Décision anticipée n° 2016.244 dd. 24.05.2016
Summary :
Impôt des personnes physiques - Revenu divers - Plus-value sur actions - Gestion normale du patrimoine privé - Apport d?actions - Plus-value interne - Capital libér
Original text :
Fisconet
plus Version 5.9.23
Service Public Federal Finances |
|||||||
|
Décision anticipée n° 2016.244 dd. 24.05.2016
Document
Search in text:
Properties
Document type : Prior agreements L 24.12.2002 Title : Décision anticipée n° 2016.244 dd. 24.05.2016 Document date : 24/05/2016 Keywords : impôt des personnes physiques / plus-value sur actions / revenu divers / gestion normale du patrimoine privé / plus-value / action / apport en société / capital libéré Document language : FR Name : Décision anticipée n° 2016.244 dd. 24.05.2016 Version : 1
Décision anticipée n° 2016.244 dd. 24.05.2016
Impôt des personnes physiques Revenu divers Plus-value sur actions Gestion normale du patrimoine privé Apport d’actions Plus-value interne Capital libéré
Résumé L'apport envisagé par messieurs A et B et madame C de leurs certificats STAK X dans une nouvelle société holding Y à constituer peut être considéré comme une opération de gestion normale de patrimoine privé, de sorte que la plus-value qui sera réalisée à la suite de cet apport, n'est pas imposable sur la base de l'article 90, 9°, premier tiret du CIR92. L'apport des certificats STAK X dans une nouvelle société holding Y à constituer, constitue un capital libéré fiscal du chef de Y au sens de l'article 184 du CIR92.
La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.
I. Voorwerp van de aanvraag 1. De aanvraag strekt er toe te bevestigen dat : 1.1. de inbreng door de heren A en B en door mevrouw C van hun certificaten Stichting Administratiekantoor X (hierna STAK X) in een nieuw op te richten vennootschap Y aangemerkt kan worden als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen, zodat de meerwaarden die de aanvragers zullen realiseren niet belastbaar zijn door toepassing van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92), noch door toepassing van artikel 90, 1° WIB 92; 1.2. de geplande inbreng in hoofde van de nieuw op te richten vennootschap Y fiscaal gestort kapitaal vertegenwoordigt in de zin van artikel 184 WIB 92.
II. Omschrijving van de verrichtingen 2. De familiale groep X werd vele jaren geleden opgericht door de vorige generatie. De aandelen van Z NV, de holding van de groep waaronder verschillende exploitatievennootschappen hangen, zijn grotendeels in handen van de STAK X. 3. De certificaten STAK X zijn voor een groot deel in handen van de 3 aanvragers (in onverdeeldheid). De 3 aanvragers hebben de certificaten STAK X recent verworven ingevolge schenking van hun vader. 4. De heren A en B en mevrouw C zullen hun certificaten STAK X inbrengen in een nieuw op te richten holding Y.
III. Beslissing 5. De groep bestaat op vandaag uit de holdingmaatschappij Z NV en een aantal gespecialiseerde ondernemingen, ondergebracht in meerdere kernactiviteiten. 6. De aandelen Z NV zijn voor de meerderheid in handen van de STAK X, waarvan de certificaten die in het bezit zijn van de drie aanvragers zullen ingebracht worden in een nieuw op te richten holdingvennootschap. 7. De geplande inbrengen door de heren A en B door mevrouw C van hun certificaten STAK X in een nieuw op te richten holdingvennootschap Y vormen een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB 92. 8. De certificaten STAK X behoren tot het privé-vermogen van de aanvragers. 9. De geplande inbrengen van de certificaten STAK X kunnen, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB 92 : 9.1. de heren A en B en mevrouw C hebben hun certificaten van de STAK X recent (in onverdeeldheid) in volle eigendom verkregen van hun vader; 9.2. het betreft geen complexe verrichtingen noch een spitsvondig feitencomplex; 9.3. door de geplande inbrengen worden de certificaten STAK X in het bezit van de drie aanvragers gebundeld binnen een nieuw op te richten holdingvennootschap Y en zullen hun certificaten gelden als één enkele stem (versnippering tegengaan); 9.4. de inbrengen kaderen in de verankering van het familiaal vermogen en zullen ervoor zorgen dat de continuïteit en verdere ontwikkeling van de groep X verzekerd blijft; 9.5. voor de waardering van de in te brengen certificaten zal een waarderingsverslag worden opgemaakt; 9.6. de meerwaarde die bij de inbreng van de certificaten STAK X in de nieuw op te richten holdingvennootschap Y zal worden gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur binnen de familie, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92. 10. De DVB neemt kennis van de in de aanvraag aangehaalde motivering inzake de aanwezige en toekomstige liquide middelen binnen de groep en verwijst hiervoor naar randnummer 14 hierna. 11. Het kapitaal dat wordt gevormd door de inbreng in natura dient t.n.v. de op te richten holding te worden aangemerkt als gestort kapitaal in de zin van artikel 184 WIB 92. 12. De beslissing is slechts geldig voor zover het waarderingsverslag van de in te brengen certificaten STAK X en het inbrengverslag van de bedrijfsrevisor dat de waarde van de in te brengen certificaten op het ogenblik van de inbreng in de nieuw op te richten holding weergeeft, zullen worden overgemaakt aan de plaatselijke controlekantoren van de aanvragers. Er werd geen waarderingsverslag voorgelegd, bijgevolg omhelst voorliggende beslissing geen uitspraak omtrent de waarde van de certificaten STAK X. 13. De aandacht wordt erop gevestigd dat de beslissing slechts geldig blijft voor zover de geplande inbreng plaatsvindt binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing. 14. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van de anti-misbruikbepaling voorzien in artikel 344, §1 WIB 92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid een latere kapitaalvermindering of een inkoop van eigen aandelen door de nieuw op te richten holding Y of een vereffening van de nieuw op te richten holding Y.
|
|||||||