Omzendbrief betreffende de procedure tot aanvraag van het statuut van politiek vluchteling, overeenkomstig artikel 52 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Date :
13-03-1989
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Legislation
Source :
Numac 1989800640

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel M1 I. Procedure aan de grens.
  A. de kandidaat-vluchteling, die om asiel verzoekt bij een Belgische overheid aan de grens, zonder in het bezit te zijn van de vereiste binnenkomstdokumenten, wordt in het bezit gesteld van een document gelijkvormig aan de bijlage 25 van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 28 januari 1988.
  Zo de vreemdeling niet in het bezit is van een pasfoto, zal de afdruk van de rechterwijsvinger aangebracht worden op het document.
  De Dienst Vreemdelingenzaken, Grensinspectiedienst, de Meeûssquare 8, 1040 Brussel, tel. 513 94 00, dient zonder verwijl telefonisch van de aanvraag tot het bekomen van het statuut van vluchteling verwittigd te worden.
  De toegang tot het grondgebied zal slechts toegelaten worden na uitdrukkelijk akkoord van een gemachtigd ambtenaar van deze administratie. In principe zal de Dienst Vreemdelingenzaken betrokkene horen aan de grens en zal de beslissing aan de kandidaat-vluchteling mededelen.
  Indien de binnenkomst toegelaten wordt door mijn administratie, zal een stempel in het daartoe voorziene vak op de bijlage 25 aangebracht worden. Bij ontstentenis hiervan zal de volgende vermelding aangebracht worden :
  " Voornoemde is gemachtigd het Rijk binnen te komen. Dit attest is geldig gedurende acht werkdagen vanaf het aanbrengen van de machtiging tot binnenkomst in het Rijk.
  Gedaan te ....., op .....
  Handtekening van de overheid. "
  Betrokkene, die gemachtigd werd het Rijk binnen te komen moet zich binnen de acht werkdagen aanmelden :
  1° bij de gemeentelijke overheid om zijn inschrijving in het vreemdelingenregister te bekomen. Deze zal hem een attest van immatriculatie, model A, geldig drie maand en maandelijks verlengbaar afleveren en het inlichtingenblad opmaken;
  2° en bij de diensten van het Commissariaat-Generaal voor de vluchtelingen en de Staatlozen, gevestigd in het Onthaalcentrum voor de Vluchtelingen (Klein Kasteeltje, 9e Linielaan 27, 1000 Brussel).
  De gemeentelijke overheid brengt op haar beurt de gemeentestempel en de datum op de bijlage 25 aan, zodat het dokument slechts eenmaal kan gebruikt worden.
  B. De vreemdeling, die over de vereiste binnenkomstdokumenten bschikt, zal in het bezit gesteld worden van een bijlage 26, voorzien door hogervermeld koninklijk besluit en niet van een bijlage 25.
  De Dienst Vreemdelingenzaken, Dienst Grensinspectie, moet onmiddellijk telefonisch verwittigd worden en krijgt twee kopies toegestuurd van de bijlage 26.
  De kandidaat-vluchteling dient zich binnen de acht werkdagen aan te bieden in de burelen van de Dienst Vreemdelingenzaken en in deze van het Commissariaat-Generaal voor de vluchtelingen en de Staatlozen, gevestigd in het Onthaalcentrum voor de Vluchtelingen (klein Kasteeltje), 9e Linielaan 27, te 1000 Brussel, en bij het gemeentebestuur, dat overeenkomstig punt A zal handelen.

Artikel M2 II. Procedure in het Rijk.
  De vreemdeling, die asiel aanvraagt bij een Belgische overheid, de gemeentelijke administratie inbegrepen, zal door deze overheid in het bezit gesteld worden van een bijlage 26.
  Zo de vreemdeling niet in het bezit is van een pasfoto zal de afdruk van de rechterwijsvinger aangebracht worden op het dokument. De Belgische overheid zal haar stempel met datumvermelding aanbrengen op de bijlage 26, zodat het document slechts eenmaal kan gebruikt worden. De Dienst Vreemdelingenzaken ontvangt hiervan twee kopies.
  Nadat de vreemdelingen, die het statuut van vluchteling hebben aangevraagd bij de gemeentelijke overheid van hun verblijfplaats, de bijlage 26 hebben bekomen, zullen zij uitgenodigd worden zich onmiddellijk aan te bieden in de burelen van de Dienst Vreemdelingenzaken en in deze van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, gevestigd in het Onthaalcentrum voor Vluchtelingen (Klein Kasteeltje), 9e Linielaan 27, te 1000 Brussel, en een attest van immatriculatie, model A, al hen zo vlug mogelijk afgeleverd worden.
  De Dienst Vreemdelingenzaken zal, nadat de vreemdeling gehoord werd, volgende stempel op de bijlage 26 aanbrengen :
  " Ministerie van Justitie, Dienst Vreemdelingenzaken.
  De kandidaat-vluchteling, houder van dit dokument werd door Bureau R gehoord op ..... ".

Artikel M3 III. Beroepsmogelijkheden.
  De aandacht van de overheden wordt gevestigd op het opschortend karakter van de beroepsmogelijkheden, maar ook op de termijnen binnen dewelke het beroep dient te worden ingeleid en op de korte duur van de procedures.
  De nieuwe wet van 14 juli 1987 heeft 2 beroepsmogelijkheden afgeschaft : de verzoeken tot herziening en de kortgedingen.
  Daarentegen werden ingeval dat de binnenkomst of het verblijf geweigerd worden, twee nieuwe opschortende beroepen ingesteld :
  het dringend verzoek tot heronderzoek (administratief beroep) en het beroep voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg (gerechtelijk beroep).
  A. Het dringend verzoek tot heronderzoek dient te worden ingediend binnen de vierentwintig uur na de betekening van de weigering tot binnenkomst, zo de kandidaat-vluchteling zich aan de grens bevindt, of binnen de drie werkdagen na de betekening van de weigering tot verblijf, zo de betrokkene zich in het Rijk bevindt.
  Dit beroep is opschortend en dient aan de Minister van Justitie of zijn gemachtigd te worden gericht.
  De Commissaris-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen dient binnen de vierentwintig uur, in geval van weigering tot binnenkomst, of binnen de zeven dagen in geval van weigering van verblijf, zijn advies te geven.
  Indien het dringend verzoek tot heronderzoek wordt verworpen, kan betrokkene een niet opschortend verzoek tot nietigverklaring bij de Raad van State indienen.
  B. Tegen de beslissing tot terugdrijving naar de grens van het land dat hij ontvlucht is en waar, volgns zijn verklaring, zijn leven of zijn vrijheid zou bedreigd zijn, kan betrokkene een beoep inleiden voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, en dat binnen de twee werkdagen.
  Dit beroep is opschortend, maar zo de vreemdeling zich aan de grens bevindt laat dit de toegang tot het Rijk niet toe.

Artikel M4 IV. De gemeentelijke overheid zal bij de eerste verlenging van het attest van immatriculatie nagaan of de betrokkene door de Dienst Vreemdelingenzaken gehoord werd (zie hogervermelde stempel).
  Elke onregelmatigheid moet aan de Dienst Vreemdelingenzaken meegedeeld worden.
  Ik leg opnieuw de nadruk op de verplichting van de gemeenten om de kandidaat-vluchtelingen zonder verwijl in te schrijven in het vreemdelingenregister en om het inlichtingenblad onmiddellijk op te stellen teneinde de bevoegde overheid in de mogelijkheid te stellen de procedure verder te zetten of deze af te sluiten.
  Ik breng U tevens in herinnering dat, indien er, om dringende redenen niet kan overgegaan worden tot een onmiddellijke inschrijving, een bijlage 15, vijftien dagen geldig, moet worden afgegeven, zoals voorzien bij artikel 119 van het koninlijk besluit van 8 oktober 1981, betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
  Ik wens eveneens duidelijk te stellen dat het Bureau van de Dienst Vreemdelingenzaken in het Klein Kasteeltje slechts bevoegd is voor de ondervragingen, terwijl de zetel van de Dienst Vreemdelingenzaken bevoegd blijft voor de andere problemen.
  Tenslotte leg ik de nadruk op de verplichting voor de gemeenten om na te gaan of de betrokkenen gevolg gegeven hebben aan het bevel om het grondgebied te verlaten, dat hen afgeleverd werd. Deze verplichting bestaat eveneens ten aanzien van de kandidaat-vluchtelingen, waarvan de asielaanvraag als onontvankelijk beoordeeld werd en die in het bezit gesteld werden van een bijlage 26bis of zo hun dringend verzoek tot heronderzoek verworpen werd, van een bijlage 26ter, bijlagen voorzien door het hogervermeld koninklijk besluit van 28 januari 1988. Deze verplichting bestaat eveneens ten opzichte van de kandidaat-vluchtelingen, die niet erkend werden door het Hoog Commissariaat van de Verenigde Naties voor de vluchtelingen of, door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en die in het bezit zijn van de bijlage 13 voorzien door het koninklijk besluit van 8 oktober 1981.
  Deze omzendbrief vervangt deze van 1 oktober 1985 (Belgisch Staatsblad van 3 oktober 1985), van 13 januari 1987 (Belgisch Staatsblad van 21 januari 1987) en van 3 augustus 1987 (Belgisch Staatsblad van 26 augustus 1987).