Voorafgaande beslissing nr. 2015.258 dd. 04.08.2015

Date :
04-08-2015
Langue :
Français Néerlandais
Taille :
7 pages
Section :
Régulation
Type :
Prior agreements L 24.12.2002
Sous-domaine :
Fiscal Discipline

Résumé :

personenbelasting - divers inkomen - meerwaarde op aandelen - normaal beheer van het privé-vermogen - inbreng van aandelen - interne meerwaarde - holdingvennootschap - gestort kapitaa

Texte original :

Ajoutez le document à un dossier () pour commencer à l'annoter.

Contact | Disclaimer | FAQ
   
Quick search :
Fisconet plus Version 5.9.23
Service Public Federal
Finances
Home > Advanced search > Search results > Voorafgaande beslissing nr. 2015.258 dd. 04.08.2015
Voorafgaande beslissing nr. 2015.258 dd. 04.08.2015
Document
Content exists in : nl fr

Search in text:
Print    E-mail    Show properties

Properties

Document type : Prior agreements L 24.12.2002
Title : Voorafgaande beslissing nr. 2015.258 dd. 04.08.2015
Document date : 04/08/2015
Keywords : personenbelasting / divers inkomen / meerwaarde op aandelen / normaal beheer van het privé-vermogen / inbreng van aandelen / interne meerwaarden / holdingvennootschap / gestort kapitaal
Document language : NL
Name : Voorafgaande beslissing nr. 2015.258 dd. 04.08.2015
Version : 1

Voorafgaande beslissing nr. 2015.258 dd. 04.08.2015

 

Personenbelasting

Divers inkomen

Meerwaarde op aandelen

Normaal beheer van het privé-vermogen

Inbreng van aandelen

Interne meerwaarde

Holdingvennootschap

Gestort kapitaal

 

Samenvatting

De geplande inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in een nieuw op te richten holdingvennootschap kan worden beschouwd als een normale verrichting van beheer van privévermogen als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 zodat de meerwaarde die naar aanleiding van deze inbreng zal worden gerealiseerd, niet belast zal worden op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

Het kapitaal dat wordt gevormd door de geplande inbreng van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in een nieuw op te richten holdingvennootschap dient te worden aangemerkt als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184 WIB 92.

 

I. Voorwerp van de aanvraag

1. De aanvraag strekt er toe te bevestigen dat:

1.1. de geplande inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in een nieuw op te richten holdingvennootschap als een normale verrichting van beheer van privévermogen als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) kan worden beschouwd;

1.2. het kapitaal dat gevormd wordt door de geplande inbreng van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in een nieuw op te richten holdingvennootschap ten name van de inbrenggenietende holdingvennootschap fiscaal gestort kapitaal vertegenwoordigt in de zin van artikel 184 WIB 92.

 

II. Omschrijving van de verrichtingen

II.A. Identiteit van de aanvragers

2. De heren X en Y hebben beiden de Belgische nationaliteit en zijn beiden rijksinwoner van België.

3. Beiden zijn aandeelhouder van de vennootschappen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA en zijn zelf, dan wel via hun respectievelijke managementvennootschappen, zaakvoerder in de vennootschappen.

II.B. Voorstelling van de betrokken vennootschappen

4. A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA zijn exploitatievennootschappen.

5. A BVBA stelt momenteel personeel tewerk. De andere vennootschappen doen beroep op onderaannemers.

6. De aanvragers richtten enige tijd geleden de vennootschap A BVBA op.

7. De aandelen A BVBA worden voor de meerderheid aangehouden door de heer X en voor de minderheid door de heer Y.

8. B BVBA, C BVBA en D BVBA werden recent door de aanvragers opgericht met dezelfde aandelenverhouding als deze binnen A BVBA.

II.C. Beschrijving van de verrichtingen

9. De aanvragers bezitten respectievelijk een meerderheidsparticipatie of een minderheidsparticipatie in de vennootschappen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA.

10. Om redenen die hieronder uitvoerig worden uiteengezet wensen de aanvragers de aandelen van deze vennootschappen in te brengen in een nieuw op te richten holdingvennootschap.

11. De waarde van de aandelen van de vennootschappen waarvan de aandelen zullen worden ingebracht, zal worden bepaald door een extern deskundige gespecialiseerd in de waardering van ondernemingen die de waarde van de aandelen zal bepalen aan de hand van een aantal waarderingsmethodes die elk bijdragen tot de waardebepaling van de onderneming.

12. Het resultaat dat blijkt uit deze waarderingsstudie zal worden vastgelegd in een rapport dat de methodieken, het gebruikte cijfermateriaal en de inherente resultaten bevat. De waarde die blijkt uit dit rapport van de externe adviseur zal gehanteerd worden voor de inbreng in natura.

13. Door de inbreng van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in het kapitaal van de nieuw opgerichte vennootschap, zal deze 100% van de aandelen in deze vennootschappen aanhouden.

 

III. Motivering van de aanvraag door de aanvragers

14. De aanvragers zijn van mening dat, zoals hieronder wordt uiteengezet, de voorgenomen transactie is gesteund op financiële en economische motieven en niet is ingegeven door fiscale motieven.

III.1. Centraal beheer

15. De centralisatie van de aandelen in de verschillende vennootschappen in één centrale holding heeft immers onder meer tot doel om een eenduidig en overkoepelend beleid van de verschillende vennootschappen te voeren. Binnen de nieuwe holdingvennootschap kunnen de zaakvoerders statutair worden benoemd. Daarenboven kan men eveneens de opvolging van het beheer statutair regelen om zo de continuïteit van de groep en het beleid te allen tijde te vrijwaren, bijvoorbeeld indien één van beide zaakvoerders om één of andere reden zou wegvallen.

16. De centralisatie van de aandelen heeft bovendien als voordeel dat het eenvoudiger is om in de toekomst nieuwe investeerders/partners aan te trekken. Op dit ogenblik zijn er geen concrete plannen om investeerders/nieuwe partners aan te trekken, doch zoals hierna uitgebreid wordt uiteengezet, beogen de aanvragers wel de verdere expansie en uitbouw van de activiteiten van de groep. In dat kader is de kans reëel dat, indien nieuwe opportuniteiten zich aanbieden, de aanvragers bereid worden gevonden een samenwerking aan te gaan met een nieuwe partner. De gecentraliseerde groepsstructuur faciliteert een dergelijke samenwerking in de toekomst, maar maakt daarnaast ook dat de aanvragers de zeggenschap over de groep kunnen blijven behouden.

III.2. Centralisatie overkoepelende diensten

17. Verder strekt de oprichting van de nieuwe holding ertoe om een aantal van de personeelsleden die op vandaag zijn tewerkgesteld binnen A BVBA, onder te brengen in de centrale holding. Het betreft meer in het bijzonder de personeelsleden die ondersteunende diensten uitvoeren en die momenteel reeds dienstig zijn voor de verschillende werkvennootschappen. Deze diensten zouden worden ondergebracht in de holding die vervolgens op haar beurt de kosten met betrekking tot de uitvoering van deze diensten zal doorrekenen aan de verschillende werkvennootschappen. Deze centralisatie maakt het eenvoudiger om de verschillende personeelsleden flexibel te kunnen inzetten ten dienste van de verschillende werkvennootschappen volgens de noden die er op dat ogenblik bestaan. De centralisatie van het overkoepelend personeel in de holding zal leiden tot een aanzienlijk administratieve vereenvoudiging en meer standvastigheid voor het personeel. Bovendien komt dergelijke centralisatie van de groepsstructuur ook de transparantie van de kostenstructuur van de verschillende exploitatievennootschappen ten goede.

III.3. Centralisatie financiële middelen en optimalisatie aanwending ervan

18. De voornaamste beweegreden voor het opzetten van een gecentraliseerde groepsstructuur betreft de centralisatie van financiële middelen die aanwezig zijn in de diverse werkvennootschappen, teneinde deze middelen te kunnen herinvesteren in de activiteiten van de andere werkvennootschappen of aan te wenden voor de verdere expansie van de groep.

19. De holdingvennootschap maakt het mogelijk voor de exploitatievennootschappen om liquiditeiten die niet dienstig zijn voor hun eigen werking, uit te keren aan de holdingvennootschap teneinde deze centraal te beheren, i.e. enerzijds te herinvesteren in de andere exploitatievennootschappen waar nodig, dan wel deze centraal in de holdingvennootschap onder te brengen en/of te beleggen, zodat deze middelen kunnen worden onttrokken aan het ondernemingsrisico en in de toekomst opnieuw kunnen worden geherinvesteerd. Het is de bedoeling om de activiteiten en de verdere uitbreiding van de groep voor een groot deel met eigen middelen te financieren. De noodzaak voor een centrale financieringsstructuur dringt zich derhalve op.

20. Daarenboven verhoogt het bestaan van een sterke holding de kredietwaardigheid van de groep, waardoor externe kredietverstrekkers in de toekomst sneller bereid zullen zijn om de groep financieel te ondersteunen.

21. Daarnaast biedt de gecentraliseerde groepsstructuur heel wat opportuniteiten wat betreft de verder expansie van de groep, hetzij ter aanvulling, hetzij ter diversificatie van de groepsactiviteiten. Deze mogelijkheden zijn met een centrale holding veel groter dan in de huidige situatie. Toekomstige (risico-)investeringen kunnen dan namelijk ondergebracht worden in een nieuwe dochteronderneming van de nieuwe holding en moeten zo niet aangehouden worden door de aanvragers in persoonlijke naam of ondergebracht worden in één van de bestaande vennootschappen, zodat de huidige activiteiten niet onderworpen worden aan het risico van nieuwe activiteiten of omgekeerd. Het ondernemingsrisico kan op die manier worden gespreid.

22. De aanvragers beogen de verdere expansie van de groep en hebben in het recente verleden reeds zeer regelmatig prospectie gedaan voor het doen van overnames. Ook op dit ogenblik zijn er enkele prospecties lopende. De beoogde overnames betreffen enerzijds ondernemingen met activiteiten die gerelateerd zijn aan de huidige activiteiten van de groepsvennootschappen. Daarnaast overwegen de aanvragers anderzijds ook om in de toekomst investeringen te doen in ondernemingen met activiteiten die niet noodzakelijk rechtstreeks gerelateerd zijn aan de huidige groepsactiviteiten, dit met het oog op de spreiding van het ondernemingsrisico. Het niet bestaan van een gecentraliseerde groepsstructuur van waaruit nieuwe investeringen kunnen worden gedaan, hebben aanvragers er tot dusver van weerhouden om dergelijke investeringen te doen.

III.4. Stabiel aandeelhouderschap en controle

23. De aanvragers hebben de bedoeling om een eenduidig en overkoepelend beleid te voeren overheen de verschillende vennootschappen. Gezien de continuïteit en de rentabiliteit van een groep staat of valt met de stabiliteit van het aandeelhouderschap en de hiermee samenhangende controle, lijkt het de aanvragers aangewezen om vooruit te denken aan het effectieve bestuur en de continuïteit van de groep in geval van calamiteiten van één van de aanvragers. Indien één van de aanvragers zou komen te overlijden, zullen de aandelen van A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA rechtstreeks in de nalatenschap terechtkomen waardoor er mogelijks een versnippering van het aandelenbezit en daaruit voortvloeiende discontinuïteit kan voortvloeien. Dergelijke versnippering van aandelen zou een hypotheek kunnen leggen op de werking van de exploitatievennootschappen binnen de groep en brengt vaak praktische problemen met zich mee op het niveau van het effectieve bestuur van de vennootschappen.

24. Versnippering van het aandeelhouderschap en de controle kan vermeden worden door het onderbrengen van de aandelenparticipaties in een nieuw op te richten holdingvennootschap. Ten gevolge van de voorgestelde inbreng worden de aandelen gecentraliseerd en kan ervoor gezorgd worden dat het familiaal vermogen beter beheerd kan worden. Ingeval van (onverwacht) overlijden zullen het de aandelen van de Newco zijn die vererfd worden en op die manier zal het centrale bestuur van de werkvennootschappen gevrijwaard blijven. Binnen de vennootschapsvorm van de BVBA kan men de zaakvoerders statutair benoemen, daarenboven kan men eveneens de opvolging van beheer statutair regelen. Dit biedt de mogelijkheid voor de langstlevende van beide aanvragers om het bestuur over de groep te behouden. De aanvragers wensen dan ook een stabiele structuur te creëren voor de diverse vennootschappen met zekerheid van zeggenschap op het niveau van de holdingmaatschappij.

III.5. Geen overtollige liquiditeiten

25. De beoogde structuur heeft geenszins tot doel om enige liquiditeiten uit de groep te onttrekken in hoofde van de aanvragers. De nood voor het oprichten van een groepsstructuur stelt zich om de hierboven aangehaalde redenen.

26. Er zijn aanzienlijke liquiditeiten aanwezig in A BVBA en C BVBA. Deze liquiditeiten komen louter voort uit de operationele winst die door de ondernemingen is gemaakt in de voorbije jaren en is te wijten aan de uitermate snelle groei van de onderneming. Teneinde te voldoen aan de vereiste om geen overtollige liquiditeiten in de vennootschappen te hebben op het ogenblik van de inbreng, werd door de algemene vergadering ter goedkeuring van de jaarrekening van A BVBA een aanzienlijke dividenduitkering goedgekeurd. De roerende voorheffing werd betaald. Het netto-dividend werd als een rekening courant schuld opzichtens de aandeelhouders geboekt en zit bijgevolg nog vervat in de liquide middelen binnen A BVBA. De aanvragers hebben ervoor geopteerd om deze middelen nog beschikbaar te houden binnen A BVBA, gelet op de grote behoefte aan cash binnen deze vennootschap.

27. De voormelde vennootschappen hebben momenteel geen rekening-courant vorderingen op de aanvragers.

28. De nog resterende liquiditeiten in de verschillende vennootschappen zijn geenszins overtollig maar worden in lijn met de bedrijfspolitiek gebruikt om de normale werking en expansie van de groep te financieren. De liquide middelen zullen bijgevolg enkel worden besteed binnen de groep. Gezien de specifieke activiteiten en eraan gerelateerde financiële risico’s, is het noodzakelijk dat de groep kan beschikken over een belangrijke financiële buffer.

29. Daarnaast beogen de aanvragers, zoals hoger reeds aangegeven, op korte termijn nieuwe investeringen te doen ter expansie van de groep. Zo hebben zij recentelijk diverse prospecties gedaan voor overnames van ondernemingen, vaak met activiteiten die zijn gekoppeld aan activiteiten van de vennootschappen die zij reeds aanhouden. Hoewel er momenteel nog geen concrete overname wordt voorbereid – onder meer het niet voorhanden zijn van een centraal investeringsvehikel heeft aanvragers er deels van weerhouden effectieve overnames / investeringen te doen – zijn de aanvragers, zoals blijkt uit de gedane prospecties wel zeer actief op zoek naar opportuniteiten op de markt. Zo hadden de aanvragers recent plannen tot een overname van 50% van de aandelen van een bepaalde onderneming, alsook voor een volledige overname van een ander bedrijf. Deze overnames zouden omwille van beschikbare cash en reputatie plaatsvinden binnen A BVBA. Echter, gezien het om bedrijven ging waarvan de activiteiten niet volledig aansloten met deze van A BVBA, heeft men de plannen moeten afbreken gelet op de risico’s die voortvloeien uit het onderbrengen van deze activiteiten in A BVBA. Derhalve wensen de aanvragers de risico’s die gepaard gaan met overnames of nieuwe investeringen niet onder te brengen in A BVBA. De aanvragers betreuren het verlies aan dergelijke opportuniteiten. Nieuwe ideeën en overnames kunnen op dit moment maar moeizaam verwezenlijkt worden, gelet op de huidige groepsstructuur.

30. Teneinde dergelijke overnames te kunnen financieren, wensen de aanvragers voldoende middelen ter beschikking te houden in de groepsvennootschappen en, na het uitvoeren van de geplande verrichting, in de nieuwe holdingvennootschap. Het feit dat voorafgaandelijk aan de voorgenomen inbrengtransactie een zeer omvangrijk dividend werd toegekend, toont in dat kader aan dat de aanvragers niet beogen om overtollige liquiditeiten in de vennootschappen aan te houden, teneinde deze via de nieuwe holdingstructuur op te stromen naar hun privévermogen. De liquiditeiten die aanwezig blijven in de vennootschap worden door de aanvragers beschouwd als financiële middelen die noodzakelijk zijn om de huidige activiteiten en de toekomstige expansie van de groep mogelijk te maken.

31. De heren X en Y nemen hun bestuurdersbezoldigingen elk op vanuit hun respectievelijke managementvennootschappen.

III.6. Fiscaal gestort kapitaal

32. De inbreng van de aandelen zal gebeuren in overeenstemming met een werkelijk gestorte inbreng, zodat het kapitaal als fiscaal gestort kapitaal in de zin van artikel 184 WIB 92 dient te worden beschouwd. Luidens artikel 184 WIB 92 is het gestort kapitaal, het statutaire kapitaal voor zover dat gevormd wordt door werkelijk gestorte inbrengen en voor zover er geen vermindering heeft plaatsgevonden. In het kapitaal opgenomen andere winsten dan uitgekeerde winsten die als dusdanig aan belasting onderworpen werden, worden niet als fiscaal gestort kapitaal aangemerkt. De inbreng door de aanvragers van de aandelen van A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA zal aanleiding geven tot een verhoging van het werkelijk gestort maatschappelijk kapitaal en derhalve moet het kapitaal dat door de inbreng wordt gecreëerd worden beschouwd als gestort kapitaal in de zin van artikel 184 WIB 92.

III.7. Niet-fiscale motieven

33. De voormelde participaties behoren ontegensprekelijk tot het privé-patrimonium van de aanvragers en de geplande verrichting gaat niet gepaard met abnormale risico’s, hoge leningen, quasi-professionele methodes of dergelijke meer. De voorgenomen transactie, inbreng van deze aandelen in Newco, kadert in het normaal beheer van hun privévermogen.

34. De inbreng van de aandelen betreft enkel een juridische reorganisatie die geen effectieve verrijking van de aandeelhouders tot gevolg heeft.

 

IV. Beslissing

35. De geplande inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in een nieuw op te richten holdingvennootschap vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

36. De aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA behoren tot het privévermogen van de aanvragers.

37. De inbreng door de heren X en Y kan, gelet op de hierna vermelde overwegingen, beschouwd worden als een normale verrichting van beheer van privévermogen in de zin van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje WIB 92 :

37.1. de heren X en Y zijn in het bezit van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA sinds de oprichting van de respectievelijke vennootschappen;

37.2. door de inbreng van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in het kapitaal van een nieuw op te richten vennootschap, zal deze 100% van de aandelen in deze vennootschappen aanhouden;

37.3. de inbreng heeft tot doel de aandelen van de groepsvennootschappen te centraliseren in een overkoepelende holding in het kader van de verdere ontwikkeling van de activiteiten en de verdere expansie van de groep;

37.4. de inbreng van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in het kapitaal van een nieuw op te richten holding zorgt tevens voor een stabiel aandeelhouderschap en kadert binnen de familiale opvolging;

37.5. het betreft geen complexe verrichting noch spitsvondig feitencomplex;

37.6. voorafgaand aan de inbreng (eind 2014) vond een aanzienlijke dividenduitkering plaats;

37.7. de in te brengen aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA zullen het voorwerp uitmaken van een bedrijfsrevisorale controle n.a.v. de inbreng in natura. Een kopie van het verslag inzake de waardering van de aandelen zal aan de bevoegde controle van de aanvragers overgemaakt worden;

37.8. de meerwaarde die bij de inbreng van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in een nieuw op te richten holdingvennootschap zal worden gerealiseerd, is gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico’s niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

38. De DVB neemt kennis van de in de rubriek III.5. aangehaalde motivering inzake de aanwending van de aanwezige en toekomstige liquide middelen en verwijst hiervoor naar randnummer 44 hierna.

39. Het kapitaal dat wordt gevormd door de geplande inbreng in natura dient te worden aangemerkt als gestort kapitaal in de zin van artikel 184 WIB 92.

 

*

*     *

 

Gelet op de artikelen 20 tot 23 van de wet van 24 december 2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken alsmede gelet op wat voorafgaat in de randnummers 35 tot en met 39, beslist het College van de DVB in zitting van 4 augustus 2015 dat :

40. de geplande inbreng door de heren X en Y van hun aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA in een nieuw op te richten holdingvennootschap beschouwd kan worden als een normale verrichting van beheer van een privévermogen, zodat de meerwaarde niet zal worden belast op grond van artikel 90, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92;

41. het kapitaal dat wordt gevormd door de inbreng in natura dient te worden aangemerkt als gestort kapitaal in de zin van artikel 184 WIB 92.

42. De beslissing is slechts geldig voor zover het definitieve waarderingsverslag van de in te brengen aandelen en het inbrengverslag van de bedrijfsrevisor dat de waarde van de aandelen A BVBA, B BVBA, C BVBA en D BVBA op het ogenblik van de inbreng in de nieuw op te richten holdingvennootschap weergeeft, zal worden overgemaakt aan de bevoegde controle van de aanvragers. Door de aanvragers werd geen ontwerpwaarderingsverslag voorgelegd, derhalve houdt deze beslissing geen uitspraak in over de waarde van de in te brengen aandelen.

43. De aandacht wordt erop gevestigd dat de beslissing slechts geldig blijft voor zover de geplande inbrengen plaatsvinden binnen de periode van één jaar vanaf de datum van de voorafgaande beslissing.

44. Onderhavige beslissing is gebaseerd op elementen zoals deze door de aanvrager vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van de anti-misbruikbepaling voorzien in artikel 344, §1, WIB 92 ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid een latere kapitaalvermindering.