Hof van Cassatie: Arrest van 20 Juni 2017 (België). RG P.16.0573.N

Date :
20-06-2017
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Case law
Source :
Justel N-20170620-6
Role number :
P.16.0573.N

Summary :

Samenvatting 1

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Nr. P.16.0573.N

J B,

burgerlijke partij,

eiser,

met als raadsman mr. Joachim Meese, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

G G M L,

inverdenkinggestelde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 21 april 2016.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de memorie

1. Artikel 429 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de eiser in cassatie zijn middelen moet aanvoeren in een memorie die ondertekend is door een advocaat en die per aangetekende brief ter kennis gebracht wordt van de partij waartegen het beroep gericht is. Die vormvereisten zijn voorgeschreven op straffe van niet-ontvankelijkheid.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de me-morie van de eiser ter kennis werd gebracht van het openbaar ministerie bij het appelgerecht dat het arrest heeft gewezen.

De memorie is niet ontvankelijk.

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

3. Artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt onder meer dat de partij die cassatieberoep instelt dit beroep moet laten betekenen aan de partij tegen wie het is gericht.

4. Uit deze bepaling volgt dat het cassatieberoep van een burgerlijke partij te-gen een beslissing tot buitenvervolgingstelling van de kamer van inbeschuldiging-stelling waarbij zij tevens is veroordeeld tot de kosten, slechts ontvankelijk is wanneer het cassatieberoep is betekend zowel aan de inverdenkinggestelden als aan het openbaar ministerie.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser zijn cassatieberoep heeft laten betekenen aan het openbaar ministerie bij het ap-pelgerecht.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 84,01 euro waarvan 49,01 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 20 juni 2017 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch F. Van Volsem