Verklaring tot herziening van de Grondwet.

Date :
12-04-1995
Language :
French Dutch
Size :
1 page
Section :
Legislation
Source :
Numac 1995021154

Original text :

Add the document to a folder () to start annotating it.
Artikel M
  Er bestaat reden tot herziening :
  - van titel II van de Grondwet, om nieuwe bepalingen in te voegen die de bescherming moeten verzekeren van de rechten en vrijheden, gewaarborgd door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
  - van titel II van de Grondwet, om een nieuw artikel in te voegen betreffende een openbare omroepdienst;
  - van artikel 8 van de Grondwet;
  - van artikel 10, tweede lid, tweede zinsdeel, van de Grondwet;
  - van artikel 15 van de Grondwet, om een tweede lid toe te voegen dat aan de gemeenschappen en de gewesten de bevoegdheid toekent om de gevallen te bepalen waarin een huiszoeking kan plaatshebben;
  - van artikel 16 van de Grondwet, om een lid toe te voegen betreffende de onteigeningsbevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten;
  - van artikel 23 van de Grondwet, om een lid toe te voegen betreffende het recht van de burger op een minimale dienstverlening inzake post, communicatie en mobiliteit;
  - van artikel 25 van de Grondwet, om een lid toe te voegen teneinde de waarborgen van de drukpers uit te breiden tot de andere informatiemiddelen;
  - van artikel 28 van de Grondwet;
  - van artikel 29 van de Grondwet;
  - van titel III van de Grondwet, om nieuwe bepalingen in te voegen betreffende het referendum;
  - van titel III van de Grondwet, om een nieuw artikel in te voegen betreffende de exclusieve bevoegdheden van de federale macht;
  - van artikel 41 van de Grondwet;
  - van artikel 44, eerste lid, van de Grondwet, wat betreft de woorden "de tweede dinsdag van oktober" en het laatste lid, teneinde de bijeenroeping in buitengewone zitting van de ontbonden Kamers mogelijk te maken voor de toepassing van artikel 103, van de overgangsbepaling hierop, en van artikel 104, laatste lid;
  - van artikel 45 van de Grondwet;
  - van artikel 57 van de Grondwet;
  - van artikel 59 van de Grondwet;
  - van artikel 64, eerste lid, 4°, van de Grondwet;
  - van artikel 66 van de Grondwet;
  - van artikel 69, 4°, van de Grondwet;
  - van artikel 71 van de Grondwet;
  - van artikel 73 van de Grondwet;
  - van artikel 76, tweede lid, van de Grondwet;
  - van artikel 103 van de Grondwet;
  - van artikel 109 van de Grondwet;
  - van titel III, hoofdstuk IV, van de Grondwet, om een artikel 118bis in te voegen betreffende het verkeer op de verkeerswegen voor de leden van de Gewest- en Gemeenschapsraden;
  - van artikel 120 van de Grondwet;
  - van artikel 125 van de Grondwet:
  - van artikel 130 van de Grondwet, om het gebruik van de talen in het onderwijs over te dragen aan de Duitstalige Gemeenschap;
  - van artikel 148, tweede lid, van de Grondwet;
  - van artikel 150 van de Grondwet;
  - van artikel 151 van de Grondwet;
  - van artikel 157 van de Grondwet;
  - van artikel 159 van de Grondwet;
  - van titel III, hoofdstuk VI, van de Grondwet, om een artikel 159bis toe te voegen betreffende de verhouding tussen de normen van het interne recht en de normen van het internationaal en supranationaal recht;
  - van artikel 162 van de Grondwet, om, met toepassing van artikel 39 van de Grondwet, de organieke wetgeving inzake provincies en gemeenten te regionaliseren, met uitzondering van wat is geregeld in de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlements- en provincieraadsverkiezingen (de "pacificatiewet") en met het behoud van de eenheid van het politie- en brandweerbeleid en het gemeentelijk karakter van de politie- en brandweerdiensten;
  - van artikel 165 van de Grondwet;
  - van artikel 166, § 1, van de Grondwet;
  - van artikel 170, § 4, van de Grondwet:
  - van artikel 172, tweede lid, van de Grondwet;
  - van artikel 173 van de Grondwet;
  - van titel V van de Grondwet, om een artikel 174bis in te voegen betreffende de vaststelling van een absoluut maximum van fiscale en parafiscale druk;
  - van artikel 179 van de Grondwet, om een lid toe te voegen teneinde te bepalen dat geen pensioen noch gratificatie ten laste van een gemeenschap of een gewest kan worden toegekend dan krachtens een decreet of een in artikel 134 bedoelde regel;
  - van artikel 180 van de Grondwet;
  - van artikel 190 van de Grondwet;
  - van artikel 192 van de Grondwet.