemmel
235 Garcia Pedroz Flora Sterstraat 12 1620 Drogenbos
236 Geide Caro Mayonga Ana Steenweg naar Brussel 79 1780 Wemmel
237 Georis Marie-Pierre Jules Adantstraat 146 1950 Kraainem
238 Gerome Joelle E. Van Elewijckstraat 19 1780 Wemmel
239 Gibello-Seco Alain Sterstraat 12 1620 Drogenbos
240 Gilard Isabelle Koningin Astridlaan 170A 1950 Kraainem
241 Gillardin Christine Steenweg op Mechelen 263 1970 Wezembeek-Oppem
242 Gillisen Patricia Elst 13 1620 Drogenbos
243 Ginefra Roberto Grote Baan 89 1620 Drogenbos
244 Giuseffa Salomone Jagersweg 79 1780 Wemmel
245 Gloge Andrea Korenbloemenlaan 31 1640 Sint-Genesius-Rode
246 Godfroid Béatrice Glycienenlaan 51 1950 Kraainem
247 Goffin Sabine Edmond Coppensoord 17 1950 Kraainem
248 Gogos Theo Winkel 10 1780 Wemmel
249 Gomez Isabel L. Guyotstraat 60 1780 Wemmel
250 Gonzalez Gonzalez Daniel Kraaienweg 5 1950 Kraainem
251 Goomez Mireille Winkel 101 B 1780 Wemmel
252 Goossens Anne Steenweg naar Brussel 68 1780 Wemmel
253 Gosuin Julie Kapellelaan 278 1950 Kraainem
254 Gourari Samia Nerviërslaan 6 1780 Wemmel
255 Govaerts Pascale Vijverslaan 125 1780 Wemmel
256 Grabowska Beata Is. Meyskensstraat 30 1780 Wemmel
257 Grabowski Dariusz Is. Meyskensstraat 30 1780 Wemmel
258 Graff Claude Anemonenlaan 12 1640 Sint-Genesius-Rode
259 Grandgagnage Sabine Bloemenhof 8 1640 Sint-Genesius-Rode
260 Graulich Virginie Hertogenlaan 109 1970 Wezembeek-Oppem
261 Greban Quentin Molenweg 16 1780 Wemmel
262 Grilo Frade Marco Dr. H. Folletlaan 195 1780 Wemmel
263 Gruttadauria Calogerb Zavelberg 11 1780 Wemmel
264 Guaqueta Audrey Boomgaardstraat 10 1780 Wemmel
265 Guclu Bayram Koningin Astridlaan 11 1780 Wemmel
266 Guibello- Secco Alain Sterstraat 12 1620 Drogenbos
267 Guillemin Christian Winkel 101 B 1780 Wemmel
268 Habibi Bakhat Molenweg 56 1780 Wemmel
269 Haijen John Is. Meyskensstraat 12 1780 Wemmel
270 Hajji Christiane J. De Ridderlaan 86 1780 Wemmel
271 Hakala Pertti Sint-Pancratiuslaan 37 1950 Kraainem
272 Hallouz Halima Rode Beukenlaan 8 1780 Wemmel
273 Hanssens André Dries 94 1780 Wemmel
274 Harcantuoni Patrizia de Limburg Stirumlaan 239 1780 Wemmel
275 Harcq Laurence J. Bogemansstraat 166 1780 Wemmel
276 Hars Olivier Vijverslaan 39 1780 Wemmel
277 Hassouni Abdellatif Winkel 12 1780 Wemmel
278 Hatert Vanessa Bergenblokstaat 26 1970 Wezembeek-Oppem
279 Havaux Olivia J. Bruyndonckxstraat 175 1780 Wemmel
280 Haxhija Bekim F. Robbrechtsstraat 197 1780 Wemmel
281 Haxhija Arieta Lt. J. Graffplein 9 1780 Wemmel
282 Hayek Amal Rassel 20 1780 Wemmel
283 Hellin Emmanuel Lange Delle 45 1970 Wezembeek-Oppem
284 Hellinckx Jean-Philippe B. De Craenelaan 6 1780 Wemmel
285 Hellinckx Christian Steenweg naar Merchtem 251 1780 Wemmel
286 Hennico Sophie Dijck 28 1780 Wemmel
287 Henroye Vincent Obberg 90 1780 Wemmel
288 Hensmans Michel Lindestraat 76 1640 Sint-Genesius-Rode
289 Henzen Marc Edmond Coppensoord 15 1950 Kraainem
290 Heraly Christine Koning Leopold III-laan 62 1780 Wemmel
291 Herbillon Pascale Is. Meyskensstraat 89 1780 Wemmel
292 Herculina
de Avila Remels Similiana Kerkstraat 50 1620 Drogenbos
293 Herfs Nancy de Limburg Stirumlaan 246 1780 Wemmel
294 Hesham Faiek Steenweg naar Merchtem 95 1780 Wemmel
295 Hilberg Ilona Diepestraat 45 1780 Wemmel
296 Hollay Michel Guido Gezellestraat 25 1780 Wemmel
297 Hopman Béatrice Neerhoflaan 9 1780 Wemmel
298 Hopman-Arloing Béatrice Neerhoflaan 9 1780 Wemmel
299 Horvath-Bailleul Catherine Boomgaardstraat 27 1950 Kraainem
300 Hottois Stéphanie J. De Ridderlaan 81 1780 Wemmel
301 Houmid Bennans Maurad E. Van Elewijckstraat 74 1780 Wemmel
302 Houot Benoît Warandeberg 54A 1970 Wezembeek-Oppem
303 Hubert Francis Berkenhof 11 1970 Wezembeek-Oppem
304 Hubin Dominique Van Eycklaan 6 1780 Wemmel
305 Huez Patrick Jules Adantstraat 146 1950 Kraainem
306 Hulsman Marika Bosstraat 35 1950 Kraainem
307 Husi Aurela Kam 51 1780 Wemmel
308 Huvelle Aline Koningin Astridlaan 16 1950 Kraainem
309 Hynde Erkadi Dijck 32 1780 Wemmel
310 Ibeski Emine Kpt. R. Wouterslaan 2 1780 Wemmel
311 Ibrir Faiza Kaasmarkt 15 1780 Wemmel
312 Isomongoli Baloma Kam 77 1780 Wemmel
313 Isomongoli Balona Kam 72 1780 Wemmel
314 Jeanjean François Kaasmarkt 18 1780 Wemmel
315 Jebari Lottra L. Vanderzijpenstraat 1780 Wemmel
316 Jeddi Mimoun Windberg 282 1780 Wemmel
317 Jerome Jean-Michel Grasmussenlaan 6 1950 Kraainem
318 Jomah Emmanuel Koning Leopold III-laan 38 1780 Wemmel
319 Joreau Jean-Michel Stokkelstraat 17 1950 Kraainem
320 Josephy Fabienne Rassel 19 1780 Wemmel
321 Kabisha Musambi Kaasmarkt 59 1780 Wemmel
322 Kahambu Matabishi Steenweg naar Brussel 300 1780 Wemmel
323 Kapongo Kanku Steenweg naar Brussel 300 1780 Wemmel
324 Kapoor Gurminder H. De Molstraat 52 1780 Wemmel
325 Kassimi Chakib Kerkstraat 61 1620 Drogenbos
326 Kayembe Emmanuel Is. Meyskensstraat 170 1780 Wemmel
327 Keller Bernard H. De Keersmaekerlaan 37 1780 Wemmel
328 Keusters Damien Zwanenlaan 39 1640 Sint-Genesius-Rode
329 Khanlou Karim E. Van Elewijckstraat 54 1780 Wemmel
330 Kiliwatch Gois Steenweg naar Merchtem 39 1780 Wemmel
331 Kimoto Kayukwa L. Vander Zijpenstraat 29 1780 Wemmel
332 Kips Béatrice Winkel 66 1780 Wemmel
333 Kohl Gérald J. Bruyndonckxstraat 137 1780 Wemmel
334 Komlear Ian de Limburg Stirumlaan 1780 Wemmel
335 Kon-A-Mawau Sylvie E. Van Elewijckstraat 36 1780 Wemmel
336 Kostanian Nonna Koningin Astridlaan 13 1780 Wemmel
337 Krouss Onnick J. Deschuyffeleerdreef 7 1780 Wemmel
338 Laaz Mostafa Dijck 32 1780 Wemmel
339 Laazizi Chakir Eburonenlaan 2 1780 Wemmel
340 Labalue Serge E. Van Elewijckstraat 19 1780 Wemmel
341 Lacroix Hugues J. Bogemansstraat 179 1780 Wemmel
342 Ladia Alexia Stijn Streuvelslaan 20 1780 Wemmel
343 Lahaye Geneviève E. Van Elewijckstraat 54 1780 Wemmel
344 Lait Naziha P. Vertongenstraat 86 1780 Wemmel
345 Lamarti Awatif Leeuwerikenlaan 61 1780 Wemmel
346 Lambotte Axelle Korenbloemenlaan 37 1640 Sint-Genesius-Rode
347 Lamrabti Smahane Ban Eiklaan 13 1970 Wezembeek-Oppem
348 Larbuisson Alexandra Priorijstraat 79 1640 Sint-Genesius-Rode
349 Lassus Laurent Boomgaardstraat 31 1780 Wemmel
350 Laurent Jean-Yves Astridlaan 51B 1640 Sint-Genesius-Rode
351 Laveine Leslie E. Verhaerenlaan 7 1780 Wemmel
352 Leal de Carvalho Esmeralda Is. Meyskensstraat 70 1780 Wemmel
353 Leamont Michel H. Verrieststraat 19 1780 Wemmel
354 Lefort Joelle B. De Craenelaan 6 1780 Wemmel
355 Lefort Luc Vijverslaan 159 1780 Wemmel
356 Legros Isabelle de Limburg Stirumlaan 151 1780 Wemmel
357 Lejeune Florence Parklaan 30 1780 Wemmel
358 Lekine Benoît Stijn Streuvelslaan 20 1780 Wemmel
359 Lelij Gregory Steenweg naar Merchtem 197 1780 Wemmel
360 Leloux Jean-Marc J. De Ridderlaan 97 1780 Wemmel
361 Lemaire Anne Kerkstraat 23 1780 Wemmel
362 Leveque Daphné Kuikenstraat 25 1620 Drogenbos
363 Leyman Virginie de Limburg Stirumlaan 221 1780 Wemmel
364 Liégeois Laurence F. Robbrechtsstraat 37 1780 Wemmel
365 Lobos Edouard Is. Meyskensstraat 70 1780 Wemmel
366 Lody Bingone Basele St. Rochusplein 313 1780 Wemmel
367 Lonia Bosembe E. Van Elewijckstraat 36 1780 Wemmel
368 Lopez Hesas Steenweg naar Merchtem 270 1780 Wemmel
369 Machado Filipe Wauterbos 71 1640 Sint-Genesius-Rode
370 Mancin Liliana Steenweg naar Grote Hut 39 1640 Sint-Genesius-Rode
371 Mansvelt John-Gerald Sint-Jorisoord 5 1970 Wezembeek-Oppem
372 Markesis Benoît Annecylaan 9 1950 Kraainem
373 Martens Noelle Grote Baan 225 1620 Drogenbos
374 Martin Karine Steenweg naar Brussel 272 1780 Wemmel
375 Martinez Vergara Marianella Karel Verhaegenlaan 44 1950 Kraainem
376 Martino Humberto Steenweg naar Merchtem 315 1780 Wemmel
377 Marut Jean-Michael Kouter 3 1780 Wemmel
378 Marwan Nasser Steenweg naar Brussel 272 1780 Wemmel
379 Mayuma Kola Nerviërslaan 50 1780 Wemmel
380 Mckean Alisa Koningin Astridlaan 429 1950 Kraainem
381 Meersman Dominique Rassel 99 1780 Wemmel
382 Meersseman Catherine Capucienenlaan 49 1950 Kraainem
383 Mehessen Janila Koning Leopold III-laan 13 1780 Wemmel
384 Mekkaoui Souad J. Bogemansstraat 149 1780 Wemmel
385 Mellouk El Houssine Is. Meyskensstraat 153 1780 Wemmel
386 Melloul Agnes Armand Fortonlaan 34 1950 Kraainem
387 Mentor Askaj E. Van Elewijckstraat 45 1780 Wemmel
388 Mercier Dorine J. Vander Vekenstraat 191 1780 Wemmel
389 Mercier Marcel de Limburg Stirumlaan 186 1780 Wemmel
390 Merere Ingrid Markt 17 1780 Wemmel
391 Mertens Roger J. Bruyndonckxstraat 6 1780 Wemmel
392 Merzouri Rastan L. Guyotstraat 47 1780 Wemmel
393 Mesas Fernandez Jessika Steenweg naar Brussel 84 1780 Wemmel
394 Messaouidi Fatima H. De Molstraat 18 1780 Wemmel
395 Metais Vanessa Vijverslaan 81 1780 Wemmel
396 Meuwissen Sylvie Krekelendries 1B 1620 Drogenbos
397 Miekiszewska Katarzyna J. Bruyndonckxstraat 82 1780 Wemmel
398 Mier Perez Ramon F. Robbrechtsstraat 181 1780 Wemmel
399 Mihoub Chettouane J. De Ridderlaan 52 1780 Wemmel
400 Milazim Fida Maalbeeklaan 10 1780 Wemmel
401 Minguet Sophie Vijverslaan 142 1780 Wemmel
402 Mjeku Clara Alboom 17 1780 Wemmel
403 Mochkov Alexei P. Vertongenstraat 83 1780 Wemmel
404 Moheri Matraji Steenweg naar Merchtem 142 1780 Wemmel
405 Monseux Pierre F. Robbrechtsstraat 37 1780 Wemmel
406 Mooney Glen E. Verhaerenlaan 4 1780 Wemmel
407 Moreau Philippe Markt 52 1780 Wemmel
408 Morel Bénédicte St. Rochusplein 10 1780 Wemmel
409 Moriau Muriel J. Bogemansstraat 160 1780 Wemmel
410 Morlot Sandrine P. Remekerstraat 25 1780 Wemmel
411 Motricz Nathalie Speltveld 16 1970 Wezembeek-Oppem
412 Mouche Marie-Thérèse Is. Meyskensstraat 153 1780 Wemmel
413 Moyen Didier Obberg 168 1780 Wemmel
414 Mrad Hanan Koning Leopold III-laan 38 1780 Wemmel
415 Mroue Monked de Limburg Stirumlaan 200 1780 Wemmel
416 Msimba Mgoma Steenweg naar Brussel 259 1780 Wemmel
417 Muller Regula Koningin Astridlaan 164 1950 Kraainem
418 Munyampara Jérome Nerviërslaan 31 1780 Wemmel
419 Munyampara Mureiia Nerviërslaan 31 1780 Wemmel
420 Musnaoui Nizare Windberg 299 1780 Wemmel
421 Musto Ruiterweg 24 1780 Wemmel
422 Nadi Mohammed Yassine Sterstraat 55 1620 Drogenbos
423 Nalayeumseire Constance Boomgaardstraat 27 1780 Wemmel
424 Nameche Jean-Francois Reigerslaan 5 1780 Wemmel
425 Nanson Sandy Windberg 300 1780 Wemmel
426 Narrenberg Laurence Boomkwekerijstraat 8 1640 Sint-Genesius-Rode
427 Nassima Ahmed Fleurbeekstraat 24 1620 Drogenbos
428 Nassrallah Hoda Romeinse Steenweg 748 1780 Wemmel
429 Nejjari Hanan J. Bruyndonckxstraat 10 1780 Wemmel
430 Nestman Pawee Steenweg naar Merchtem 140 1780 Wemmel
431 Nestman Eva Steenweg naar Merchtem 140 1780 Wemmel
432 Nguyen Phnoc-Dien Kaasmarkt 151 1780 Wemmel
433 Niewinska Ewa Lt. J. Graffplein 10 1780 Wemmel
434 Nile Eric Begoniaslaan 2 1950 Kraainem
435 Nocera Rita Vijverslaan 148 1780 Wemmel
436 Noltincx Didier Obberg 154 1780 Wemmel
437 Nyabokongo Jeannine Romeinse Steenweg 748 1780 Wemmel
438 Nyssen Alex Sijsjeslaan 20 1950 Kraainem
439 Nzabiya Bewadis J. De Ridderlaan 52 1780 Wemmel
440 Oponska Renata Steenweg naar Brussel 47 1780 Wemmel
441 Oponski Mariusz Steenweg naar Brussel 47 1780 Wemmel
442 Ory Catherine Marie Collartstraat 126 1620 Drogenbos
443 Ouali-Dada Reda Zonneboslaan 14 1950 Kraainem
444 Ouhida Bennacer Diepestraat 104 1780 Wemmel
445 Paillion Claire Zalighedenlaan 13 1780 Wemmel
446 Palombo Nora Sneeuwklokjeslaan 4 1640 Sint-Genesius-Rode
447 Paluk Mélanie Is. Meyskensstraat 198 1780 Wemmel
448 Panadero Alcaraz Jose Vijverslaan 81 1780 Wemmel
449 Paquet Laurence Anemonenlaan 12 1640 Sint-Genesius-Rode
450 Parent Francois Josef Van Elewijckstraat 44 1853 Grimbergen
451 Parent Isabelle de Limburg Stirumlaan 186 1780 Wemmel
452 Peeters Eric de Grunnelaan 146 1970 Wezembeek-Oppem
453 Perdaens Frédéric Marie Collartstraat 126 1620 Drogenbos
454 Pereira Sandra H. De Molstraat 52 1780 Wemmel
455 Perez Noricya Maria P. De Waetstraat 37 1780 Wemmel
456 Perreault Roy E. Verhaerenlaan 4 1780 Wemmel
457 Petre Bruno Koningin Astridlaan 170A 1950 Kraainem
458 Philippe Isabelle Steenweg naar Brussel 114 1780 Wemmel
459 Pigeon Stéphanie Beekstraat 129A 1970 Wezembeek-Oppem
460 Pillaert Laurent Is. Meyskensstraat 89 1780 Wemmel
461 Piotrowski Robert Winkel 93 1780 Wemmel
462 Piret Grégoire Edmond Coppensoord 17 1950 Kraainem
463 Piron Séverine Steenweg naar Merchtem 197 1780 Wemmel
464 Polanco Jardel Matias Hertogenlaan 118 1970 Wezembeek-Oppem
465 Poortman Yvan Steenweg naar Brussel 131 1780 Wemmel
466 Poortman Tihange Steenweg naar Brussel 131 1780 Wemmel
467 Popas Eftimia A. De Boecklaan 24 1780 Wemmel
468 Prunier Emmanuelle J. Bogemansstraat 179 B 1780 Wemmel
469 Puletto Giuseppe Panoramastraat 36 1780 Wemmel
470 Putz Emmanuel de Limburg Stirumlaan 79 1780 Wemmel
471 Putz Emmanuel de Limburg Stirumlaan 79 1780 Wemmel
472 Pyck Rudy P. De Waetstraat 37 1780 Wemmel
473 Quinaux Vinciane Guido Gezellestraat 25 1780 Wemmel
474 Quintana Francisco J. Vander Vekenstraat 191 1780 Wemmel
475 Rachedi-Schaeff Nadia Sint-Rochusoord 7 1970 Wezembeek-Oppem
476 Raffoul Ralph Haagdoornlaan 21 1780 Wemmel
477 Rahmouni Adil Steenweg naar Brussel 264 1780 Wemmel
478 Ralet Caroline Amédé Brackestraat 51 1950 Kraainem
479 Ramazami Mateleka Nyota-Veronique J. De Ridderlaan 43 1780 Wemmel
480 Ramirez Flores Frédéric Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel
481 Ranson Anne de Limburg Stirumlaan 190 1780 Wemmel
482 Rasoanasolo Landinirina de Grunnelaan 146 1970 Wezembeek-Oppem
483 Ravez Christel Brabants Dal 49 1780 Wemmel
484 Regragui Naima J. De Ridderlaan 65 1780 Wemmel
485 Remels Yves Kerkstraat 50 1780 Wemmel
486 Renders Yves Brouwerijstraat 154 1620 Drogenbos
487 Rochette Catherine Nerviërslaan 14 1780 Wemmel
488 Roger Amélie Viooltjeslaan 15 1970 Wezembeek-Oppem
489 Rolland Nancy Vanderzijpenstraat 16 1780 Wemmel
490 Roobaert Thierry Wauterbos 25 1640 Sint-Genesius-Rode
491 Roosemont Caroline J. De Ridderlaan 86 1780 Wemmel
492 Roumou Mazen Koningin Astridlaan 168 1780 Wemmel
493 Ruelle Valery Parklaan 30 1780 Wemmel
494 Sadiki Nadra J. Vander Vekenstraat 14 1780 Wemmel
495 Sambyn Valérie Beukenstraat 7 1630 Linkebeek
496 Samsatli Tsampila P. Remekerstraat 18 1780 Wemmel
497 Samsatli Fabian P. Remekerstraat 18 1780 Wemmel
498 Samyn Laurent de Limburg Stirumlaan 145 1780 Wemmel
499 Sapart Bruno Speltveld 16 1970 Wezembeek-Oppem
500 Sarzedas Hannah Jozef Van Hovestraat 9 1950 Kraainem
501 Sassi Lahnef Is. Meyskensstraat 50 1780 Wemmel
502 Saunders Fabienne P. Lauwersstraat 31 1780 Wemmel
503 Scaillet Sonia Zijp 35 1780 Wemmel
504 Schweicher Corinne Korenbloemenlaan 11 1640 Sint-Genesius-Rode
505 Schyns Hervé Steenweg naar Brussel 95 1780 Wemmel
506 Scuvee Michael Koningin Astridlaan 178 1780 Wemmel
507 Sedrini Slim Kaasmarkt 10 1780 Wemmel
508 Sekhara Taujeb Rode Beukenlaan 8 1780 Wemmel
509 Semeraro Angela Hubert Verbomenstraat 9 1970 Wezembeek-Oppem
510 Sempo Sylvie S. Morselaan 37 1780 Wemmel
511 Senn Stéphanie P. De Waetstraat 13 1780 Wemmel
512 Servranckx Alain Steenweg naar Grote Hut 39 1640 Sint-Genesius-Rode
513 Siham Amellal Koningin Astridlaan 172 1780 Wemmel
514 Singer Stéphanie Langestraat 11 1620 Drogenbos
515 Singy Stéphanie Langestraat 11 1620 Drogenbos
516 Smaelen Emmanuel Jozef Van Hovestraat 94B 1950 Kraainem
517 Snoers Valérie F. Robbrechtsstraat 47 1780 Wemmel
518 Sonnet Daniela Romeinse Steenweg 840 1780 Wemmel
519 Sonnet Arnaud Romeinse Steenweg 840 1780 Wemmel
520 Souidi Brahuin Steenweg naar Merchtem 247 1780 Wemmel
521 Souri Nora Marie Collartstraat 52 1620 Drogenbos
522 Sparynska Tetyana Wilgengaarde 9 1950 Kraainem
523 Spelmans Isabelle Steenweg naar Merchtem 251 1780 Wemmel
524 Spiridon Cristina Langestraat 342 1620 Drogenbos
525 Sposato Roberto A. De Boecklaan 35 1780 Wemmel
526 Stainier Caroline Van Eycklaan 6 1780 Wemmel
527 Stasse Emilie Obberg 168 1780 Wemmel
528 Stepanouska Anita Langestraat 70 1620 Drogenbos
529 Steve Rosa Brueghellaan 5 1970 Wezembeek-Oppem
530 Stevens Kathleen Rode Beukenlaan 2 1780 Wemmel
531 Suykerbuyck Sandrine L. Guyotstraat 44 1780 Wemmel
532 Surocaj Arben P. Vertongenstraat 105 1780 Wemmel
533 Szeles Pascal J. Bogemansstraat 166 1780 Wemmel
534 Talay Sükrü Winkel 71A 1780 Wemmel
535 Talay Hazme Nerviërslaan 50 1780 Wemmel
536 Tamditi Wadine E. Van Elewijckstraat 55 1780 Wemmel
537 Tegazzini Antonio Steenweg naar Merchtem 270 1780 Wemmel
538 Thgocharidis Eva A. De Boecklaan 35 1780 Wemmel
539 Thomas Christine Willem Bernardstraat 7 1780 Wemmel
540 Thomas Benoît J. Bogemansstraat 7 1780 Wemmel
541 Thyssens Arlette Lindestraat 76 1640 Sint-Genesius-Rode
542 Tihange Fabienne Steenweg naar Brussel 131 1780 Wemmel
543 Tohcha Rachida Steenweg naar Merchtem 95 1780 Wemmel
544 Tomson Philippe Vredeplaats 6 1950 Kraainem
545 Traore Fatoumata Nathalie A. Verhasseltstraat 34 1780 Wemmel
546 Troch Olivier Guido Gezellestraat 36 1780 Wemmel
547 Trullemans Dominique Steenweg naar Brussel 264 1780 Wemmel
548 Ulrichs Muriel Nerviërslaan 16 1780 Wemmel
549 Unal Ali-Osman Zijp 90 1780 Wemmel
550 Unal Zehra Zijp 86 1780 Wemmel
551 Unal Arife Zijp 88 1780 Wemmel
552 Unal Mustafa Zijp 88 1780 Wemmel
553 Uytters Véronique Lange Delle 45 1970 Wezembeek-Oppem
554 Vacca Philippe S. Morselaan 37 1780 Wemmel
555 Valazero Cristobal Sterstraat 63 1620 Drogenbos
556 Van Achter Michel Lindendreef 32 1780 Wemmel
557 Van Aelst Nancy Hertogenlaan 118 1780 Wemmel
558 Van Aubel Anne Annecylaan 9 1950 Kraainem
559 Van Bastelaere Laetitia Diepestraat 22 1780 Wemmel
560 Van Bellingen Laurence Dries 22 1780 Wemmel
561 Van Bellingen Isabelle Dr. H. Folletlaan 208 1780 Wemmel
562 Van Bever Valérie Winkel 18 1780 Wemmel
563 Van Campenhout Patrick Steenweg naar Merchtem 323 1780 Wemmel
564 Van Cutsem Patricia P. Vertongenstraat 60 1780 Wemmel
565 Van Daele Josiane Koning Albert I-laan 69 1780 Wemmel
566 Van De Maele Carol Steenweg naar Brussel 312 1780 Wemmel
567 Van De Perre Vincent J. De Ridderlaan 24 1780 Wemmel
568 Van Doorsselaer Corinne P. De Waetstraat 6 1780 Wemmel
569 Van Eeckhout Gaelle Eburonenlaan 11 1780 Wemmel
570 Van Frachen Béatrice Bosch 150 1780 Wemmel
571 Van Glabeke Rose Bellemansheide 100 1640 Sint-Genesius-Rode
572 Van Hemelryck Francoise Glycienenlaan 35 1950 Kraainem
573 Van Male Baudouin Koningin Astridlaan 35 1950 Kraainem
574 Van Muysen Myriam Lt. J. Graffplein 3 1780 Wemmel
575 Van Wassenhove Nicole L. Braillelaan 2 1780 Wemmel
576 Vanden Broeck Nathalie Steenweg naar Brussel 70 1780 Wemmel
577 Vandenhaute Didier Maalbeeklaan 36 1780 Wemmel
578 Vandevoorde Valérie Sint-Pancratiuslaan 21 1950 Kraainem
579 Vandewalle Francis J. De Ridderlaan 106 1780 Wemmel
580 Vandeweyer Delphine Bellemansheide 100 1640 Sint-Genesius-Rode
581 Vanhaelen Stéphanie Diepestraat 22 1780 Wemmel
582 Vanhimbeeck Nathalie Steenweg naar Merchtem 127 1780 Wemmel
583 Vanhove Bernard Dr. H. Folletlaan 171 1780 Wemmel
584 Vankiel Véronique Jozef Van Hovestraat 19 1950 Kraainem
585 Vansnick Nathalie Steenweg naar Merchtem 185 1780 Wemmel
586 Vantorre Lucas Korenbloemenlaan 37 1640 Sint-Genesius-Rode
587 Veiland Stephan de Limburg Stirumlaan 170 1780 Wemmel
588 Veloso Duarte Maria Nerviërslaan 13 1780 Wemmel
589 Verbert Michel J. De Ridderlaan 65 1780 Wemmel
590 Verlinden Michel Steenweg naar Merchtem 127 1780 Wemmel
591 Vernier Franck Nieuwstraat 64 1620 Drogenbos
592 Vervloet Christian Schoolstraat 7 1780 Wemmel
593 Viellevoye Christine Nerviërslaan 10 1780 Wemmel
594 Vierenddeels Aurore Koning Albert I-laan 33 1780 Wemmel
595 Vincent Paul Vijverslaan 182 1780 Wemmel
596 Visart de Bocarmé Joelle J. Bogemansstraat 90 1780 Wemmel
597 Visoqi Esad Nerviërslaan 111 1780 Wemmel
598 Volpe Grazia Grote Baan 156 1620 Drogenbos
599 Voordecker Daniel Lt. J. Graffplein 3 1780 Wemmel
600 Vrebosch Freddy Diepestraat 22 1780 Wemmel
601 Vu Thi Quyen Schoolstraat 7 1780 Wemmel
602 Vydt Valerie P. De Waetstraat 36 1780 Wemmel
603 Walter Christian Charles De Costerlaan 8 1780 Wemmel
604 Wampach Veronique J. Deschuyffeleerdreef 61 1780 Wemmel
605 Wanlin Audrey Vosberg 66 1970 Wezembeek-Oppem
606 Wasmes Carine Steenweg naar Merchtem 323 1780 Wemmel
607 Waterplas Stephane Kasteelstraat 52 1620 Drogenbos
608 Watticant Marianne J. De Ridderlaan 97 1780 Wemmel
609 Wauters Vanessa de Limburg Stirumlaan 205 1780 Wemmel
610 Wautot Francis Steenweg naar Brussel 150 1780 Wemmel
611 Wilkin Mathieu H. De Molstraat 44 1780 Wemmel
612 Willam Jacqueline Diepestraat 22 1780 Wemmel
613 Willame Olivier de Limburg Stirumlaan 246 1780 Wemmel
614 Willems Philippe A. Burvenichlaan 5 1780 Wemmel
615 Willocx Paul Louis Marcelisstraat 60 1970 Wezembeek-Oppem
616 Wilson Sandrine Honnekinberg 14 1950 Kraainem
617 Wince Isabelle G. Van Campenhoutstraat 45 1780 Wemmel
618 Wolter Fabien Neerhoflaan 21 1780 Wemmel
619 Wolter Mouche Neerhoflaan 21 1780 Wemmel
620 Wuyts Joelle J. De Ridderlaan 106 1780 Wemmel
621 Xiuyue Chen de Limburg Stirumlaan 161 1780 Wemmel
622 Yarroum Rachida Amédé Brackestraat 71 1950 Kraainem
623 Yayouss Samira L. Guyotstraat 21 1780 Wemmel
624 Zaccaria Calogero Grote Baan 168 1620 Drogenbos
625 Zejnelovska Kujtime Steenweg naar Merchtem 162 1780 Wemmel
626 Zejnelovski Bedzet Kam 51 1780 Wemmel
627 Zenein Isabel Wauterbos 71 1640 Sint-Genesius-Rode
628 Zerhouni Naima P. Lauwersstraat 38 1780 Wemmel
629 Zicot Jean-Paul Dr. H. Folletlaan 5 1780 Wemmel
630 Zingir Zeliha Zwaluwenlaan 10 1780 Wemmel
631 Zoda Valérie H. Verrieststraat 4 1780 Wemmel
632 Zrihen Mardochee Korenbloemenlaan 11 1640 Sint-Genesius-Rode
633 Zucchi Lucia Pr. J. Charlottelaan 4 1780 Wemmel
b. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 22 februari 2010 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 23 februari 2010, is een vordering tot schorsing ingesteld van hetzelfde decreet door :
1 Asselman Christiane rue Saint Germain 12 1410 Waterloo
2 Bernard Corinne Bosstraat 109 1702 Dilbeek
3 Boogaerts Geneviève Edouard Speeckaertlaan 47 1200 Brussel
4 Brochier Jean Kapellelaan 22 1950 Kraainem
5 Bruynseels Chris Diongrestraat 1 1080 Brussel
6 Cabaux Annie rue de la Maillebotte 63A 1400 Nijvel
7 Calmey Arianne Edouard Speeckaertlaan 116 1200 Brussel
8 Cloetens Marianne Keistraat 2 3078 Meerbeek
9 Coeckelberghs Valérie P. Vertongenstraat 87 1780 Wemmel
10 David Mélanie Lange Eikstraat 5 1970 Wezembeek-Oppem
11 De Fru Delphine rue Saint Saens 18 1420 Eigenbrakel
12 De Ridder Orlette Nerviërslaan 36 1780 Wemmel
13 De Wagheneire Corinne Boomgaardstraat 31 1780 Wemmel
14 De Wine Valery L. Vander Zijpenstraat 48A 1780 Wemmel
15 Decorte Jacqueline Doornlarenhoofdstraat 8 1640 Sint-Genesius-Rode
16 Delferriere Joelle de Limburg Stirumlaan 41 1780 Wemmel
17 Delmoitie Sophie Lavendelerf 1 1640 Sint-Genesius-Rode
18 Deroover Josiane rue Seutin 17 1440 Woutersbrakel
19 Dupont Dominique Heilig Hartlaan 67 1090 Brussel
20 Dupont Marielle Zikkelstraat 4 1970 Wezembeek-Oppem
21 Fabri d'Enneilles Cécile Lindenlaan 50 1640 Sint-Genesius-Rode
22 Farcy Isabelle François Gaystraat 91 1150 Brussel
23 Goffinet Béatrice rue Croisissart 21 7911 Frasnes-lez-Anvaing
24 Goossens Ingrid Gergelstraat 72 1970 Wezembeek-Oppem
25 Guillet Anne Pastoor Bolsstraat 138 1652 Alsemberg
26 Gysemans Liliane Winkelveldstraat 31 1800 Vilvoorde
27 Henderickx Fabienne rue Banterlez 19 1470 Baisy-Thy
28 Herman Myriam Sterstraat 70 1620 Drogenbos
29 Hoessels Véronique Hertogendreef 72 1170 Brussel
30 Holemans Yasmina Lombardsijdestraat 162 1120 Brussel
31 Hoste Cécile Damstraat 33 8630 Houtem
32 Hurreau Jocelyne Leuvensesteenweg 2 3080 Tervuren
33 Jacqmain Magali Is. Meyskensstraat 18 1780 Wemmel
34 Jacquet Martine G. Gezellestraat 34 1780 Wemmel
35 Lemaire Christine Chemin des Postes 146 1410 Waterloo
36 Moulaert Micheline Steenweg naar Halle 269 1652 Alsemberg
37 Orbaen Ingrid Elisabethlaan 58 1970 Wezembeek-Oppem
38 Piret Sylvie Ronkel 98 1780 Wemmel
39 Poisson Muriel Grimbergsesteenweg 144A 1800 Vilvoorde
40 Rijmenams Stephan Azaleastraat 9 1800 Vilvoorde
41 Rys Noel Zijp 101 1780 Wemmel
42 Sadin Robert Zoniënwoudlaan 42 1640 Sint-Genesius-Rode
43 Schools Corinne rue des Fonds Pécriaux 24 7170 La Hestre
44 Souday Francoise rue de Samme 160 1460 Itter
45 Thielemans Brigitte Middelgracht 3 1785 Merchtem
46 Timmermans Laetitia Schoolstraat 26 1780 Wemmel
47 Vancompernolle Jean Kam 71 1780 Wemmel
48 Vanhaute Cécile L. Vander Zijpenstraat 48 1780 Wemmel
49 Vanwichelen Bernadette Langestraat 156 9473 Welle
50 Vercheval Véronique avenue des Jonquilles 22 1300 Limal
51 Vinette Marc Keistraat 8 3078 Meerbeek
52 Waefelaer Martine Parklaan 28 1780 Wemmel
53 Wyeme Nadine Krechtenbroeklaan 23A 1640 Sint-Genesius-Rode
c. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 22 februari 2010 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 23 februari 2010, is een vordering tot schorsing ingesteld van hetzelfde decreet door de gemeenten Linkebeek, Wezembeek-Oppem, Drogenbos, Kraainem, Wemmel en Sint-Genesius-Rode.
Bij dezelfde verzoekschriften vorderen de verzoekende partijen eveneens de vernietiging van hetzelfde decreet.
Die zaken, ingeschreven onder de nummers 4877, 4879 en 4882 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.
(...)
II. In rechte
(...)
Ten aanzien van het bestreden decreet
B.1. De vorderingen tot schorsing zijn gericht tegen het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 « houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 » (hierna : het bestreden decreet), bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 24 november 2009, dat bepaalt :
« Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Art. 2. De artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 worden in deze zin uitgelegd dat ze gelden voor alle erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs of afdelingen ervan gevestigd in het Nederlandse taalgebied, met inbegrip van de Franstalige scholen en afdelingen, en voor de erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs of afdelingen ervan gevestigd in het tweetalige, gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap.
De bepaling van het eerste lid impliceert dat deze scholen of afdelingen ervan :
1° de door het Vlaams Parlement vastgelegde ontwikkelingsdoelen en eindtermen implementeren, tenzij het Vlaams Parlement een gevraagde afwijking heeft bekrachtigd;
2° de controle aanvaarden en mogelijk maken door de onderwijsinspectie georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap krachtens het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie, dienst voor onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten of door de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs;
3° een leerplan toepassen dat door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd;
4° een beleidscontract of beleidsplan hebben met een Vlaams centrum voor leerlingenbegeleiding, gefinancierd of gesubsidieerd krachtens het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding.
Art. 3. Dit decreet treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum en uiterlijk op 1 september 2009 ».
B.2.1. De artikelen 44 en 44bis van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 (hierna : het decreet van 25 februari 1997) zijn de twee bepalingen onder afdeling 2, getiteld « Eindtermen en ontwikkelingsdoelen », van hoofdstuk V « Opdracht van het basisonderwijs ».
Artikel 44 van het decreet van 25 februari 1997 bepaalt :
« § 1. De ontwikkelingsdoelen voor het gewoon kleuteronderwijs, eindtermen voor het gewoon lager onderwijs en ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad.
De Vlaamse regering legt het besluit ten laatste één maand na de goedkeuring ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement.
De eindtermen en ontwikkelingsdoelen hebben uitwerking vanaf de datum die het decreet aangeeft.
§ 2. De regering houdt hierbij rekening met wat volgt :
1° Ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs zijn minimumdoelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor die leerlingenpopulatie en die de school bij haar leerlingen moet nastreven.
2° Eindtermen voor het lager onderwijs zijn minimumdoelen die de overheid noodzakelijk en bereikbaar acht voor een bepaalde leerlingenpopulatie. Met minimumdoelen wordt bedoeld : een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes bestemd voor die leerlingenpopulatie.
Eindtermen kunnen leergebiedgebonden of leergebiedoverschrijdend zijn.
Elke school heeft de maatschappelijke opdracht de leergebiedgebonden eindtermen met betrekking tot kennis, inzicht en vaardigheden bij de leerlingen te bereiken. Het bereiken van de eindtermen zal worden afgewogen tegenover de schoolcontext en de kenmerken van de schoolpopulatie. De leergebiedgebonden eindtermen met betrekking tot attitudes dienen door elke school bij de leerlingen te worden nagestreefd.
Leergebiedoverschrijdende eindtermen zijn minimumdoelen die niet specifiek behoren tot één leergebied, maar onder meer door middel van meer leergebieden of onderwijsprojecten worden nagestreefd. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht de leergebiedoverschrijdende eindtermen bij de leerlingen na te streven. De school toont aan dat ze met een eigen planning aan de leergebiedoverschrijdende eindtermen werkt.
3° Ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs zijn doelen op het vlak van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die de overheid wenselijk acht voor zoveel mogelijk leerlingen van de leerlingenpopulatie. In samenspraak met het centrum voor leerlingenbegeleiding en zo mogelijk in overleg met de ouders en eventueel andere betrokkenen, kiest de klassenraad de ontwikkelingsdoelen die aan individuele leerlingen of groepen worden aangeboden en uitdrukkelijk nagestreefd.
De ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs kunnen worden vastgelegd per type.
4° Voor het onderwijs in een erkende godsdienst, een op die godsdienst berustende zedenleer, in de niet-confessionele zedenleer, de eigen cultuur en religie en de cultuurbeschouwing worden geen eindtermen of ontwikkelingsdoelen bepaald ».
Artikel 44bis van het decreet van 25 februari 1997, ingevoerd bij artikel II.6 van het decreet van 22 juni 2007 « betreffende het onderwijs XVII », bepaalt :
« § 1. Een schoolbestuur kan oordelen dat de conform artikel 44 vastgelegde ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen onvoldoende ruimte laten voor zijn eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen en/of ermee onverzoenbaar zijn. In dat geval dient het schoolbestuur bij de regering een afwijkingsaanvraag in. Deze aanvraag is slechts ontvankelijk indien precies wordt aangegeven waarom de ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen voor zijn eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen onvoldoende ruimte laten en/of waarom ze ermee onverzoenbaar zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen voor.
§ 2. De regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en beslist in voorkomend geval of de vervangende ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die welke conform artikel 44 werden vastgelegd en toelaten gelijkwaardige studiebewijzen en diploma's af te leveren.
De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria :
1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;
2° de vereiste inhoud :
a) het onderwijsaanbod in de ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs omvat minstens inhouden voor lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, wereldoriëntatie, wiskundige initiatie;
b) het onderwijsaanbod in de eindtermen voor het lager onderwijs omvat minstens inhouden voor lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, wereldoriëntatie, wiskunde, leren leren, informatie en communicatietechnologie en sociale ontwikkeling of sociale vaardigheden, het onderwijsaanbod omvat ook inhouden voor het leergebied Frans indien dit in toepassing van artikel 10 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en artikel 7 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken verplicht is gesteld;
c) het onderwijsaanbod in de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van het type 2 zoals bepaald in artikel 10 omvat minstens inhouden voor lichamelijke opvoeding, muzische vorming, Nederlands, wereldoriëntatie, wiskunde, leren leren, informatie en communicatietechnologie en sociale ontwikkeling of sociale vaardigheden.
Deze inhouden moeten enkel in hun geheel evenwaardig zijn met de inhouden waarvoor conform artikel 44 ontwikkelingsdoelen en eindtermen werden vastgelegd;
3° de vervangende ontwikkelingsdoelen en eindtermen slaan op kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes;
4° de vervangende ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn geformuleerd in termen wat van leerlingen verwacht kan worden;
5° de vervangende ontwikkelingsdoelen en eindtermen zijn zo geformuleerd dat, afhankelijk van het statuut van de eindtermen, nagegaan kan worden in welke mate de leerlingen deze verwerven of de scholen deze nastreven bij de leerlingen;
6° aangegeven wordt welke eindtermen leergebiedgebonden, leergebiedoverschrijdend of attitudinaal zijn.
Voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid, wint de regering het gemotiveerd advies in van de onderwijsinspectie en van een commissie ad hoc.
Voor de samenstelling van deze laatste commissie stelt de regering een lijst op van onafhankelijke deskundigen, na overleg met een gemengde commissie met vertegenwoordigers van de Vlaamse Interuniversitaire Raad en de Vlaamse Hogescholenraad. Deze lijst geldt voor een periode van vier jaar.
Uit voornoemde lijst kiezen de aanvrager en de regering elk één deskundige. Beide deskundigen wijzen binnen acht dagen in gemeen overleg een derde deskundige aan, die tevens voorzitter van de commissie is. Als er geen consensus bereikt wordt, wijst de regering uit de voornoemde lijst de derde deskundige aan.
De regering bepaalt de verdere regels van deze procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt.
§ 3. Het schoolbestuur dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin de vervangende ontwikkelingsdoelen/eindtermen zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.
De regering legt dit besluit binnen de zes maand ter bekrachtiging voor aan het Vlaams Parlement. Indien het Vlaams Parlement dit besluit niet bekrachtigt, houdt het op rechtskracht te hebben.
§ 4. In afwijking van wat bepaald is in § 3, kan het schoolbestuur een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van één maand na de publicatie van een bekrachtigingsdecreet, indien deze publicatie gebeurt na 1 september van het schooljaar voorafgaand aan de inwerkingtreding.
In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, is het schoolbestuur gebonden door de eindtermen en ontwikkelingsdoelen vanaf 1 september volgend op de bekrachtiging van de goedkeuring van de afwijkingsaanvraag ».
B.2.2. Artikel 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet van 25 februari 1997, zoals gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 13 juli 2001 en 14 februari 2003, bepaalt :
« § 1. Een school kan erkend worden indien zij :
[...]
7° de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maakt;
[...]
9° in het gewoon basisonderwijs bovendien een leerplan toepast dat door de regering werd goedgekeurd en voor het buitengewoon basisonderwijs de bepalingen naleeft inzake handelingsplannen;
10° een beleidscontract of beleidsplan heeft met een centrum voor leerlingenbegeleiding; ».
B.2.3. Het bestreden decreet heeft dus tot doel de draagwijdte toe te lichten van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet van 25 februari 1997, door te preciseren dat die bepalingen van toepassing zijn op « alle erkende, gefinancierde en gesubsidieerde scholen voor kleuteronderwijs, lager onderwijs en basisonderwijs of afdelingen ervan gevestigd in het Nederlandse taalgebied, met inbegrip van de Franstalige scholen en afdelingen ».
Het doel van dat decreet bestaat erin « juridische duidelijkheid [te] creëren » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/6, p. 6) over de situatie van de Franstalige scholen in de randgemeenten, gevestigd in het Nederlandse taalgebied.
Volgens de auteurs van het voorstel dat het bestreden decreet is geworden, respecteert de huidige situatie van de acht Franstalige scholen in de Vlaamse randgemeenten « het absolute territorialiteitsbeginsel inzake de onderwijsregeling vervat in artikel 127, § 2, van de Grondwet, niet volledig » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/1, p. 9), ermee rekening houdend dat het, « ondanks hun taalregime, [...] Vlaamse scholen [zijn], onderworpen aan de Vlaamse onderwijsregelgeving » (ibid., p. 12).
B.3.1. Artikel 7 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, niet gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 18 juli 1966, bepaalt, in verband met de zes « randgemeenten » bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem) :
« § 3. Inzake onderwijs in de zes gemeenten :
A. De onderwijstaal is het Nederlands.
[...]
B. Het kleuteronderwijs en het lager onderwijs mag worden verstrekt in het Frans indien deze taal de moedertaal of de gebruikelijke taal van het kind is en indien het gezinshoofd verblijf houdt in een van deze gemeenten.
Dit onderwijs mag slechts worden georganiseerd op verzoek van zestien gezinshoofden die in de gemeente verblijf houden.
De gemeente, die vorenvermeld verzoek ontvangt, is ertoe gehouden dit onderwijs te organiseren.
[...] ».
B.3.2. Op het grondgebied van de zes randgemeenten bestaan thans acht Franstalige basisscholen, waarvan zes door de gemeenten zijn ingericht met toepassing van de voormelde bepaling, en twee vallen onder het vrij gesubsidieerd onderwijs.
B.3.3. Het bestreden decreet heeft tot gevolg dat, enerzijds, de eindtermen en ontwikkelingsdoelen van de Vlaamse Gemeenschap - of, bij ontstentenis daarvan, de beginselen inzake gelijkwaardigheid - (artikelen 44 en 44bis van het decreet van 25 februari 1997) en, anderzijds, drie voorwaarden om een erkenning te verkrijgen, namelijk de leerplannen van de Vlaamse Gemeenschap toepassen (artikel 62, § 1, 9°), de controle van de onderwijsinspectie mogelijk maken (artikel 62, § 1, 7°) en een beleidscontract of een beleidsplan met een centrum voor leerlingenbegeleiding sluiten (artikel 62, § 1, 10°), van toepassing zijn in de Franstalige scholen en de afdelingen ervan van de zes randgemeenten gesitueerd in het Nederlandse taalgebied die een bijzondere taalregeling genieten tot bescherming van de Franstaligen.
De decreetgever leidt uit die territoriale toepassing vier gevolgen af ten aanzien van de doelen, de leerplannen, de pedagogische inspectie en het sluiten van een beleidscontract of beleidsplan met een centrum voor leerlingenbegeleiding.
Die gevolgen van de interpretatie van het decreet van 25 februari 1997, door het bestreden decreet, zijn overigens uitdrukkelijk vermeld in artikel 2, tweede lid, 1° tot 4°, van het bestreden decreet.
B.3.4. In de parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet wordt evenwel onderstreept dat het doel van het decreet in wezen betrekking heeft op de pedagogische inspectie :
« De essentie is dat de Franstalige scholen in de faciliteitengemeenten voortaan aan de Vlaamse onderwijsinspectie kunnen worden onderworpen » (Hand., Vlaams Parlement, 2009-2010, 21 oktober 2009, nr. 5, p. 10).
Ten aanzien van het belang
B.4. Aangezien de vordering tot schorsing ondergeschikt is aan het beroep tot vernietiging, dient de ontvankelijkheid van het beroep, inzonderheid het voorhanden zijn van het vereiste belang, reeds bij het onderzoek van de vordering tot schorsing te worden betrokken.
B.5.1. De vordering tot schorsing in de zaak nr. 4877 is ingesteld door 633 ouders van kinderen die onderwijs volgen in de Franstalige scholen in de randgemeenten; zij zijn allen gedomicilieerd in één van die gemeenten.
Zij verantwoorden hun belang om in rechte te treden door het feit dat het bestreden decreet gevolgen zal hebben voor de structuur van het onderwijs dat zij vrij hebben gekozen voor hun kinderen en dat is opgevat als een regeling tot bescherming van de minderheden.
B.5.2. De verzoekers in de zaak nr. 4879 zijn 53 leerkrachten die lesgeven in de Franstalige scholen in de randgemeenten; sommigen onder hen zijn eveneens gedomicilieerd in die gemeenten en hebben kinderen die onderwijs volgen in de Franstalige scholen in die gemeenten.
Zij verantwoorden hun belang door het feit dat het bestreden decreet een ingrijpende wijziging van hun werkmethode en hun pedagogie met zich zal meebrengen en tot gevolg zal hebben dat zij zullen worden gecontroleerd door Nederlandstalige inspecteurs, hetgeen indruist tegen de waarborg volgens welke een ambtenaar dient te worden beoordeeld door een ambtenaar die beschikt over een werkelijke kennis van de taal van de ambtenaar, vastgesteld door een examen ad hoc.
B.5.3. De vordering tot schorsing in de zaak nr. 4882 is ingesteld door de zes randgemeenten (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem).
De verzoekende partijen verantwoorden hun belang door hun hoedanigheid van inrichtende machten van de Franstalige scholen gevestigd op hun grondgebied, waarbij het bestreden decreet de regeling van het Franstalige onderwijs zoals het is ingericht, gecontroleerd en uitgevoerd in de Franstalige scholen waarvan zij de inrichtende machten zijn op grond van artikel 7, § 3, B, van de voormelde wet van 2 augustus 1963, ingrijpend zal wijzigen. In geval van niet-naleving van de gestelde vereisten zullen bovendien de Franstalige scholen in de randgemeenten, bij ontstentenis van een erkenning, niet langer worden gefinancierd of gesubsidieerd en zullen zij dus ertoe veroordeeld zijn te verdwijnen.
B.6. De Vlaamse Regering betwist het belang van de verzoekende partijen om in rechte te treden, daar zij niet aantonen dat het bestreden decreet hen benadeelt. Volgens haar is het enige nadeel dat de Franstalige scholen in de randgemeenten zouden kunnen lijden, een opheffing van de erkenning van de inrichting; dat - hypothetische - nadeel zou alleen voortvloeien uit een beslissing van de Vlaamse Regering en niet uit het bestreden decreet.
Wat de verzoekers in de zaak nr. 4877 betreft, is de Vlaamse Regering van mening dat zij, indien zij een onderwijs wensten dat steunt op de leerplannen van de Franse Gemeenschap, hun kinderen hadden moeten inschrijven in een school gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
Ten aanzien van de verzoekers in de zaak nr. 4879 stelt de Vlaamse Regering vast dat de pedagogische inspectie zal worden uitgevoerd door inspecteurs die het Frans voldoende beheersen; die inspectie houdt geenszins een evaluatie van de leerkrachten in en zal dus geen gevolgen hebben voor hun loopbaan.
Ten slotte, wat de verzoekende partijen in de zaak nr. 4882 betreft, is de Vlaamse Regering van mening dat de randgemeenten niet rechtstreeks en ongunstig kunnen worden geraakt door het bestreden decreet, vermits dat decreet geenszins belet dat in de randgemeenten onderwijs in het Frans wordt verstrekt.
B.7.1. De verzoekers lijken, in hun hoedanigheid van ouders van kinderen die onderwijs volgen in de Franstalige scholen in de randgemeenten (zaak nr. 4877), van leerkrachten in die inrichtingen (zaak nr. 4879) of van inrichtende machten (zaak nr. 4882), rechtstreeks en ongunstig te kunnen worden geraakt door het bestreden decreet, dat in werking is getreden op 1 september 2009 en mogelijk aanzienlijke gevolgen heeft, niet alleen voor de regeling inzake de controle en de ondersteuning van het onderwijs dat in de Franstalige scholen in de randgemeenten wordt verstrekt, maar eveneens voor de inhoud zelf van dat onderwijs, dat zal moeten steunen op een door de Vlaamse Regering goedgekeurd leerplan (artikel 62, § 1, 9°, van het decreet van 25 februari 1997, toepasselijk verklaard bij het bestreden decreet).
B.7.2. Uit het beperkte onderzoek van de ontvankelijkheid van de beroepen tot vernietiging waartoe het Hof in het kader van de vorderingen tot schorsing is kunnen overgaan, blijkt in het huidige stadium van de procedure niet dat de beroepen tot vernietiging - en dus de vorderingen tot schorsing - onontvankelijk moeten worden geacht.
B.8. De exceptie wordt verworpen.
Ten aanzien van de vorderingen tot schorsing
B.9. In de drie samengevoegde zaken wordt de schorsing gevorderd met toepassing van artikel 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. In hun enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, zijn de verzoekende partijen van mening dat het bestreden decreet afbreuk doet aan de « bestaande garanties » die de Franstaligen genieten in de randgemeenten.
B.10.1. Artikel 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001 en gewijzigd bij artikel 3 van de bijzondere wet van 21 februari 2010, bepaalt :
« Tot de schorsing van een norm of een handeling kan worden besloten door het Grondwettelijk Hof of de Raad van State indien ernstige middelen de vernietiging van de norm of de handeling rechtvaardigen op grond van artikel 16bis ».
Die bepaling wijkt af van artikel 20, 1°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof doordat zij de schorsing toestaat op voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd, doch zonder dat het bewijs van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet worden geleverd.
B.10.2. Wanneer een vordering tot schorsing wordt ingesteld op grond van artikel 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, beperkt het Hof zijn onderzoek tot het ernstige karakter van de middelen die zijn afgeleid uit de schending van artikel 16bis van dezelfde bijzondere wet.
B.11.1. De Vlaamse Regering is van mening dat de vorderingen tot schorsing dienen te worden verworpen, daar geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt aangetoond en die vorderingen niet vallen onder het toepassingsgebied van artikel 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, dat een schending van artikel 16bis van diezelfde bijzondere wet veronderstelt.
Zij is van mening dat dat bewijs op zijn minst vereist is in zoverre het bestreden decreet betrekking heeft op andere aspecten dan de pedagogische inspectie, de enige onderwijsregeling die zou zijn beschermd door de « bestaande garanties » die de verzoekende partijen aanvoeren.
B.11.2. Daar die kritiek, die betrekking heeft op de grondvoorwaarden van de schorsing, afhangt van de draagwijdte die aan artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 dient te worden gegeven, valt dat onderzoek samen met dat van het ernstige karakter van het middel.
Wat betreft het ernstige karakter van het middel
B.12. Een ernstig middel mag niet worden verward met een gegrond middel.
Om als ernstig te worden beschouwd in de zin van artikel 16ter van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, volstaat het niet dat het middel kennelijk niet ongegrond is in de zin van artikel 72 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, maar moet het ook gegrond lijken na een eerste onderzoek van de gegevens waarover het Hof beschikt in dit stadium van de procedure.
B.13. In hun enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, zijn de verzoekende partijen van mening dat het bestreden decreet afbreuk doet aan artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 « betreffende de bevoegdheid en de werking van de Cultuurraden voor de Nederlandse cultuurgemeenschap en voor de Franse cultuurgemeenschap » (hierna : de bijzondere wet van 21 juli 1971), dat met name zou waarborgen dat de inspectie van de Franstalige scholen in de randgemeenten gebeurt in het Frans door inspecteurs van de Franse Gemeenschap op basis van de door de Franse Gemeenschap bepaalde leerplannen en eindtermen.
Ter ondersteuning van hun middel weerleggen de verzoekende partijen de dubbele argumentatie van het Vlaams Parlement volgens welke, enerzijds, de naleving van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 alleen zou gelden voor de gewesten en niet voor de gemeenschappen die onderwijsbevoegdheden uitoefenen en, anderzijds, de bepaling van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 geen « bestaande garantie » zou zijn in de zin van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, daar zij ongrondwettig zou zijn in zoverre zij in strijd zou zijn met de bevoegdheidsverdeling vervat in artikel 127 van de Grondwet, op zijn minst sinds de grondwetsherziening van 1988.
Wat betreft artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980
B.14.1. Artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001, bepaalt :
« De decreten, reglementen en administratieve handelingen mogen geen afbreuk doen aan de op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze bepaling bestaande garanties die de Franstaligen genieten in de gemeenten genoemd in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, en de Nederlandstaligen, respectievelijk Franstaligen en Duitstaligen genieten in de gemeenten genoemd in artikel 8 van diezelfde wetten ».
Die bepaling is in werking getreden op 1 januari 2002 (artikel 41 van de bijzondere wet van 13 juli 2001).
B.14.2. Met die bepaling « wordt beoogd aan de rand- en faciliteitengemeenten te garanderen dat de thans bestaande garanties ook na de regionalisering van de organieke gemeentewet en gemeentekieswet onverkort zullen worden gehandhaafd » (Parl. St., Senaat, 2000-2001, nr. 2-709/1, p. 21). Met het gebruik van de term « garanties » beoogde de wetgever « het geheel van de thans geldende bepalingen die een specifieke regeling voor de in de tekst vermelde particulieren instellen, en in het algemeen alle bepalingen die particulieren [...] in de gemeenten bedoeld in de artikelen 7 en 8 van de gecoördineerde wetten, beschermen » (Parl. St., Kamer, 2000-2001, DOC 50-1280/003, p. 10).
B.15.1. Hoewel zij past in het kader van de regionalisering van de organieke wetgeving betreffende de lokale besturen, bevestigt de ratio legis van artikel 16bis dat die bepaling, die is ingegeven door de zorg van de bijzondere wetgever om een evenwicht te verwezenlijken tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en de gewesten binnen de Belgische Staat, en die een fundamenteel element van het institutionele evenwicht van de Belgische Staat vormt, in die zin moet worden geïnterpreteerd dat zij, zowel ten aanzien van de gewestwetgevers als ten aanzien van de gemeenschapswetgevers, de naleving oplegt van de waarborgen ten behoeve van de Nederlandstaligen, Franstaligen en Duitstaligen in de gemeenten met een bijzondere taalregeling.
Artikel 16bis is dus van toepassing op de onderwijsmaterie die bij het bestreden decreet wordt geregeld.
Zulks wordt eveneens bevestigd door het feit dat die bepaling zich in de bijzondere wet van 8 augustus 1980 bevindt op het einde van titel II « De bevoegdheden », gewijd aan de bevoegdheden van de gemeenschappen en de gewesten.
B.15.2. De exceptie van de Vlaamse Regering volgens welke het ontbreken van het bewijs van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou moeten leiden tot de verwerping van de vorderingen, aangezien het bestreden decreet niet zou vallen onder het toepassingsgebied van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, wordt verworpen.
Wat betreft artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971
B.16. Volgens de verzoekende partijen omvatten de « bestaande garanties », beschermd bij artikel 16bis, onder meer artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, dat de « praktische uitvoeringsmaatregelen inzake onderwijs » handhaaft die bestonden vóór 31 december 1970, waaronder een akkoordprotocol van 1 juni 1970, gesloten tussen de Franstalige en Nederlandstalige ministers van Nationale Opvoeding, dat erin voorziet dat het pedagogisch toezicht op de Franstalige scholen in de randgemeenten tot de bevoegdheid van de Franstalige minister van Nationale Opvoeding behoort.
B.17. Het is nodig de draagwijdte van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 te bepalen.
B.18. Op 18 februari 1970 heeft de Eerste Minister in het Parlement een regeringsmededeling afgelegd die zowel in een grondwetsherziening als in de totstandkoming van bijzondere wetten voorzag.
Die voorstellen bevatten onder meer, onder de titel « Inhoud van de wetten betreffende de culturele autonomie », een punt 19, dat luidt :
« Op basis van het wederkerigheidsbeginsel in de taalgrensgemeenten en in de zes randgemeenten, zal de wet houdende oprichting van de cultuurraden :
a) beslissen dat die raden, in gemeenschappelijk overleg, het karakter en de inhoud zullen vastleggen van de waarborgen die aan de inwoners die een andere landstaal gebruiken in culturele aangelegenheden zullen worden toegekend;
b) de handhaving bevestigen van de culturele waarborgen, zoals die reeds worden verzekerd door een akkoord van de ministers van Nationale Opvoeding of van de ministers van Cultuur; die waarborgen zullen alleen kunnen worden gewijzigd in onderlinge overeenstemming tussen beide raden » (Hand., Kamer, nr. 41, 18 februari 1970, p. 4).
B.19.1. Een akkoordprotocol van 1 juni 1970, ondertekend door de Franstalige en Nederlandstalige ministers van Nationale Opvoeding, bepaalt dat de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen gevestigd in het Nederlandse taalgebied wordt uitgevoerd door inspecteurs van de Franse taalrol, en dat de pedagogische inspectie van de Nederlandstalige scholen gevestigd in het Franse taalgebied wordt uitgevoerd door inspecteurs van de Nederlandse taalrol.
B.19.2. Een ministerieel besluit van 19 november 1970, ondertekend door de Franstalige en Nederlandstalige ministers van Nationale Opvoeding, voert het akkoordprotocol van 1 juni 1970 uit.
Artikel 1 van dat ministerieel besluit bepaalt, voor de zes randgemeenten, met name :
« Het pedagogisch toezicht over de lagere en kleuterklassen van het Frans taalstelsel, gevestigd in de nederlandstalige streek wordt uitgeoefend door de leden van de inspectie van het lager onderwijs ressorterend onder het Frans taalstelsel [...] ».
In dat ministerieel besluit wordt eveneens gepreciseerd :
« Zoals bedoeld in dit artikel, omvat het pedagogisch toezicht inzonderheid het toezicht over het leerplan en onderwijspeil alsmede de klassebezoeken, en de onderwijzersvergaderingen bedoeld bij artikel 79 van de wetten op het lager onderwijs gecoördineerd bij koninklijk besluit van 20 augustus 1957 ».
Dat besluit is in werking getreden op 1 september 1970 (artikel 3 van het ministerieel besluit).
B.20.1. Door de grondwetsherziening van 24 december 1970 is een artikel 59bis in de Grondwet ingevoegd.
In de oorspronkelijke versie ervan bepaalde dat artikel :
« § 1. Er is een cultuurraad voor de Nederlandse cultuurgemeenschap bestaande uit de leden van de Nederlandse taalgroep van beide Kamers en een cultuurraad voor de Franse cultuurgemeenschap bestaande uit de leden van de Franse taalgroep van beide Kamers.
Een wet aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen uitgebracht in beide taalgroepen tweederde van de uitgebrachte stemmen bereikt, bepaalt de wijze waarop de cultuurraden hun bevoegdheid uitoefenen, met name met inachtneming van de artikelen 33, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 59, 70 en 88.
§ 2. De cultuurraden regelen, ieder wat hem betreft, bij decreet :
1° de culturele aangelegenheden;
2° het onderwijs, met uitsluiting van wat betrekking heeft op de schoolvrede, de leerplicht, de onderwijsstructuren, de diploma's, de toelagen, de wedden, de schoolbevolkingsnormen;
3° de samenwerking tussen de cultuurgemeenschappen, alsook de internationale culturele samenwerking.
Een wet, aangenomen met de in § 1, 2° lid, bepaalde meerderheid, stelt de in 1° vermelde culturele aangelegenheden, alsook de in 3° van deze paragraaf vermelde vormen van samenwerking vast.
[...]
§ 4. De decreten, genomen bij toepassing van § 2, hebben kracht van wet respectievelijk in het Nederlands taalgebied en in het Frans taalgebied, alsmede ten aanzien van de instellingen, gevestigd in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die, wegens hun activiteiten, moeten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de ene of de andere cultuurgemeenschap.
[...] ».
B.20.2. In de parlementaire voorbereiding van die grondwetsbepaling heeft de minister eraan herinnerd :
« Zoals voorzien in de tekst van de regeringsverklaring (nr. 19), zal de wet houdende oprichting van de cultuurraden op grond van het reciprociteitsbeginsel in de taalgrensgemeenten en in de zes randgemeenten :
a) beslissen dat deze raden, in gemeenschappelijk overleg, het karakter en de inhoud zullen vastleggen van de waarborgen die aan de inwoners, welke gebruik maken van een andere landstaal in culturele aangelegenheden zullen toegekend worden;
b) het behoud bevestigen van de culturele waarborgen zoals ze thans verzekerd zijn door een akkoord van de Ministers van Nationale Opvoeding of van de Ministers van de Cultuur » (Parl. St., Kamer, B.Z. 1968, nr. 10-31/2°, p. 9).
De minister van Nationale Opvoeding (N) heeft gepreciseerd dat de grondwetsherziening « niets verandert aan de maatregelen van de regering en aan de tot op heden toegepaste regels » (Hand., Senaat, nr. 66-67, 10 juni 1970, p. 1819), namelijk :
« Ten aanzien van de Franstalige scholen in de Nederlandstalige gemeenten verlopen de administratieve betrekkingen met de gemeentebesturen en de centrale overheid in de administratieve taal van hun taalgebied, met andere woorden het Nederlands. Maar al wat betrekking heeft op het onderwijs en de opvoeding van de kinderen, al wat de pedagogie betreft, valt onder de bevoegdheid van de Franstalige inspecteurs en van mijn Franstalige collega van Nationale Opvoeding » (ibid.).
B.21.1. De bijzondere wet van 21 juli 1971 heeft de culturele aangelegenheden (artikelen 2 en 3), de samenwerking tussen de cultuurgemeenschappen (artikelen 4 en 5) en de regels inzake de werking van de cultuurraden (artikelen 6 tot 26) gedefinieerd.
B.21.2. Artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 bepaalt :
« Onverminderd de territoriale bevoegdheid van elke cultuurraad blijven gehandhaafd de praktische uitvoeringsmaatregelen inzake onderwijs die de Ministers van Nationale Opvoeding tot 31 december 1970 in onderlinge overeenstemming hebben genomen ten behoeve van de inwoners van de zes randgemeenten en van de taalgrensgemeenten, die niet de taal van het taalgebied gebruiken, evenals de feitelijke toestanden welke op dezelfde datum in die gemeenten bestonden op cultuurgebied. Die maatregelen en toestanden kunnen niet worden gewijzigd dan met instemming van de twee cultuurraden.
Ieder voorstel om zodanige wijziging aan te brengen, wordt vooraf aan de verenigde commissies voor samenwerking voorgelegd ».
B.21.3. In de parlementaire voorbereiding van die bepaling wordt uitgelegd :
« In artikel [5] wordt melding gemaakt van de randgemeenten en de taalgrensgemeenten. Men zal zich herinneren dat de Regering in haar mededeling aan het Parlement op 18 februari 1970 verklaard had dat in de wet op de cultuurraden het behoud zal worden bevestigd van de culturele waarborgen die in de zes randgemeenten bestaan ten behoeve van de inwoners dezer gemeenten die gebruik maken van een andere landstaal dan deze van het taalgebied en zulks op grond van een akkoord van de Ministers van Nationale Opvoeding of van de Ministers van Cultuur. De Regering had eraan toegevoegd dat deze waarborgen slechts in gemeenschappelijk akkoord van de twee cultuurraden zouden kunnen worden gewijzigd en dit op grond van het reciprociteitsbeginsel.
Dat is de draagwijdte en de zin van het eerste lid van artikel [5].
Het is aangewezen dat zulk eventueel voorstel tot wijziging vooraf in de genoemde commissies voor samenwerking wordt besproken, vermits een onderling akkoord tussen de twee cultuurraden slechts door overleg kan worden bereikt. Vandaar het tweede lid van artikel [5] » (Parl. St., Kamer, 1970-1971, nr. 1053/4, p. 3).
Er is gepreciseerd :
« De voorzieningen die op gebied van onderwijs en cultuur in 1970 in genoemde gemeenten bestonden moeten derhalve behouden blijven, tenzij de twee cultuurraden, in onderling akkoord, hierover anders beslissen » (Parl. St., Senaat, 1970-1971, nr. 400, p. 7).
In het verslag wordt eveneens gepreciseerd dat :
« het huidig status-quo voor de faciliteiten aan Franstaligen behouden blijft, zoals zij bestaan en zoals zij feitelijk georganiseerd zijn op 31 december 1970 » (Parl. St., Senaat, 1970-1971, nr. 497, p. 9).
B.21.4. Ten aanzien van de draagwijdte van de « praktische uitvoeringsmaatregelen » beschermd bij het voormelde artikel 5, is uiteengezet :
« Voor wat het onderwijs betreft blijkt de toestand duidelijk. De Franstalige scholen worden op pedagogisch gebied geïnspecteerd door ambtenaren van het Franstalig Departement van Onderwijs. Voor oprichting, afschaffing, erkenning in een ander taalgebied in het kader van wat de wet toelaat zijn beide Ministers samen bevoegd » (Parl. St., Senaat, 1970-1971, nr. 497, p. 8).
Er is eveneens aan herinnerd :
« Tussen de ministers van Nationale Opvoeding bestaat een akkoord luidens hetwelk een inspecteur van de Franse taalrol optreedt in een gemeente die valt onder het gezag van de Vlaamse Cultuurraad, maar waar Franstalige scholen bestaan op grond van de faciliteiten die in die gemeenten zijn toegestaan » (Hand., Senaat, nr. 84, 8 juli 1971, p. 2429).
Uit de parlementaire besprekingen over het voormelde artikel 5 blijkt dat die bepaling duidelijk tot doel had « de Franstalige scholen van de zes gemeenten het recht te verzekeren hun inspecties te laten uitvoeren door ambtenaren van het Franstalig onderwijs » (Hand., Kamer, nr. 105, 16 juli 1971, p. 41).
B.21.5. In een advies over het wetsontwerp houdende diverse institutionele hervormingen, verwijst de afdeling wetgeving van de Raad van State, onder de « culturele faciliteiten » toegekend aan de Franstalige inwoners van de zes randgemeenten, bedoeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, eveneens naar het behoud van « de inspectie van Franstalige scholen door inspecteurs van het Franstalige Ministerie van Onderwijs » (Parl. St., Kamer, 1977-1978, nr. 461/25, p. 5).
B.22. Artikel 93 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen heeft de bijzondere wet van 21 juli 1971 opgeheven, met uitzondering van de artikelen 4 en 5, opgenomen onder hoofdstuk III « Samenwerking tussen de cultuurgemeenschappen », van die wet.
B.23.1. Met de grondwetsherziening van 15 juli 1988 heeft de Grondwetgever aan de gemeenschappen de principiële bevoegdheid inzake onderwijs toegekend.
Artikel 59bis van de Grondwet bepaalde :
« [...]
§ 2. De Gemeenschapsraden regelen, ieder wat hem betreft, bij decreet :
1° de culturele aangelegenheden;
2° het onderwijs, met uitsluiting van :
a) de bepaling van het begin en het einde van de leerplicht;
b) de minimale voorwaarden voor het uitreiken van de diploma's;
c) de pensioenregeling;
3° de samenwerking tussen de Gemeenschappen, alsook de internationale samenwerking, met inbegrip van het sluiten van verdragen, voor de aangelegenheden bedoeld in 1° en 2° van deze paragraaf.
Een wet aangenomen met de in artikel 1, laatste lid, bepaalde meerderheid, stelt de in 1° vermelde culturele aangelegenheden, de in 3° vermelde vormen van samenwerking, alsook de nadere regelen voor het in 3° van deze paragraaf vermelde sluiten van verdragen vast.
[...]
§ 4. De decreten, genomen bij toepassing van § 2, hebben kracht van wet respectievelijk in het Nederlands taalgebied en in het Frans taalgebied, alsmede ten aanzien van de instellingen, gevestigd in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, die, wegens hun activiteiten, moeten worden beschouwd als uitsluitend behorend tot de ene of de andere gemeenschap.
[...] ».
B.23.2. Het doel van de grondwetsherziening van 1988 bestond erin « de Gemeenschappen [...] maximaal de bevoegdheid toe te kennen voor het onderwijsbeleid » (Parl. St., Senaat, B.Z. 1988, nr. 100-2/1°, p. 1), teneinde te streven naar « homogene bevoegdheidsblokken » (ibid., p. 2).
B.23.3. De tekst van artikel 59bis, §§ 2 en 4, van de Grondwet, zoals ingevoegd bij de grondwetsherziening van 24 december 1970 en gewijzigd bij de grondwetsherzieningen van 17 juli 1980 en 15 juli 1988, vormt de tekst van artikel 127 van de gecoördineerde Grondwet.
B.24. Rekening houdend met de hiervoor in herinnering gebrachte juridische context, dient het Hof na te gaan of de « praktische uitvoeringsmaatregelen inzake onderwijs » bedoeld in artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 kunnen worden beschouwd als waarborgen beschermd bij artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, waarbij de bescherming van die bepaling veronderstelt dat dergelijke waarborgen zijn aangenomen overeenkomstig de bevoegdheidverdelende regels die op dat ogenblik van kracht waren en dat zij nog steeds kunnen worden beschouwd als « bestaande » op 1 januari 2002.
B.25. Uit de parlementaire voorbereiding die in B.21 is aangehaald, blijkt dat artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, door de « praktische uitvoeringsmaatregelen inzake onderwijs » bestaande op 31 december 1970 ten behoeve van de Franstaligen van de randgemeenten te waarborgen, uitdrukkelijk de waarborg beoogde dat de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen in de randgemeenten werd uitgevoerd door inspecteurs van de Franse taalrol. Die inspectie wordt nu uitgeoefend door de pedagogische inspectie van de Franse Gemeenschap.
In haar advies over het voorstel dat het bestreden decreet is geworden, heeft de afdeling wetgeving van de Raad van State overigens onderstreept dat de « praktische uitvoeringsmaatregelen inzake onderwijs » betrekking hebben op « afspraken die in 1970 zijn gemaakt binnen de toenmalige nationale regering, en met name op een protocol van 1 juni 1970 over de pedagogische inspectie van de Franstalige respectievelijk de Nederlandstalige scholen in het Nederlandse respectievelijk het Franse taalgebied » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/2, p. 8).
B.26.1. Ten aanzien van de inhoud van het akkoordprotocol van 1 juni 1970, dat de juridische grondslag vormt van de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen in de randgemeenten, en dat wordt beschermd bij artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, blijkt uit verschillende documenten dat de Vlaamse overheden op de hoogte waren van de draagwijdte van dat protocol.
Aldus heeft de Vlaamse minister van Onderwijs, in antwoord op een parlementaire vraag, in 2005 verklaard :
« 1. De onderwijsinspectie van de Franse Gemeenschap controleert nog steeds het onderwijs in de gefinancierde en gesubsidieerde Franstalige basisscholen en -afdelingen gelegen op het Vlaamse grondgebied (de zes faciliteitengemeenten, Ronse en De Haan). [...]
De rechtsgrond voor deze praktijken [...] is te vinden in :
1. een protocol van 1 juni 1970, in de Belgische context binnen de Belgische regering afgesloten tussen de ministers Vermeylen en Dubois, waarin bepaald wordt dat de pedagogische inspectie van de Franse taalrol de Franstalige scholen zal inspecteren en de pedagogische inspectie van de Nederlandse taalrol de Nederlandstalige scholen;
2. een protocol van 24 mei 1973, binnen dezelfde Belgische context afgesloten tussen de ministers Calewaert en Toussaint waarin afgesproken werd dat :
[...]
• de pedagogische inspectie van deze scholen wordt verzekerd door het Franstalig departement, dat de verslagen overmaakt met een vertaling voor de Nederlandse administratie;
[...] » (Bulletin van Vragen en Antwoorden, Vlaams Parlement, 2005-2006, december 2005, nr. 3, pp. 92 en 93).
B.26.2. Evenzo verwijst het Vlaams Parlement, in de parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet, naar de inhoud van het protocol van 1 juni 1970 :
« Het protocol van 1 juni 1970, gesloten tussen de toenmalige ministers Dubois en Vermeylen, waarbij werd overeengekomen dat de pedagogische inspectie van de Franstalige scholen gelegen in het Nederlandse taalgebied uitgeoefend wordt door de pedagogische inspectie van de Franse taalrol en voor de Nederlandstalige scholen door de pedagogische inspectie van de Nederlandse taalrol.
Dit was de bevestiging van een reeds bestaande, louter interne administratieve regeling na de splitsing van het ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur in twee (Belgische) ministeries, wat onder meer blijkt uit een nota van 28 juni 1968 waarin de toenmalige kabinetschef Dethier stelde : Toute affaire de régime français ou concernant une institution française sera traitée par les services administratifs français et soumise à M. le Ministre de l'Education nationale Abel Dubois. Toute affaire de régime néerlandais ou concernant une institution de régime néerlandais sera traitée par les services administratifs néerlandais et soumise à M. le Ministre de l'Education nationale Pierre Vermeylen. Toute affaire commune aux deux régimes linguistiques ou concernant une institution comportant les deux régimes linguistiques sera soumise à MM. les Ministres Vermeylen et Dubois. ' » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/1, p. 19).
Het verslag vermeldt eveneens :
« Het eerste van deze protocollen, namelijk dat van 1970, heeft betrekking op de pedagogische inspectie van deze scholen en wijst die inspectie toe aan de pedagogische inspectie van de Franse taalrol. Deze inspectie wordt nu uitgeoefend door de pedagogische inspectie van de Franse Gemeenschap. Het tweede protocol, dat van 1973, herbevestigde dit uitgangspunt » (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/5, p. 5).
B.27.1. In haar memorie voert de Vlaamse Regering aan dat het akkoordprotocol van 1970, bij ontstentenis van de bij artikel 190 van de Grondwet vereiste bekendmaking, voor derden geen bindend karakter zou hebben.
Artikel 190 van de Grondwet bepaalt :
« Geen wet, geen besluit of verordening van algemeen, provinciaal of gemeentelijk bestuur is verbindend dan na te zijn bekendgemaakt in de vorm bij de wet bepaald ».
B.27.2. Zoals reeds hiervoor is onderstreept, ook al is het akkoordprotocol van 1 juni 1970 niet officieel bekendgemaakt, toch waren de verschillende betrokken overheden voldoende op de hoogte van de inhoud ervan om het als dusdanig toe te passen tot de inwerkingtreding van het bestreden decreet.
B.27.3. Ten slotte bindt een door twee ministers ondertekend akkoordprotocol de ondertekenaars, alsook de entiteiten die hen juridisch opvolgen.
Bij de grondwetsherziening van 1988, die aan de gemeenschappen de principiële bevoegdheid inzake onderwijs heeft overgedragen, is uitdrukkelijk verklaard :
« Ook daar [het geval van een school die in een faciliteitengemeente is gevestigd en onderwijs verstrekt in een andere taal dan die van het taalgebied] geldt de verandering de betrokken verantwoordelijke Minister, aangezien die voortaan een Gemeenschapsminister zal zijn; [...].
Aanvullend stelt de Vice-Eerste Minister en Minister van Institutionele Hervormingen (N) dat voor alle zonet aangehaalde gevallen de algemene regel als volgt kan worden omschreven : alles wat momenteel tot de bevoegdheid van de Minister van Onderwijs (N) behoort, zal naar de Vlaamse Gemeenschap en alles waarvoor de Minister van Onderwijs (F) bevoegd is, zal naar de Franse Gemeenschap worden overgeheveld » (Parl. St., Kamer, B.Z. 1988, nr. 10/59b-456/4, p. 30).
Aangezien de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap respectievelijk de Nederlandstalige minister en de Franstalige minister van Nationale Opvoeding zijn opgevolgd, moet het akkoordprotocol gesloten op 1 juni 1970 tussen de Franstalige en Nederlandstalige ministers van Nationale Opvoeding worden geacht de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap te binden.
B.27.4. De verbintenis vervat in het akkoordprotocol van 1 juni 1970 kan dus niet eenzijdig worden opgeheven door één van de partijen bij dat protocol, maar uitsluitend na instemming van beide partijen, overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 5, eerste lid, in fine, van de bijzondere wet van 21 juli 1971.
B.28. In haar memorie voert de Vlaamse Regering aan dat de « praktische uitvoeringsmaatregelen inzake onderwijs » beschermd bij artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 geen « bestaande garanties » zouden zijn in de zin van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, in zoverre artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 in strijd zou zijn met de verdeling van de bevoegdheden inzake onderwijs vervat in artikel 127 van de Grondwet.
B.29.1. Uit de parlementaire voorbereiding met betrekking tot de grondwetsherziening van 24 december 1970, alsook uit die met betrekking tot de aanneming van de bijzondere wet van 21 juli 1971, aangehaald in B.20 en B.21, blijkt dat artikel 5 van die bijzondere wet past in het kader van het akkoord dat heeft geleid tot de invoeging van een artikel 59bis in de Grondwet bij de grondwetsherziening van 24 december 1970.
B.29.2. Bij de aanneming van artikel 59bis heeft de minister van Nationale Opvoeding (N) verklaard dat « de Regering haar verklaring van 18 februari [1970] bevestigt en de doelstellingen ervan zal verwezenlijken » (Hand., Senaat, nr. 66-67, 10 juni 1970, p. 1819), waarbij hij heeft gepreciseerd :
« Ten aanzien van de Franstalige scholen gevestigd in de Nederlandstalige gemeenten verlopen de administratieve betrekkingen met de gemeentebesturen en de centrale overheid in de administratieve taal van hun taalgebied, met andere woorden het Nederlands. Maar al wat betrekking heeft op het onderwijs en de opvoeding van de kinderen, al wat de pedagogie betreft, valt onder de bevoegdheid van de Franstalige inspecteurs en van mijn Franstalige collega van Nationale Opvoeding » (ibid., p. 1819).
B.29.3. Het behoud van de bestaande waarborgen inzake onderwijs ten behoeve van de Franstaligen van de randgemeenten vormde dus een element dat onlosmakelijk was verbonden met de bevoegdheidsoverdracht bij artikel 59bis van de Grondwet.
B.29.4. Het verband tussen artikel 59bis van de Grondwet en het behoud van de waarborgen ten behoeve van de Franstaligen van de randgemeenten is in herinnering gebracht in de parlementaire voorbereiding van artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971.
Aan een lid dat meende dat het ontworpen artikel 5 in tegenspraak was met artikel 59bis van de Grondwet, heeft de minister van Communautaire Betrekkingen (N) geantwoord dat die bepaling « enkel punt 19 [overneemt] van de mededeling van de Eerste Minister d.d. 18 februari 1970 » en dat « het politiek akkoord dat daaruit is voortgevloeid, wordt geconcretiseerd in dit artikel » (Parl. St., Kamer, 1970-1971, nr. 1053/4, p. 5).
Tijdens de parlementaire voorbereiding van de bijzondere wet van 21 juli 1971 is hieromtrent uiteengezet :
« De verklaring van de Eerste Minister van 18 februari 1970 voorzag erin dat die waarborg [de feitelijke situaties in cultuuraangelegenheden waarborgen] zou worden verleend in de wet tot regeling van de cultuurraden » (Hand., Senaat, nr. 84, 8 juli 1971, p. 2431).
B.29.5. De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft in het in B.21.5 vermelde advies en in haar advies over het wetsontwerp dat de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen is geworden, geoordeeld dat « men [...] de grondwettigheid van artikel 5 van de wet van 21 juli 1971 [kon] aanvaarden, omdat deze bepaling - blijkens de verklaringen van de verslaggever van de senaatscommissie voor de grondwetsherziening - door de Grondwetgever als compromis-oplossing werd gewild » (Parl. St., Kamer, 1977-1978, nr. 461/25, p. 5; Parl. St., Senaat, 1979-1980, nr. 434/40, p. 6).
B.30.1. De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft in de voormelde adviezen, met verwijzing naar de parlementaire voorbereiding van de bijzondere wet van 21 juli 1971, eveneens « de principiële, uitsluitende bevoegdheid van de Cultuurraad van de Nederlandse Cultuurgemeenschap en het uitzonderlijke karakter van de in artikel 5 vervatte afwijking » benadrukt (Parl. St., Kamer, 1977-1978, nr. 461/25, p. 5; Parl. St., Senaat, 1979-1980,
nr. 434/40, p. 6). Uit de door de afdeling wetgeving van de Raad van State aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat de bijzondere wetgever geen afbreuk heeft willen doen aan de principiële territoriale bevoegdheid van de toenmalige Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap in de rand- en taalgrensgemeenten.
In de Senaat heeft de verslaggever hieromtrent het volgende verklaard :
« Ik kan daar moeilijk een ander antwoord op geven dan u te zeggen dat deze tekst zoals hij nu voorligt het resultaat is van een overeenkomst die in de Commissie voor de Herziening van de Grondwet is bereikt.
Enerzijds hadden wij daar te maken met de noodzakelijkheid om ten aanzien van de zes randgemeenten de bevoegdheid vast te leggen van de Nederlandse Cultuurraad. Anderzijds heeft men echter bij ons erop aangedrongen - en wij hebben daar begrip voor getoond - om als het ware de verworven rechten van de bevolking ter plaatste te eerbiedigen.
Daarom heeft uw commissie een lijst gevraagd aan de minister van Franse Cultuur, waarin vaststond wat nu op het ogenblik als faciliteiten wordt verleend. Men heeft geoordeeld dat het een billijke oplossing is als wij de verworven rechten handhaven. Dat is onze huidige tekst.
Het spreekt echter vanzelf dat tegenover een bevoegde nederlandstalige cultuurraad, men moeilijk in de optiek van dat compromis kan aanvaarden dat dan nog op een belangrijke wijze de faciliteiten worden uitgebreid. Immers dan zouden wij het verwijt oplopen dat wij niet consequent zijn geweest in de territoriale bevoegdheidsomschrijving van de nederlandstalige cultuurraad » (Hand., Senaat, nr. 84, 8 juli 1971, pp. 2404-2405).
Artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 preciseert zelf overigens dat het geldt « onverminderd de territoriale bevoegdheid van elke cultuurraad ».
B.30.2. Tijdens de parlementaire voorbereiding van artikel 59bis van de Grondwet heeft de minister van Nationale Opvoeding (N) overigens, in antwoord op een vraag over de territoriale bevoegdheid van de cultuurraden ten aanzien van de randgemeenten, gepreciseerd :
« Het is inderdaad de cultuurraad van een gemeenschap die bevoegd is voor de cultuur in dat landsgedeelte, maar in de verklaring van 18 februari [1970] werd duidelijk bepaald, niet dat de bevoegdheid van die cultuurraad zou worden gewijzigd, maar dat op basis van een reciprociteitsbeginsel er wel akkoorden kunnen worden gesloten tussen beide cultuurraden wat de gemeenten betreft waar een nederlandstalige minderheid is en de gemeenten waar er een franstalige minderheid is. Het is dus zeer duidelijk : de bevoegdheid blijft zoals wij het altijd hebben voorgesteld, Nederlandse Cultuurraad voor het nederlandstalig landsgedeelte, Franse Cultuurraad voor het franstalig landsgedeelte, maar met de mogelijkheid voor beide cultuurraden aanpassingsmodaliteiten te voorzien in de gemeenten waar er een minderheid is, nederlandstalig of franstalig, en dan op basis van een volstrekte reciprociteit » (Hand., Senaat, nrs. 66-67, 10 juni 1970, p. 1820).
B.31.1. Uit de artikelen 127, § 1, eerste lid, 2°, en 127, § 2, van de Grondwet blijkt dat, behoudens de uitzonderingen waarin de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken voorziet, enkel de Vlaamse Gemeenschap bevoegd is om regelend op te treden ten aanzien van het onderwijs georganiseerd in de randgemeenten, die in het Nederlandse taalgebied zijn gelegen.
B.31.2. Uit de in B.30 aangehaalde parlementaire voorbereiding blijkt dat artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 hieraan geen afbreuk heeft willen doen. Die bepaling beoogt immers niet de Franse Gemeenschap een normatieve bevoegdheid te verlenen inzake het onderwijs in de betrokken gemeenten, maar de feitelijke situatie, zoals die bestond op 31 december 1970, te behouden (Parl. St., Senaat, 1970-1971, nr. 497, p. 9, en Hand., Senaat, nr. 84, 8 juli 1971, p. 2405). Ze houdt in dat wanneer de Vlaamse Gemeenschap, in het kader van de uitoefening van haar normatieve bevoegdheid, « de praktische uitvoeringsmaatregelen inzake onderwijs die de Ministers van Nationale Opvoeding tot 31 december 1970 in onderlinge overeenstemming hebben genomen ten behoeve van de inwoners van de zes randgemeenten », wenst te wijzigen, de instemming van het Parlement van de Franse Gemeenschap is vereist.
B.32. Uit hetgeen voorafgaat vloeit voort dat artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 artikel 127 van de Grondwet niet schendt.
B.33.1. Daarnaast kan artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971, anders dan de Vlaamse Regering in haar memorie aanvoert en anders dan in de parlementaire voorbereiding van het bestreden decreet werd geopperd (Parl. St., Vlaams Parlement, 2006-2007, nr. 1163/1, pp. 27-35), niet worden geacht impliciet te zijn opgeheven door de grondwetsherziening van 15 juli 1988.
B.33.2. In de parlementaire voorbereiding van de grondwetsherziening van 1988 werd bevestigd dat de materiële uitbreiding van de bevoegdheden van de gemeenschappen inzake onderwijs de regeling in artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 niet in het geding bracht (Hand., Kamer, B.Z. 1988, nrs. 27-28, 7 juli 1988, p. 935).
Wat de bestreden bepalingen betreft
B.34. In zoverre het bepaalt dat de betrokken scholen « de controle aanvaarden en mogelijk maken door de onderwijsinspectie georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap », lijkt artikel 2, tweede lid, 2°, van het bestreden decreet niet verenigbaar te zijn met artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 en met artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, zodat het middel afgeleid uit de schending van die bepalingen als ernstig moet worden beschouwd.
Behoudens de in artikel 5, eerste lid, laatste zin, van de bijzondere wet van 21 juli 1971 bedoelde instemming, dienen de betrokken scholen derhalve te worden geïnspecteerd door inspecteurs van de Franse Gemeenschap.
B.35. De « praktische uitvoeringsmaatregelen » waarvan sprake in artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 hebben alleen betrekking op het pedagogisch toezicht, met uitsluiting van de andere controles waaraan de betrokken scholen zijn onderworpen. Voor alles wat hun organisatie en hun administratie betreft, vallen die scholen onder de normatieve bepalingen en de administratieve controles van de Vlaamse Gemeenschap.
B.36. In tegenstelling tot wat de verzoekende partijen aanvoeren, zou het voormelde artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 niet kunnen impliceren dat het territoriale toepassingsgebied van de decreten van de Franse Gemeenschap inzake onderwijsinspectie, leerplannen, doelstellingen en pedagogische bepalingen, kan worden uitgebreid tot de voormelde scholen en afdelingen, noch dat die decreten als dusdanig op hen van toepassing zijn.
B.37.1. Zoals eraan is herinnerd in B.31, kan artikel 5 van de bijzondere wet van 21 juli 1971 niet afwijken van artikel 127, § 2, van de Grondwet, dat het territoriale toepassingsgebied van de onderwijsdecreten bepaalt, en beoogt het zulks overigens niet.
Op grond van die laatste bepaling komt het aan de Vlaamse Gemeenschap toe de ontwikkelingsdoelen en eindtermen, alsook de voorschriften inzake leerlingenbegeleiding vast te stellen, en de leerplannen goed te keuren voor het onderwijs in het Nederlandse taalgebied, waartoe ook de voormelde scholen behoren.
B.37.2. Daarbij dient evenwel rekening te worden gehouden met het bijzondere karakter van de scholen in kwestie, en met name met het feit dat zij, overeenkomstig artikel 6 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en artikel 7 van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken, onderwijs in het Frans verstrekken, dat de inspectie geschiedt door inspecteurs van de Franse Gemeenschap, die luidens het in B.26.1 vermelde protocol van 24 mei 1973 hun verslagen met een vertaling moeten overzenden aan de Vlaamse administratie, en dat een aanzienlijk aantal leerlingen van de Franstalige basisscholen zich nadien inschrijven in Franstalige secundaire scholen.
B.38.1. Ofschoon uit het bestreden decreet voortvloeit dat de voormelde scholen in beginsel de door het Vlaams Parlement vastgelegde ontwikkelingsdoelen en eindtermen dienen te implementeren, dient te worden opgemerkt dat het bestreden artikel 2, tweede lid, 1°, uitdrukkelijk in de mogelijkheid voorziet om een afwijking te vragen.
B.38.2. Luidens artikel 44bis, § 1, van het decreet van 25 februari 1997 kan een schoolbestuur een afwijkingsaanvraag indienen bij de Vlaamse Regering, waarbij het schoolbestuur vervangende ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen dient voor te stellen. In het kader van hun aanvraag om te mogen afwijken van de door het Vlaams Parlement vastgestelde ontwikkelingsdoelen en eindtermen, kunnen de schoolbesturen van de voormelde scholen vragen de algemene en bijzondere ontwikkelingsdoelen en eindtermen vastgesteld door de Franse Gemeenschap toe te passen.
B.38.3. Het voormelde artikel 44bis, § 2, bepaalt dat de Vlaamse Regering beoordeelt of de vervangende ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die welke overeenkomstig artikel 44 van hetzelfde decreet werden vastgelegd en toelaten gelijkwaardige studiebewijzen en diploma's uit te reiken.
B.38.4. Te dien aanzien dient te worden opgemerkt dat de Vlaamse Gemeenschap de gelijkwaardigheid van de studiebewijzen en diploma's van de Franse Gemeenschap heeft erkend.
B.38.5. Bijgevolg dient het bestreden artikel 2, tweede lid, 1°, aldus te worden geïnterpreteerd dat wanneer een schoolbestuur van één van de voormelde scholen een afwijking zou vragen van de door het Vlaams Parlement vastgelegde ontwikkelingsdoelen en eindtermen, en als vervangende ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen de algemene en bijzondere ontwikkelingsdoelen en eindtermen vastgesteld door de Franse Gemeenschap zou voorstellen, de Vlaamse Regering de goedkeuring van die afwijking niet kan weigeren.
B.39. Luidens het bestreden artikel 2, tweede lid, 3°, dient de Vlaamse Regering de leerplannen van de voormelde scholen goed te keuren. Uit artikel 45, § 1, van het decreet van 25 februari 1997 vloeit voort dat een leerplan de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde ontwikkelingsdoelen en eindtermen in acht dient te nemen. Deze moet bijgevolg, op advies van de inspectie van de Franse Gemeenschap, het leerplan goedkeuren dat haar is voorgelegd door een school die de in B.38.5 vermelde afwijking heeft verkregen.
B.40. Luidens artikel 44bis, § 3, van het decreet van 25 februari 1997 « [dient] het schoolbestuur [...] uiterlijk op 1 september van het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarin de vervangende ontwikkelingsdoelen/eindtermen zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in ». De Regering beslist « uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar », legt haar besluit binnen zes maanden ter bekrachtiging voor aan het Parlement en, indien dat laatste dat besluit niet bekrachtigt, « houdt het op rechtskracht te hebben ».
Luidens artikel 45, § 2, van het voormelde decreet, worden de leerplannen op advies van de pedagogische inspectie door de Vlaamse Regering goedgekeurd.
B.41.1. De niet-naleving van de verplichting van een school inzake de ontwikkelingdoelen en eindtermen en inzake het leerplan kan ertoe leiden, enerzijds, dat de erkenning van die school wordt opgeheven en, anderzijds, dat de financiering of de subsidiëring van die school geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden.
B.41.2. De schoolbesturen van de Franstalige scholen in de randgemeenten moeten evenwel over de nodige tijd beschikken om, voor zover zij van oordeel zijn dat de door de Vlaamse Gemeenschap vastgestelde ontwikkelingsdoelen en/of eindtermen onvoldoende ruimte laten voor hun eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen en/of ermee onverzoenbaar zijn, vóór de inwerkingtreding van het bestreden decreet een afwijkingsaanvraag in te dienen en de leerplannen ter goedkeuring voor te leggen.
B.42.1. Luidens artikel 143, § 1, van de Grondwet, nemen de federale Staat, de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, in de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden, de federale loyauteit in acht.
Het beginsel van de federale loyauteit houdt blijkens de parlementaire voorbereiding van die grondwetsbepaling voor de federale overheid en voor de deelgebieden de verplichting in om, wanneer zij hun bevoegdheden uitoefenen, het evenwicht van de federale constructie in haar geheel niet te verstoren; het betekent meer dan het uitoefenen van bevoegdheden : het geeft aan in welke geest dat moet geschieden (Parl. St., Senaat, B.Z. 1991-1992, nr. 100-29/2).
B.42.2. Het zou niet bestaanbaar zijn met het voormelde beginsel van de federale loyauteit, indien de Vlaamse Regering de erkenning zou opheffen of de financiering of de subsidiëring zou inhouden van een Franstalige school in een randgemeente die een afwijkingsaanvraag heeft ingediend of haar leerplan ter goedkeuring heeft voorgelegd, en dit zolang de Vlaamse Regering die afwijkingsaanvraag niet heeft aanvaard en het leerplan niet heeft goedgekeurd, en zolang het Vlaams Parlement de beslissing van de Vlaamse Regering over de afwijkingsaanvragen niet heeft bekrachtigd.
Een dergelijke inbreuk op de in artikel 143, § 1, van de Grondwet bepaalde federale loyauteit door een besluit van de Vlaamse Regering dat de erkenning van een Franstalige school in een randgemeente zou opheffen of de financiering of de subsidiëring ervan zou inhouden, zou haar een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkenen.
B.42.3. Bij ontstentenis van een overgangsbepaling die de Franstalige scholen in de randgemeenten zou toelaten om, met inachtneming van de federale loyauteit, de in B.38.5 vermelde afwijking te verkrijgen alsook de in B.39 vermelde goedkeuring van de leerplannen, dienen de bestreden bepalingen, vermeld in het eerste streepje, b), van het beschikkend gedeelte, doch enkel in de daarin aangegeven mate, te worden geschorst.
B.43. Luidens het bestreden artikel 2, tweede lid, 4°, moeten de schoolbesturen van de scholen een beleidscontract of beleidsplan hebben met een Vlaams centrum voor leerlingenbegeleiding, gefinancierd of gesubsidieerd krachtens het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding.
Volgens artikel 41 van dat decreet kan een centrum voor leerlingenbegeleiding slechts worden gefinancierd of gesubsidieerd indien het « de bepalingen naleeft met betrekking tot de onderwijstaal en taalkennis van het personeel zoals bepaald in de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs en in de wet van [2] augustus 1963 op het gebruik van de talen in bestuurszaken ».
Bijgevolg kan de verplichting bepaald in artikel 2, tweede lid, 4°, om een beleidscontract of een beleidsplan te sluiten met een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd centrum voor leerlingenbegeleiding slechts worden opgelegd indien de Vlaamse Regering in het werkingsgebied van de betrokken scholen een centrum voor leerlingenbegeleiding financiert, waarvan het personeel het bewijs heeft geleverd van een grondige kennis van de onderwijstaal van de instelling, te dezen het Frans.
B.44. De verplichting om een beleidscontract of een beleidsplan te sluiten, heeft betrekking op de verplichte taken van de centra voor leerlingenbegeleiding, namelijk hun medewerking « aan de organisatie en de uitvoering van algemene en gerichte consulten, de profylactische maatregelen en het vaccinatiebeleid en aan de begeleidingsinitiatieven van het centrum inzake leerplichtcontrole » (artikel 32 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding). Voor andere diensten, zoals die in verband met de psychologie of de logopedie, staat het de schoolbesturen van de scholen vrij een contract te sluiten met een Franstalige dienst (zie in die zin de verklaring van de minister van Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap van 1 december 2009, Parl. St., Parlement van de Franse Gemeenschap, 2009-2010, CRIc, nr. 34-Educ. 6, pp. 5 en 12).
B.45. De maatregel waarin artikel 2, tweede lid, 4°, van het bestreden decreet voorziet, in de daaraan te geven interpretatie, zoals vermeld in B.43 en B.44, is niet van dien aard dat hij afbreuk doet aan waarborgen die zouden hebben bestaan op het ogenblik van de inwerkingtreding van artikel 16bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980, zodat, ten aanzien van die maatregel, het middel afgeleid uit de schending van dat artikel 16bis niet als ernstig kan worden beschouwd.
Om die redenen,
het Hof
- schorst, in het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 oktober 2009 « houdende interpretatie van de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 7°, 9° en 10°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 », in zoverre zij van toepassing zijn op de Franstalige scholen en de afdelingen ervan in de zes randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken :
a) artikel 2, eerste lid, in zoverre het verwijst naar artikel 62, § 1, 7°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, alsmede artikel 2, tweede lid, 2°;
b) artikel 2, eerste lid, in zoverre het verwijst naar de artikelen 44, 44bis en 62, § 1, 9°, van het voormelde decreet van 25 februari 1997, alsmede artikel 2, tweede lid, 1° en 3°, doch enkel in zoverre die bepalingen niet voorzien in een overgangsperiode tijdens welke de schoolbesturen van de Franstalige scholen in de randgemeenten een afwijking van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen en de goedkeuring van hun leerplannen kunnen verkrijgen;
- verwerpt de vorderingen tot schorsing voor het overige, onder voorbehoud van de interpretaties vermeld in B.43 en B.44.
Aldus uitgesproken in het Frans, het Nederlands en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 29 juli 2010.
De griffier,
P.-Y. Dutilleux
De voorzitter,
P. Martens