Belgische Rode Kruis. - Statutenwijziging 1998. - Bekrachtiging.

Date :
25-10-1997
Language :
French Dutch
Size :
11 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 1998036256

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Titel 1. Algemene bepalingen

  Oprichting.

Artikel 1 Het Belgische Rode Kruis, gesticht op 4 februari 1864, is gebaseerd op de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, waartoe België is toegetreden, en op de Fundamentele Beginselen van de Internationale Rodekruis- en Rodehalvemaan beweging :
  Menselijkheid :
  De Internationale Rodekruis- en Rodehalvemaanbeweging, geboren uit de zorg om zonder onderscheid hulp te verlenen aan de gewonden op het slagveld, tracht - zowel op internationaal als op nationaal vlak - in alle omstandigheden het menselijk lijden te voorkomen en te verzachten.
  Haar doel is het leven en de gezondheid te beschermen en eerbied voor de mens te verzekeren.
  Zij bevordert het wederzijds begrip, de vriendschap, de samenwerking en een blijvende vrede tussen alle volkeren.
  Onpartijdigheid :
  Zij maakt geen onderscheid naar nationaliteit, ras, geloof, klasse of politieke opvattingen.
  Zij tracht enkel individuen te helpen in hun lijden, in de eerste plaats in de meest spoedeisende gevallen.
  Neutraliteit :
  Om ieders vertrouwen te behouden zal de Beweging bij vijandelijkheden nooit partij kiezen en zich nooit mengen in meningsverschillen op politiek, raciaal, godsdienstig of ideologisch vlak.
  Onafhankelijkheid :
  De Beweging is onafhankelijk.
  Als helpers van de openbare overheden in hun humanitaire activiteiten en onderworpen aan de wetten van hun respectieve landen, moeten de Nationale Verenigingen toch hun zelfstandigheid zodanig handhaven dat zij te allen tijde in overeenstemming met de Rodekruisbeginselen kunnen handelen.
  Vrijwilligheid :
  Zij is een Beweging voor vrijwillige hulpverlening, volledig belangeloos.
  Eenheid :
  In éénzelfde land kan er slechts één Rodekruis- of Rodehalvemaanvereniging bestaan.
  Zij moet openstaan voor iedereen en haar menslievend werk over het gehele grondgebied uitoefenen.
  Universaliteit :
  De Internationale Rodekruis- en Rodehalvemaanbeweging, waarbinnen alle Verenigingen gelijke rechten hebben en de plicht elkaar te helpen, is universeel.

  Embleem.

Artikel 2 Het Belgische Rode Kruis heeft als embleem het heraldieke teken van het rode kruis op witte achtergrond, in voege overeenkomstig de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor alle doeleinden zoals bepaald door de Internationale Conferenties van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan en beschermd door de wet van 4 juli 1956 tot bescherming van de benaming "Rode Kruis" en van de tekens en emblemen van het Rode Kruis.

  Nationaal en internationaal karakter.

Artikel 3 De Vereniging bestaande onder de benaming "Belgische Rode Kruis", in het Frans "Croix-Rouge de Belgique" en in het Duits "Belgisches Rotes Kreuz" is opgericht overeenkomstig de resoluties van de Internationale Conferentie van Genève van 26 oktober 1863.
  Het Belgische Rode Kruis is officieel erkend door de regering als een vrijwillige en zelfstandige organisatie, helper van de overheid en in het bijzonder van de medische diensten van het leger, overeenkomstig de bepalingen van het Eerste Verdrag van Genève, en als de enige Nationale Rodekruisvereniging die actief kan zijn op het grondgebied van het koninkrijk.
  Het Belgische Rode Kruis handhaaft ten opzichte van de overheid steeds een dusdanige zelfstandigheid dat het altijd in overeenstemming met de Fundamentele Beginselen van de Beweging kan handelen.
  Het Belgische Rode Kruis maakt deel uit van de Internationale Rodekruis- en Rodehalvemaanbeweging en is lid van de Internationale Federatie van Rodekruis- en Rodehalvemaanverenigingen.
  Het Belgische Rode Kruis is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid krachtens de wet van 30 maart 1891 en is van onbeperkte duur.

Titel 2. Maatschappelijk voorwerp

  Maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden.

Artikel 4 Het Belgische Rode Kruis heeft tot doel het lijden te voorkomen en te verzachten, in overeenstemming met de onder artikel 1 vermelde Fundamentele Beginselen van de Beweging.
  Te dien einde heeft het Belgische Rode Kruis, als helper van de overheid, de opdracht :
  - om op te treden in geval van gewapend conflict (en er zich reeds in vredestijd op voor te bereiden) op elk gebied bepaald door de Verdragen van Genève en hun Aanvullende Protocollen, in het belang van alle oorlogsslachtoffers, zowel burgers als militairen;
  - om bij te dragen tot de verbetering van de gezondheid, het voorkomen van ziekten en het verzachten van het lijden door middel van vormings- en hulpprogramma's ten dienste van de bevolking, aangepast aan de internationale, nationale, communautaire en plaatselijke behoeften en omstandigheden;
  - om mee te werken aan de organisatie van de dringende hulpverlening voor slachtoffers van rampen van eender welke aard, zowel op internationaal als nationaal vlak, om het nodige personeel aan te werven, op te leiden en ter beschikking te stellen voor het vervullen van de toevertrouwde taken;
  - om deelneming van iedereen, en in het bijzonder van de jeugd, aan de rodekruisactiviteiten te stimuleren, om de Fundamentele Beginselen van de Beweging en het Internationaal Humanitair Recht te verspreiden, ten einde op die manier bij de bevolking de ideeën van vrede, respect en wederzijds begrip tussen alle mensen en alle volkeren te ontwikkelen.

Artikel 5 Het Belgische Rode Kruis kan alle initiatieven nemen die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met zijn maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden zoals omschreven in artikel 4, en/of die van aard zijn om dit voorwerp en deze doeleinden te bevorderen. Het Belgische Rode Kruis kan eveneens in ondergeschikte orde alle daden stellen van welke aard ook, voor zover deze bijdragen tot de realisatie van zijn maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden, en voor zover het eventuele resultaat uitsluitend gebruikt wordt om dit voorwerp en deze doeleinden te bereiken.
  Met dit doel verzekert het Belgische Rode Kruis eveneens het beheer en de instandhouding van de roerende en de onroerende goederen en waarden die het bezit, in overeenstemming met zijn maatschappelijk voorwerp en voornaamste doeleinden.

Titel 3. Leden

  Samenstelling van de Vereniging.

Artikel 6 Het Belgische Rode Kruis staat open voor iedereen, zonder enig onderscheid naar ras, nationaliteit, geslacht, levensbeschouwing, godsdienst of politieke overtuiging. Het bestaat uit actieve leden, leden bloed- en plasmagevers, toetredende leden en ereleden.

  Actieve leden.

Artikel 7 Actieve leden zijn personen die hun actieve medewerking verlenen aan het Belgische Rode Kruis en als dusdanig door de Vereniging zijn erkend.

  Leden bloed- en plasmagevers.

Artikel 8 Leden bloed- en plasmagevers zijn personen die drager zijn van een kaart van regelmatige gever, afgeleverd door een bloedtransfusiecentrum van het Belgische Rode Kruis, en die zich tijdens het betrokken jaar ten minste éénmaal ter beschikking hebben gesteld voor een afname.

  Toetredende leden.

Artikel 9 Toetredende leden zijn personen die jaarlijks een bijdrage overmaken, waarvan het bedrag wordt vastgesteld door de Nationale Raad.

  Ereleden.

Artikel 10 Ereleden zijn personen of instellingen aan wie de Nationale Raad deze titel heeft verleend wegens aan de Vereniging bewezen diensten.

  Beëindiging van het lidmaatschap.

Artikel 11 Elk lid kan op elk ogenblik schriftelijk zijn ontslag indienen.
  Elk lid kan om ernstige redenen worden uitgesloten door het hiërarchisch onmiddellijk hogere orgaan dan dat waarin het betrokken lid zitting heeft.
  Hij kan beroep aantekenen bij de daarvoor in het huishoudelijk reglement aangewezen instantie.
  Ieder lid dat de door artikel 7, 8, 9, en 10 bepaalde voorwaarden niet meer vervult, wordt als ontslagnemend beschouwd.

Titel 4. Organisatie van de gemeenschappen

  Samenstelling.

Artikel 12 Het Belgische Rode Kruis is samengesteld uit drie gemeenschappen : de Vlaamse Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap en de Duitstalige Gemeenschap.
  De Vlaamse Gemeenschap omvat de leden van het Vlaamse Gewest, evenals de Nederlandstalige leden van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.
  De Franstalige gemeenschap omvat de leden van het Waalse Gewest (met uitzondering van de Duitstalige gemeenten), evenals de Franstalige leden van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.
  De Duitstalige gemeenschap omvat de leden van de Duitstalige gemeenten.

  Duitstalige gemeenschap.

Artikel 13 Om praktische redenen wordt de organisatie van de Duitstalige gemeenschap geïntegreerd in die van de Franstalige gemeenschap. Zij heeft haar eigen huishoudelijk reglement, goedgekeurd door de Nationale Raad.

  Vlaamse gemeenschap en Franstalige gemeenschap.

Artikel 14 De Vlaamse gemeenschap en de Franstalige gemeenschap worden georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deze titel. Deze bepalingen worden vervolledigd door een huishoudelijk reglement, opgesteld door elke Gemeenschapsraad. Deze twee huishoudelijke reglementen worden aangepast in een bijzonder huishoudelijk reglement aan de situatie in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, opgesteld in samenwerking tussen beide gemeenschappen en goedgekeurd door de Nationale Raad.

  Algemene organisatie.

Artikel 15 De Vereniging is samengesteld uit plaatselijke afdelingen.
  Deze worden op hun beurt gegroepeerd per regio, behalve de afdelingen van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest, die worden gegroepeerd in een bicommunautaire eenheid "Brussel-Hoofdstad".
  De regio's worden gegroepeerd in vijf entiteiten per gemeenschap : de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-Vlaanderen enerzijds; de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant anderzijds.
  Elk van deze tien entiteiten wordt voorgezeten door een provincievoorzitter, die binnen zijn entiteit het Rode Kruis vertegenwoordigt. Hij wordt verkozen door een provinciale vergadering, aanvaard door de betrokken Gemeenschapsraad en benoemd bij besluit van de bevoegde Regering.

  Gemeenschapsraad. - Samenstelling.

Artikel 16 De vertegenwoordigers van de onder artikel 15 vermelde entiteiten, de vertegenwoordigers van Brussel-Hoofdstad, de vertegenwoordigers van de voornaamste activeiten van de gemeenschap en de leden van de communautaire Directiecomités vormen samen de Gemeenschapsraad. Het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap bepaalt er de precieze samenstelling van. De Gemeenschapsraad wordt voorgezeten door de gemeenschapsvoorzitter, deze laatste wordt verkozen door de Gemeenschapsraad, op voorstel van de communautaire Directiecomités, na advies van de nationale voorzitter. Hij wordt benoemd bij Besluit van de bevoegde Regering.

  Gemeenschapsraad. - Taak.

Artikel 17 In het kader van het algemeen beleid en van de algemene werking van het Belgische Rode Kruis bepaalt de Gemeenschapsraad het eigen beleid en de werking van de Gemeenschap.
  Hij stelt, in eerste lezing, de begrotingen, de resultatenrekeningen, en de balans van de gemeenschap vast.

  Directiecomité Humanitaire Diensten. - Samenstelling.

Artikel 18 In de schoot van elke gemeenschap wordt een Directiecomité Humanitaire Diensten opgericht, voorgezeten door de gemeenschapsvoorzitter.
  Het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap bepaalt er de precieze samenstelling van.
  Elk Directiecomité bestaat ten minste uit :
  - de gemeenschapsvoorzitter;
  - een ondervoorzitter;
  - de vijf provincievoorzitters;
  - de voorzitter of ondervoorzitter van Brussel-Hoofdstad;
  - de gemeenschapspenningmeester;
  - de gemeenschapseconoom;
  - de voorzitter van het communautaire Medisch Comité van de Humanitaire Diensten.
  Daarenboven moet het Directiecomité Humanitaire Diensten van de Franstalige gemeenschap een vertegenwoordiger van de Duitstalige gemeenschap omvatten.
  Behoudens bepalingen in deze statuten, worden de leden van de Directiecomités Humanitaire Diensten aangeduid overeenkomstig het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap.

  Directiecomité van de Dienst voor het Bloed. - Samenstelling.

Artikel 19 In de schoot van elke gemeenschap wordt een Directiecomité van de Dienst voor het Bloed opgericht, voorgezeten door de gemeenschapsvoorzitter.
  Het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap bepaalt er de precieze samenstelling van. Behoudens bepalingen in deze statuten worden de leden van de Directiecomités van de Diensten voor het Bloed aangeduid overeenkomstig het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap.

  Directiecomité Humanitaire Diensten. - Taak.

Artikel 20 Het Directiecomité Humanitaire Diensten bereidt de begroting, de resultatenrekening en de balans van de humanitaire diensten van de gemeenschap voor. Het neemt het beheer van de humanitaire diensten van de betrokken gemeenschap waar en verzekert de uitvoering van de beslissingen genomen door de Gemeenschapsraad, waarbij het regelmatig verslag uitbrengt. Binnen dit kader, en binnen het kader van de door de Nationale Raad genomen beslissingen en vastgestelde begrotingen, bepaalt het de diensten die nodig zijn om de werking van de humanitaire diensten in de gemeenschap te coördineren, te bevorderen en te controleren.

  Directiecomité van de Dienst voor het Bloed. - Taak.

Artikel 21 Het Directiecomité van de Dienst voor het Bloed bereidt de begroting, de resultatenrekening en de balans voor de Dienst voor het Bloed van de gemeenschap voor.
  Het neemt het beheer van de Dienst voor het Bloed van de betrokken gemeenschap waar en verzekert de uitvoering van de beslissingen genomen door de Gemeenschapsraad, waarbij het regelmatig verslag uitbrengt.
  Binnen dit kader en binnen het kader van de door de Nationale Raad genomen beslissingen en vastgestelde begrotingen, bepaalt het de diensten die nodig zijn om de werking van de Dienst voor het Bloed van de gemeenschap te coördineren, te bevorderen en te controleren.

  Medisch Comité van de Humanitaire Diensten.

Artikel 22 In de schoot van elke gemeenschap wordt een Medisch Comité van de Humanitaire Diensten opgericht, ten minste samengesteld uit :
  - een voorzitter benoemd door de Gemeenschapsraad, op voorstel van het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten;
  - de vijf provinciale hoofdgeneesheren en een verantwoordelijke geneesheer van Brussel-Hoofdstad, vastgelegd in de onder artikel 14 bepaalde huishoudelijke reglementen;
  - één geneesheer, afgevaardigde van de gemeenschapsminister, die Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.
  De organisatie van dit Comité wordt bepaald door het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap.
  Het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten bestudeert de problemen die voorgelegd worden door de gemeenschapsorganen.
  Het is gemachtigd, op eigen initiatief over te gaan tot het onderzoeken van alle geneeskundige problemen die zich stellen in het werkgebied van de Humanitaire Diensten van het Rode Kruis en kan de uitslag van deze studies aan de bevoegde organen overmaken.
  Met het oog op de studie van bepaalde problemen mag het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten aan het Directiecomité Humanitaire Diensten de samenstelling van tijdelijke adviescommissies voorstellen.

  Brussel-Hoofdstad.

Artikel 23 Alle activiteiten van Brussel-Hoofdstad worden georganiseerd, gecoördineerd en geleid door een Comité samengesteld uit acht leden, van wie er drie behoren tot de Vlaamse gemeenschap en vijf tot de Franstalige gemeenschap.
  De leden van dit Comité worden verkozen door de vergadering van de afdelingsvoorzitters, nadat hun kandidatuur als dusdanig aanvaard werd door het Directiecomité van hun gemeenschap.
  De drie leden die behoren tot de Vlaamse gemeenschap, kiezen in hun schoot een afgevaardigde, geaggregeerd door het Directiecomité van de Vlaamse gemeenschap en benoemd bij besluit van de regering van de Vlaamse gemeenschap.
  De vijf leden die behoren tot de Franstalige gemeenschap kiezen in hun schoot een afgevaardigde, geaggregeerd door het Directiecomité van de Franstalige gemeenschap en benoemd bij besluit van de regering van de Franstalige gemeenschap.
  Deze twee afgevaardigden vervullen de rol van voorzitter en ondervoorzitter van het Comité, alternerend om de vier jaar.
  Het Comité handelt in college voor alle bicommunautaire activiteiten.
  De drie leden die behoren tot de Vlaamse gemeenschap, en de vijf leden die behoren tot de Franstalige gemeenschap, beheren respectievelijk de gemeenschapsgebonden activiteiten.
  Deze activiteiten, evenals de bicommunautaire activiteiten, worden bepaald in het bijzonder huishoudelijk reglement, artikel 14, laatste lid.

  Plaatselijke afdelingen van Brussel-Hoofdstad.

Artikel 24 De samenstelling en de werking van de plaatselijke afdelingen van Brussel-Hoofdstad worden geïnspireerd door de organisatieregels die gelden voor het Comité van Brussel-Hoofdstad. De gemeenschapsgebonden activiteiten worden toevertrouwd aan twee titularissen die elk behoren tot één van de twee gemeenschappen. Wanneer een plaatselijke afdeling in gebreke blijft een wenselijk geachte communautaire activiteit te organiseren, dan zullen de drie leden die behoren tot de Vlaamse gemeenschap of de vijf leden die behoren tot de Franstalige gemeenschap zelf deze activiteit op plaatselijk vlak organiseren, al naargelang wie voor die activiteiten bevoegd is.

Titel 5. Nationale coördinatie

  Nationale Raad. - Samenstelling.

Artikel 25 De leiding van de Vereniging is toevertrouwd aan een Nationale Raad.
  De Nationale Raad is als volgt samengesteld :
  1) de nationale voorzitter, die het voorzitterschap ervan waarneemt;
  2) de voorzitters van de Gemeenschapsraden, in de hoedanigheid van nationale ondervoorzitters;
  3) vijfentwintig leden uit elke Gemeenschapsraad, daartoe speciaal door de Gemeenschapsraad afgevaardigd, waarbij de Vlaamse Gemeenschapsraad tenminste één lid afvaardigt als vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad en waarbij de Franstalige Gemeenschapsraad één lid afvaardigt als vertegenwoordiger van de Duitstalige gemeenschap en tenminste één lid als vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad;
  4) de nationale penningmeester;
  5) de nationale econoom;
  6) de afgevaardigde van de Minister van Landsverdediging;
  7) de afgevaardigden van de federale en gemeenschapsministers bevoegd voor Volksgezondheid;
  8) de afgevaardigde van de Minister van Buitenlandse Zaken;
  9) de afgevaardigde van de Minister van Binnenlandse Zaken;
  10) de afgevaardigde van de Minister van Financiën;
  11) de stafchef van de Medische Dienst van de Krijgsmacht.
  De afgevaardigden van de Ministers kunnen, indien verhinderd, zich laten vertegenwoordigen door een door de bevoegde minister aangeduide plaatsvervanger.
  De afgevaardigden van de Ministers, de stafchef van de Medische Dienst van de Krijgsmacht evenals de nationale penningmeester en de nationale econoom, zetelen in de Nationale Raad met raadgevende stem.

  Nationale Raad. - Taak.

Artikel 26 De Nationale Raad bepaalt zowel het algemene beleid als de algemene werking van de Vereniging binnen het kader van deze statuten en van de verplichtingen die haar zowel op nationaal als op internationaal vlak worden opgelegd.
  Hij stelt de begrotingen, de resultatenrekeningen evenals de balansen van de Vereniging vast.
  Hij beslist in beroep over iedere betwisting tussen het Nationale Directiecomité en de andere organen van de Vereniging.

  Nationale Raad. - Werking.

Artikel 27 De Nationale Raad vergadert ten minste tweemaal per jaar op bijeenroeping van de nationale voorzitter.
  Deze laatste is verplicht de Nationale Raad samen te roepen op gemotiveerde aanvraag, ondertekend door een nationale ondervoorzitter of door tien leden die tot één van de twee Gemeenschapsraden behoren.
  Hij kan slechts geldig beraadslagen, als één derde van de stemgerechtigde leden aanwezig of vertegenwoordigd is, tenzij hoogdringendheid wordt ingeroepen door twee derde van de stemgerechtigde aanwezige of vertegenwoordigde leden. De leden van de Gemeenschapsraden kunnen zich, indien verhinderd, laten vertegenwoordigen door een ander lid van hun Raad. Als het quorum van aanwezigen niet is bereikt, kan een tweede vergadering (bijeengeroepen binnen de vijftien dagen) geldig beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden.

  Nationale voorzitter.

Artikel 28 De kandidatuur van de nationale voorzitter wordt voorgedragen door de Nationale Raad, die hierover bij gewone meerderheid beslist.
  Deze kandidatuur moet vooraf door elk van de beide Gemeenschapsraden bij gewone meerderheid worden goedgekeurd.
  De Gemeenschapsraden en de Nationale Raad beslissen slechts geldig indien twee derde van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is.
  De nationale voorzitter wordt benoemd bij besluit van elk van de drie Gemeenschapsregeringen.
  Bij vacature zullen de functies van nationale voorzitter, voorlopig, gezamenlijk opgenomen worden door de nationale ondervoorzitters.
  Deze laatsten nemen de nodige maatregelen om zo snel mogelijk in de vacature te voorzien.
  De nationale voorzitter kan deelnemen aan alle vergaderingen van de gemeenschappen en ontvangt regelmatig de verslagen van deze vergaderingen.

  Nationale ondervoorzitters.

Artikel 29 De voorzitters van de Gemeenschapsraden zijn nationale ondervoorzitters van het Belgische Rode Kruis.
  Zij vervangen beurtelings de nationale voorzitter bij diens afwezigheid of belet.
  De stafchef van de Medische Dienst van de Krijgsmacht en de vertegenwoordiger van de federale minister bevoegd voor Volksgezondheid voeren de titel van ondervoorzitter.

  Nationaal Directiecomité. - Samenstelling.

Artikel 30 Het Nationaal Directiecomité bestaat uit de nationale voorzitter, de twee nationale ondervoorzitters en vierentwintig leden waarvan 12 uit de Directiecomités van de Vlaamse gemeenschap, waaronder de vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad, en 12 uit de Directiecomités van de Franstalige gemeenschap, waaronder de vertegenwoordiger van Brussel-Hoofdstad en de vertegenwoordiger van de Duitstalige gemeenschap (de wijze van aanduiding wordt bepaald in het huishoudelijk reglement van elke gemeenschap), de nationale penningmeester en de nationale econoom, de afgevaardigden van de Minister van Financiën en van de federale minister bevoegd voor Volksgezondheid en de stafchef van de Medische Dienst van de Krijgsmacht. De nationale penningmeester, de nationale econoom, de afgevaardigden van de Minister van Financiën en van de federale Minister bevoegd voor Volksgezondheid, evenals de stafchef van de Medische Dienst van de Krijgsmacht wonen de zittingen van het Nationaal Directiecomité bij met raadgevende stem.
  Het voorzitterschap van het Nationaal Directiecomité wordt waargenomen door de nationale voorzitter of beurtelings door één van de nationale ondervoorzitters.
  Het Comité vergadert ten minste tweemaal per jaar op bijeenroeping van zijn voorzitter.
  Een Bureau, voortkomend uit het Nationaal Directiecomité, samengesteld uit de twee gemeenschapsvoorzitters, een vertegenwoordiger uit het Directiecomité voor het Bloed van elke gemeenschap, alsook uit de nationale penningmeester en de nationale econoom, heeft als opdracht de concertatie onder de gemeenschappen over het geheel van hun gemeenschappelijke problemen.
  De nationale penningmeester en de nationale econoom hebben er zitting met raadgevende stem.
  Het voorzitterschap van het Bureau wordt beurtelings waargenomen door één van de gemeenschapsvoorzitters.
  Het Bureau brengt regelmatig verslag uit aan het Nationaal Directiecomité.

  Het Nationaal Directiecomité. - Taak.

Artikel 31 Het Nationaal Directiecomité neemt het algemene beheer van de Vereniging waar binnen het kader van de bevoegdheden, toegekend door de Nationale Raad.
  Het voert de door deze laatste genomen beslissingen uit en brengt hierover regelmatig verslag uit.
  Het bepaalt op voorstel van zijn Bureau welke diensten nodig zijn voor de werking van de Vereniging op nationaal vlak.

  Nationale penningmeester.

Artikel 32 De Nationale Raad benoemt een nationale penningmeester. Deze is verantwoordelijk voor de supervisie van de rekeningen van de Vereniging en voor de eenvormigheid van de boekhoudkundige normen en de evaluatieregels van de verschillende organen van de Vereniging. Hij onderhoudt regelmatige contacten met de gemeenschapspenningmeesters. De nationale penningmeester legt een jaarlijks verslag alsook een globale situatie van de rekeningen van de Vereniging voor aan het Nationaal Directiecomité en de Nationale Raad van het Belgische Rode Kruis.

  Nationale econoom.

Artikel 33 De Nationale Raad benoemt een nationale econoom. Hij is verantwoordelijk voor de supervisie van het beheer van de gebouwen en het materiaal, die niet rechtstreeks toegewezen zijn aan één of andere gemeenschap. Hij onderhoudt regelmatige contacten met de gemeenschapseconomen. De nationale econoom brengt jaarlijks verslag uit aan de Nationale Raad van het Belgische Rode Kruis.

  Het Nationaal Financieel Fonds(NFF) en zijn Kredietcomité.

Artikel 34 Er bestaat een Nationaal Financieel Fonds, waarbij alle organen van het Belgische Rode Kruis hun beschikbare gelden plaatsen, volgens de bepalingen van het nationaal huishoudelijk reglement.
  Er wordt een Kredietcomité opgericht, samengesteld uit de twee gemeenschapsvoorzitters, de nationale penningmeester, de nationale econoom en de twee gemeenschapspenningmeesters.
  Het is belast met het bepalen van de politiek van het Nationaal Financieel Fonds in het algemeen, en meer in het bijzonder van de deposito- en de kredietvoorwaarden.
  Het brengt verslag uit aan het Nationaal Directiecomité.
  De gemeenschapsvoorzitters brengen verslag uit aan hun directiecomités en gemeenschapsraad.

  Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten.

Artikel 35 Er wordt een Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten opgericht samengesteld uit :
  - zeven leden afgevaardigd door het Medisch Comité van de Humanitaire diensten van de Vlaamse gemeenschap;
  - zeven leden afgevaardigd door het Medisch Comité van de Humanitaire Diensten van de Franstalige gemeenschap;
  - één geneesheer-afgevaardigde van de federale Minister bevoegd voor Volksgezondheld;
  - één geneesheer-afgevaardigde van Medische Dienst van de Krijgsmacht.
  Het voorzitterschap wordt beurtelings waargenomen door de voorzitters van de Medische Comités van de Humanitaire Diensten van de twee gemeenschappen.
  Het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten bestudeert de problemen die de nationale organen van de Vereniging voorleggen.
  Het is gemachtigd, op eigen initiatief, over te gaan tot het onderzoeken van alle geneeskundige problemen die zich voordoen in het werkgebied van de Humanitaire Diensten van het Rode Kruis en die gemeenschappelijk zijn voor beide gemeenschappen en kan de uitslag van deze studies overmaken aan de bevoegde organen.
  Met het oog op de studie van bepaalde problemen mag het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten aan het Nationaal Directiecomité de samenstelling van tijdelijke adviescommissies voorstellen.

Artikel 36 De bepalingen van deze titel worden aangevuld door een nationaal huishoudelijk reglement, goedgekeurd door de Nationale Raad.

Titel 6. Directeursgeneraal

  Directeurs-Generaal.

Artikel 37 Elke Gemeenschapsraad benoemt een directeur-generaal Humanitaire Diensten en een directeur-generaal van de Dienst voor het Bloed, op voorstel van het betrokken Directiecomité en na raadpleging van de nationale voorzitter. De directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten en van de Diensten voor het Bloed, voeren in hun gemeenschap de beslissingen uit van het Nationaal Directiecomité en van zijn Bureau, en van hun respectieve Directiecomités. Zij wonen, met raadgevende stem, de vergaderingen bij van de Directiecomités waaronder ze ressorteren, van hun Gemeenschapsraad, van het Nationaal Directiecomité, van het Bureau van het Nationaal Directiecomité, van de Nationale Raad en van de Algemene Vergadering. Zij verzekeren de leiding van hun respectieve gemeenschapsdiensten, en nemen het secretariaat waar van de vergaderingen van hun Directiecomité. De directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten verzekeren eveneens enerzijds, het secretariaat van hun Gemeenschapsraad en anderzijds, beurtelings, het secretariaat van de vergaderingen van de nationale organen.

  Gemeenschappelijk beheer.

Artikel 38 De problemen van de Vereniging die gemeenschappelijk zijn aan beide gemeenschappen, de zaken die de Vereniging in haar geheel betreffen en elke activiteit die de twee gemeenschappen beslist hebben samen te doen, met uitzondering van deze betreffende de autonome organismen, opgericht krachtens artikel 39 van de huidige statuten, behoren tot de bevoegdheid van de betrokken directeurs-generaal.
  De directeurs-generaal vergaderen telkens het nodig wordt geacht.
  Zij nemen hun beslissingen bij consensus.
  Bij het niet bereiken van een akkoord, leggen zij hun geschil voor aan de twee gemeenschapsvoorzitters.
  Voor periodes bepaald in het Nationaal Huishoudelijk Reglement, neemt één van de directeurs-generaal het voorzitterschap van de gezamenlijke vergaderingen waar en waakt hij over de uitvoering van de genomen beslissingen.
  Bij hoogdringendheid en in geval gezamenlijk overleg onmogelijk blijkt, is de op dat moment als voorzitter van hun gezamenlijke vergaderingen zetelende directeur generaal of, bij ontstentenis, een andere directeur-generaal, bevoegd om op eigen verantwoordelijkheid de door de omstandigheden vereiste beslissingen te nemen.
  De twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van de diensten gemeenschappelijk aan beide gemeenschappen, met uitzondering van de autonome organismen opgericht bij toepassing van artikel 39 van deze statuten.
  De twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten nemen gezamenlijk de voorbereiding waar van de vergaderingen van de Nationale Raad, het Nationaal Directiecomité, het Bureau van het Nationaal Directiecomité en van de Algemene Vergadering van het Belgische Rode Kruis.
  De twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten onderhouden gezamenlijk de relaties met de nationale voorzitter voor wat hun werkterrein betreft.
  Hetzelfde geldt voor de twee directeurs-generaal van de Diensten voor het Bloed voor wat hun werkterrein betreft.

Titel 7. Autonome organismen

Artikel 39 Bij resolutie goedgekeurd door een tweederde meerderheid in de Nationale Raad en in elke Gemeenschapsraad kan de Vereniging in haar schoot autonome organismen oprichten, waaraan zij de uitvoering delegeert van bijzondere doelstellingen met een technisch-medisch karakter.
  In deze resolutie worden de structuren, de organisatie en de wijze van aanduiding van de leiding gedefinieerd.
  Deze organismen maken integraal deel uit van de Vereniging en leggen verantwoording af aan haar organen, die de begroting, de resultatenrekeningen en de balans ervan goedkeuren.

Titel 8. Bevoegdheden en handtekeningen

Artikel 40 De nationale voorzitter vertegenwoordigt de Vereniging inzonderheid in haar betrekkingen met de Belgische Federale regering, de buitenlandse verenigingen en de internationale organismen.
  Hij handelt in naam van het Nationaal Directiecomité.
  Bij hoogdringendheid is hij bevoegd om beslissingen te nemen die de Vereniging binden.
  De documenten, die de Vereniging op nationaal vlak binden, eveneens alle notariële akten, worden ondertekend door de nationale penningmeester of de nationale econoom, samen met één van de directeurs-generaal.
  De betrokkenen beschikken over het recht van substitutie.
  De dagelijkse briefwisseling van de diensten gemeenschappelijk aan de twee gemeenschappen wordt ondertekend door de twee directeurs-generaal van de Humanitaire Diensten.
  De handtekening van één van beiden mag, met het akkoord van zijn collega, vervangen worden door deze van de directeur van de gemeenschappelijke diensten of het hoofd van één van deze diensten.

Artikel 41 De documenten die de Vereniging binden op het vlak van de gemeenschap worden ondertekend door de gemeenschapsvoorzitter en de betrokken directeur-generaal.
  De betrokkenen beschikken over het recht van substitutie.
  De dagelijkse briefwisseling van de gemeenschapsadministratie, zowel voor de humanitaire diensten als voor de diensten voor het bloed, wordt ondertekend overeenkomstig de bepalingen van de huishoudelijke reglementen.

Artikel 42 De rechtsvorderingen, zowel als eisende of als verwerende partij, worden ingesteld op vervolging en op verzoek van de ene of de andere gemeenschapsvoorzitter, optredend in de hoedanigheid van nationaal ondervoorzitter.

Titel 9. Interne audit

Artikel 43 Iedere gemeenschap richt volgens de bepalingen van zijn Huishoudelijk Reglement een Auditcomité op.
  Dit Comité is belast met de interne audit van zijn gemeenschap en brengt regelmatig verslag uit aan de Directiecomités van zijn gemeenschap.
  Voor de interne audit van de diensten gemeenschappelijk aan beide gemeenschappen van de Vereniging, zoals bepaald onder Artikel 38 van de statuten, zijn de twee auditcomités gezamenlijk verantwoordelijk.
  De Auditcomités brengen regelmatig verslag uit aan de nationale voorzitter.

Titel 10. Revisoren

Artikel 44 Het toezicht op de rekeningen en geschriften van het Rode Kruis wordt uitgeoefend door een college van revisoren.
  Dit college is samengesteld uit twee leden, benoemd door de Nationale Raad, de ene op voordracht van de Vlaamse Gemeenschapsraad, de andere op voordracht van de Franstalige Gemeenschapsraad.
  De revisoren nemen, met raadgevende stem, deel aan de vergaderingen van de Nationale Raad.
  Zij beschikken over een onbeperkt recht van toezicht en controle op elke verrichting van de Vereniging.
  Zij mogen kennis nemen van boeken, briefwisseling, notulen en alle geschriften, zonder ze echter te kunnen meenemen.
  Zij brengen verslag uit aan de Nationale Raad m.b.t. de uitvoering van hun opdracht, in het bijzonder wat betreft de controle van de jaarlijkse rekeningen.

Titel 11. Algemene Vergadering

  Samenstelling.

Artikel 45 De Algemene Vergadering is samengesteld uit de leden van de Nationale Raad, van de Gemeenschapsraden, van de Medische Comités en van de Provinciecomités, en uit de voorzitters van de regio's en de plaatselijke afdelingen of hun afgevaardigden. Ook de vertegenwoordigers van de vrijwillige bloedgevers van het Belgische Rode Kruis worden, met raadgevende stem, uitgenodigd.

  Vergaderingen.

Artikel 46 De gewone Algemene Vergadering komt ieder jaar samen tussen 1 september en 31 oktober samen na bijeenroeping en onder het voorzitterschap van de nationale voorzitter.
  De datum, de plaats en de agenda van de vergadering worden ten minste één maand op voorhand meegedeeld.
  Een bijzondere algemene vergadering kan worden bijeengeroepen op gezamenlijk initiatief van de nationale voorzitter en ondervoorzitters, en zulks, behoudens in dringende gevallen, volgens de onder voorgaande paragraaf bepaalde modaliteiten.

  Taak.

Artikel 47 De Algemene Vergadering is het hoogste orgaan van het Rode Kruis.
  De Nationale Raad brengt haar verslag uit over de activiteiten van de Vereniging tijdens het afgelopen jaar, deelt de balans mee, alsook het verslag van de revisoren.
  Eén maand voor de datum van de Algemene Vergadering worden deze documenten, voor inzage, op de maatschappelijke zetel van de Vereniging ter beschikking gehouden van de leden van de Vergadering.
  Elke vraag met betrekking tot de inhoud van deze documenten moet schriftelijk worden overgemaakt door ten minste tien leden van de Algemene Vergadering en gericht aan het Nationaal Directiecomité, ten minste vijftien dagen voor de datum van de Vergadering.
  De Algemene Vergadering keurt het jaarverslag goed, evenals de wijzigingen aan de statuten, overeenkomstig de hierna geldende bepalingen, en beraadslaagt over alle op de agenda ingeschreven zaken.

Titel 12. Aanvullende bepalingen

  Maatschappelijke zetel.

Artikel 48 De maatschappelijke zetel van het Belgische Rode Kruis is gevestigd in één van de gemeenten van het Gewest Brussel-Hoofdstad. De vergaderingen van de Nationale Raad, van het Nationaal Directiecomité en van het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten vinden plaats op de maatschappelijke zetel of op om het even welke andere plaats in voornoemd Gewest, vermeld op de uitnodigingen.

  Maatschappelijk jaar.

Artikel 49 Het maatschappelijk jaar valt samen met het burgerlijk jaar.

  Belangeloos karakter van de functies.

Artikel 50 De nationale voorzitter, de leden van de Nationale Raad, van de Gemeenschapsraden, van de Directiecomités, van de adviescommissies, van de Medische Comités van de Humanitaire Diensten, van de provincie-, regio- en plaatselijke comités, oefenen hun functie belangeloos uit.

  Duur van de mandaten.

Artikel 51 Alle mandaten hebben een duurtijd van vier jaar.
  In geval van overlijden of ontslag beëindigt de nieuwe titularis het mandaat van zijn voorganger.
  Aan de uittredende en niet-herkiesbare titularissen kan de eretitel van hun functie worden toegekend en ze kunnen in deze hoedanigheld worden uitgenodigd om met raadgevende stem de vergaderingen bij te wonen van het orgaan waarin zij zitting hadden bij de beëindiging van hun mandaat.

  Onverenigbaarheden.

Artikel 52 De functies van nationaal voorzitter, van nationale ondervoorzitter, van voorzitter van het Nationaal Medisch Comité van de Humanitaire Diensten en van lid van het Nationaal Directiecomité, zijn onverenigbaar met de uitoefening van een parlementair mandaat, zowel op Europees als op federaal, gemeenschaps- of gewestelijk vlak, met uitzondering van het mandaat bepaald bij artikel 70 van de Belgische Grondwet. De titularis van één der voormelde functies die, tijdens de duur ervan, een parlementair mandaat aanvaardt, wordt ipso facto beschouwd als ontslagnemend uit zijn functie bij het Rode Kruis.

  Cumulatie.

Artikel 53 Behoudens andersluidende bepalingen, hetzij in de statuten, hetzij in de huishoudelijke reglementen, is de cumulatie van mandaten in de schoot van het Rode Kruis verboden.

  Modaliteiten van stemming.

Artikel 54 Behoudens de in deze statuten voorziene uitzonderingen worden de beraadslagingen en beslissingen van alle organen van het Belgische Rode Kruis genomen bij eenvoudige meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden.

  Stemming bij volmacht.

Artikel 55 Geen lid mag drager zijn van meer dan één schriftelijke volmacht.

  Taalgebruik.

Artikel 56 In hun betrekkingen met de overheid en met privé-instellingen, met het publiek en onder elkaar eerbiedigen de organen van het Belgische Rode Kruis de wetgeving inzake het taalgebruik.
  De Vereniging richt zich tot de nationale instanties in de taal van de taalrol waartoe de correspondent behoort.

  Bezit van de vereniging.

Artikel 57 Alle bezittingen en goederen, roerend of onroerend, verkregen door of in bezit van om het even welk orgaan van de Vereniging op communautair, provinciaal, regionaal of plaatselijk vlak, zijn en blijven de uitsluitende eigendom van het Belgische Rode Kruis.
  Bedoeld orgaan is er slechts de bewaarder van en is er verantwoording voor verschuldigd tegenover de Vereniging.
  De bezittingen of goederen worden - geheel of gedeeltelijk - ter beschikking gesteld van het betrokken orgaan, met het oog op de verwezenlijking van het doel van de Vereniging.
  Geen enkel lid van de Vereniging heeft enig recht op haar bezittingen.

  Procedure tot wijziging der statuten.

Artikel 58 Onderhavige statuten kunnen enkel worden gewijzigd na voorafgaandelijke goedkeuring door elke Gemeenschapsraad en door de Nationale Raad en, vervolgens, door een Algemene Vergadering, speciaal voor dit doel bijeengeroepen. Voor de Gemeenschapsraden, voor de Nationale Raad en voor de Algemene Vergadering zal de oproepingsbrief de aard van de voorgestelde wijzigingen bevatten. Om te worden goedgekeurd moeten zij twee derde verkrijgen van de stemmen van de aanwezige of vertegenwoordigde stemgerechtigde leden, zowel in elke Gemeenschapsraad, als in de Nationale Raad en in de Algemene Vergadering. De aldus door de Algemene Vergadering goedgekeurde wijzigingen worden slechts effectief na bekrachtiging bij Besluit van de drie Gemeenschapsregeringen en hun publicatie in het Belgisch Staatsblad.

  Inwerkingtreding.

Artikel 59 Deze statuten, goedgekeurd door de Algemene Vergadering, worden van kracht nadat de goedkeuringsbesluiten van de drie Gemeenschapsregeringen in het Belgisch Staatsblad zijn gepubliceerd.