Décision anticipée n° 2013.377 dd. 01.10.2013
Summary :
fiche individuelle - cotisation distincte - pension complémentaire - régime fiscal de la pension complémentaire - revenu exonéré
Original text :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 2013.377 dd. 01.10.2013
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 2013.377 dd. 01.10.2013 Tax year : 2013 Document date : 01/10/2013 Keywords : fiche individuelle / cotisation distincte / pension complémentaire / régime fiscal de la pension complémentaire / revenu exonéré Document language : FR Name : Décision anticipée n° 2013.377 dd. 01.10.2013 Version : 1
Décision anticipée n° 2013.377 dd. 01.10.2013
Pension complémentaire Fiches individuelles Imposition distincte Abus fiscale
Résumé La cotisation patronale du plan de pension complémentaire développé par la sa X constitue pour l'employé un revenu exonéré au sens de l'art. 38, §1, 18° CIR 92 et ne doit pas être mentionnée sur une fiche 281.10. Le versement de cette pension complémentaire est taxé conformément à l'art. 171, 2°, b); 2°quater; 3°bis et 4°, f) CIR 92. Si l'employeur créait, à l'issue du plan de pension existant, un nouveau plan de pension complémentaire, les réserves de pension édifiées dans le premier plan de pension peuvent, lorsqu'elles répondent aux conditions définies par l'article 364ter CIR 92, être transférées de manière fiscalement neutre vers le deuxième plan de pension. Le demandeur invoque suffisamment de motifs non-fiscaux sur la base desquels l'article 344 §1 CIR 92 n'est pas d'application
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de invoering van een door nv X ontwikkeld aanvullend pensioenplan aan de volgende fiscale bepalingen voldoet: 1.1. de werkgeversbijdrage vrijgesteld is van belasting in de zin van artikel 38, §1, 18° WIB 92; 1.2. de werkgeversbijdrage niet moet worden vermeld op een fiche 281.10 (artikelen 57, 2° en 219 WIB 92 en artikel 92 KB WIB 92); 1.3. de prestatie belastbaar is in de zin van artikel 171, 2°, b); 2°quater; 3°bis en 4°, f) WIB 92; 1.4. de opgebouwde reserves belastingneutraal kunnen worden overgedragen in toepassing van artikel 364ter WIB 92; 1.5. er voldoende niet-fiscale motieven zijn op grond waarvan artikel 344, §1 WIB 92 niet van toepassing is.
II. Beschrijving van de voorgenomen verrichting 2. Volgens de nv X is er behoefte naar meer flexibiliteit op het vlak van aanvullende pensioenvoorziening. 3. Om aan die marktvraag tegemoet te kunnen komen heeft zij voor haar cliënten (hierna "cliënt-werkgever") de volgende idee ontwikkeld. 4. De cliënt-werkgever kent, op basis van objectieve criteria eigen aan de onderneming, aan de werknemer een variabel budget toe. Dit variabel budget kan hetzij volledig in cash worden uitbetaald, hetzij volledig als een premie in een aanvullend pensioenplan worden gestort (aanvullend pensioenplan dat hetzij via een groepsverzekering, hetzij via een instelling voor bedrijfspensioenvoorziening zal worden beheerd). 5. Het initiatief van nv X beperkt zich uitsluitend tot de variabele verloningsfeer. 6. Bovendien zal wat volgt enkel van toepassing zijn indien artikel 52, 3°, b) WIB 92 wordt gerespecteerd. 7. De werkgevers die een dergelijke variabele verloningsregeling wensen in te voeren zullen ook steeds op eigen initiatief de voorwaarden van artikel 59 WIB 92 en de artikelen 34 en 35 KB WIB 92 moeten naleven opdat de in deze situatie betaalde werkgeversbijdragen fiscaal aftrekbaar zouden zijn. Het is ook aan iedere cliënt-werkgever om de in deze bepalingen voorziene (fiscale) formaliteiten correct na te leven. 8. Na afloop van de duur van het aanvullend pensioenplan kan de cliënt-werkgever dan beslissen om een nieuw (d.w.z. verschillend) aanvullend pensioenplan in te richten met opnieuw een beperkte duurtijd. 9. De flexibele regeling is niet van toepassing op zelfstandige bedrijfsleiders en viseert bijgevolg uitsluitend werknemers.
III. Beslissing 10. Artikel 38, § 1, 18° WIB 92 bepaalt dat zijn vrijgesteld: de voordelen die voor de werknemers die in artikel 30, 1°, bedoelde bezoldigingen verkrijgen, voortvloeien uit de betaling van werkgeversbijdragen en -premies als bedoeld in artikel 52, 3°, b, op voorwaarde, wanneer het een individuele toezegging betreft, dat bij de werkgever ook een collectieve toezegging bestaat die voor de werknemers of een bijzondere categorie ervan op eenzelfde en niet-discriminerende wijze toegankelijk is. 11. Wanneer aan de in dit artikel bepaalde voorwaarden voldaan zijn, is de in casu bedoelde werkgeversbijdrage in hoofde van de werknemer vrijgesteld van belastingen. 12. Artikel 57, WIB 92 bepaalt dat de volgende kosten slechts als beroepskosten worden aangenomen wanneer ze worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave die worden overgelegd in de vorm en binnen de termijn die de Koning bepaalt: 2° bezoldigingen, pensioenen, renten of als zodanig geldende toelagen, betaald aan personeelsleden, aan gewezen personeelsleden of aan hun rechtverkrijgenden, met uitzondering van de sociale voordelen die ten name van de verkrijgers zijn vrijgesteld; 13. Gezien de werkgeversbijdrage in het kader van het aanvullend pensioen, voor de werknemer geen bezoldiging is, maar een vrijgesteld inkomen, dient deze niet op een fiche 281.10 te worden vermeld. 14. De werkgevers die een dergelijke variabele verloningsregeling wensen in te voeren zullen ook steeds op eigen initiatief de voorwaarden van artikel 59 WIB 92 en de artikelen 34 en 35 KB WIB 92 moeten naleven opdat de in deze situatie betaalde werkgeversbijdragen fiscaal aftrekbaar zouden zijn. 15. De uitkering van het pensioen in de vorm van een rente of een kapitaal moet dan ook worden belast overeenkomstig de op het ogenblik van de opname van het kapitaal of de rente geldende belastingtarieven. 16. De uitkering van het kapitaal dat gevormd werd door werkgeversbijdragen is dan ook op heden belastbaar in de zin van artikel 171, 2°, b); 2°quater; 3°bis en 4°, f) WIB 92. 17. De WAP voorziet eveneens in de mogelijkheid voor de aangeslotene om het kapitaal "om te zetten in een periodieke uitkering" (d.i. toekenning van een rente na afstand van kapitaal). Het kapitaal wordt eerst belast overeenkomstig de voormelde bepalingen. De ontvangen rente wordt afzonderlijk belast aan 25 % in toepassing van artikel 171, 3° WIB 92. De belastbare basis is dan gelijk aan 3% van het afgestane pensioenkapitaal (artikel 20 WIB 92). 18. Indien de werkgever na afloop van het bestaande pensioenplan een nieuw aanvullend pensioenplan zou inrichten, dan kunnen de in het eerste pensioenplan opgebouwde pensioenreserves, wanneer zij voldoen aan de voorwaarden zoals bepaald door artikel 364ter WIB 92, belastingneutraal worden overgedragen naar het tweede pensioenplan. 19. Deze flexibele verloningsregeling poogt tegemoet te komen aan de verschillende behoeften van de werknemers. 20. Er worden door de aanvrager voldoende niet-fiscale motieven aangehaald op grond waarvan artikel 344, §1 WIB 92 niet van toepassing is. |
|||||||