Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 7 oktober 1996. - Toekenning van het conventioneel brugpensioen op 58 jaar .
- Section :
- Legislation
- Source :
- Numac 1996100750
Original text :
Add the document to a folder
()
to start annotating it.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en de werkgevers van de inrichtingen en diensten die ressorteren onder het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen die erkend zijn en/of worden gesubsidieerd zijn door de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Franse en gemeenschappelijke gemeenschapscommissies, alsmede op de werknemers en de werkgevers van de inrichtingen en diensten die dezelfde activiteiten uitoefenen en die noch erkend zijn, noch worden gesubsidieerd.
Onder " werknemers " verstaat men de mannelijke en vrouwelijke bedienden en werklieden.
Hoofdstuk 2. Principe
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel een brugpensioenregeling met compenserende indienstneming in te voeren.
Zij werd uitgewerkt op de volgende basis :
a) de collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975) en de besluiten die ze wijzigen;
b) het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen en de besluiten die het wijzigen of vervangen.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst verbinden de werkgevers er zich toe :
a) het brugpensioen toe te kennen aan de werknemers die 58 jaar oud en meer zijn en die te dien einde worden ontslagen;
b) de betaling van de aanvullende brugpensioenvergoeding ten laste te nemen;
c) de bruggepensioneerde werknemer te vervangen volgens de modaliteiten bepaald door het koninklijk besluit van 20 augustus 1986.
Hoofdstuk 3. Geldigheid
Artikel 3 Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt van kracht op 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1997.
(Voor het K.B., zie %%1997-12-22/36%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werknemers en de werkgevers van de inrichtingen en diensten die ressorteren onder het Paritair Comité voor de opvoedings- en huisvestingsinrichtingen die erkend zijn en/of worden gesubsidieerd zijn door de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Franse en gemeenschappelijke gemeenschapscommissies, alsmede op de werknemers en de werkgevers van de inrichtingen en diensten die dezelfde activiteiten uitoefenen en die noch erkend zijn, noch worden gesubsidieerd.
Onder " werknemers " verstaat men de mannelijke en vrouwelijke bedienden en werklieden.
Hoofdstuk 2. Principe
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft tot doel een brugpensioenregeling met compenserende indienstneming in te voeren.
Zij werd uitgewerkt op de volgende basis :
a) de collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975 Belgisch Staatsblad van 31 januari 1975) en de besluiten die ze wijzigen;
b) het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen en de besluiten die het wijzigen of vervangen.
Voor de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst verbinden de werkgevers er zich toe :
a) het brugpensioen toe te kennen aan de werknemers die 58 jaar oud en meer zijn en die te dien einde worden ontslagen;
b) de betaling van de aanvullende brugpensioenvergoeding ten laste te nemen;
c) de bruggepensioneerde werknemer te vervangen volgens de modaliteiten bepaald door het koninklijk besluit van 20 augustus 1986.
Hoofdstuk 3. Geldigheid
Artikel 3 Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt van kracht op 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1997.
(Voor het K.B., zie %%1997-12-22/36%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET